Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

1 maart

Vandaag

3 min. lezen

De gemeente Gods, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.
Handelingen 20:28

De verzoening voor de zonden staat of valt met de Godheid van Christus. Als wij Zijn Godheid loochenen, moeten wij de verzoening loochenen. Want welke waarde kan er liggen in het bloed van een gewoon mens, zodat God omwille daarvan zonden zou vergeven? Dat zien de socinianen duidelijk in, en daarom loochenen zij de verzoening helemaal. Maar als er geen verzoening is, geen offer, geen zoenoffer voor de zonde, waar moeten wij dan heen zien voor vergeving en vrede? Waar wij onze ogen ook heen wenden, daar is vertwijfeling, en wij mogen dan wel de taal van de gevallen engel tot de onze maken:

Ik ellendige, waarheen zal ik vlièn?
Oneindige toorn en wanhoop, mitsdien
De hel, is mijn deel; ’k ben mijzelf een hel.
En in deez’ ellend’ dreigt mij daarbij nog wel
Een zwaarder en dieper; dan is deze nog klein
En schijnt deze hel mij een hemel te zijn.

Maar wanneer wij met het oog van het geloof de Zoon van God de wet zien gehoorzamen, en zien hoe Hij door Zijn doen en sterven, door Zijn arbeid en lijden, aan de geschonden gerechtigheid van de Allerhoogste een offer voor de zonde opoffert, dan zien wij zo’n heerlijkheid en zo’n waarde doorstralen in iedere gedachte, ieder woord en iedere daad van Zijn lijdende mensheid, dat wij Hem omhelzen. En wij omhelzen Hem in alles wat Hij is en heeft, met elke begeerte en genegenheid van onze wedergeboren ziel. Hier ligt heel onze godsdienst; heel ons geloof, onze hoop en onze liefde stromen hierheen en zijn als het ware gericht en gevestigd op Jezus Christus, en Die gekruisigd.

En zonder een zeker deel daaraan in ons hart en in ons geweten hebben wij geen godsdienst die die naam waard is. Er is niets wat ons redt of heiligt, niets wat ons bevrijdt van de schuld, de onreinheid, de liefde, de kracht en de praktijk van de zonde, niets wat ons ondersteunt in het leven of vertroost in het sterven, of wat geldt voor de eeuwigheid, dan dit offer.

De weg waarlangs wij komen tot de kennis van en het geloof in de Godheid van Christus, is dan allereerst dat wij behoefte voelen aan alles wat Hij is als Zaligmaker, en wel als een volkomen Zaligmaker. En daarna dat wij door de gezegende Geest een openbaring van Hem in onze ziel ontvangen. Wanneer Hij zo geopenbaard en nabijgebracht is, zien wij met het oog van het geloof Zijn zuivere en volkomen mensheid en Zijn eeuwige Godheid; en wij zien deze twee onderscheiden naturen verenigd, maar niet vermengd, in onze heerlijke Persoon, Immanuël, God met ons. Totdat wij zo begunstigd worden, kunnen wij de Godheid van Christus wel in de Schrift zien en er in zoverre in geloven, maar wij hebben niet het toe-eigenend geloof waardoor wij met Thomas kunnen zeggen: „Mijn Heere en mijn God!”

Aan de lezer…

Vandaag wordt u gevraagd waar u heen ziet voor vergeving en vrede. Als het bloed van Christus het bloed van een gewoon mens was, zou er voor een schuldige ziel nergens hoop zijn, en waar u uw ogen ook heen wendde, zou u alleen vertwijfeling vinden. Maar de gemeente is verkregen door Gods eigen bloed. Daarom heeft dat offer zo’n waarde dat het geen enkele zonde te zwaar laat zijn.

Hoe komt een ziel tot die kennis? Eerst door te voelen dat zij een volkomen Zaligmaker nodig heeft, en dan doordat de Geest Hem in het hart openbaart. Voelt u dat gebrek? Dan bent u op de weg. Bid dat de Heere Zichzelf zo nabijbrengt dat u niet alleen in de Schrift leest dat Hij God is, maar met Thomas mag uitroepen: „Mijn Heere en mijn God!”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl