January 29
De wijze vreest en wijkt van het kwade, maar de zot is oplopende toornig en zorgeloos.
Spreuken 14:16
Ik geloof dat geen levende ziel zich tevreden kan stellen met een denkbeeldige godsdienst; ofschoon hij een ellendig afzwerver is, in de woestijn gedreven om zwijnen te hoeden, kan hij zich niet voeden met hun draf, maar verlangt hij naar het brood in het huis van zijn Vader. Als zijn ogen opgeklaard zijn om de aard der zonde, de rechtvaardigheid en heiligheid Gods en zijn eigen onreinheid te zien, kan de levendgemaakte geen rust in iets anders vinden dan in de heerlijke ontdekking van het Lam Gods; en hoe meer de ziel geoefend wordt door beproevingen, verzoekingen, twijfelingen en aanvechtingen van allerlei aard, des te meer voelt zij behoefte aan dat bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan dat van Abel.
Wat is de waarde van een christen zonder een inwendig sterven en strijden? Hoe dood en zielloos zijn onze gebeden, hoe koud en vormelijk, wanneer de ziel niet steeds beziggehouden wordt met inwendige strijd! Wat betekenen de zuchten, de kreten, het gekerm, het worstelen en het hijgen van een ziel die rustig is in Sion? De wereld is alles en Christus niets, wanneer wij rusten op onze droesem en niet van vat tot vat worden geledigd; maar inwendige strijd, vrees, benauwdheid en verzoekingen sporen de ziel aan tot roepen, tot bidden, tot vragen om erbarming. Dan worden de zekerheid, de kracht en de wezenlijkheid der eeuwige dingen gevoeld, wanneer schuld en toorn en vrees en onrust de ziel aangrijpen.
Loutere denkbeelden van Christus, valse hoop, een dood geloof, een eigenmachtig vertrouwen, een onreine gerustheid, alles wordt weggevaagd als even zoveel toevluchtsoorden van leugens, wanneer de ziel toebereid is om haar naaktheid en nietigheid, haar schuld en hulpeloosheid voor God te voelen. Zo baant al die inwendige strijd de weg tot het vinden van Christus – dat zien van Zijn bloed en Zijn gerechtigheid, die bij ervaring verkregen kennis van Zijn Persoon, Zijn liefde, Zijn genade en Zijn werk, hetwelk is leven en vrede.
Mijn geroep, uit angst en vrezen,
klimt tot God, het Opperwezen.
Ps. 77:1
Aan de lezer…
Misschien zucht u onder een strijd die maar niet ophoudt. Twijfelingen, verzoekingen, schuld en onrust grijpen uw ziel aan, en u vraagt: waarom toch? Was het niet beter rustig te zijn, zoals zovelen om u heen? Ik zeg u eerlijk dat een ziel die rust op haar droesem, koud en vormelijk wordt. De wereld is dan alles en Christus niets. Maar wie benauwd is, leert roepen; wie zijn naaktheid voelt, leert vragen om erbarming.
Waarde lezer, zo baant al die inwendige strijd de weg tot het vinden van Christus. Wat u nu zo zwaar valt, vaagt de toevluchten der leugen weg: de valse hoop, het dode geloof, de onreine gerustheid. En wat blijft er dan over? Het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan dat van Abel. Laat uw strijd u dus heendrijven naar het Lam Gods. In Hem alleen vindt de levendgemaakte rust, en in Hem is leven en vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De wijze vreest en wijkt van het kwade, maar de zot is oplopende toornig en zorgeloos.
Spreuken 14:16
Ik geloof dat geen levende ziel zich tevreden kan stellen met een denkbeeldige godsdienst. Ook al is hij een ellendige zwerver, in de woestijn gedreven om zwijnen te hoeden, hij kan zich niet voeden met hun draf, maar verlangt naar het brood in het huis van zijn Vader. Als zijn ogen geopend zijn om de aard van de zonde, de rechtvaardigheid en heiligheid van God en zijn eigen onreinheid te zien, kan de levendgemaakte in niets anders rust vinden dan in de heerlijke ontdekking van het Lam van God. En hoe meer de ziel geoefend wordt door beproevingen, verzoekingen, twijfels en aanvechtingen van allerlei aard, des te meer voelt zij behoefte aan dat bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan dat van Abel.
Wat is de waarde van een christen zonder een innerlijk sterven en strijden? Hoe dood en zielloos zijn onze gebeden, hoe koud en vormelijk, wanneer de ziel niet steeds bezig wordt gehouden door innerlijke strijd! Wat betekenen de zuchten, de kreten, het gekerm, het worstelen en het hijgen voor een ziel die gerust is in Sion? De wereld is alles en Christus niets, wanneer wij rusten op onze droesem en niet van vat tot vat worden overgegoten. Maar innerlijke strijd, vrees, benauwdheid en verzoekingen sporen de ziel aan tot roepen, tot bidden en tot vragen om ontferming. Dan worden de zekerheid, de kracht en de werkelijkheid van de eeuwige dingen gevoeld, wanneer schuld en toorn en vrees en onrust de ziel aangrijpen.
Loutere denkbeelden van Christus, valse hoop, een dood geloof, een eigenmachtig vertrouwen, een onreine gerustheid: alles wordt weggevaagd als zoveel toevluchten van leugens, wanneer de ziel toebereid is om haar naaktheid en nietigheid, haar schuld en hulpeloosheid voor God te voelen. Zo baant al die innerlijke strijd de weg tot het vinden van Christus: tot dat zien van Zijn bloed en Zijn gerechtigheid, tot die bevindelijke kennis van Zijn Persoon, Zijn liefde, Zijn genade en Zijn werk, die leven en vrede is.
Mijn geroep, uit angst en vrezen,
klimt tot God, het Opperwezen.
Ps. 77:1
Aan de lezer…
Misschien zucht u onder een strijd die maar niet ophoudt. Twijfels, verzoekingen, schuld en onrust grijpen uw ziel aan, en u vraagt: waarom toch? Was het niet beter rustig te zijn, zoals zovelen om u heen? Ik zeg u eerlijk dat een ziel die op haar droesem rust, koud en vormelijk wordt. De wereld is dan alles en Christus niets. Maar wie benauwd is, leert roepen; wie zijn naaktheid voelt, leert vragen om ontferming.
Zo baant al die innerlijke strijd de weg tot het vinden van Christus. Wat u nu zo zwaar valt, vaagt de toevluchten van de leugen weg: de valse hoop, het dode geloof, de onreine gerustheid. En wat blijft er dan over? Het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan dat van Abel. Laat uw strijd u dus heendrijven naar het Lam van God. In Hem alleen vindt de levendgemaakte rust, en in Hem is leven en vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
A wise man feareth, and departeth from evil: but the fool rageth, and is confident.
Proverbs 14:16
I believe no true Christian can be satisfied with a notional religion—though a miserable backslider, and driven into the fields to feed swine, he cannot feed on their husks, but sighs after the bread of his Father’s house. The eyes being enlightened to see the nature of sin, the justice and holiness of God, and the miserable filthiness of self, the quickened soul can find no rest in anything short of a precious discovery of the Lamb of God; and the more that the soul is exercised with trials, difficulties, temptations, doubts, and besetments of various kinds, the more does it feel its need of that blood of sprinkling that speaks better things than that of Abel.
What is a Christian worth without inward trials and afflictions? How dead and lifeless are our prayers; how cold and formal when the soul is not kept alive by inward exercises! Where are the sighs, cries, groanings, wrestlings, and breathings of a soul that is at ease in Zion? The world is everything and Christ nothing, when we become settled on our lees, and are not emptied from vessel to vessel; but inward exercises, fears, straits, and temptations stir up the soul to cry, and pray, and beg for mercy. The certainty, the power, the reality of eternal things are then felt—when guilt, and wrath, and fear, and disquietude lay hold of the soul.
Mere notions alone of Christ, false hope, a dead faith, a presumptuous confidence, a rotten assurance, are all swept away as so many refuges of lies, when the soul is made to feel its nakedness and nothingness, its guilt and helplessness before God. And thus all these inward exercises pave the way for discoveries of Christ—those views of His blood and righteousness, that experimental acquaintance with His Person, love, grace, and work, which is life and peace.
To the reader…
Perhaps you are sighing under a conflict that will not end. Doubts, temptations, guilt and unrest lay hold of your soul, and you ask: why should this be? Would it not be better to be at ease, like so many around you? I tell you honestly that a soul settled on its lees grows cold and formal. The world is then everything and Christ nothing. But whoever is in straits learns to cry; whoever feels his nakedness learns to beg for mercy.
So all that inward conflict paves the way to finding Christ. What weighs so heavily on you now sweeps away the refuges of lies: the false hope, the dead faith, the unholy ease. And what is left then? The blood of sprinkling, that speaks better things than that of Abel. Let your conflict, then, drive you to the Lamb of God. In Him alone does the quickened soul find rest, and in Him is life and peace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El sabio teme, y se aparta del mal: mas el necio se arrebata, y confía.
Proverbios 14:16
Creo que ningún verdadero cristiano puede contentarse con una religión de nociones; aunque sea un miserable descarriado, echado a los campos a apacentar cerdos, no puede alimentarse de sus algarrobas, sino que suspira por el pan de la casa de su Padre. Estando los ojos iluminados para ver la naturaleza del pecado, la justicia y santidad de Dios, y la miserable inmundicia del yo, el alma vivificada no puede hallar descanso en nada que sea menos que un precioso descubrimiento del Cordero de Dios; y cuanto más es ejercitada el alma con pruebas, dificultades, tentaciones, dudas y asedios de diversas clases, tanto más siente su necesidad de aquella sangre del esparcimiento que habla mejor que la de Abel.
¿Qué vale un cristiano sin pruebas y aflicciones interiores? ¡Cuán muertas y sin vida son nuestras oraciones; cuán frías y formales cuando el alma no es mantenida viva por ejercicios interiores! ¿Dónde están los suspiros, los clamores, los gemidos, las luchas y los anhelos de un alma que está reposada en Sion? El mundo lo es todo y Cristo nada cuando reposamos sobre nuestra hez y no somos trasegados de vaso en vaso; pero los ejercicios interiores, los temores, las estrecheces y las tentaciones despiertan el alma a clamar, orar y rogar misericordia. La certeza, el poder y la realidad de las cosas eternas se sienten entonces, cuando la culpa, la ira, el temor y la inquietud se apoderan del alma.
Las meras nociones de Cristo, la esperanza falsa, la fe muerta, la confianza presuntuosa, la seguridad podrida, todas son barridas como otros tantos refugios de mentira cuando se hace sentir al alma su desnudez y su nada, su culpa y su impotencia delante de Dios. Y así todos estos ejercicios interiores preparan el camino para los descubrimientos de Cristo: aquellas vistas de Su sangre y justicia, aquel conocimiento experimental de Su Persona, Su amor, Su gracia y Su obra, que es vida y paz.
Al lector…
Quizá suspira usted bajo una lucha que no termina. Dudas, tentaciones, culpa e inquietud se apoderan de su alma, y pregunta: ¿por qué ha de ser así? ¿No sería mejor estar reposado, como tantos a su alrededor? Le digo con sinceridad que un alma que reposa sobre su hez se vuelve fría y formal. El mundo lo es entonces todo y Cristo nada. Pero quien está en estrechez aprende a clamar; quien siente su desnudez aprende a rogar misericordia.
Así toda esa lucha interior prepara el camino para hallar a Cristo. Lo que ahora pesa tanto sobre usted barre los refugios de mentira: la esperanza falsa, la fe muerta, el reposo impío. ¿Y qué queda entonces? La sangre del esparcimiento, que habla mejor que la de Abel. Deje, pues, que su lucha le lleve al Cordero de Dios. Solo en Él halla descanso el alma vivificada, y en Él hay vida y paz.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl