10 februari
Heere! voor U is mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
Psalm 38:10
Velen van Gods volk kunnen niet duidelijk hun namen lezen in het boek des levens; veel zijn de twijfelingen en vrees die in hun boezem werken, of de Heere wel waarlijk een werk van genade aan hun zielen begonnen is, en of zij waarlijk behoren tot de levende huisgenoten des Heeren. Maar dit moeten zij weten, of zij bij tijden kunnen liggen aan de voetbank der genade en roepen tot een God Die de harten doorzoekt: „Al mijn begeerte is voor U niet verborgen.” Zij moeten het weten of zij ooit in onderwerping en met een gebroken hart voor de Majesteit Gods neervielen en voelden dat dit vurig verlangen uitging van hun hart tot de oren van de Heere Zebaoth, en of zij eerlijk, rond en oprecht de taal die voor ons ligt, kunnen uitspreken: „Heere! voor U is al mijn begeerte. Gij ziet mijn hart en kent alles wat in mijn beroerde ziel omgaat.”
Als u dat kunt zeggen, is er een teken van leven. Als dat bij tijden het gevoel van uw hart geweest is, dan ziet u dat het hetzelfde gevoel was dat in het hart van David werkte. En God achtte het nodig dat het opgetekend werd door de vinger des Geestes en geplaatst als een plechtig gedenkteken tot vertroosting en bemoediging van zielen die in dergelijke omstandigheden verkeren.
Niets is, o Oppermajesteit,
bedekt voor Uw alwetendheid.
Gij kent mij, Gij doorgrondt mijn daan.
Gij weet mijn zitten en mijn staan.
Wat ik beraad of wil betrachten,
Gij kent van verre mijn gedachten.
Doorgrond m’ en ken mijn hart, o Heer!
Is ’t geen ik denk niet tot Uw eer?
Beproef m’ en zie of mijn gemoed
iets kwaads, iets onbehoorlijks voed’,
en doe mij toch met vaste schreden
de weg ter zaligheid betreden.
Ps. 139:1, 14
Aan de lezer…
U die uw naam niet duidelijk kunt lezen in het boek des levens, weet dat u niet de enige bent. Velen van Gods volk dragen die vrees met zich mee en vragen zich af of de Heere wel waarlijk een werk in hun ziel begonnen is. Ik verwijt hun dat niet, maar stel een eenvoudige vraag: hebt u bij tijden aan de voetbank der genade gelegen en met een gebroken hart kunnen zeggen: „Heere! voor U is al mijn begeerte”?
Als dat het gevoel van uw hart geweest is, dan is er een teken van leven. Het is hetzelfde zuchten dat in het hart van David werkte, en God heeft het laten optekenen tot troost van zielen die in dergelijke omstandigheden verkeren. U behoeft dus niet eerst zekerheid te hebben voordat u tot Hem gaat. Breng Hem uw verlangen, uw onrust en uw verwarde gedachten; Hij doorzoekt de harten, en uw zuchten is voor Hem niet verborgen. Die het zuchten wekte, zal het ook verhoren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere! voor U is mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
Psalm 38:10
Velen van Gods volk kunnen hun naam niet duidelijk lezen in het boek van het leven. Er leven veel twijfels en vrezen in hun binnenste: heeft de Heere werkelijk een werk van genade in hun ziel begonnen, en behoren zij werkelijk tot de levende huisgenoten van de Heere? Maar dit moeten zij wel weten: of zij soms aan de voetbank van de genade kunnen liggen en roepen tot een God Die de harten doorzoekt: „Al mijn begeerte is voor U niet verborgen.” Zij moeten weten of zij ooit in onderwerping en met een gebroken hart voor de Majesteit van God neervielen en voelden dat dit vurige verlangen uit hun hart opging tot de oren van de Heere Zebaoth. En zij moeten weten of zij eerlijk, ronduit en oprecht de woorden die voor ons liggen kunnen uitspreken: „Heere! voor U is al mijn begeerte. Gij ziet mijn hart en kent alles wat in mijn beroerde ziel omgaat.”
Als u dat kunt zeggen, is er een teken van leven. Als dat soms het gevoel van uw hart geweest is, dan ziet u dat het hetzelfde gevoel was dat in het hart van David werkte. En God achtte het nodig dat het door de vinger van de Geest werd opgetekend en neergezet als een plechtig gedenkteken, tot troost en bemoediging van zielen die in zulke omstandigheden verkeren.
Niets is, o Oppermajesteit,
bedekt voor Uw alwetendheid.
Gij kent mij, Gij doorgrondt mijn daan.
Gij weet mijn zitten en mijn staan.
Wat ik beraad of wil betrachten,
Gij kent van verre mijn gedachten.
Doorgrond m’ en ken mijn hart, o Heer!
Is ’t geen ik denk niet tot Uw eer?
Beproef m’ en zie of mijn gemoed
iets kwaads, iets onbehoorlijks voed’,
en doe mij toch met vaste schreden
de weg ter zaligheid betreden.
Ps. 139:1, 14
Aan de lezer…
U die uw naam niet duidelijk kunt lezen in het boek van het leven, weet dat u niet de enige bent. Velen van Gods volk dragen die vrees met zich mee en vragen zich af of de Heere wel werkelijk een werk in hun ziel begonnen is. Ik verwijt hun dat niet, maar stel een eenvoudige vraag: hebt u soms aan de voetbank van de genade gelegen en met een gebroken hart kunnen zeggen: „Heere! voor U is al mijn begeerte”?
Als dat het gevoel van uw hart geweest is, dan is er een teken van leven. Het is hetzelfde zuchten dat in het hart van David werkte, en God heeft het laten optekenen tot troost van zielen die in zulke omstandigheden verkeren. U hoeft dus niet eerst zekerheid te hebben voordat u tot Hem gaat. Breng Hem uw verlangen, uw onrust en uw verwarde gedachten. Hij doorzoekt de harten, en uw zuchten is voor Hem niet verborgen. Hij Die het zuchten wekte, zal het ook verhoren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Lord, all my desire is before Thee; and my groaning is not hid from Thee.
Psalm 38:9
Many of the Lord’s people cannot clearly read their names in the book of life; many are the doubts and fears that work in their bosom whether the Lord really has begun a work of grace upon their souls, and whether they truly are among the Lord’s living family. But this thing they must know—whether at times and seasons they can lie in humility at the footstool of mercy, and appeal to a heart-searching God—“All my desire is before Thee.”
They must know whether they ever fell down in humility and brokenness of heart before the divine Majesty, and felt these living desires going out of their bosom into the ears of the Lord of Sabaoth; and whether they can, with honesty, uprightness, and godly sincerity, say to the Lord in the language before us, “O Lord, all my desire is before Thee.” “Thou seest my heart, and knowest everything that passes in my troubled breast.”
If you can say that, it is a mark of life. If that has been the feeling of your heart from time to time, you find it was the same feeling that worked in the bosom of David. And God saw fit that it should be written by the finger of the Spirit, and placed upon solemn record for the consolation and encouragement of souls in similar circumstances.
To the reader…
You who cannot clearly read your name in the book of life, know that you are not the only one. Many of God’s people carry that fear with them and wonder whether the Lord has truly begun a work in their soul. I do not reproach them for it, but ask a simple question: have you at times lain at the footstool of mercy and been able to say with a broken heart, “Lord, all my desire is before Thee”?
If that has been the feeling of your heart, there is a mark of life. It is the same sighing that worked in the heart of David, and God has had it recorded for the comfort of souls in such circumstances. So you do not need to have assurance first before you go to Him. Bring Him your longing, your unrest and your confused thoughts. He searches the hearts, and your groaning is not hid from Him. He Who awakened the sighing will also answer it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Señor, delante de Ti están todos mis deseos; y mi suspiro no Te es oculto.
Salmo 38:9
Muchos del pueblo del Señor no pueden leer claramente su nombre en el libro de la vida; muchas son las dudas y temores que obran en su pecho acerca de si el Señor ha comenzado realmente una obra de gracia en su alma, y si de verdad están entre la familia viva del Señor. Pero esto sí han de saberlo: si en ciertos tiempos y ocasiones pueden postrarse con humildad ante el estrado de la misericordia y apelar a un Dios que escudriña los corazones: “Delante de Ti están todos mis deseos”.
Han de saber si alguna vez cayeron con humildad y quebrantamiento de corazón delante de la divina Majestad, y sintieron esos deseos vivos salir de su pecho hacia los oídos del Señor de los ejércitos; y si pueden, con honradez, rectitud y sinceridad piadosa, decir al Señor en el lenguaje que tenemos delante: “Oh Señor, delante de Ti están todos mis deseos”. “Tú ves mi corazón, y sabes todo lo que pasa en mi pecho atribulado”.
Si usted puede decir eso, es una señal de vida. Si ese ha sido de cuando en cuando el sentimiento de su corazón, hallará que era el mismo sentimiento que obraba en el pecho de David. Y Dios tuvo a bien que fuese escrito por el dedo del Espíritu y puesto en registro solemne para consuelo y aliento de las almas en circunstancias semejantes.
Al lector…
Usted que no puede leer claramente su nombre en el libro de la vida, sepa que no es el único. Muchos del pueblo de Dios llevan consigo ese temor y se preguntan si el Señor ha comenzado verdaderamente una obra en su alma. No se lo reprocho, pero hago una pregunta sencilla: ¿se ha postrado usted a veces ante el estrado de la misericordia y ha podido decir con corazón quebrantado: “Señor, delante de Ti están todos mis deseos”?
Si ese ha sido el sentimiento de su corazón, hay en ello una señal de vida. Es el mismo suspirar que obraba en el corazón de David, y Dios lo hizo registrar para consuelo de las almas en tales circunstancias. Así que no necesita tener primero seguridad antes de acudir a Él. Tráigale su anhelo, su inquietud y sus pensamientos confusos. Él escudriña los corazones, y su suspiro no está oculto para Él. Aquel que despertó el suspiro también le responderá.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl