November 9
Begenadigd in de Geliefde.
Efeze 1:6
Wij zoeken altijd iets in onszelf om ons aannemelijk voor God te maken, en worden dikwijls terneergeslagen en ontmoedigd, wanneer wij die heiligheid, die gehoorzaamheid, die kalme onderwerping aan de wil van God, die opgewektheid van ziel, die vroomheid en hemelsgezindheid, die wij aannemelijk achten in Zijn oog, niet kunnen vinden. Onze verkeerde gemoedsgesteldheid; ons gemelijk en ontevreden gemoed; onze oproerige gedachten; onze koelheid; onze dorheid en onze sterke neiging tot het kwade, met het dagelijks gevoel dat wij niet beter, maar eerder slechter worden, doen ons denken, dat God ons beschouwt, zoals wij onszelf beschouwen.
En dit veroorzaakt grote verduistering des verstands en slaafsheid des geestes, tot wij onze aanneming in Christus uit het gezicht schijnen te verliezen en verzinken in de ellendige droesem van het eigen ik, bijna gereed om met God te twisten, omdat wij zo ver achterlijk zijn, en eerder slechter dan beter worden. Hoe meer wij nu in de droesem van eigengerechtigheid verzinken, en hoe meer wij staren op die treurige tonelen van achteruitgang en verderf, die ons hart dagelijks vertoont, des te meer verwijderen wij ons van de genade van het Evangelie, en des te meer verliezen wij de enige grond onzer aanneming bij God uit het oog.
Het is „in de Geliefde” dat wij zijn aangenomen, en niet om enige goede woorden, of goede werken, goede gedachten, goede harten, of goede bedoelingen van onszelf. En een zaligende kennis van onze aanneming „in de Geliefde”, onafhankelijk van alles wat in ons is, goed of kwaad, is een vaste grond van ons geloof en onze hoop, en zal ons behoeden tot wanhoop te vervallen.
Welzalig elk, die ’t recht betracht,
die t’ alle tijd’ Zijn wetten acht.
O Heer, laat mij naar ’t welbehagen,
dat G’ in Uw volk steeds hebt getoond,
ook roem op Uw bescherming dragen,
en met Uw zegen zijn bekroond.
Ps. 106:2
Aan de lezer…
Wat een woord: „Begenadigd in de Geliefde.” Zoekt u ook altijd iets in uzelf om u aannemelijk te maken voor God? En vindt u in plaats van heiligheid en hemelsgezindheid slechts koelheid, dorheid, oproerige gedachten en het dagelijks gevoel dat u eerder slechter dan beter wordt? Dan denkt u licht dat God u zo beschouwt als u uzelf beschouwt, en raakt u verzonken in de droesem van het eigen ik.
Zie toch af van die treurige tonelen in uw hart. Het is niet om uw goede woorden, werken, gedachten of bedoelingen dat iemand aangenomen wordt, maar alleen „in de Geliefde”. Daar ligt de enige grond, en die grond verandert niet met uw gestalte. Moge de Heere u een zaligende kennis geven van die aanneming in Christus, onafhankelijk van alles wat in u is, goed of kwaad; zij zal u voor wanhoop behoeden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Begenadigd in de Geliefde.
Efeze 1:6
Wij zoeken altijd iets in onszelf om ons aangenaam te maken voor God. En vaak zijn wij terneergeslagen en ontmoedigd wanneer wij die heiligheid niet kunnen vinden, die gehoorzaamheid, die kalme onderwerping aan de wil van God, die opgewektheid van ziel, die vroomheid en hemelsgezindheid die wij in Zijn oog aangenaam achten. Onze verkeerde gemoedsgesteldheid, ons knorrige en ontevreden gemoed, onze opstandige gedachten, onze koelheid, onze dorheid en onze sterke neiging tot het kwade, met daarbij het dagelijkse besef dat wij niet beter maar eerder slechter worden: dat alles doet ons denken dat God ons ziet zoals wij onszelf zien.
Dit brengt grote verduistering van het verstand en slaafsheid van de geest teweeg, totdat wij onze aanneming in Christus uit het oog lijken te verliezen. Dan verzinken wij in de ellendige droesem van het eigen ik en zijn wij bijna bereid met God te twisten, omdat wij zo ver achterblijven en eerder slechter dan beter worden. Hoe meer wij in de droesem van eigengerechtigheid verzinken, en hoe meer wij staren op de treurige taferelen van achteruitgang en verderf die ons hart dagelijks laat zien, hoe verder wij ons verwijderen van de genade van het Evangelie. En hoe meer verliezen wij dan de enige grond van onze aanneming bij God uit het oog.
Het is „in de Geliefde” dat wij zijn aangenomen, en niet om goede woorden of goede werken, goede gedachten, een goed hart of goede bedoelingen van onszelf. Een zaligende kennis van onze aanneming „in de Geliefde”, los van alles wat in ons is, goed of kwaad, is een vaste grond voor ons geloof en onze hoop, en zal ons ervoor bewaren in wanhoop te vervallen.
Welzalig elk, die ’t recht betracht,
die t’ alle tijd’ Zijn wetten acht.
O Heer, laat mij naar ’t welbehagen,
dat G’ in Uw volk steeds hebt getoond,
ook roem op Uw bescherming dragen,
en met Uw zegen zijn bekroond.
Ps. 106:2
Aan de lezer…
Wat een woord: „Begenadigd in de Geliefde.” Zoekt u ook altijd iets in uzelf om u aangenaam te maken voor God? En vindt u in plaats van heiligheid en hemelsgezindheid alleen koelheid, dorheid, opstandige gedachten en het dagelijkse besef dat u eerder slechter dan beter wordt? Dan denkt u al snel dat God u zo ziet als u uzelf ziet, en raakt u verzonken in de droesem van het eigen ik.
Kijk toch weg van die treurige taferelen in uw hart. Niemand wordt aangenomen om zijn goede woorden, werken, gedachten of bedoelingen, maar alleen „in de Geliefde”. Daar ligt de enige grond, en die grond verandert niet met uw gestalte. Moge de Heere u een zaligende kennis geven van die aanneming in Christus, los van alles wat in u is, goed of kwaad; zij zal u voor wanhoop bewaren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Accepted in the Beloved.
Ephesians 1:6
We are ever looking for something in SELF to make ourselves acceptable to God, and are often sadly cast down and discouraged when we cannot find that holiness, that obedience, that calm submission to the will of God, that serenity of soul, that spirituality and heavenly-mindedness which we believe to be acceptable in His sight. Our crooked tempers, fretful peevish minds, rebellious thoughts, coldness, barrenness and death, our alienation from good, and headlong proneness to evil, with the daily feeling that we get no better but rather worse, make us think that God views us just as we view ourselves. And this brings on great darkness of mind and bondage of spirit, until we seem to lose sight of our acceptance in Christ, and get into the miserable dregs of SELF, almost ready to quarrel with God because we are so vile, and only get worse as we get older.
Now the more we get into these dregs of SELF, and the more we keep looking at the dreadful scenes of wreck and ruin which our heart presents to daily view, the farther do we get from the grace of the gospel, and the more do we lose sight of the only ground of our acceptance with God. It is “in the Beloved” alone, that we are accepted, and not for any good words, or good works, good thoughts, good hearts, or good intentions of our own.
And a saving knowledge of our acceptance “in the Beloved,” independent of everything in us either good or bad, is a firm foundation for our faith and hope, and will keep us from sinking altogether into despair.
To the reader…
What a word: “Accepted in the Beloved.” Are you, too, always looking for something in yourself to make you acceptable to God? And instead of holiness and heavenly-mindedness, do you find only coldness, barrenness, rebellious thoughts and the daily feeling that you are getting worse rather than better? Then you soon think that God sees you just as you see yourself, and you sink into the dregs of self.
Look away, then, from those sad scenes in your heart. No one is accepted for his good words, works, thoughts or intentions, but only “in the Beloved.” There lies the only ground, and that ground does not change with your frame of mind. May the Lord give you a saving knowledge of that acceptance in Christ, apart from everything in you, good or bad; it will keep you from despair.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Aceptos en el Amado.
Efesios 1:6
Siempre estamos buscando algo en el YO que nos haga aceptables a Dios, y a menudo quedamos tristemente abatidos y desanimados cuando no podemos hallar aquella santidad, aquella obediencia, aquella sumisión tranquila a la voluntad de Dios, aquella serenidad del alma, aquella espiritualidad y mente celestial que creemos aceptables a Sus ojos. Nuestro carácter torcido, nuestra mente inquieta y malhumorada, nuestros pensamientos rebeldes, la frialdad, la esterilidad y la muerte, nuestro alejamiento del bien y nuestra precipitada inclinación al mal, junto con el sentimiento diario de que no mejoramos sino que más bien empeoramos, nos hacen pensar que Dios nos ve exactamente como nosotros nos vemos. Y esto trae gran oscuridad de mente y esclavitud de espíritu, hasta que parecemos perder de vista nuestra aceptación en Cristo y caemos en las miserables heces del YO, casi dispuestos a contender con Dios porque somos tan viles, y solo empeoramos a medida que envejecemos.
Ahora bien, cuanto más nos metemos en estas heces del YO, y cuanto más seguimos mirando las terribles escenas de naufragio y ruina que nuestro corazón presenta a la vista cada día, tanto más nos alejamos de la gracia del evangelio, y tanto más perdemos de vista el único fundamento de nuestra aceptación delante de Dios. Solo “en el Amado” somos aceptos, y no por ninguna buena palabra, ni buena obra, buen pensamiento, buen corazón o buena intención nuestra.
Y un conocimiento salvador de nuestra aceptación “en el Amado”, independiente de todo lo que hay en nosotros, bueno o malo, es un fundamento firme para nuestra fe y esperanza, y nos guardará de hundirnos del todo en la desesperación.
Al lector…
¡Qué palabra: “Aceptos en el Amado”! ¿Busca usted también siempre algo en sí mismo que le haga aceptable a Dios? ¿Y en lugar de santidad y mente celestial halla solo frialdad, esterilidad, pensamientos rebeldes y el sentimiento diario de que empeora en vez de mejorar? Entonces pronto piensa que Dios le ve exactamente como usted se ve, y se hunde en las heces del yo.
Aparte, pues, la mirada de esas tristes escenas de su corazón. Nadie es acepto por sus buenas palabras, obras, pensamientos o intenciones, sino solo “en el Amado”. Allí está el único fundamento, y ese fundamento no cambia con su estado de ánimo. Que el Señor le dé un conocimiento salvador de esa aceptación en Cristo, aparte de todo lo que hay en usted, bueno o malo; le guardará de la desesperación.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl