Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren; die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.
1 Petrus 2:5

Gods kinderen hebben veel zware kwellingen, uitputtende verzoekingen en veel krachtige oefeningen nodig om enigszins in vorm te worden gehouwen en bijgesneden, totdat zij enige overeenkomst vertonen met het beeld van Christus. Want zij zijn niet als het lijdzame marmer onder de handen van de beeldhouwer, dat zich zonder morren en ook zonder gevoel laat bewerken, terwijl hier een hoek wordt afgehouwen en daar een uitstekende rand met de beitel wordt afgerond. Nee, Gods volk zijn levende stenen, en daarom voelen zij elke slag. Wij zijn zo gevoelig van huid dat wij het niet kunnen verdragen dat er ook maar een draadje moeite op ons wordt gelegd; wij deinzen zelfs terug voor de aanraking van het ijzer. Om dan door de hand van God, door houwen, hakken en beitelen, tot zo’n gedaante en vorm te worden behouwen, afgehakt en gebeiteld: o, wat een pijnlijk werk is dat!

Maar als de zuil kon weten en zeggen wat de beeldhouwer deed, zou zij dan niet zien dat geen enkele slag tevergeefs was? Wij weten dat de beeldhouwer in sommige delen van het marmer de breedte van één haar niet te klein en niet te groot mag maken, anders bederft hij het hele beeld. Hij weet heel goed waar hij de beitel moet plaatsen, in welke richting, en met hoeveel kracht hij met zijn houten hamer moet slaan. En zou God dan niet weten — Hij Die de geestelijke pilaren ieder op hun bestemde plaats zet, zodat zij „hoekstenen” zijn, uitgehouwen naar de gelijkenis van een paleis — zou God dan niet weten, zeg ik, waar Hij de slag moet toebrengen, welke vleselijke uitstekende hoek Hij moet afslaan, en hoe Hij de hele zuil moet vormen, van de voet tot het kapiteel, zodat zij precies de vorm en de verhoudingen krijgt die Hij haar wilde geven?

Wanneer de Heere dan op onze zielen werkt, hebben wij geen slag te veel of te weinig gehad, en zullen wij er ook nooit een te veel of te weinig krijgen, en nooit in een verkeerde richting. Er zal juist zoveel aan ons bewerkt worden als God behaagt, om van ons te maken wat Hij wilde dat wij zouden zijn. Hoeveel moeite zouden wij ons besparen als wij ons geduldig konden onderwerpen aan Gods liefdeslagen en geen andere wil kenden dan de Zijne!

Ps. 141:15

Aan de lezer…

Hier wordt gesproken over de slagen van de hamer en de beitel. Voelt u ze, en deinst u terug voor de aanraking van het ijzer? Dat is niet vreemd, want Gods volk is geen lijdzaam marmer, maar zij zijn levende stenen, die elke slag voelen. Het houwen, hakken en beitelen is pijnlijk werk; dat wordt u niet verzwegen.

Maar weet de Meester niet waar Hij de slag moet toebrengen en welke vleselijke uitstekende hoek Hij moet afslaan? Hij zet Zijn beitel nooit in een verkeerde richting en geeft geen slag te veel of te weinig. Wat u nu zo onverklaarbaar treft, dient om u enige overeenkomst te geven met het beeld van Christus en u te bouwen tot een geestelijk huis. Moge Hij u genade geven om u geduldig aan Zijn liefdeslagen te onderwerpen en geen andere wil te kennen dan de Zijne.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl