11 april
Ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn Naam Immanuël heten.
Jesaja 7:14
De Godheid van de Zoon van God schijnt door het gehele Woord Gods. Het is het grote, voorname punt waaromheen de gehele leer der genade zich beweegt; en hij die hierin niet gezond is, is dit in alle andere zaken niet. De Godheid van Christus rust niet op enige teksten der Schrift, maar zij tekent zich door de gehele Schrift. Neem de Godheid van Jezus uit de Schrift weg, en gij neemt de Zon geestelijkerwijze weg, evenals of gij de zon uit het firmament zoudt wegnemen. De Godheid van Christus is het licht en het leven van het Woord Gods; neemt haar daaruit weg, en het gehele Woord is een zwarte duisternis.
Doch de Persoon van Jezus is niet alleen Godheid, want niemand kan God zien en leven; wij zouden het niet dragen kunnen op de vlekkeloze Godheid te staren. Daarom heeft de Zoon van God onze natuur aangenomen in vereniging met Zichzelf. Hij heeft het zaad Abrahams aangenomen: dat „heilige”, ontvangen door de Heilige Geest in de baarmoeder van de maagd Maria. En daar is dat „heilige” verenigd met de tweede Persoon van de heerlijke Drie-eenheid, omdat de Godheid en de mensheid zouden worden één Goddelijk Persoon, Immanuël, God met ons.
Nu is er voor het oog des geloofs de uitnemendste schoonheid en heerlijkheid te aanschouwen in Christus’ mensheid. De verlichte ziel beschouwt de Godheid, schijnende door de mensheid. En wanneer zij Jezus ziet, het land doorgaande en goed doende, wanneer zij de woorden hoort die van Zijn gezegende lippen afdruipen, wanneer zij Hem door het oog des geloofs ziet, bloedende, lijdende, met de dood worstelende en stervende, ziet zij de Godheid in al deze handelingen de mensheid ondersteunende. En het is deze vereniging van de twee naturen in één heerlijke Persoon die het hart desgenen die hierop gelovig ziet, vervult en in zuivere liefde tot Hem doet ontvonken.
Dan heeft de kerk een gezicht van de heerlijke Persoon van Jezus en gaat haar liefde tot Hem uit. Er is een bovennatuurlijke schoonheid in, die geestelijke genegenheden doet ontvlammen, evenals er in natuurlijke schoonheid iets is dat de genegenheden tot haar trekt. Wanneer de levendgemaakte ziel deze bovennatuurlijke schoonheid onder het oog krijgt, gaat ze onmiddellijk in liefde tot Hem uit. De geestelijke genegenheden vestigen zich op geestelijke schoonheid. En wanneer dus de verloste en wedergeboren ziel de heerlijke Persoon van Christus, de Godmens, Immanuël, God met ons, aanschouwt en een proefje en gevoel van Zijn liefde ontwaart, dan ontsteekt de gezegende Geest het hart in geestelijk verlangen naar Hem en trekt het met koorden der liefde en met mensenzelen.
Aan de lezer…
Zoekende ziel, hebt u ooit met het oog des geloofs gezien Wie Hij is, Die de maagd zou baren? Niet slechts een mens, en niet een Godheid zo ver en zo hoog dat u daarvoor zou moeten vergaan, maar Immanuël, God met ons. Omdat niemand God kan zien en leven, heeft de Zoon van God onze natuur aangenomen, opdat een arme zondaar tot Hem zou kunnen naderen zonder te verteren.
Ziet u Hem dan het land doorgaan en goed doen, hoort u de woorden die van Zijn lippen afdruipen, ziet u Hem bloedende, lijdende en stervende, weet dan dat de Godheid in dat alles de mensheid ondersteunde. Daar ligt de bovennatuurlijke schoonheid die het hart in liefde doet ontvonken. Is uw hart koud en uw liefde zwak? Vraag dan niet eerst om meer gevoel, maar om een gezicht van Hem. Waar de Geest Zijn Persoon ontdekt, trekt Hij de ziel met koorden der liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn Naam Immanuël heten.
Jesaja 7:14
De Godheid van de Zoon van God schijnt door heel het Woord van God heen. Het is het grote, voornaamste punt waar heel de leer van de genade om draait, en wie hierin niet gezond is, is dat in geen enkele andere zaak. De Godheid van Christus rust niet op een paar teksten van de Schrift, maar zij tekent zich af in de hele Schrift. Neem de Godheid van Jezus uit de Schrift weg, en u neemt in geestelijke zin de Zon weg, net alsof u de zon van het uitspansel zou wegnemen. De Godheid van Christus is het licht en het leven van het Woord van God; neem haar daaruit weg, en heel het Woord is pikdonker.
Maar de Persoon van Jezus is niet alleen Godheid, want niemand kan God zien en leven; wij zouden het niet kunnen verdragen om op de vlekkeloze Godheid te staren. Daarom heeft de Zoon van God onze natuur aangenomen in vereniging met Zichzelf. Hij heeft het zaad van Abraham aangenomen: dat „heilige”, ontvangen door de Heilige Geest in de schoot van de maagd Maria. Daar is dat „heilige” verenigd met de tweede Persoon van de heerlijke Drie-eenheid, zodat de Godheid en de mensheid één Goddelijk Persoon zouden worden, Immanuël, God met ons.
Voor het oog van het geloof is er in de mensheid van Christus de meest uitnemende schoonheid en heerlijkheid te aanschouwen. De verlichte ziel ziet de Godheid door de mensheid heen schijnen. Zij ziet Jezus door het land gaan en goeddoen, zij hoort de woorden die van Zijn gezegende lippen druppelen, zij ziet Hem door het oog van het geloof bloeden, lijden, met de dood worstelen en sterven; en in al deze handelingen ziet zij hoe de Godheid de mensheid ondersteunt. En het is deze vereniging van de twee naturen in één heerlijke Persoon die het hart van wie hier gelovig op ziet, vervult en in zuivere liefde tot Hem doet ontvlammen.
Dan heeft de kerk een gezicht op de heerlijke Persoon van Jezus en gaat haar liefde naar Hem uit. Er is een bovennatuurlijke schoonheid in Hem die geestelijke genegenheden doet ontvlammen, zoals er in natuurlijke schoonheid iets is wat de genegenheden naar zich toe trekt. Wanneer de levend gemaakte ziel deze bovennatuurlijke schoonheid te zien krijgt, gaat zij onmiddellijk in liefde naar Hem uit. De geestelijke genegenheden richten zich op geestelijke schoonheid. Wanneer dus de verloste en wedergeboren ziel de heerlijke Persoon van Christus aanschouwt, de Godmens, Immanuël, God met ons, en iets van Zijn liefde proeft en voelt, dan ontsteekt de gezegende Geest het hart in geestelijk verlangen naar Hem en trekt Hij het met koorden der liefde en met mensenzelen.
Aan de lezer…
Zoekende ziel, hebt u ooit met het oog van het geloof gezien Wie Hij is, Die de maagd zou baren? Niet alleen een mens, en ook niet een Godheid zo ver en zo hoog dat u daarvoor zou moeten vergaan, maar Immanuël, God met ons. Omdat niemand God kan zien en leven, heeft de Zoon van God onze natuur aangenomen, zodat een arme zondaar tot Hem zou kunnen naderen zonder te worden verteerd.
Ziet u Hem dan door het land gaan en goeddoen, hoort u de woorden die van Zijn lippen druppelen, ziet u Hem bloeden, lijden en sterven: weet dan dat de Godheid in dat alles de mensheid ondersteunde. Daar ligt de bovennatuurlijke schoonheid die het hart in liefde doet ontvlammen. Is uw hart koud en uw liefde zwak? Vraag dan niet eerst om meer gevoel, maar om een gezicht op Hem. Waar de Geest Zijn Persoon ontdekt, trekt Hij de ziel met koorden der liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Behold, a virgin shall conceive, and bear a son, and shall call His name Immanuel.”
Isaiah 7:14
The Deity of the Son of God shines all through the sacred page. It is the grand cardinal point, on which all the doctrines of grace turn; and he that is unsound there, is unsound everywhere. The Godhead of Christ does not rest upon a few texts of Scripture, but it shines all through the Scripture; it is the light of the Scripture, and it is the life of the Scripture. Take away the Deity of Jesus out of the Scripture, and you would do the same thing spiritually as though you blotted the sun out of the sky naturally; the sacred page would be one black darkness.
But the Person of Jesus is not Deity only. No man can see God and live; we could not bear to look upon pure Deity. And therefore the Son of God has taken into union with Himself our nature; He has “taken upon Him the seed of Abraham”—that “holy One” Who was begotten by the Holy Spirit in the womb of the Virgin Mary, and there united to the second Person of the glorious Trinity, that Godhead and manhood might form one glorious Person, Immanuel, God with us.
Now to the eye of faith there is the greatest beauty and glory in Christ’s humanity. The enlightened soul views Deity shining through the manhood; and when it sees Jesus “going about, doing good,” when it hears the words that dropped from His gracious lips, when it views Him by the eye of faith, bleeding, suffering, agonizing, and dying, it sees the Godhead in all these acts, upholding and shining through the manhood. And it is this union of the two natures in one glorious Person, that fills the heart that receives it in the faith of it and in the love of it with a measure of pure affection.
Here, then, the Church has a view of the glorious Person of Jesus; and she falls in love with Him. There is something in supernatural beauty which kindles spiritual affection, as there is something in natural beauty which kindles natural affection. When the quickened soul sees supernatural beauty, it immediately falls in love with it. The spiritual affections center in spiritual beauty. And thus, when the redeemed and regenerated soul sees the glorious Person of Christ, God-Man, Immanuel, God with us, and has a taste and sense of His love, the blessed Spirit thereby kindles in it spiritual affection, and attracts it with these “cords of love and bands of a man.”
To the reader…
Seeking soul, have you ever seen with the eye of faith Who He is that the virgin would bear? Not only a man, nor yet a Godhead so far and so high that you would have to perish before it, but Immanuel, God with us. Because no man can see God and live, the Son of God took on our nature, so that a poor sinner could draw near to Him without being consumed.
When you see Him going about doing good, when you hear the words that dropped from His lips, when you see Him bleed, suffer and die, know then that in all of this the Godhead upheld the manhood. There lies the supernatural beauty that sets the heart aflame with love. Is your heart cold and your love weak? Then do not first ask for more feeling, but for a sight of Him. Where the Spirit reveals His Person, He draws the soul with cords of love.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
He aquí que la virgen concebirá, y parirá hijo, y llamará Su nombre Emmanuel.
Isaías 7:14
La Deidad del Hijo de Dios resplandece a lo largo de toda la página sagrada. Es el gran punto cardinal sobre el cual giran todas las doctrinas de la gracia; y el que no es sano en esto, no es sano en nada. La Divinidad de Cristo no descansa sobre unos pocos textos de la Escritura, sino que resplandece a lo largo de toda la Escritura; es la luz de la Escritura y es la vida de la Escritura. Quite la Deidad de Jesús de la Escritura, y haría espiritualmente lo mismo que si borrara el sol del firmamento en lo natural; la página sagrada sería una sola negra oscuridad.
Pero la Persona de Jesús no es solo Deidad. Ningún hombre puede ver a Dios y vivir; no podríamos soportar mirar a la Deidad pura. Y por eso el Hijo de Dios ha tomado nuestra naturaleza en unión consigo mismo; ha “tomado la simiente de Abraham”: aquel “Santo” que fue engendrado por el Espíritu Santo en el seno de la virgen María, y allí unido a la segunda Persona de la gloriosa Trinidad, para que la Divinidad y la humanidad formasen una sola Persona gloriosa, Emmanuel, Dios con nosotros.
Ahora bien, a los ojos de la fe hay la mayor hermosura y gloria en la humanidad de Cristo. El alma iluminada contempla la Deidad resplandeciendo a través de la humanidad; y cuando ve a Jesús “andando haciendo bienes”, cuando oye las palabras que caían de Sus labios llenos de gracia, cuando lo contempla con los ojos de la fe sangrando, sufriendo, agonizando y muriendo, ve la Divinidad en todos estos actos, sosteniendo la humanidad y resplandeciendo a través de ella. Y es esta unión de las dos naturalezas en una sola Persona gloriosa la que llena el corazón que la recibe en la fe y en el amor de ella con una medida de afecto puro.
Aquí, pues, la Iglesia tiene una visión de la gloriosa Persona de Jesús; y se enamora de Él. Hay algo en la hermosura sobrenatural que enciende el afecto espiritual, así como hay algo en la hermosura natural que enciende el afecto natural. Cuando el alma vivificada ve la hermosura sobrenatural, al instante se enamora de ella. Los afectos espirituales se centran en la hermosura espiritual. Y así, cuando el alma redimida y regenerada ve la gloriosa Persona de Cristo, Dios-Hombre, Emmanuel, Dios con nosotros, y tiene un gusto y un sentir de Su amor, el bendito Espíritu enciende con ello en ella afecto espiritual, y la atrae con estas “cuerdas humanas, con cuerdas de amor”.
Al lector…
Alma que busca, ¿ha visto usted alguna vez con los ojos de la fe Quién es Aquel a Quien la virgen había de dar a luz? No solo un hombre, ni tampoco una Divinidad tan lejana y tan alta que usted tuviera que perecer ante ella, sino Emmanuel, Dios con nosotros. Porque ningún hombre puede ver a Dios y vivir, el Hijo de Dios tomó nuestra naturaleza, para que un pobre pecador pudiera acercarse a Él sin ser consumido.
Cuando lo vea andando haciendo bienes, cuando oiga las palabras que caían de Sus labios, cuando lo vea sangrar, sufrir y morir, sepa entonces que en todo esto la Divinidad sostenía la humanidad. Ahí está la hermosura sobrenatural que enciende el corazón en amor. ¿Está frío su corazón y débil su amor? Entonces no pida primero más sentimiento, sino una visión de Él. Donde el Espíritu revela Su Persona, atrae al alma con cuerdas de amor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl