11 september
Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.
Jesaja 44:3
Door Zijn Geest te gieten op het zaad van Zion, stort God daarbij elke geestelijke zegen uit die Hij in Zijn hart of Zijn hand heeft. In welk aards goed gij u moogt verheugen, zonder de zegen van God zal het blijken een vloek te zijn; welke bezoekingen u op aarde treffen, zij moeten onder de zegen Gods alle ten zegen worden. Ook wordt die zegen niet karig geschonken, want de Heere heeft beloofd: Hij zal die uitgieten! Hij zal even overvloedig geschonken worden als de Geest Zelf. Ook zal Zion evenmin twijfelen aan de zegen zelf als aan de Bron vanwaar hij komt; want hij blijkt uit zichzelf, glanst in het licht van zijn eigen getuigenis en openbaart zich door zijn eigen getuigenis.
En verhoogt het contrast tussen de droge grond en de beloofde vlagen van zegen hem niet des te meer? Het is juist uw dorheid en onvruchtbaarheid die de belofte des te gepaster, en daarom des te lieflijker maakt. Als gij een blik in uzelf slaat, ontwaart gij niets dan een wildernis. Als gij opwaarts ziet, ziet gij de wolken van zegen drijven door de heldere lucht. Gij ziet dat de Heere beloofd heeft „water uit te gieten op hem, die dorst, en stromen waters op de dorre grond.”
Gij vraagt van Hem die beloften aan uw ziel te vervullen. Gij hebt niets waarop gij kunt pleiten dan op Zijn belofte; geen andere aanbeveling dan uw eigen dorheid; Hij stelt u in staat Hem aan te roepen. Hij luistert naar dat roepen, en te Zijner tijd giet Hij water uit op uw dorstige ziel en waterstromen op uw dorstig en uitgedroogd hart. O, mocht een gevoel van eigen armoede en nooddruft een middel in Zijn heilige hand zijn om ons die zegen te doen zoeken, die Hij alleen geven kan!
O God, Gij zijt mijn toeverlaat!
Mijn God, U zoek ik met verlangen,
zo ras wij ’t morgenlicht ontvangen
bij ’t krieken van de dageraad.
O Heer, mijn ziel en lichaam hijgen
en dorsten naar U in een land,
dat dor en mat van droogte brandt,
waar niemand lafenis kan krijgen.
Psalm 63:1
Aan de lezer…
Misschien ziet u in uzelf niets dan een wildernis. Is uw hart dor en uitgedroogd, en vindt u er geen vrucht en geen leven in? Wees dan niet ontmoedigd, want juist uw dorheid maakt de belofte zo gepast en zo lieflijk. De Heere heeft niet gezegd dat Hij Zijn Geest zal gieten op hen die al vruchtbaar zijn, maar op hem die dorst en op de dorre grond.
U hebt niets om op te pleiten dan Zijn eigen woord, en geen andere aanbeveling dan uw armoede. Dat is genoeg. Breng uw dorstige ziel tot Hem, en vraag Hem te doen wat Hij beloofd heeft. Hij luistert naar het roepen van een nooddruftig hart, en te Zijner tijd zal Hij water uitgieten en Zijn zegen geven, niet karig, maar overvloedig. Laat het gevoel van uw armoede u dan niet van Hem wegdrijven, maar juist tot Hem drijven, want die zegen kan Hij alleen geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.
Jesaja 44:3
Wanneer God Zijn Geest giet op het zaad van Sion, stort Hij daarmee ook elke geestelijke zegen uit die Hij in Zijn hart of in Zijn hand heeft. In welk aards goed u zich ook mag verheugen, zonder de zegen van God zal het een vloek blijken te zijn. Welke beproevingen u op aarde ook treffen, onder de zegen van God moeten zij allemaal tot zegen worden. Die zegen wordt ook niet karig geschonken, want de Heere heeft beloofd dat Hij hem zal uitgieten! Hij zal even overvloedig geschonken worden als de Geest Zelf. Sion zal ook net zo min twijfelen aan de zegen zelf als aan de Bron waaruit hij komt. Want hij bewijst zichzelf, hij straalt in het licht van zijn eigen getuigenis en maakt zich bekend door zijn eigen getuigenis.
En verhoogt het contrast tussen de droge grond en de beloofde zegenbuien die zegen niet des te meer? Juist uw dorheid en onvruchtbaarheid maken de belofte des te passender, en daarom des te lieflijker. Als u in uzelf kijkt, ziet u niets dan een wildernis. Als u omhoog kijkt, ziet u de wolken van zegen door de heldere lucht drijven. U ziet dat de Heere beloofd heeft „water uit te gieten op hem, die dorst, en stromen waters op de dorre grond.”
U vraagt Hem die beloften aan uw ziel te vervullen. U hebt niets om op te pleiten dan Zijn belofte, en geen andere aanbeveling dan uw eigen dorheid. Hij stelt u in staat Hem aan te roepen. Hij luistert naar dat roepen, en op Zijn tijd giet Hij water uit op uw dorstige ziel en waterstromen op uw dorstig en uitgedroogd hart. O, mocht het besef van onze eigen armoede en nood in Zijn heilige hand een middel zijn om ons die zegen te doen zoeken die alleen Hij kan geven!
O God, Gij zijt mijn toeverlaat!
Mijn God, U zoek ik met verlangen,
zo ras wij ’t morgenlicht ontvangen
bij ’t krieken van de dageraad.
O Heer, mijn ziel en lichaam hijgen
en dorsten naar U in een land,
dat dor en mat van droogte brandt,
waar niemand lafenis kan krijgen.
Psalm 63:1
Aan de lezer…
Misschien ziet u in uzelf niets dan een wildernis. Is uw hart dor en uitgedroogd, en vindt u er geen vrucht en geen leven in? Wees dan niet ontmoedigd, want juist uw dorheid maakt de belofte zo passend en zo lieflijk. De Heere heeft niet gezegd dat Hij Zijn Geest zal gieten op hen die al vruchtbaar zijn, maar op hem die dorst en op de dorre grond.
U hebt niets om op te pleiten dan Zijn eigen Woord, en geen andere aanbeveling dan uw armoede. Dat is genoeg. Breng uw dorstige ziel bij Hem, en vraag Hem te doen wat Hij beloofd heeft. Hij luistert naar het roepen van een nooddruftig hart, en op Zijn tijd zal Hij water uitgieten en Zijn zegen geven, niet karig, maar overvloedig. Laat het besef van uw armoede u dan niet van Hem wegdrijven, maar juist naar Hem toe drijven, want alleen Hij kan die zegen geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For I will pour water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground: I will pour My Spirit upon thy seed, and My blessing upon thine offspring.
Isaiah 44:3
In pouring out His Spirit upon Zion’s offspring, God pours out therewith every spiritual blessing that there is in His heart or hands to bestow. Whatever earthly good you may enjoy, without the blessing of God it will but prove a curse; whatever afflictions fall to your earthly lot, if God blesses them, they must all eventually be made a blessing. Nor is this blessing niggardly given, for the Lord has here promised that He will POUR it out! It shall be given as profusely and as abundantly as the Spirit Himself. Nor shall Zion doubt either the blessing itself or the source whence it comes, for it carries its own evidence, shines in the light of its own testimony, and manifests itself by its own effects.
And does not the contrast between the dry ground and the promised showers of blessing enhance it all the more? Your very barrenness and sterility make the promise all the more suitable, and therefore all the more sweet. If you look into yourself, a barren wilderness meets your view. If you look up, you see the clouds of blessing floating in the pure sky. You see that the Lord has promised to “pour water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground.”
You beg of Him to fulfill that promise to your soul. You have no other plea but His own word of promise, no other recommendation but your own miserable barrenness. He enables you to cry to Him. He listens to that cry, and in His own time pours water upon your thirsty soul, and floods upon your dry and parched heart. O may a sense of our poverty and destitution be ever a means, in His sacred hand, of leading us to seek that blessing which He alone can bestow!
To the reader…
Perhaps you see nothing in yourself but a wilderness. Is your heart dry and parched, and do you find no fruit and no life in it? Then do not be discouraged, for your very barrenness makes the promise all the more suitable and all the more sweet. The Lord has not said that He will pour out His Spirit on those who are already fruitful, but upon him that is thirsty and upon the dry ground.
You have nothing to plead but His own Word, and no other recommendation than your poverty. That is enough. Bring your thirsty soul to Him, and ask Him to do what He has promised. He listens to the cry of a needy heart, and in His own time He will pour out water and give His blessing, not sparingly, but abundantly. So let the sense of your poverty not drive you away from Him, but draw you towards Him, for He alone can give that blessing.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque yo derramaré aguas sobre el secadal, y ríos sobre la tierra árida: mi espíritu derramaré sobre tu generación, y mi bendición sobre tus renuevos.
Isaías 44:3
Al derramar Su Espíritu sobre la descendencia de Sion, Dios derrama con Él toda bendición espiritual que hay en Su corazón o en Sus manos para otorgar. Cualquier bien terrenal que usted disfrute, sin la bendición de Dios solo resultará una maldición; cualesquiera aflicciones que le toquen en su suerte terrenal, si Dios las bendice, todas tendrán que convertirse finalmente en bendición. Y esta bendición no se da con mezquindad, porque el Señor ha prometido aquí que la DERRAMARÁ. Será dada tan profusa y abundantemente como el Espíritu mismo. Ni dudará Sion de la bendición misma ni de la fuente de donde viene, porque lleva consigo su propia evidencia, brilla en la luz de su propio testimonio y se manifiesta por sus propios efectos.
¿Y no realza todo ello aún más el contraste entre la tierra árida y las lluvias de bendición prometidas? Su misma esterilidad y aridez hacen la promesa tanto más adecuada, y por tanto tanto más dulce. Si mira usted dentro de sí, se le presenta a la vista un desierto estéril. Si mira hacia arriba, ve las nubes de bendición flotando en el cielo puro. Ve que el Señor ha prometido “derramar aguas sobre el secadal, y ríos sobre la tierra árida.”
Usted le ruega que cumpla esa promesa en su alma. No tiene otro argumento sino Su propia palabra de promesa, ni otra recomendación sino su propia miserable esterilidad. Él le capacita para clamar a Él. Él escucha ese clamor, y a Su propio tiempo derrama aguas sobre su alma sedienta y ríos sobre su corazón seco y reseco. ¡Oh, que el sentir de nuestra pobreza y desamparo sea siempre un medio, en Su sagrada mano, para llevarnos a buscar aquella bendición que solo Él puede otorgar!
Al lector…
Quizá no ve usted en sí mismo sino un desierto. ¿Está su corazón seco y reseco, y no halla en él ni fruto ni vida? Entonces no se desanime, porque su misma esterilidad hace la promesa tanto más adecuada y tanto más dulce. El Señor no ha dicho que derramará Su Espíritu sobre los que ya son fructíferos, sino sobre el secadal y sobre la tierra árida.
No tiene nada que alegar sino Su propia Palabra, ni otra recomendación que su pobreza. Eso basta. Traiga a Él su alma sedienta, y pídale que haga lo que ha prometido. Él escucha el clamor de un corazón menesteroso, y a Su propio tiempo derramará aguas y dará Su bendición, no con mezquindad, sino abundantemente. Que el sentir de su pobreza no le aleje de Él, sino que le atraiga hacia Él, porque solo Él puede dar esa bendición.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl