Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 Dagen Met Philpot

Vandaag
1 juni 365 dagen met Philpot

Christus’ zitten ter rechterhand Gods

Op een verse en levende weg, welke Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees.
Hebreeën 10:20

Volgens de wet deed de hogepriester elk jaar op de Grote Verzoendag, die eenmaal per jaar viel, op de tiende dag van de zevende maand, een plechtige verzoening: eerst voor de zonden van hemzelf en zijn huis, en daarna voor de ongerechtigheden van de kinderen Israëls (Lev. 16:34). Dit deed hij op twee manieren. Ten eerste offerde hij een jonge stier als zondoffer voor zichzelf, en een bok waarop het lot voor de Heere was gevallen als zondoffer voor zijn volk (Lev. 16:6, 9, 11). Ten tweede nam hij een wierookvat vol vurige kolen van het altaar, vulde zijn handen met reukwerk van welriekende specerijen, fijngestoten, en ging daarmee het heilige der heiligen binnen (Lev. 16:12). Dit was die heilige plaats die „het heilige der heiligen” of het „heiligdom” werd genoemd (Hebr. 9:3). Daar stond de ark van het verbond, waarop zich tussen de cherubs de Shechinah bevond, de zichtbare openbaring van de tegenwoordigheid en heerlijkheid van God.

Dit heilige der heiligen betrad de hogepriester alleen op de Grote Verzoendag. Zelfs op die dag was het hem op straffe van de dood verboden binnen het voorhangsel te komen dat het van de heilige plaats scheidde, tenzij hij zijn vlees had gewassen, de heilige linnen kleding had aangetrokken, het bloed van het offer had meegenomen en wierook op de brandende kolen in het wierookvat had gelegd. Al deze dingen waren in hoge mate zinnebeelden van Jezus als de grote Hogepriester. Het wassen van het vlees wees op Zijn reinheid als Hogepriester; de heilige linnen kleding op de heiligheid van Zijn menselijke natuur; het bloed op het verzoenend bloed dat aan het kruis vergoten is; en de wierook op Zijn welriekende voorspraak.

De heiligste plaats was een beeld van de hemel, en het voorhangsel van de scheiding tussen God en ons, en ervan dat „de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had” (Hebr. 9:8). Toen Jezus stierf, scheurde het voorhangsel van de tempel in tweeën, van boven tot beneden (Matt. 27:51), om aan te geven dat God en Zijn kinderen niet langer door een voorhangsel van elkaar gescheiden waren.

Lezen: Hebreeën 10:19-39

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u weet hoe het onder het oude verbond ging: eenmaal per jaar, en alleen op straffe van de dood als het niet volgens het voorschrift ging, mocht de hogepriester achter het voorhangsel komen. Voor het volk bleef de weg tot God gesloten. Voelt u in uw hart nog zo’n voorhangsel? Denkt u dat u eerst rein en waardig moet worden, voordat u tot Hem mag naderen?

Zie dan op de grote Hogepriester. In Zijn reinheid, in de heiligheid van Zijn menselijke natuur, met Zijn verzoenend bloed en Zijn welriekende voorspraak is Hij voor ons ingegaan. Toen Hij stierf, scheurde het voorhangsel van boven tot beneden. Het was God Die het scheurde, niet de mens. Nu zijn God en Zijn kinderen niet langer gescheiden. Kom dan, niet op grond van uw eigen waardigheid, maar langs de verse en levende weg die Hij voor u heeft ingewijd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk