De opening Uwer woorden geeft licht.
Psalm 119:130
Het behaagt somtijds de gezegende Geest om getuigenis te geven aangaande Jezus, en enig gedeelte der Schrift te openen dat van Jezus spreekt; ja, een Goddelijk licht voor onze verbaasde ogen te ontsluiten, of enige heldere stralen der Evangeliewaarheid in onze ziel te doen afdalen, waardoor wij Jezus zien. Wij worden in de gewaarwording onzer ziel soms gebracht bij de begeerten der Grieken, die waren opgekomen tot het feest om te aanbidden, en die tot Jezus kwamen en zeiden: „Wij wilden Jezus wel zien”; en uit enige bevatting van Zijn schoonheid en beminnelijkheid storten wij onze ziel voor God uit en zeggen: „Wij wilden Jezus wel zien.” Wij hebben behoefte om Zijn liefde te gevoelen, om onze ogen gezalfd te hebben, teneinde Zijn heerlijkheid te kunnen aanschouwen; om op Hem te kunnen zien als voor ons gekruisigd en onze zonden dragende in Zijn lichaam op het hout, opdat wij een zoet en gezegend deelgenootschap mochten hebben met Hem als onze lijdende Borg; en alzo door het geloof ingaan in de lengte en breedte en diepte en hoogte van Zijn liefde, die alle kennis te boven gaat.
Waar een werk der genade in de ziel gevonden wordt, daar zal dit hevig verlangen naar Christus aanwezig zijn, al is het niet altijd even sterk. De ziel die waarlijk van God onderwezen wordt, vindt geen rust dan in Jezus, en zij kan buiten deze rust, die bestaat in een bevindelijke kennis van de Zoon van God, geopenbaard door de Heilige Geest, geen voldoening vinden. Maar aan de genieting van deze geestelijke rust kan een lange tijd van uitstel voorafgaan; donkere wolken kunnen maanden en jaren aaneen de genadestoel omhullen; het kruis van Christus kan niet gezien worden; de Heilige Geest houdt Zich terug in het vervullen van Zijn verbondsbediening, door de zaken uit Christus niet te nemen en ze aan de ziel voor te stellen. En waar deze hemelse openbaringen ontbreken, kunnen wij ons aandeel in de dingen der zaligheid niet vaststellen, noch ook ons hart verzekeren dat wij, wanneer wij dit leven afleggen, een gebouw bij God zullen hebben, bereid van vóór de grondlegging der wereld.
Met handen bedekt Hij het licht en doet aan hetzelve verbod door degene die tussendoor komt. Er zijn vele twijfelingen en vrezen, achterdocht, vermoeden en jaloersheid, of wij niet geheel en al bedrogen zijn. Op die tijden schijnt alles tegenover ons te staan, om ons te kenmerken als zijnde niet anders dan gewone belijders. Het is in zulke donkere en sombere tijden dat de opening der woorden Gods ons licht geeft.
De een of andere belofte wordt dierbaar in het hart afgedrukt. Bijvoorbeeld: „Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Als die belofte met kracht in het hart komt, dan sterkt zij het geloof, en de vermoeide pelgrim komt tot de Heere, zich vermoeid en zwaar beladen gevoelende, en hij wordt somtijds voor enige ogenblikken de zoete rust gewaar. Hij wordt gewaar uit zijn gevallen staat, met al deszelfs gevolgen, Jezus te aanschouwen in Zijn genade en schoonheid. Hij wordt begunstigd, in alle eenvoud, zoals hij is, zich op Jezus te werpen, en enig gevoel van Zijn verzoenend bloed, stervende liefde en volkomen verzoening voor de zonde wordt voor hem ontsloten.
Het geloof springt op, vat het aan en omhelst het, en de ziel begint de geur en zoetigheid van de gezegende kracht van des Zaligmakers bloed en liefde te smaken. Zo geeft de opening van Gods woorden licht, en hij gevoelt door de Goddelijke inkomst van hetgeen God uitwendig heeft geopenbaard, dat inkerend licht in de kameren van zijn ziel wordt ontstoken, en hij kan in zekere mate de kracht van het kruis van Christus in zijn hart ontwaren.
Aan de lezer…
Zijn de wolken over de genadestoel bij u al lang zo donker, waarde lezer, dat u vreest geheel en al bedrogen te zijn? Kunt u uw aandeel in de dingen der zaligheid niet vaststellen, en schijnt alles tegen u te staan? Houd dan moed, al is het met een bevend hart. Die twijfelingen en vrezen bewijzen niet dat er geen werk der genade is; waar dat werk is, daar is ook dat hevig verlangen om Jezus te zien, al is het niet altijd even sterk.
Het is juist in zulke donkere tijden dat de opening van Gods woorden licht geeft. Eén belofte, met kracht in het hart gebracht, kan de vermoeide pelgrim doen komen tot Hem Die zegt: „Komt tot Mij, en Ik zal u rust geven.” Werp u dan, zoals u bent, op Hem neer. Hij Die het licht bedekt, kan het ook weer doen opgaan, en zal u Zijn verzoenend bloed en stervende liefde doen smaken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl