29 de octubre
Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.
Psalm 37:16
Hard moge uw lot zijn, lijdende heiligen des Allerhoogsten, wat het uitwendige aangaat; smartelijk moge de strijd zijn die gij bijna dagelijks hebt door de opstand en de boosheid van uw vleselijk gemoed; smartelijke verzoekingen mogen steeds uw deel zijn; menige scherpe doorn en stekelige distel mogen op uw pad liggen; en de weg die gij betreedt, moge zo ruw en hobbelig zijn, dat gij u voor de ellendigste van alle mensen houdt; en dat zoudt gij ook zijn zonder de genade Gods, die gij nu in uw hart gevoelt, en de heerlijkheid die u aan gene zijde des grafs is weggelegd. En al waren uw droefheid en zorgen nog duizendmaal zwaarder, met dat alles zou er van u mogen gezegd worden: „Gelukkig, driewerf gelukkig zijt gij, o Israël!”
Wie zoudt gij op aarde moeten benijden, zo gij de genade Gods in uw hart hebt? Met wie zoudt gij willen ruilen, zo ooit de liefde Gods uw ziel heeft bezocht? Zie rondom u; sla uw ogen op de man of de vrouw die omringd schijnt van het grootste aardse geluk, en vraag dan aan uw eigen geweten: „Zou ik met u willen ruilen, gij bonte kapel der mode; of met u, gouden tor, die zo kortstondig het leven geniet, u enige uren in de zonneschijn koestert, en in de donkere poel, als het avond geworden is, wegzinkt?”
Met al uw huiselijke en andere zorgen, met al uw leed en beproevingen, onder welke gij u, eens eronder weggezonken zijnde, somtijds een van de ellendigste schepselen gevoelt die in dit tranendal rondkruipen – en toch – zoudt gij met niemand willen ruilen, hoe gezond, hoe rijk, hoe begunstigd met de meest mogelijke voorspoed en met huiselijk geluk, zo gij daarbij beroofd waart van de genade Gods?
’t Rechtvaardig volk zal welig groeien.
Daar twist en wrok verdwijnt,
zal alles door de vrede bloeien,
totdat geen maan meer schijnt.
Van zee tot zee zal Hij regeren,
zover men volk’ren kent;
men zal Hem van d’ Eufraat vereren
tot aan des aardrijks end.
Ps. 72:4
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van het weinige dat de rechtvaardige heeft. Is uw lot hard en uw weg ruw en hobbelig? Ligt er menige doorn en distel op uw pad, en voelt u zich somtijds een van de ellendigsten die in dit tranendal rondkruipen? Zie dan eens rondom u naar hen die in het grootste aardse geluk schijnen te leven. Zij zijn als een bonte kapel, als een gouden tor die enige uren in de zon ligt en tegen de avond in de donkere poel wegzinkt.
Hebt u ooit iets van de genade Gods in uw hart gevoeld, hebt u ooit Zijn liefde in uw ziel ervaren, met wie zou u dan willen ruilen? Het weinige dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Al waren uw zorgen nog duizendmaal zwaarder, de heerlijkheid die aan gene zijde des grafs is weggelegd, blijft uw deel. Wie zo bedeeld is, mag gelukkig, ja driewerf gelukkig heten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.
Psalm 37:16
Hard mag uw lot zijn, lijdende heiligen van de Allerhoogste, wat het uiterlijke betreft. Pijnlijk mag de strijd zijn die u bijna dagelijks hebt door de opstand en de boosheid van uw vleselijk gemoed. Pijnlijke verzoekingen mogen steeds uw deel zijn, menige scherpe doorn en stekelige distel mag op uw pad liggen, en de weg die u gaat, mag zo ruw en hobbelig zijn dat u zich de ellendigste van alle mensen voelt. Dat zou u ook zijn zonder de genade van God, die u nu in uw hart voelt, en de heerlijkheid die aan de andere kant van het graf voor u is weggelegd. En al waren uw droefheid en zorgen nog duizendmaal zwaarder, toch zou met dat alles van u gezegd mogen worden: „Gelukkig, driewerf gelukkig zijt gij, o Israël!”
Wie op aarde zou u moeten benijden, als u de genade van God in uw hart hebt? Met wie zou u willen ruilen, als de liefde van God ooit uw ziel heeft bezocht? Kijk om u heen; sla uw ogen op de man of de vrouw die omringd lijkt door het grootste aardse geluk, en vraag dan aan uw eigen geweten: „Zou ik met u willen ruilen, gij bonte kapel der mode; of met u, gouden tor, die zo kortstondig het leven geniet, u enige uren in de zonneschijn koestert, en in de donkere poel, als het avond geworden is, wegzinkt?”
Met al uw huiselijke en andere zorgen, met al uw leed en beproevingen, waaronder u zich soms, als u erdoor overweldigd bent, een van de ellendigste schepselen voelt die in dit tranendal rondkruipen, zou u dan toch met iemand willen ruilen, hoe gezond, hoe rijk, hoe begunstigd met de grootst mogelijke voorspoed en met huiselijk geluk ook, als u daarbij de genade van God zou moeten missen?
’t Rechtvaardig volk zal welig groeien.
Daar twist en wrok verdwijnt,
zal alles door de vrede bloeien,
totdat geen maan meer schijnt.
Van zee tot zee zal Hij regeren,
zover men volk’ren kent;
men zal Hem van d’ Eufraat vereren
tot aan des aardrijks end.
Ps. 72:4
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van het weinige dat de rechtvaardige heeft. Is uw lot hard en uw weg ruw en hobbelig? Ligt er menige doorn en distel op uw pad, en voelt u zich soms een van de ellendigsten die in dit tranendal rondkruipen? Kijk dan eens om u heen naar hen die in het grootste aardse geluk lijken te leven. Zij zijn als een bonte vlinder, als een gouden tor die enkele uren in de zon ligt en tegen de avond in de donkere poel wegzinkt.
Hebt u ooit iets van de genade van God in uw hart gevoeld, hebt u ooit Zijn liefde in uw ziel ervaren, met wie zou u dan willen ruilen? Het weinige dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Al waren uw zorgen nog duizendmaal zwaarder, de heerlijkheid die aan de andere kant van het graf is weggelegd, blijft uw deel. Wie zo bedeeld is, mag gelukkig, ja driewerf gelukkig heten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
A little that a righteous man hath is better than the riches of many wicked.
Psalm 37:16
Hard may be your lot here below, you suffering saints of the Most High, as regards external matters; painful may be the exercises through which you almost daily pass, through the rebellion and desperate wickedness of your carnal mind; grievous temptations may be your continual portion; many a pricking thorn and sharp brier may lie in your path; and so rough and rugged may be the road, that at times you may feel yourself of all men to be the most miserable; and so indeed you would be but for the grace of God in your heart now, and the glory prepared for you beyond the grave.
Yet with it all, were your afflictions and sorrows a thousand times heavier, well may it be said of you—“Happy, thrice happy, are you, O Israel!” Whom upon earth need you envy if you have the grace of God in your heart? With whom would you change, if ever the love of God has visited your soul? Look around you; fix your eyes upon the man or woman who seems surrounded with the greatest amount of earthly happiness, and then ask your own conscience—“Would I change with you, you butterfly of fashion, or with you, you gilded dragon-fly, that merely live your little day; sunning yourself for a few hours beneath the summer sun, and then sinking into the dark and dismal pool which awaits you at evening-tide?”
Then with all your cares at home and abroad—with all your woes and trials, sunk under which you feel yourself at times one of the most miserable beings that can crawl along in this valley of tears—would you change with anybody, however healthy, or rich, or favored with the largest amount of personal prosperity, if at the same time destitute of the grace of God?
To the reader…
These words speak of the little that the righteous man has. Is your lot hard and your road rough and rugged? Does many a thorn and brier lie in your path, and do you sometimes feel yourself one of the most miserable of all who crawl along in this valley of tears? Then look around you at those who seem to live in the greatest earthly happiness. They are like a gaudy butterfly, like a gilded dragon-fly that lies a few hours in the sun and towards evening sinks away into the dark pool.
If you have ever felt something of the grace of God in your heart, if you have ever known His love in your soul, with whom would you then wish to change? The little that a righteous man has is better than the riches of many wicked. Even if your cares were a thousand times heavier, the glory laid up beyond the grave remains your portion. Whoever is so provided for may be called happy, yes, thrice happy.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mejor es lo poco del justo, que las riquezas de muchos pecadores.
Salmo 37:16
Dura puede ser su suerte aquí abajo, santos sufrientes del Altísimo, en cuanto a las cosas exteriores; dolorosos pueden ser los ejercicios por los que pasan casi a diario, a causa de la rebeldía y la desesperada maldad de su mente carnal; graves tentaciones pueden ser su porción continua; muchas espinas punzantes y zarzas agudas pueden hallarse en su sendero; y tan áspero y escabroso puede ser el camino, que a veces se sientan los más miserables de todos los hombres; y en verdad lo serían, de no ser por la gracia de Dios en su corazón ahora, y la gloria preparada para ustedes más allá del sepulcro.
Y sin embargo, con todo ello, aunque sus aflicciones y dolores fueran mil veces más pesados, bien puede decirse de ustedes: “¡Bienaventurado, tres veces bienaventurado tú, oh Israel!” ¿A quién en la tierra necesitan envidiar si tienen la gracia de Dios en su corazón? ¿Con quién se cambiarían, si alguna vez el amor de Dios ha visitado su alma? Miren a su alrededor; fijen los ojos en el hombre o la mujer que parece rodeado de la mayor medida de felicidad terrenal, y luego pregunten a su propia conciencia: “¿Me cambiaría yo contigo, mariposa de la moda, o contigo, libélula dorada, que solo vives tu breve día; asoleándote unas pocas horas bajo el sol del verano, y hundiéndote luego en el estanque oscuro y lúgubre que te espera al caer la tarde?”
Entonces, con todos sus cuidados en casa y fuera de ella, con todas sus aflicciones y pruebas, bajo las cuales hundidos se sienten a veces uno de los seres más miserables que puedan arrastrarse por este valle de lágrimas, ¿se cambiarían con alguien, por sano, o rico, o favorecido que fuera con la mayor medida de prosperidad personal, si al mismo tiempo estuviera desprovisto de la gracia de Dios?
Al lector…
Estas palabras hablan de lo poco que tiene el justo. ¿Es dura su suerte, y áspero y escabroso su camino? ¿Hay muchas espinas y zarzas en su sendero, y se siente a veces uno de los más miserables de todos los que se arrastran por este valle de lágrimas? Mire entonces a su alrededor a los que parecen vivir en la mayor felicidad terrenal. Son como una mariposa vistosa, como una libélula dorada que pasa unas horas al sol y al caer la tarde se hunde en el estanque oscuro.
Si alguna vez ha sentido algo de la gracia de Dios en su corazón, si alguna vez ha conocido Su amor en su alma, ¿con quién desearía entonces cambiarse? Mejor es lo poco del justo que las riquezas de muchos pecadores. Aunque sus cuidados fueran mil veces más pesados, la gloria reservada más allá del sepulcro sigue siendo su porción. Quien está así provisto bien puede llamarse bienaventurado, sí, tres veces bienaventurado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl