Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

11 februari

Vandaag

4 min. lezen

Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben, maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.
Filippenzen 3:12

De apostel Paulus, misschien de grootste heilige die ooit op aarde leefde, moest belijden dat hij het zelf nog niet gekregen had. Er was nog meer in Christus dan hij ooit gezien of gekend, gevoeld of gesmaakt had. Er waren hoogten in Zijn heerlijkheid en diepten in Zijn liefde, in Zijn lijden, in Zijn bittere doodsnood in de hof en aan het kruis, die alle bevatting en begrip te boven gaan. Daarom zegt hij: „Niet dat ik het alrede gekregen heb.” Ik ben nog een kind, een leerling, even zwak als altijd, even hulpbehoevend als vroeger om te verkrijgen wat ik nodig heb. Al ga ik voort, al vergeet ik wat achter is en jaag ik naar wat voor mij ligt, al weet ik wat mijn doel is en wat ik zoek, al is mijn oog eenvoudig en mijn hart ernstig gestemd, toch is het niet zo alsof ik het al gekregen had.

Weeg uzelf nu op deze weegschaal en wees eerlijk tegenover uzelf. Let goed op deze dingen. Jaagt u ernaar? Ziet u dat er iets is van de dierbare zaken van God wat gesmaakt, gevoeld, getast en werkelijk ervaren kan worden? Hebt u ooit enkele teugjes, proefjes, druppels of voorsmaakjes gehad? Is uw hart ooit gesmolten, week geworden of verwarmd door de goedertierenheid en genade van God, door de liefde van Christus? Hebt u ooit gevoeld dat er een zoetheid, zegen en blijdschap in de zaken van God was waarmee niets te vergelijken was?

Is uw hart weleens door de liefde van God geopend, zodat u iets van het leven en van de vrede in uw hart voelde, en u, als u op die plaats had kunnen blijven, alles gehad zou hebben wat nodig was om de dood kalm in de ogen te zien? Welnu, het zijn deze teugjes, smaakjes en druppels, deze ontdekkingen van wat de Heere is voor gelovige zielen, die de begeerten van het hart opwekken en het in staat stellen ernaar te jagen.

Maar dan komt er onverwacht duisternis. De Heere trekt Zich terug, de zonde wordt werkzaam, de satan verzoekt, de beproevingen verbijsteren het gemoed, het ongeloof steekt de kop op en begint alles te betwijfelen. Dan is er geen jagen meer. Het is rondom duister en somber; de Goddelijke zaken zijn uit het gezicht, twijfel en vrees nemen het gemoed in beslag, en het lijkt alsof alles tekortschiet, ver tekortschiet. Zo komt de vraag op of het op het eind niet alles tekort zal schieten, of wij onszelf niet bedrogen hebben, of alles wat wij ervaren hebben niet louter bedrog is geweest.

Let er nu op waarom dit nodig is. Het maakt de ziel werkzaam; het doet haar opnieuw en telkens weer zoeken naar wat blijvend is. Het lijkt opnieuw de ogen te openen om te zien wat de ware godsdienst is: dat hij bestaat in het onderwijs en de werkingen van de Heilige Geest in het hart. Zo worden onze tekortkomingen, gebreken en klachten gelukkig dienstbaar gemaakt en door genade gebruikt om ons op te wekken opnieuw het pad te lopen dat ons is voorgesteld.

Maar verlies dit niet uit het oog: de meest begunstigde heilige op aarde zal reden hebben om met Paulus te zeggen: „Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben”; dat wil zeggen: gerijpt en rijp. Niet volmaakt in kennis, niet volmaakt in het hart, niet volmaakt in het prijzen van God, niet volmaakt in het leven. Ieder kind van God moet zijn onvolmaaktheid belijden, en die onvolmaaktheid staat gedrukt op alles wat hij heeft en is. De onvolmaaktheid staat op alles, behalve op het werk van de Zoon van God aan het kruis en op het werk van God de Heilige Geest in het hart.

Aan de lezer…

Deze woorden zijn voor wie bedroefd is omdat hij het nog niet gekregen heeft. Bent u dat? Kent u uw onvolmaaktheid in kennis, in liefde, in gebed en in wandel? Weet dan dat ook de meest begunstigde heilige moet belijden: „Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben.” Maar vraag uzelf eerlijk af: hebt u ooit een teugje, een druppel, een voorsmaakje gehad van de liefde van Christus, zodat uw hart smolt en u daar niets mee kon vergelijken?

Dan is het juist die smaak die u doet jagen. En komt er weer duisternis, trekt de Heere Zich terug, steekt het ongeloof de kop op en vraagt u zich af of alles bedrog is geweest, laat de moed dan niet zakken. Ook dat maakt de ziel weer werkzaam, en opent de ogen voor wat de ware godsdienst is: het werk van de Heilige Geest in het hart. Jaag er dan naar, of u het ook grijpen mocht, want Hij Die u gegrepen heeft, laat Zijn werk niet varen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl