3 de mayo
Te dien dage zal des Heeren Spruite zijn tot sieraad en tot heerlijkheid.
Jesaja 4:2
Waar in de hemel of op aarde kan er zulk een beminnelijk Voorwerp gevonden worden als de Zoon van God? „Wat is uw Liefste meer dan eens anders liefste?” vragen de gezellinnen van de bruid. Maar zij antwoordt: „Mijn Liefste is blank en rood; Hij draagt de banier boven tienduizend.” Indien gij nooit enige schoonheid in Jezus gezien hebt, dan hebt gij Jezus nooit gezien. Hij heeft Zichzelf nooit aan u geopenbaard; gij hebt nooit een blikje van Zijn beminnelijk aangezicht ontvangen, noch een gevoel van Zijn tegenwoordigheid gesmaakt, noch een woord van Zijn lippen gehoord, ook heeft Zijn hand u niet aangeraakt.
Doch als gij Hem gezien hebt met het oog des geloofs en Hij Zich, al is het door een kiertje, aan u heeft ontdekt, dan hebt gij een schoonheid in Hem waargenomen, die boven alles uitgaat, want het is een heilige schoonheid, een Goddelijke schoonheid, de schoonheid van Zijn hemelse genade, de schoonheid van Zijn ongeschapen en eeuwige heerlijkheid. Een schoonheid, die op aarde niet kan worden aangetroffen, noch kan bezeten worden door enig man of vrouw, zelfs niet bezeten werd door Adam in zijn onschuld vóór de val, of door zijn schone metgezellin Eva met al haar deugd, genade en waardigheid. Want het is de schoonheid van de heerlijke Zoon van God, die Hij voor altijd draagt als de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.
En zo schoon Hij is, zo „heerlijk” is Hij ook. O, wat een heerlijkheid ziet het geloof somtijds in Zijn eeuwige Godheid, in Zijn Goddelijk Zoonschap, in wat Hij in Zichzelf is als het afschijnsel van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte beeld Zijner zelfstandigheid, en in hetgeen Hij ons geworden is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing. Hoe heerlijk vertoont Hij Zich te zijn in Zijn verzoenend bloed en stervende liefde. Zelfs zo Hij daar grote druppelen bloeds zweette in Gethsémané’s donkere hof, zo Hij daar hing in pijn en doodsstrijd op het kruis, ziet het geloof een schoonheid in de heerlijke Verlosser, ook in de diepe diepten van schande en schaamte.
Was er niet een heerlijkheid in Zijn nederige gehoorzaamheid, in Zijn lijdzaamheid onder het lijden, in Zijn onderwerping aan Zijns Vaders wil; in Zijn berusting, dat wil zeggen, in Zijn gelatenheid onder de zwaarste slagen van de wrekende gerechtigheid; in het dragen van onze zonden in Zijn heilig lichaam op het hout, waardoor Hij de zonde tenietdeed door Zijns Zelfs offerande? Maar meer in het bijzonder ziet het geloof Hem heerlijk herrijzen uit de dood en opvaren ten hemel en zitten aan de rechterhand des Vaders, gekroond met eer en heerlijkheid en alle dingen onder Zijn voeten gesteld.
Aan de lezer…
Hebt u ooit, al was het maar door een kiertje, iets van de schoonheid van Christus gezien? Dat is een ernstige vraag, waarde lezer, want wie nooit schoonheid in Jezus zag, heeft Jezus nooit gezien. Maar is uw hart weleens uitgegaan naar Hem, zodat u met de bruid moest zeggen: „Mijn Liefste is blank en rood; Hij draagt de banier boven tienduizend”? Dan heeft Hij Zich aan u ontdekt, hoe klein dat blikje ook was.
Wees dan niet bedroefd dat het zo weinig is en zo zelden komt. Wat u zag, was geen aardse schoonheid, maar de heilige schoonheid van de Zoon van God, des Heeren Spruite, tot sieraad en tot heerlijkheid. Het geloof ziet die heerlijkheid zelfs in Gethsémané en aan het kruis, in Zijn diepe vernedering voor zondaren. En dezelfde Verlosser zit nu aan de rechterhand des Vaders, gekroond met eer. Zoek Hem dan opnieuw; Die Zich eens liet zien, kan en wil Zich weer openbaren aan wie naar Hem verlangt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Te dien dage zal des Heeren Spruite zijn tot sieraad en tot heerlijkheid.
Jesaja 4:2
Waar in de hemel of op aarde kan zo’n beminnelijk Voorwerp gevonden worden als de Zoon van God? „Wat is uw Liefste meer dan eens anders liefste?” vragen de gezellinnen van de bruid. Maar zij antwoordt: „Mijn Liefste is blank en rood; Hij draagt de banier boven tienduizend.” Als u nooit enige schoonheid in Jezus gezien hebt, dan hebt u Jezus nooit gezien. Dan heeft Hij Zichzelf nooit aan u geopenbaard. U hebt dan nooit een glimp van Zijn beminnelijk aangezicht ontvangen, nooit iets van Zijn tegenwoordigheid gesmaakt en nooit een woord van Zijn lippen gehoord, en ook heeft Zijn hand u niet aangeraakt.
Maar als u Hem gezien hebt met het oog van het geloof, en Hij Zich, al was het maar door een kiertje, aan u heeft ontdekt, dan hebt u in Hem een schoonheid waargenomen die alles te boven gaat. Want het is een heilige schoonheid, een Goddelijke schoonheid, de schoonheid van Zijn hemelse genade, de schoonheid van Zijn ongeschapen en eeuwige heerlijkheid. Het is een schoonheid die op aarde niet te vinden is en die door geen man of vrouw bezeten kan worden. Zelfs Adam bezat haar niet in zijn onschuld vóór de val, en ook zijn schone metgezellin Eva niet, met al haar deugd, bevalligheid en waardigheid. Want het is de schoonheid van de heerlijke Zoon van God, die Hij voor altijd draagt als de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.
En zo schoon als Hij is, zo „heerlijk” is Hij ook. O, wat een heerlijkheid ziet het geloof soms in Zijn eeuwige Godheid, in Zijn Goddelijk Zoonschap, in wat Hij in Zichzelf is als het afschijnsel van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid, en in wat Hij voor ons geworden is: wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing. Hoe heerlijk toont Hij Zich in Zijn verzoenend bloed en stervende liefde! Zelfs wanneer Hij in de donkere hof van Gethsémané grote druppels bloed zweette, en wanneer Hij in pijn en doodsstrijd aan het kruis hing, ziet het geloof schoonheid in de heerlijke Verlosser, ook in de diepste diepten van schande en schaamte.
Was er geen heerlijkheid in Zijn nederige gehoorzaamheid, in Zijn geduld onder het lijden, in Zijn onderwerping aan de wil van Zijn Vader? In Zijn berusting, dat wil zeggen, in Zijn gelatenheid onder de zwaarste slagen van de wrekende gerechtigheid? In het dragen van onze zonden in Zijn heilig lichaam op het hout, waardoor Hij de zonde tenietdeed door de offerande van Zichzelf? Maar vooral ziet het geloof Hem heerlijk opstaan uit de dood, opvaren naar de hemel en zitten aan de rechterhand van de Vader, gekroond met eer en heerlijkheid, terwijl alle dingen onder Zijn voeten gesteld zijn.
Aan de lezer…
Hebt u ooit, al was het maar door een kiertje, iets van de schoonheid van Christus gezien? Dat is een ernstige vraag, want wie nooit schoonheid in Jezus zag, heeft Jezus nooit gezien. Maar is uw hart weleens naar Hem uitgegaan, zodat u met de bruid moest zeggen: „Mijn Liefste is blank en rood; Hij draagt de banier boven tienduizend”? Dan heeft Hij Zich aan u ontdekt, hoe klein die glimp ook was.
Wees dan niet bedroefd dat het zo weinig is en zo zelden komt. Wat u zag, was geen aardse schoonheid, maar de heilige schoonheid van de Zoon van God, des Heeren Spruite, tot sieraad en tot heerlijkheid. Het geloof ziet die heerlijkheid zelfs in Gethsémané en aan het kruis, in Zijn diepe vernedering voor zondaren. En dezelfde Verlosser zit nu aan de rechterhand van de Vader, gekroond met eer. Zoek Hem dan opnieuw. Hij Die Zich eens liet zien, kan en wil Zich weer openbaren aan wie naar Hem verlangt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In that day shall the Branch of the LORD be beautiful and glorious.
Isaiah 4:2
Where in heaven or on earth can there be found such a lovely Object as the Son of God? “What is your beloved more than another beloved?” ask the companions of the Bride. But she answers, “My Beloved is white and ruddy, the chief among ten thousand.” If, then, you have never seen any beauty in Jesus, you have never seen Jesus; He has never revealed Himself to you; you never had a glimpse of His lovely face, nor a sense of His presence, nor a word from His lips, nor a touch from His hand.
But if you have seen Him by the eye of faith, and He has revealed Himself to you even in a small measure, you have seen a beauty in Him beyond all other beauties, for it is a holy beauty, a divine beauty, the beauty of His heavenly grace, the beauty of His uncreated and eternal glory, such as no earthly countenance can wear, nor man or woman, no, not Adam, in all his unfallen innocency, nor his fair partner Eve, with all her virtue, grace, and dignity, ever could show, for it is the beauty of the glorious Son of God, which He forever wears as the Son of the Father in truth and love.
And as He is “beautiful,” so is He “glorious.” Oh, what a glory does faith see sometimes in His eternal Deity, in His divine Sonship, in what He is in Himself as the brightness of the Father’s glory and the express image of His Person, and in what He is as made unto us wisdom and righteousness, sanctification and redemption! How glorious does He show Himself to be in His atoning blood and dying love. Even as sweating great drops of blood in Gethsemane’s gloomy garden, and as hanging in torture and agony upon Calvary’s cross, faith can see a beauty in the glorious Redeemer, even in the lowest depths of ignominy and shame.
Was there not a glory in His meek obedience, in His suffering patience, in His submission to His Father’s holy will, in His uncomplaining resignation to the heaviest strokes of vindictive justice, in bearing our sins in His own body on the tree, and thus putting away sin by the sacrifice of Himself? But more especially does faith see Him glorious as rising from the dead and going up on high, and sitting down at the right hand of the Father, crowned with glory and honor, and all things put under His feet.
To the reader…
Have you ever seen, if only through a narrow chink, something of the beauty of Christ? That is a serious question, for whoever never saw beauty in Jesus has never seen Jesus. But has your heart at times gone out to Him, so that you had to say with the Bride: “My Beloved is white and ruddy, the chiefest among ten thousand”? Then He has revealed Himself to you, however small that glimpse may have been.
Do not be downcast, then, that it is so little and comes so seldom. What you saw was no earthly beauty, but the holy beauty of the Son of God, the Branch of the Lord, beautiful and glorious. Faith sees that glory even in Gethsemane and on the cross, in His deep humiliation for sinners. And the same Redeemer now sits at the right hand of the Father, crowned with honour. Seek Him, then, once more. He Who once let Himself be seen can and will reveal Himself again to the one who longs for Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En aquel tiempo el renuevo de Jehová será para hermosura y gloria.
Isaías 4:2
¿Dónde, en el cielo o en la tierra, puede hallarse un Objeto tan hermoso como el Hijo de Dios? “¿Qué es tu amado más que otro amado?”, preguntan las compañeras de la Esposa. Pero ella responde: “Mi amado es blanco y rubio, señalado entre diez mil.” Si, pues, nunca ha visto usted hermosura alguna en Jesús, nunca ha visto a Jesús; Él nunca Se le ha revelado; nunca ha tenido un vislumbre de Su hermoso rostro, ni un sentir de Su presencia, ni una palabra de Sus labios, ni un toque de Su mano.
Pero si Le ha visto con el ojo de la fe, y Él Se le ha revelado aunque sea en pequeña medida, ha visto en Él una hermosura que supera a todas las demás, porque es una hermosura santa, una hermosura divina, la hermosura de Su gracia celestial, la hermosura de Su gloria increada y eterna, tal como ningún semblante terrenal puede llevar, ni hombre ni mujer; no, ni Adán en toda su inocencia antes de la caída, ni su hermosa compañera Eva con toda su virtud, gracia y dignidad, jamás pudieron mostrar; porque es la hermosura del glorioso Hijo de Dios, que Él lleva para siempre como el Hijo del Padre en verdad y amor.
Y así como Él es “hermosura”, así es también “gloria”. ¡Oh, qué gloria ve a veces la fe en Su Deidad eterna, en Su Filiación divina, en lo que Él es en Sí mismo como el resplandor de la gloria del Padre y la misma imagen de Su sustancia, y en lo que Él es como hecho para nosotros sabiduría y justificación, santificación y redención! ¡Cuán glorioso Se muestra en Su sangre expiatoria y en Su amor hasta la muerte! Aun cuando sudaba grandes gotas de sangre en el sombrío huerto de Getsemaní, y cuando colgaba en tormento y agonía de la cruz del Calvario, la fe puede ver una hermosura en el glorioso Redentor, aun en las más hondas profundidades de la ignominia y la vergüenza.
¿No había gloria en Su mansa obediencia, en Su paciencia en el sufrimiento, en Su sumisión a la santa voluntad de Su Padre, en Su resignación sin queja a los más pesados golpes de la justicia vindicadora, en llevar nuestros pecados en Su cuerpo sobre el madero, y quitar así el pecado por el sacrificio de Sí mismo? Pero sobre todo Le ve la fe glorioso al resucitar de los muertos y subir a lo alto, y sentarse a la diestra del Padre, coronado de gloria y de honra, y todas las cosas sujetas debajo de Sus pies.
Al lector…
¿Ha visto usted alguna vez, aunque solo sea por una estrecha rendija, algo de la hermosura de Cristo? Es una pregunta seria, porque quien nunca vio hermosura en Jesús nunca ha visto a Jesús. Pero ¿se ha ido su corazón a veces tras Él, de modo que tuvo que decir con la Esposa: “Mi amado es blanco y rubio, señalado entre diez mil”? Entonces Él Se le ha revelado, por pequeño que haya sido ese vislumbre.
No se desanime, pues, porque sea tan poco y venga tan rara vez. Lo que usted vio no fue una hermosura terrenal, sino la santa hermosura del Hijo de Dios, el Renuevo de Jehová, para hermosura y gloria. La fe ve esa gloria aun en Getsemaní y en la cruz, en Su profunda humillación por los pecadores. Y el mismo Redentor está ahora sentado a la diestra del Padre, coronado de honra. Búsquele, pues, una vez más. Aquel que una vez Se dejó ver puede y quiere revelarse otra vez a quien Le anhela.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl