November 10
Zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren; die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.
1 Petrus 2:5
Gods kinderen hebben vele ernstige kwellingen, afmattende verzoekingen en vele krachtige oefeningen nodig, om hen enigszins te behouwen naar de vorm en te besnijden tot zij enige overeenkomst hebben met het beeld van Christus. Want zij zijn niet gelijk het lijdelijke marmer onder de handen des beeldhouwers, dat zich zonder morren en ook zonder gevoel leent, om hier een hoek te zien afhouwen, en die uitstekende hoek te zien afronden door de beitel; maar Gods volk zijn levende stenen en voelen daarom elke slag. Wij zijn zo gevoelig van huid, dat wij niet kunnen uitstaan, dat een draadje moeite op ons worde gelegd; wij deinzen zelfs terug voor de aanraking van het ijzer. Om dus door de hand van God door houwen, hakken en beitelen tot zulk een gedaante en vorm behouwen, afgehakt en gebeiteld te worden, o welk pijnlijk werk is dit!
Maar zo de zuil kon weten en zeggen, wat de beeldhouwer deed, zou zij dan niet zien, dat geen enkele slag tevergeefs was? Wij weten het, de beeldhouwer moet in sommige delen van het marmer de breedte van een enkel haar noch te klein, noch te groot maken, of hij zal het ganse beeld bederven. Hij weet zeer goed waar hij de beitel moet plaatsen en in welke richting en met hoeveel kracht hij met zijn houten hamer slaan moet. En weet God dan niet, Die de geestelijke pilaren elk op zijn bestemde plaats bevestigt, opdat zij „hoekstenen” zijn, uitgehouwen naar de gelijkenis van een paleis – weet God dan niet, zeg ik, waar de slag toe te brengen, welke vleselijke uithoek af te slaan en hoe de gehele kolom te fatsoeneren, van de basis tot het kapiteel, opdat zij dezelfde vorm en dezelfde verhouding zou hebben, welke Hij eraan wenste te geven?
Zo de Heere dan op onze zielen werkt, hebben wij geen slag te veel of te weinig gehad en zullen er nooit een te veel of te weinig krijgen, en nooit in een verkeerde richting, maar er zal juist zoveel in ons te werken zijn als God behaagt, om van ons te maken wat Hij wilde, dat wij zijn zouden. Hoeveel moeite zouden wij ons besparen, zo wij ons geduldig konden onderwerpen aan Gods liefdeslagen en geen andere wil kenden dan de Zijne.
Ps. 141:15
Aan de lezer…
Hier wordt gesproken over de slagen van de hamer en de beitel. Voelt u ze, en deinst u terug voor de aanraking van het ijzer? Dat is niet vreemd, want Gods volk zijn geen lijdelijk marmer, maar levende stenen, die elke slag voelen. Het houwen, hakken en beitelen is pijnlijk werk; dat wordt u niet verzwegen.
Maar weet de Meester niet waar de slag toe te brengen en welke vleselijke uithoek af te slaan? Hij plaatst Zijn beitel nooit in een verkeerde richting en geeft geen slag te veel of te weinig. Wat u nu zo onverklaarbaar treft, dient om u enige overeenkomst te geven met het beeld van Christus en u te bouwen tot een geestelijk huis. Moge Hij u genade geven om u geduldig aan Zijn liefdeslagen te onderwerpen, en geen andere wil te kennen dan de Zijne.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren; die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.
1 Petrus 2:5
Gods kinderen hebben veel zware kwellingen, uitputtende verzoekingen en veel krachtige oefeningen nodig om enigszins in vorm te worden gehouwen en bijgesneden, totdat zij enige overeenkomst vertonen met het beeld van Christus. Want zij zijn niet als het lijdzame marmer onder de handen van de beeldhouwer, dat zich zonder morren en ook zonder gevoel laat bewerken, terwijl hier een hoek wordt afgehouwen en daar een uitstekende rand met de beitel wordt afgerond. Nee, Gods volk zijn levende stenen, en daarom voelen zij elke slag. Wij zijn zo gevoelig van huid dat wij het niet kunnen verdragen dat er ook maar een draadje moeite op ons wordt gelegd; wij deinzen zelfs terug voor de aanraking van het ijzer. Om dan door de hand van God, door houwen, hakken en beitelen, tot zo’n gedaante en vorm te worden behouwen, afgehakt en gebeiteld: o, wat een pijnlijk werk is dat!
Maar als de zuil kon weten en zeggen wat de beeldhouwer deed, zou zij dan niet zien dat geen enkele slag tevergeefs was? Wij weten dat de beeldhouwer in sommige delen van het marmer de breedte van één haar niet te klein en niet te groot mag maken, anders bederft hij het hele beeld. Hij weet heel goed waar hij de beitel moet plaatsen, in welke richting, en met hoeveel kracht hij met zijn houten hamer moet slaan. En zou God dan niet weten — Hij Die de geestelijke pilaren ieder op hun bestemde plaats zet, zodat zij „hoekstenen” zijn, uitgehouwen naar de gelijkenis van een paleis — zou God dan niet weten, zeg ik, waar Hij de slag moet toebrengen, welke vleselijke uitstekende hoek Hij moet afslaan, en hoe Hij de hele zuil moet vormen, van de voet tot het kapiteel, zodat zij precies de vorm en de verhoudingen krijgt die Hij haar wilde geven?
Wanneer de Heere dan op onze zielen werkt, hebben wij geen slag te veel of te weinig gehad, en zullen wij er ook nooit een te veel of te weinig krijgen, en nooit in een verkeerde richting. Er zal juist zoveel aan ons bewerkt worden als God behaagt, om van ons te maken wat Hij wilde dat wij zouden zijn. Hoeveel moeite zouden wij ons besparen als wij ons geduldig konden onderwerpen aan Gods liefdeslagen en geen andere wil kenden dan de Zijne!
Ps. 141:15
Aan de lezer…
Hier wordt gesproken over de slagen van de hamer en de beitel. Voelt u ze, en deinst u terug voor de aanraking van het ijzer? Dat is niet vreemd, want Gods volk is geen lijdzaam marmer, maar zij zijn levende stenen, die elke slag voelen. Het houwen, hakken en beitelen is pijnlijk werk; dat wordt u niet verzwegen.
Maar weet de Meester niet waar Hij de slag moet toebrengen en welke vleselijke uitstekende hoek Hij moet afslaan? Hij zet Zijn beitel nooit in een verkeerde richting en geeft geen slag te veel of te weinig. Wat u nu zo onverklaarbaar treft, dient om u enige overeenkomst te geven met het beeld van Christus en u te bouwen tot een geestelijk huis. Moge Hij u genade geven om u geduldig aan Zijn liefdeslagen te onderwerpen en geen andere wil te kennen dan de Zijne.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ye also, as lively stones, are built up a spiritual house, an holy priesthood, to offer up spiritual sacrifices, acceptable to God by Jesus Christ.
1 Peter 2:5
God’s people require many severe afflictions, harassing temptations, and many powerful trials to hew them into any good shape, to chisel them into any conformity to Christ’s image. For they are not like the passive marble under the hands of the sculptor, which will submit without murmuring, and indeed without feeling, to have this corner chipped off, and that jutting angle rounded by the chisel; but God’s people are living stones, and, therefore, they feel every stroke. We are so tender-skinned that we cannot bear a thread of trouble to lie upon us, we shrink from even the touch of the chisel. To be hewed, then, and squared, and chiseled by the hand of God into such shapes and forms as please Him, O what painful work it is!
But if the stone could know—if it could tell what the sculptor was doing, would it not see that not a single stroke was made in vain? The sculptor, we know, must not make a single hair’s breadth too little or too much in some parts of the marble, or he will spoil the statue. He knows perfectly well where to place the chisel, and in what direction, and with what force to strike it with the mallet. And does not God, Who fixes the spiritual pillars each in its destined spot, that they may be “like graceful pillars, carved to beautify a palace” (Ps. 144:12), know where to inflict the stroke, what ‘carnal jutting angle’ to chip off, and how to chisel the whole column, from the base to the top, so that it shall wear the very shape and the very same proportion which He designs that it should wear?
If the Lord, then, is at work upon our souls, we have not had, we are not now having, we shall never have, one stroke too much, one stroke too little, one stroke in the wrong direction, but there shall be just sufficient to work in us that which is pleasing in God’s sight, and to make us that which He would have us to be. What a great deal of trouble would we be spared if we could only patiently submit to the Lord’s afflicting stroke and know no will but His.
To the reader…
Here we read of the strokes of the mallet and the chisel. Do you feel them, and do you shrink from the touch of the iron? That is not strange, for God’s people are not passive marble, but living stones, who feel every stroke. The hewing, chipping and chiselling is painful work; that is not hidden from you.
But does not the Master know where to strike the blow and which carnal jutting angle to chip off? He never sets His chisel in a wrong direction and gives no stroke too many or too few. What now strikes you as so inexplicable serves to give you some conformity to the image of Christ and to build you up into a spiritual house. May He give you grace to submit patiently to His strokes of love and to know no will but His.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Vosotros también, como piedras vivas, sed edificados una casa espiritual, y un sacerdocio santo, para ofrecer sacrificios espirituales, agradables a Dios por Jesucristo.
1 Pedro 2:5
El pueblo de Dios necesita muchas aflicciones severas, tentaciones acosadoras y muchas pruebas poderosas para ser labrado en alguna buena forma, para ser cincelado en alguna conformidad con la imagen de Cristo. Porque no son como el mármol pasivo bajo las manos del escultor, que se somete sin murmurar, y en verdad sin sentir, a que le quiten esta esquina y le redondeen con el cincel aquel ángulo saliente; sino que el pueblo de Dios son piedras vivas, y por eso sienten cada golpe. Tenemos la piel tan sensible que no podemos soportar que un hilo de aflicción descanse sobre nosotros; retrocedemos aun ante el toque del cincel. Ser, pues, labrados, escuadrados y cincelados por la mano de Dios en las formas y figuras que a Él Le placen, ¡oh, qué obra tan dolorosa es!
Pero si la piedra pudiera saber, si pudiera decir lo que el escultor está haciendo, ¿no vería que ni un solo golpe se da en vano? El escultor, como sabemos, no debe quitar ni el grueso de un cabello de menos o de más en ciertas partes del mármol, o echará a perder la estatua. Sabe perfectamente dónde colocar el cincel, en qué dirección y con qué fuerza golpearlo con el mazo. ¿Y no sabe Dios, Quien fija las columnas espirituales cada una en su lugar destinado, para que sean “como esquinas labradas a manera de las de un palacio” (Salmo 144:12), dónde descargar el golpe, qué ‘ángulo saliente carnal’ quitar, y cómo cincelar toda la columna, desde la base hasta lo alto, de modo que tenga exactamente la forma y la misma proporción que Él ha determinado que tenga?
Si el Señor, pues, está obrando en nuestras almas, no hemos tenido, no estamos teniendo ahora, ni tendremos jamás, un golpe de más, un golpe de menos, un golpe en dirección equivocada, sino que habrá exactamente los suficientes para obrar en nosotros lo que es agradable a los ojos de Dios, y para hacernos lo que Él quiere que seamos. ¡Cuánta aflicción nos ahorraríamos si tan solo pudiéramos someternos con paciencia al golpe afligidor del Señor y no conocer otra voluntad que la Suya!
Al lector…
Aquí leemos de los golpes del mazo y del cincel. ¿Los siente usted, y retrocede ante el toque del hierro? No es extraño, porque el pueblo de Dios no es mármol pasivo, sino piedras vivas, que sienten cada golpe. El labrar, quitar y cincelar es una obra dolorosa; eso no se le oculta.
Pero ¿no sabe el Maestro dónde descargar el golpe y qué ángulo saliente carnal quitar? Él nunca pone Su cincel en dirección equivocada y no da ni un golpe de más ni de menos. Lo que ahora le parece tan inexplicable sirve para darle alguna conformidad con la imagen de Cristo y para edificarle como casa espiritual. Que Él le dé gracia para someterse con paciencia a Sus golpes de amor y no conocer otra voluntad que la Suya.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl