6 de junio
Hoewel ik niets ben.
2 Korinthe 12:11
Paulus wilde niet zeggen dat hij geen godsdienst had, maar geen kracht in zichzelf. Wat? Kon Paulus geen verzoeking weerstaan? Neen, niet meer dan gij of ik, zonder de hulp van de genade Gods. Kon Paulus niet meer bidden dan ik? Neen, geenszins, tenzij de Geest der genade en des gebeds hem gegeven ware. Kon Paulus niet meer liefhebben dan ik? Ook strikt niets meer, en ook kon hij geen enkele geestelijke gedachte meer hebben, voor zover het hemzelf betrof.
Ik wil niet zeggen dat Paulus niet meer had, geloofde en liefhad dan iemand onzer dit kan. Hij zegt duidelijk: „In mij, dat is, in mijn vlees, woont niets goeds”; en daarom ook niet het goede des geloofs, der liefde en der Goddelijke gemeenschap. Wanneer nu de Heere een ziel zover vernederd heeft dat zij niets is, dan volbrengt Hij Zijn kracht in haar zwakheid; Hij geeft kracht om te bidden, kracht om te geloven, kracht om te hopen, lief te hebben en het Evangelie aan te nemen. Evenals bij de man met de verdorde hand, tot wie Jezus zeide: „Strek uw hand uit.” Zij was verdord en hij kon het dus zelf niet doen. Maar de kracht van Christus werd in zijn zwakheid volbracht; toen Hij het woord sprak, werd de verdorde hand uitgestrekt en gezond als de andere.
Zo ook met de dode Lazarus — hij sliep de slaap des doods; maar toen de stem der liefde en der macht tot in het graf doordrong: „Lazarus, kom uit!”, werd het leven volbracht in het dode lichaam. Zo ook met de helden des Ouden Verbonds, die „uit zwakheid krachten hebben gekregen” (Hebr. 11:34). En zo is het met een ieder van ons, naar zijn mate: onze zwakheid, hulpeloosheid en onmacht zijn het juist die de macht, de kracht en de genade van de Heere Jezus tevoorschijn brengen.
Maar die nu hulp’loos kermen,
verdrukt en vol gebrek,
brengt God door vrij ontfermen
haast in een hoog vertrek.
De vruchtbaarheid verheugt
hun huis van ganser harte.
D’ oprechten zien ’t met vreugd,
maar d’ ondeugd zwijgt met smarte.
Ps. 107:21
Aan de lezer…
Misschien, lezer, schaamt u zich diep over uw onmacht. U wilt bidden en kunt het niet; u wilt geloven, liefhebben en de verzoeking weerstaan, en u vindt in uzelf niets dan dorheid. Weet dan dat zelfs Paulus zeide: „Hoewel ik niets ben.” Zonder de genade Gods kon hij niet meer bidden, geloven of liefhebben dan u; in zijn vlees woonde niets goeds.
Dat is geen reden om de moed op te geven, want juist in zulke zwakheid volbrengt de Heere Zijn kracht. Zoals de verdorde hand werd uitgestrekt op het woord van Jezus, en de dode Lazarus uit het graf kwam toen Zijn stem tot hem doordrong, zo spreekt Hij ook tot een hulpeloze ziel. Uw onmacht is niet de grens van Zijn genade, maar de plaats waar zij zich openbaart. Wees dan niets in uzelf en verwacht alles van Hem; zo hebben ook de helden des geloofs uit zwakheid krachten gekregen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hoewel ik niets ben.
2 Korinthe 12:11
Paulus wilde niet zeggen dat hij geen godsdienst had, maar dat hij geen kracht in zichzelf had. Wat? Kon Paulus geen verzoeking weerstaan? Nee, niet meer dan u of ik, zonder de hulp van Gods genade. Kon Paulus niet beter bidden dan ik? Nee, helemaal niet, tenzij de Geest van de genade en van de gebeden hem gegeven werd. Kon Paulus niet meer liefhebben dan ik? Ook strikt genomen niets meer, en ook kon hij, voor zover het hemzelf betrof, geen enkele geestelijke gedachte meer hebben.
Ik wil niet zeggen dat Paulus niet meer bezat, geloofde en liefhad dan iemand van ons kan. Maar hij zegt duidelijk: „In mij, dat is, in mijn vlees, woont niets goeds”, en dus ook niet het goede van geloof, liefde en goddelijke gemeenschap. Wanneer de Heere een ziel zo ver vernederd heeft dat zij niets is, dan volbrengt Hij Zijn kracht in haar zwakheid. Hij geeft kracht om te bidden, kracht om te geloven, kracht om te hopen, lief te hebben en het Evangelie aan te nemen. Zo was het ook bij de man met de verdorde hand, tegen wie Jezus zei: „Strek uw hand uit.” Die hand was verdord, dus hij kon het zelf niet. Maar de kracht van Christus werd in zijn zwakheid volbracht: toen Hij het woord sprak, werd de verdorde hand uitgestrekt en werd zij gezond zoals de andere.
Zo was het ook met de dode Lazarus. Hij sliep de slaap van de dood, maar toen de stem van liefde en macht tot in het graf doordrong: „Lazarus, kom uit!”, werd het leven in het dode lichaam gewerkt. Zo was het ook met de helden van het Oude Verbond, die „uit zwakheid krachten hebben gekregen” (Hebr. 11:34). En zo is het met ieder van ons, naar zijn mate: juist onze zwakheid, hulpeloosheid en onmacht brengen de macht, de kracht en de genade van de Heere Jezus tevoorschijn.
Maar die nu hulp’loos kermen,
verdrukt en vol gebrek,
brengt God door vrij ontfermen
haast in een hoog vertrek.
De vruchtbaarheid verheugt
hun huis van ganser harte.
D’ oprechten zien ’t met vreugd,
maar d’ ondeugd zwijgt met smarte.
Ps. 107:21
Aan de lezer…
Misschien, lezer, schaamt u zich diep over uw onmacht. U wilt bidden en kunt het niet; u wilt geloven, liefhebben en de verzoeking weerstaan, en u vindt in uzelf niets dan dorheid. Weet dan dat zelfs Paulus zei: „Hoewel ik niets ben.” Zonder Gods genade kon hij niet beter bidden, geloven of liefhebben dan u; in zijn vlees woonde niets goeds.
Dat is geen reden om de moed op te geven, want juist in zulke zwakheid volbrengt de Heere Zijn kracht. Zoals de verdorde hand werd uitgestrekt op het woord van Jezus, en de dode Lazarus uit het graf kwam toen Zijn stem tot hem doordrong, zo spreekt Hij ook tot een hulpeloze ziel. Uw onmacht is niet de grens van Zijn genade, maar de plaats waar zij zich openbaart. Wees dan niets in uzelf en verwacht alles van Hem; zo hebben ook de geloofshelden uit zwakheid krachten gekregen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Though I be nothing.
2 Corinthians 12:11
Paul did not mean to say that he had no religion–but none in himself. ‘What! could not Paul stand against temptation?’ Not more than you or I, unassisted by the grace of God. ‘Could not Paul pray more than I can?’ No, not at all, except so far as the spirit of grace and supplication was given to him.
‘Could not Paul love more than I do?’ Not a bit more, nor think a spiritual thought more, as far as self was concerned. I do not mean to say that Paul did not pray, believe, and love more than any of us do; but he did not perform these actions in himself one whit more than we can. He says, expressly, “In me, that is, in my flesh, dwells no good thing;” and therefore not the good thing of faith, or love, or divine communion.
Now when the Lord has brought a soul down to be nothing, He then makes His strength perfect in that nothingness; He communicates strength to pray, strength to believe, strength to hope, to love, to receive the gospel. Just like the poor man with the withered hand, to whom Jesus said, “Stretch forth your hand.” It was withered, he could not do it of himself. But Christ’s strength was made perfect in weakness–when He spoke the word, the withered hand was stretched forth, and became as whole as the other. So with the dead Lazarus–he was asleep in death; but when the voice of love and power penetrated into the tomb–“Lazarus, come forth,” life was made perfect in the dead corpse. So with the Old Testament worthies, who “out of weakness were made strong” (Heb. 11:34). And so, each in our measure, it is with us; our weakness, helplessness, and inability are the very things which draw forth the power, the strength, and the grace of Jesus.
To the reader…
Perhaps you are deeply ashamed of your inability. You want to pray and cannot; you want to believe, to love and to resist temptation, and you find nothing in yourself but barrenness. Then know that even Paul said, “Though I be nothing.” Without God’s grace he could not pray, believe or love any better than you; in his flesh dwelt no good thing.
That is no reason to lose heart, for it is precisely in such weakness that the Lord makes His strength perfect. As the withered hand was stretched forth at the word of Jesus, and the dead Lazarus came out of the grave when His voice reached him, so He also speaks to a helpless soul. Your inability is not the limit of His grace, but the place where it is revealed. Be nothing in yourself, then, and expect everything from Him; that is how the worthies of faith, too, out of weakness were made strong.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Aunque soy nada.
2 Corintios 12:11
Pablo no quería decir que no tuviera religión, sino que no la tenía en sí mismo. ‘¡Cómo! ¿No podía Pablo resistir la tentación?’ No más que usted o yo, sin la ayuda de la gracia de Dios. ‘¿No podía Pablo orar más que yo?’ No, en absoluto, salvo en la medida en que le fue dado el espíritu de gracia y de oración.
‘¿No podía Pablo amar más que yo?’ Ni un ápice más, ni pensar un pensamiento espiritual más, en lo que al yo se refería. No quiero decir que Pablo no orara, creyera y amara más que cualquiera de nosotros; pero no realizaba estos actos en sí mismo ni un ápice más de lo que podemos nosotros. Él dice expresamente: “En mí (es a saber, en mi carne) no mora el bien”; y por tanto tampoco el bien de la fe, o del amor, o de la comunión divina.
Ahora bien, cuando el Señor ha abatido a un alma hasta ser nada, entonces perfecciona Su fuerza en esa nada; comunica fuerza para orar, fuerza para creer, fuerza para esperar, para amar, para recibir el evangelio. Igual que el pobre hombre de la mano seca, a quien Jesús dijo: “Extiende tu mano”. Estaba seca; no podía hacerlo por sí mismo. Pero la fuerza de Cristo se perfeccionó en la debilidad: cuando Él habló la palabra, la mano seca fue extendida y quedó tan sana como la otra. Así con Lázaro muerto: dormía en la muerte; pero cuando la voz de amor y poder penetró en el sepulcro, “Lázaro, ven fuera”, la vida fue perfeccionada en el cadáver. Así con los dignos del Antiguo Testamento, que “sacaron fuerzas de debilidad” (Hebreos 11:34). Y así, cada uno en nuestra medida, sucede con nosotros; nuestra debilidad, impotencia e incapacidad son precisamente lo que hace brotar el poder, la fuerza y la gracia de Jesús.
Al lector…
Quizá usted se avergüenza profundamente de su incapacidad. Quiere orar y no puede; quiere creer, amar y resistir la tentación, y no encuentra en sí mismo más que esterilidad. Sepa entonces que también Pablo dijo: “Aunque soy nada”. Sin la gracia de Dios no podía orar, creer ni amar mejor que usted; en su carne no moraba el bien.
Eso no es motivo para desanimarse, porque es precisamente en tal debilidad donde el Señor perfecciona Su fuerza. Así como la mano seca fue extendida a la palabra de Jesús, y Lázaro muerto salió del sepulcro cuando Su voz le alcanzó, así habla Él también a un alma impotente. Su incapacidad no es el límite de Su gracia, sino el lugar donde esta se revela. Sea, pues, nada en sí mismo, y espérelo todo de Él; así también los dignos de la fe sacaron fuerzas de debilidad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl