Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
Johannes 3:3

Ware godsvrucht begint ermee dat Goddelijk licht en Goddelijk leven de ziel binnenkomen. Hoe en vanwaar het komt, weet de ziel niet; „want de wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar kunt niet zeggen van waar hij komt en waar hij henen gaat; zo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is.” De wind zelf wordt niet gezien, maar zijn uitwerking wordt gevoeld. Het geluid van de wind wordt gehoord in de toppen van de moerbeibomen, waar God Zelf niet gezien wordt. De stem van de Heere, krachtig en vol majesteit, werd gehoord door hen die geen gestalte zagen (Deut. 4:12). Zo worden de uitwerkingen gevoeld, ook al zijn de oorzaken onbekend.

Stromen vloeien het hart binnen uit een onbekende bron; lichtstralen vallen in de ziel van een zon die nog niet is opgegaan; en tekenen van leven wekken in ons een nieuw leven uit een onzichtbare levensbron. De pasgeboren zuigeling voelt leven in al zijn leden, hoewel hij zijn aardse vader, uit wie dat leven voortkwam, nog niet kent. Zo zijn ook wedergeboren zielen zich bewust van gevoelens die hun tot dan toe onbekend waren. Zij voelen de eb en vloed van een geheimzinnig, onbegrijpelijk getij van leven in hun hart, ook al is het „Abba, Vader” nog niet over hun lippen gekomen.

Het lichaam van een mens is ontvankelijk voor elk gevoel: van de kras van een speld tot een dodelijke wond, van een voorbijgaande pijn tot een ongeneeslijke ziekte. Het hart kan zijn gewone slag geen enkele seconde vertragen of stilstaan zonder dat een bijzondere gewaarwording dat aangeeft. Zouden gewaarwordingen dan wel teken en bewijs zijn van het natuurlijke leven, maar niet van het geestelijke? Zou ons onedele deel — het schepsel van een dag, ons vergankelijke lichaam, ons stof uit het stof — gewaarwordingen hebben om elke smart en elk genot uit te drukken, en trillen bij elke verandering, uitwendig zowel als inwendig? En zou onze onsterfelijke ziel dan niet evenzeer voorzien zijn van zo’n barometer, die door stijgen en dalen de stand van het geestelijke leven aangeeft? We moeten het daarom al op de drempel van de levende godzaligheid vaststellen: als iemand zich niet bewust is geweest van nieuwe gevoelens, en niet min of meer nauwkeurig een bepaald moment kan aanwijzen, een nooit te vergeten tijd, waarin die gevoelens ongevraagd in zijn hart kwamen, dan is hij nog niet overgegaan uit de dood in het leven. Wie dit niet kent, is niet in Christus. Want wie geen nieuw schepsel is, is niet in Christus (2 Kor. 5:17).

Ps. 31:13

Aan de lezer…

Misschien weet u niet hoe en vanwaar het begon, en durft u daarom niet te geloven dat er iets van Gods werk in u is. U hoort het geluid van de wind en kunt niet zeggen waar hij vandaan komt. Maar is er geen eb en vloed in uw hart geweest die u vroeger niet kende: een zucht om licht, een smart over de zonde, een uitzien naar wat u niet ziet? De pasgeboren zuigeling kent zijn vader nog niet, en toch leeft hij.

Wees dan eerlijk, maar ook teder voor uzelf. Een ziel die nooit iets heeft gevoeld van het binnenkomen van Goddelijk licht en leven, heeft reden te vrezen. Maar een ziel die de wind hoort, al ziet zij hem niet, mag weten dat de Geest waait waar Hij wil. Misschien is het „Abba, Vader” nog niet over uw lippen gekomen; bid dan dat Hij dat leven in u laat doorbreken, totdat u Hem in Christus bij name kent.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl