10 maart
Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft.
Romeinen 1:16
Wat wordt verstaan onder het woord „kracht”? Het is een uitdrukking, die veel voorkomt in het Nieuwe Testament. Het Koninkrijk Gods, zo wordt er gezegd, is niet gelegen in woorden, maar in kracht; en het ware geloof, zo leest men, bestaat niet in de wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods. Wat is dan kracht? Het is een Goddelijke werking, die God Zelf in de ziel schept.
Het kan eigenlijk niet door woorden worden uitgedrukt of verklaard, zo, dat het door ons natuurlijk begrip verstaan wordt. Om het te kennen moet het gevoeld en daadwerkelijk in de ziel ondervonden worden, zal hij er enig geestelijk begrip voor hebben. Maar „Uw volk”, lezen wij, „zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht.” En wanneer het Evangelie tot de ziel komt door de toepassing van de gezegende Geest, en de Goddelijke kracht het vergezelt, ofschoon de kracht daarvan door de persoon zelf niet kan omschreven worden, dan wordt dit kenbaar door de vruchten, die eruit voortkomen.
Bijvoorbeeld, er is een arm zondaar, veroordeeld door de wet en naar zijn begrip voor eeuwig onder haar verschrikkelijke vloek liggende. Hij kan mogelijk zien, dat er een zaligheid in Christus is en in niemand anders, maar hij kan niet de hand op Christus leggen, noch ontkomen aan de veroordeling, waaronder hij ligt. Waarom? Omdat het Evangelie in zijn ziel niet is geworden een kracht Gods tot zaligheid. Maar hij bedelt, roept, bidt en smeekt God om genade. Gedurig tracht hij God te zoeken en bidt Hem zijn ziel genadig te zijn. Doch hij kan geen vrede vinden in zijn consciëntie; hij is nog in moeite en verslagenheid, nedergedrukt en in banden, vanwege schuld en vrees. Hier is dan iemand, die uitziet naar „kracht”.
Nu, wanneer het de Heere behaagt enig deel van Zijn gezegend Woord aan zijn ziel toe te passen, of enige bijzondere belofte tot hem te spreken, dan verwekt de kracht, die dit Woord of die belofte vergezelt, een bijzonder geloof, waardoor dat deel van Gods heilig Woord, hetwelk van Christus of van die bijzondere belofte spreekt, wordt aangegrepen. Hier dan ligt de kracht, door het Evangelie medegedeeld. Nu is het Evangelie tot hem gekomen, „niet slechts in woorden”, zoals het dit voorheen mag gedaan hebben, hem toentertijd in schuld en vrees latende, „maar in kracht”. En door het geloof alzo in hem verwekt, gelooft hij in Jezus tot behouding zijner ziel. Tevoren kon hij in Hem niet geloven, want het geloof als zodanig was ontbloot van kracht, het liet hem waar het hem vond, verlaten en hulpeloos, als de man, die onder de rovers gevallen was. Neen, hij kon evenzeer getracht hebben een wereld te scheppen, als te geloven in de Zoon van God tot behoudenis.
Maar zodra hij gelooft wat de Heilige Geest toepast, vloeit een zoete en geheiligde kracht in zijn ziel, die de twijfel en vrees afdrijft en de schuld van zijn consciëntie wegneemt. De nevelen en de mist, die maanden lang over zijn ziel hingen, trekken op; en de dierbare Jezus wordt hem ontdekt, terwijl de beloften van het Evangelie voor zijn ogen als de dauwdruppen in de herfst zijn. Dit geeft hem een onuitsprekelijke nabijheid van God, door de Persoon, het bloed en de gerechtigheid van Christus, zoals hij nooit gekend had, totdat het Evangelie kwam met kracht en het geloof in zijn ziel verwekt was.
Aan de lezer…
Zoekt u, lezer, naar kracht? U ziet wel dat er zaligheid is in Christus en in niemand anders, maar u kunt uw hand niet op Hem leggen. U bidt en smeekt om genade, en toch blijft u in schuld en vrees, gebonden en nedergedrukt. Weet dan dat dit geen teken is dat u buitengesloten bent. Het Evangelie is nog niet met kracht in uw ziel gekomen, en die kracht kan geen mens zichzelf geven.
Maar de Heere kan het. Eén woord, één belofte, door de Geest toegepast, kan geloof verwekken waar het tevoren onmogelijk scheen. Dan trekken de nevelen op die maanden lang over uw ziel hingen, en wordt de dierbare Jezus u ontdekt. Blijf daarom roepen en wachten. Het Evangelie van Christus is „een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft”, en ook voor u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft.
Romeinen 1:16
Wat wordt verstaan onder het woord „kracht”? Het is een uitdrukking die veel voorkomt in het Nieuwe Testament. Het Koninkrijk van God, zo wordt gezegd, bestaat niet in woorden, maar in kracht; en het ware geloof, zo lezen we, bestaat niet in de wijsheid van mensen, maar in de kracht van God. Wat is dan kracht? Het is een goddelijke werking die God Zelf in de ziel teweegbrengt.
Eigenlijk kan zij niet zo met woorden worden uitgedrukt of verklaard dat ons natuurlijk verstand haar begrijpt. Om haar te kennen moet zij gevoeld en daadwerkelijk in de ziel ervaren worden, wil iemand er enig geestelijk begrip van hebben. Maar „Uw volk”, lezen wij, „zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht.” En wanneer het Evangelie door de toepassing van de gezegende Geest tot de ziel komt en de goddelijke kracht het vergezelt, dan wordt dat kenbaar aan de vruchten die eruit voortkomen, ook al kan de persoon zelf die kracht niet omschrijven.
Neem bijvoorbeeld een arme zondaar, veroordeeld door de wet, die naar zijn besef voor eeuwig onder haar verschrikkelijke vloek ligt. Hij kan misschien zien dat er zaligheid is in Christus en in niemand anders, maar hij kan zijn hand niet op Christus leggen en evenmin ontkomen aan de veroordeling waaronder hij ligt. Waarom niet? Omdat het Evangelie in zijn ziel nog geen kracht van God tot zaligheid geworden is. Maar hij bedelt, roept, bidt en smeekt God om genade. Steeds weer probeert hij God te zoeken en bidt hij Hem zijn ziel genadig te zijn. Toch kan hij geen vrede vinden in zijn geweten; hij is nog in moeite en verslagenheid, neergedrukt en in banden door schuld en vrees. Hier is dan iemand die uitziet naar „kracht”.
Wanneer het de Heere nu behaagt een deel van Zijn gezegend Woord aan zijn ziel toe te passen, of een bijzondere belofte tot hem te spreken, dan wekt de kracht die dit Woord of die belofte vergezelt, een bijzonder geloof op. Daardoor wordt dat deel van Gods heilig Woord dat van Christus spreekt, of die bijzondere belofte, aangegrepen. Hier ligt dan de kracht die door het Evangelie wordt meegedeeld. Nu is het Evangelie tot hem gekomen „niet slechts in woorden”, zoals het voorheen misschien gedaan heeft, toen het hem in schuld en vrees liet, „maar in kracht”. En door het geloof dat zo in hem gewekt is, gelooft hij in Jezus tot behoud van zijn ziel.
Tevoren kon hij niet in Hem geloven, want het geloof als zodanig was zonder kracht. Het liet hem waar het hem vond, verlaten en hulpeloos, zoals de man die onder de rovers gevallen was. Nee, hij had net zo goed kunnen proberen een wereld te scheppen als te geloven in de Zoon van God tot behoudenis. Maar zodra hij gelooft wat de Heilige Geest toepast, stroomt er een zoete en geheiligde kracht in zijn ziel, die twijfel en vrees verdrijft en de schuld van zijn geweten wegneemt. De nevels en de mist die maandenlang over zijn ziel hingen, trekken op; de dierbare Jezus wordt hem ontdekt, en de beloften van het Evangelie zijn voor zijn ogen als de dauwdruppels in de herfst. Dit geeft hem een onuitsprekelijke nabijheid van God, door de Persoon, het bloed en de gerechtigheid van Christus, zoals hij die nooit gekend had voordat het Evangelie met kracht kwam en het geloof in zijn ziel gewekt was.
Aan de lezer…
Zoekt u, lezer, naar kracht? U ziet wel dat er zaligheid is in Christus en in niemand anders, maar u kunt uw hand niet op Hem leggen. U bidt en smeekt om genade, en toch blijft u in schuld en vrees, gebonden en neergedrukt. Weet dan dat dit geen teken is dat u buitengesloten bent. Het Evangelie is nog niet met kracht in uw ziel gekomen, en die kracht kan geen mens zichzelf geven.
Maar de Heere kan het. Eén woord, één belofte, door de Geest toegepast, kan geloof wekken waar het tevoren onmogelijk leek. Dan trekken de nevels op die maandenlang over uw ziel hingen, en wordt de dierbare Jezus u ontdekt. Blijf daarom roepen en wachten. Het Evangelie van Christus is „een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft”, ook voor u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For I am not ashamed of the gospel of Christ: for it is the power of God unto salvation to every one that believeth.”
Romans 1:16
What is meant by the word “power?” It is a term much used in the New Testament. “The kingdom of God,” it is declared, “is not in word, but in power;” and true faith is said to “stand not in the wisdom of men, but in the power of God.” What, then, is power? It is a divine operation that God Himself puts forth in the soul. It cannot be described by words, nor explained so as to be understood by our mental capacity. It must be felt to be known; and must be realized in a man’s own soul before he can have any spiritual conception of it. “Your people,” we read, “shall be made willing in the day of Your power.”
And when the gospel does come to the soul by the application of the blessed Spirit, and a divine power accompanies it, though the power itself cannot be described even by the person himself, it is made known by the effects which follow it. For instance, here is a poor wretch condemned by the law, and in his apprehensions lying forever under its fearful curse. He may, perhaps, see there is salvation in Christ, and know in his judgment there is salvation in no other; but he cannot lay hold of Christ, nor get from under the condemnation he feels. Why? Because the gospel is not made the power of God unto salvation to his soul.
But how he begs, cries, prays, and supplicates God to have mercy on him. Continually he is endeavoring to seek God, and beseech Him to have mercy on his soul. But he cannot get peace to his conscience; he is still in trouble and distress, bowed down with bondage, guilt, and fear. Here is a man longing for “power.”
Now, when the Lord is pleased to apply some portion of His blessed Word to his soul, or to speak home some particular promise, the power which accompanies this raises up a special faith, whereby that portion of God’s holy Word, which speaks of Christ, or that particular promise is laid hold of. Here, then, is “power” communicated with the gospel. The gospel has now come to him, “not in word only,” as it might often have done before, leaving him all the while in guilt and fear, but with “power;” and, by the faith thus raised up, he believes in Jesus to the saving of his soul. He could not believe in Him before, for his faith, such as it was, being devoid of power, left him where it found him, as forlorn and helpless as the man who fell among thieves. No. He might as well attempt to create a world, as to believe in the Son of God unto deliverance.
But no sooner does he believe what the Holy Spirit applies, than a sweet and sacred power comes into his soul, which takes away his doubts and fears; dispels guilt from his conscience; banishes the mists and fogs that for months have hung over his soul; reveals in him a precious Jesus; makes the promises of the gospel to glitter before his eyes like dew-drops in autumn; and gives him an unspeakable nearness to God, through the Person, blood, and righteousness of Christ, such as he never knew until the gospel came with power, and faith was raised up in his soul.
To the reader…
Are you, dear reader, looking for power? You do see that there is salvation in Christ and in no one else, but you cannot lay your hand on Him. You pray and plead for mercy, and yet you remain in guilt and fear, bound and bowed down. Know, then, that this is no sign that you are shut out. The gospel has not yet come into your soul with power, and no one can give himself that power.
But the Lord can. One word, one promise, applied by the Spirit, can raise up faith where it seemed impossible before. Then the mists that hung over your soul for months will lift, and the precious Jesus will be revealed to you. Keep on crying, therefore, and waiting. The gospel of Christ is “the power of God unto salvation to every one that believeth”, and that includes you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Porque no me avergüenzo del evangelio: porque es potencia de Dios para salud a todo aquel que cree.”
Romanos 1:16
¿Qué se quiere decir con la palabra “potencia”? Es un término muy usado en el Nuevo Testamento. “El reino de Dios”, se declara, “no consiste en palabras, sino en virtud”; y de la fe verdadera se dice que “no está fundada en sabiduría de hombres, mas en poder de Dios”. ¿Qué es, pues, el poder? Es una operación divina que Dios mismo ejerce en el alma. No puede describirse con palabras, ni explicarse de modo que la entienda nuestra capacidad mental. Ha de sentirse para conocerse, y ha de hacerse real en la propia alma del hombre antes de que este pueda tener alguna idea espiritual de ella. “Tu pueblo”, leemos, “serálo de buena voluntad en el día de Tu poder.”
Y cuando el evangelio llega al alma por la aplicación del bendito Espíritu, y un poder divino lo acompaña, aunque el poder mismo no pueda ser descrito ni aun por la persona misma, se da a conocer por los efectos que lo siguen. Por ejemplo, he aquí un pobre miserable condenado por la ley, y que, según su sentir, yace para siempre bajo su terrible maldición. Quizá vea que hay salvación en Cristo, y sepa en su entendimiento que en ningún otro hay salvación; pero no puede asirse de Cristo, ni salir de debajo de la condenación que siente. ¿Por qué? Porque el evangelio no se ha hecho para su alma potencia de Dios para salud.
¡Pero cómo ruega, clama, ora y suplica a Dios que tenga misericordia de él! Continuamente procura buscar a Dios y rogarle que tenga misericordia de su alma. Pero no puede hallar paz para su conciencia; sigue en angustia y aflicción, encorvado bajo la servidumbre, la culpa y el temor. He aquí un hombre que anhela “poder”.
Ahora bien, cuando al Señor le place aplicar a su alma alguna porción de Su bendita Palabra, o hacerle llegar al corazón alguna promesa particular, el poder que acompaña a esto levanta una fe especial, por la cual se ase de aquella porción de la santa Palabra de Dios que habla de Cristo, o de aquella promesa particular. He aquí, pues, “poder” comunicado con el evangelio. El evangelio ha venido ahora a él, “no en palabra solamente”, como a menudo pudo haber venido antes, dejándole todo el tiempo en culpa y temor, sino “en potencia”; y por la fe así levantada cree en Jesús para la salvación de su alma. Antes no podía creer en Él, porque su fe, tal como era, falta de poder, le dejaba donde le había hallado, tan desamparado e impotente como el hombre que cayó en manos de ladrones. No. Lo mismo podría intentar crear un mundo que creer en el Hijo de Dios para liberación.
Pero tan pronto como cree lo que el Espíritu Santo aplica, entra en su alma un poder dulce y sagrado que le quita sus dudas y temores; disipa la culpa de su conciencia; ahuyenta las nieblas y brumas que durante meses han pesado sobre su alma; revela en él a un Jesús precioso; hace que las promesas del evangelio brillen ante sus ojos como gotas de rocío en otoño; y le da una cercanía inefable a Dios, por medio de la Persona, la sangre y la justicia de Cristo, como nunca la conoció hasta que el evangelio vino con poder y la fe fue levantada en su alma.
Al lector…
¿Busca usted, querido lector, poder? Ve bien que hay salvación en Cristo y en ningún otro, pero no puede poner la mano sobre Él. Ora y suplica misericordia, y aun así permanece en culpa y temor, atado y encorvado. Sepa, pues, que esto no es señal de que esté excluido. El evangelio todavía no ha venido a su alma con poder, y nadie puede darse ese poder a sí mismo.
Pero el Señor sí puede. Una palabra, una promesa, aplicada por el Espíritu, puede levantar la fe donde antes parecía imposible. Entonces se levantarán las nieblas que durante meses pesaron sobre su alma, y el precioso Jesús le será revelado. Siga, por tanto, clamando y esperando. El evangelio de Cristo es “potencia de Dios para salud a todo aquel que cree”, y eso le incluye a usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl