Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

10 april

Christus’ opstanding

Vandaag

3 min. lezen

Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem.
Romeinen 6:8, 9

De opstanding van de Heere Jezus wordt gezien als het meest wonderbaarlijke bewijs van de almacht van God. Waarom is dat zo? Natuurlijk niet alleen omdat het dode lichaam van de Heere Jezus tot leven werd gewekt, want dat wonder was al eerder gebeurd bij Lazarus en bij de zoon van de weduwe, en in vele andere gevallen. Het was omdat God, door Christus uit de doden op te wekken, miljoenen verloste zondaren met Hem opwekte (Rom. 6:4). Hij wekte hen ook op uit al hun zonden en ellende, die Zijn heilig hoofd hadden doen buigen, omdat Hij ze allemaal de dood en het graf in had gedragen. Daarom wordt over de Kerk gezegd dat zij „met Christus levend is gemaakt” en „samen met Hem is opgewekt” (Ef. 5:2), en wordt over de gelovigen gesproken als „opgewekt met Christus” (Kol. 3:1).

Wat een levend kind van God nu verlangt te ondervinden, is de kracht van deze opstanding. Hij is in het verborgene en werkelijk samen met Christus levend gemaakt bij en door Zijn opstanding uit de doden. Nu verlangt hij de geestelijke kracht van die opstanding bewust in zijn eigen ziel te ervaren. Daardoor zal hij kunnen opstaan uit de banden van de dood, die hem zo vaak stevig vasthouden. De kracht van Christus die de ziel levend maakt, vernieuwt en verlost, blijkt zo buitengewoon groot dat de apostel haar vergelijkt met de almacht die God uitoefende toen Hij Jezus uit de doden opwekte.

Want hoewel de gelovige werkelijk samen met Jezus levend werd gemaakt toen Hij uit de doden opstond, en al uit het graf van dood en zonde is opgestaan door de kracht die hem nieuw en levend voor God maakt, zinkt hij toch vaak terug in een duister graf van vleselijkheid en dood. Daarom verlangt hij dat er een grote kracht in zijn ziel wordt uitgeoefend: de kracht van Christus’ opstanding. Want hij heeft dezelfde almacht nodig die Jezus uit de doden opwekte, om hem opnieuw op te wekken tot geloof, hoop en liefde. De opstanding van Jezus, en zijn deel daaraan als een levend gemaakt lid van Zijn lichaam, is de zekere belofte dat hij weer gezegend zal worden met deze vernieuwende, levendmakende genade.

Maar o, wat een kracht is het, wanneer men af en toe in het binnenste voelt dat deze kracht de ziel binnengaat, zoals de kracht van God het graf van Christus binnenging en Hem uit de doden opwekte! En door het ondervinden van deze kracht met Christus op te staan tot licht, leven, vrijheid en liefde — dat is het Koninkrijk van God te bezitten, dat niet alleen „gelegen is in woorden”, maar dat „rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door de Heilige Geest” is (1 Kor. 4:20; Rom. 14:17).

Lezen: Romeinen 6:1-14

Aan de lezer…

Hoe vaak zinkt u terug in een duister graf van vleselijkheid en dood, zodat u zich afvraagt of er ooit leven in uw ziel geweest is? Dat is de klacht van menig levend kind van God. Wie door genade met Christus is opgewekt, ondervindt toch telkens weer de banden van de dood die hem stevig vasthouden. U hebt dan niet minder nodig dan dezelfde almacht die de Heere Jezus uit de doden opwekte, om u opnieuw op te wekken tot geloof, hoop en liefde.

Maar hoor wat dit woord zegt: Christus, opgewekt zijnde uit de doden, sterft niet meer; de dood heerst niet meer over Hem. Zijn opstanding is de zekere belofte dat u, als een levend gemaakt lid van Zijn lichaam, weer met die vernieuwende genade gezegend zult worden. Zucht dan om de kracht van Zijn opstanding in uw ziel. Wanneer zij komt, staat u op tot het licht, de vrijheid en de liefde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl