October 26
Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.
Psalm 104:27
De spijze waarnaar Gods kinderen verlangen, is „de waarheid, zo zij in Jezus is”, zoals deze met kracht aan hun hart geopenbaard wordt, in haar verscheidene opzichten. Niet alleen om een zekere waarheid in het Woord van God te zien, want dit is slechts te vergelijken bij een hongerige bedelaar, die door een raam op een smakelijke dis ziet, waarvan hij buitengesloten is; zulk een gezicht ontsteekt zijn eetlust, meer wel dan dat hij er door verzadigd wordt. De spijze waarnaar Gods volk verlangt, en het enige dat hun geestelijke honger kan bevredigen, is de waarheid, zo zij in Jezus is, en deze met kracht geopenbaard, ontdekt en toegepast aan hun zielen; dus de waarheid, of het Woord, vergezeld met dauw, zalving, smaak, zoetheid, leven, licht en vrijheid, zodat de waarheid als een hemels manna in hun harten valt.
Het is niet genoeg dat de Heilige Geest de eetlust werkt, maar Hij moet de ziel overschaduwen met Zijn Goddelijke invloed, een hemelse smaak inleggen en de ziel verwaardigen met enige gewaarwordingen van Zijn tegenwoordigheid, met enige vernedering en smelting des harten aan de voeten van Christus, met enige uitwinning van de genegenheden tot God, en met de mededeling van een inwendig onthaal van de waarheid en een genieting van haar zoetheid en geur. „Gij hun geeft.” Het moet niet uit de Bijbel genomen worden omdat wij het kunnen lezen; niet opgevangen worden wanneer de leraar het voortbrengt, omdat het gehoord kan worden; niet uit boeken opgezameld worden; maar het moet door de heilige hand van Jehova Zelf gegeven worden en ontvangen in de gestalte van een boeteling, in de houding van een smekeling, één die neervalt aan de voet van het kruis, met niets in zichzelf dan wonden, veroordeling en schuld.
Maar er is een geschikte tijd. „Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.” Er zijn vele levende zielen die hongeren naar de Goddelijke zegeningen; maar de rechte tijd is nog niet gekomen. De tijden en gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft. Gij zijt er nog niet geschikt voor; de Heere moet u lager doen bukken; gij zult door donkerder paden moeten wandelen, door pijnlijker oefeningen. Er is een „te Zijner tijd” voor de openbaringen van de Evangeliezegeningen, er is een geschikte tijd, die de Onderzoeker des harten kent.
En de Onderzoeker des harten weet dat velen van de ware kerk in die staat verkeren, waarin Hij aan hen Zijn grootste en rijkste zegeningen niet wil uitlaten. Er is een geschikte tijd waarop zij geopenbaard worden aan de ziel, en die tijd zal de geschiktste zijn om alle behoeften te vervullen, zoals dit ook het meest tot heerlijkheid Gods zijn zal. Die geschikte tijd zal zeer waarschijnlijk dan zijn, wanneer de ziel het minst verwacht om het te ontvangen.
De belofte is reeds zo lang uitgesteld, dat het schijnt dat zij nooit vervuld zou worden; de zegen is reeds zo lang ingehouden, dat het schijnt alsof de Heere hem nooit schenken zal; Hij heeft zo lang Zijn aangezicht verborgen, dat het schijnt alsof de troon met een zwarte wolk is overdekt, en dat de stralen der Zon er nooit meer zullen doorbreken. Maar het is een „te Zijner tijd”; het zal gewisselijk komen. „Zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal niet achterblijven.” Er is een bestemde tijd om Sion te begunstigen, en wanneer die tijd komt, dan zal de Heere Sion bouwen en in Zijn heerlijkheid verschijnen, want „Hij zal Zich wenden tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaden hunlieder gebed”.
Aan de lezer…
Hongert u, arme ziel, en ziet u de waarheid wel, maar als door een raam, terwijl u zelf buiten de dis blijft staan? Dan bent u niet de eerste. Het is niet genoeg dat u het in de Bijbel leest of uit de mond van de leraar hoort; het moet door de hand van de Heere Zelf aan uw hart gegeven worden. En Hij geeft het aan zulken die met niets dan wonden, veroordeling en schuld aan de voet van het kruis neervallen.
Duurt het u lang? Schijnt het alsof de troon met een zwarte wolk bedekt is en de belofte nooit vervuld zal worden? Weet dan dat er een „te Zijner tijd” is, en dat de Onderzoeker des harten die tijd kent. Misschien komt het juist wanneer u het het minst verwacht. „Zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal niet achterblijven.” Hij zal Zich wenden tot het gebed van wie gans ontbloot is, en het niet versmaden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.
Psalm 104:27
Het voedsel waarnaar Gods kinderen verlangen, is „de waarheid, zo zij in Jezus is”, zoals die in haar verschillende aspecten met kracht aan hun hart geopenbaard wordt. Het gaat niet alleen om het zien van een bepaalde waarheid in het Woord van God. Dat is slechts te vergelijken met een hongerige bedelaar die door een raam naar een smakelijke maaltijd kijkt waarvan hij buitengesloten is; zo’n aanblik wekt zijn eetlust eerder op dan dat hij er verzadigd door wordt. Het voedsel waarnaar Gods volk verlangt, en het enige dat hun geestelijke honger kan stillen, is de waarheid zoals zij in Jezus is, met kracht aan hun zielen geopenbaard, ontdekt en toegepast. Dat wil zeggen: de waarheid, of het Woord, vergezeld van dauw, zalving, smaak, zoetheid, leven, licht en vrijheid, zodat de waarheid als hemels manna in hun harten valt.
Het is niet genoeg dat de Heilige Geest de eetlust werkt. Hij moet ook de ziel overschaduwen met Zijn Goddelijke invloed, een hemelse smaak geven en de ziel verwaardigen met enig besef van Zijn tegenwoordigheid. Hij moet het hart vernederen en doen smelten aan de voeten van Christus, de genegenheden naar God uittrekken en de ziel inwendig laten ontvangen wat de waarheid biedt, zodat zij haar zoetheid en geur geniet. „Gij hun geeft.” Het moet niet uit de Bijbel genomen worden omdat wij hem kunnen lezen; het moet niet opgevangen worden wanneer de leraar het naar voren brengt, omdat het gehoord kan worden; het moet niet uit boeken bijeengezocht worden. Het moet door de heilige hand van Jehova Zelf gegeven worden en ontvangen worden in de gestalte van een boeteling, in de houding van een smekeling, iemand die neervalt aan de voet van het kruis, met niets in zichzelf dan wonden, veroordeling en schuld.
Maar er is een geschikte tijd. „Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.” Er zijn veel levende zielen die hongeren naar de Goddelijke zegeningen, maar de juiste tijd is nog niet gekomen. Het zijn de tijden en gelegenheden die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft. U bent er nog niet geschikt voor; de Heere moet u dieper laten buigen; u zult door donkerder paden moeten gaan, door pijnlijker oefeningen. Er is een „te Zijner tijd” voor de openbaring van de zegeningen van het Evangelie, er is een geschikte tijd, die de Onderzoeker van het hart kent.
En de Onderzoeker van het hart weet dat velen van de ware kerk in een staat verkeren waarin Hij hun Zijn grootste en rijkste zegeningen niet wil geven. Er is een geschikte tijd waarop zij aan de ziel geopenbaard worden, en die tijd zal de beste zijn om in alle behoeften te voorzien, zoals hij ook het meest tot Gods heerlijkheid zal zijn. Die geschikte tijd zal zeer waarschijnlijk komen wanneer de ziel het het minst verwacht te ontvangen.
De belofte is al zo lang uitgesteld, dat het lijkt alsof zij nooit vervuld zal worden. De zegen wordt al zo lang ingehouden, dat het lijkt alsof de Heere hem nooit zal schenken. Hij heeft Zijn aangezicht zo lang verborgen, dat het lijkt alsof de troon met een zwarte wolk bedekt is en de stralen van de Zon er nooit meer doorheen zullen breken. Maar het is een „te Zijner tijd”; het zal zeker komen. „Zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal niet achterblijven.” Er is een bestemde tijd om Sion genadig te zijn, en wanneer die tijd komt, zal de Heere Sion bouwen en in Zijn heerlijkheid verschijnen, want „Hij zal Zich wenden tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaden hunlieder gebed”.
Aan de lezer…
Hongert u, arme ziel, en ziet u de waarheid wel, maar als door een raam, terwijl u zelf buiten de maaltijd blijft staan? Dan bent u niet de eerste. Het is niet genoeg dat u het in de Bijbel leest of uit de mond van de leraar hoort; het moet door de hand van de Heere Zelf aan uw hart gegeven worden. En Hij geeft het aan hen die met niets dan wonden, veroordeling en schuld aan de voet van het kruis neervallen.
Duurt het u lang? Lijkt het alsof de troon met een zwarte wolk bedekt is en de belofte nooit vervuld zal worden? Weet dan dat er een „te Zijner tijd” is, en dat de Onderzoeker van het hart die tijd kent. Misschien komt het juist wanneer u het het minst verwacht. „Zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal niet achterblijven.” Hij zal Zich wenden tot het gebed van wie helemaal ontbloot is, en het niet versmaden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
These wait all upon Thee; that Thou mayest give them their meat in due season.
Psalm 104:27
The “food” which God’s children long after, is to have “the truth as it is in Jesus,” in its various branches, revealed with power to their heart. Not merely to see a certain truth in God’s Word—that is like a hungry beggar looking at savory provision through a window, from which he is barred out; such a sight whets his appetite rather than satisfies it. The food that God’s people are longing after, and the only thing which can assuage their spiritual hunger, is “the truth as it is in Jesus” manifested, revealed, discovered, and applied with power to their souls; dew, unction, savor, sweetness, life, light, liberty accompanying the Word, so that truth falls as heavenly manna into their hearts.
It is not sufficient that the Holy Spirit should create the appetite, but He must overshadow the soul with His divine influences, breathe abroad a heavenly savor, and fill it with some sensations of His presence, with some meltings of heart at the feet of Christ, with some drawing forth of affection to God; and thus communicate an inward reception of the truth, and an enjoyment of its sweetness and savor.
“You give them.” It is not to be taken out of the Bible, because it may be read; not to be caught up, as the minister throws it forth, because it may be heard; not to be got out of books; but to be bestowed by the holy hand of Jehovah Himself, and received in the posture of a penitent, in the attitude of a suppliant, a sinner prostrate at the foot of the cross, without anything in self but wounds, condemnation, and guilt.
But there is a due season—“You give them their food in due season.” There are many living souls, who are hungering after divine blessings, but the “due season” has not come. “The times and the seasons the Father has put in His own power.” You are not yet fit for it; the Lord has to bring you lower; you will have to travel through darker paths, to pass through sorer exercises. There is a “due season” for the manifestation of gospel blessings; there is a fitting time, which the Searcher of hearts knows. And that Searcher of hearts knows that many of the true Church of God are at this present time in that state, that He will not manifest to them His greatest and richest blessings.
There is a “due season,” in which they are revealed and manifested to the soul; and that season will be as suitable to all its wants, as it will be most glorious to God. That “due season” will most probably be when the soul will least expect to receive it. The promise having been so long delayed, it seems as though it would never come; the blessing having been so long withheld, it appears as though the Lord would never bestow it; having denied His countenance so long, it seems as though He had drawn a black cloud over the throne, and through that cloud the rays of the sun would never shine.
But it is a “due season;” it will surely come; “though the vision tarry, wait for it, because it will surely come, it will not tarry.” There is a “set time to favor Zion,” and when that set time arrives, the Lord will build up Zion and appear in His glory, for “He will regard the prayer of the destitute, and not despise their prayer.”
To the reader…
Poor soul, are you hungry, and do you see the truth indeed, but as through a window, while you yourself stand outside the meal? Then you are not the first. It is not enough that you read it in the Bible or hear it from the minister’s lips; it must be given to your heart by the hand of the Lord Himself. And He gives it to those who fall down at the foot of the cross with nothing but wounds, condemnation and guilt.
Does it seem long to you? Does it seem as if the throne is covered with a black cloud and the promise will never be fulfilled? Know, then, that there is a “due season,” and that the Searcher of hearts knows that time. Perhaps it will come just when you least expect it. “Though it tarry, wait for it; because it will surely come, it will not tarry.” He will regard the prayer of the destitute, and not despise their prayer.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Todos ellos esperan en Ti, para que les des su comida a su tiempo.
Salmo 104:27
La “comida” que anhelan los hijos de Dios es que “la verdad como está en Jesús,” en sus diversas ramas, sea revelada con poder a su corazón. No meramente ver cierta verdad en la Palabra de Dios: eso es como un mendigo hambriento que mira manjares sabrosos a través de una ventana, de los cuales está excluido; tal vista le aviva el apetito más que satisfacerlo. La comida que anhela el pueblo de Dios, y lo único que puede calmar su hambre espiritual, es “la verdad como está en Jesús” manifestada, revelada, descubierta y aplicada con poder a sus almas; con rocío, unción, sabor, dulzura, vida, luz y libertad acompañando a la Palabra, de modo que la verdad caiga como maná celestial en sus corazones.
No basta que el Espíritu Santo cree el apetito, sino que ha de cubrir el alma con Sus influencias divinas, esparcir un sabor celestial y llenarla de algún sentir de Su presencia, de algún derretirse del corazón a los pies de Cristo, de algún despertar del afecto hacia Dios; y así comunicar una recepción interior de la verdad y un gozo de su dulzura y sabor.
“Les das.” No ha de sacarse de la Biblia por el hecho de que pueda leerse; ni ha de atraparse cuando el ministro la arroja, por el hecho de que pueda oírse; ni ha de obtenerse de los libros; sino que ha de ser otorgada por la santa mano de Jehová mismo, y recibida en la postura de un penitente, en la actitud de un suplicante, como un pecador postrado al pie de la cruz, sin nada en sí mismo sino heridas, condenación y culpa.
Pero hay un tiempo señalado: “Les das su comida a su tiempo.” Hay muchas almas vivientes que tienen hambre de bendiciones divinas, pero el “tiempo” no ha llegado. “Los tiempos o las sazones que el Padre puso en Su sola potestad.” Usted todavía no está preparado para ello; el Señor tiene que abatirle más; tendrá que recorrer caminos más oscuros, pasar por ejercicios más dolorosos. Hay un “tiempo” para la manifestación de las bendiciones del evangelio; hay un momento oportuno, que conoce el Escudriñador de los corazones. Y ese Escudriñador de los corazones sabe que muchos de la verdadera Iglesia de Dios están en este tiempo presente en tal estado que no les manifestará Sus mayores y más ricas bendiciones.
Hay un “tiempo” en el cual son reveladas y manifestadas al alma; y ese tiempo será tan adecuado a todas sus necesidades como sumamente glorioso para Dios. Ese “tiempo” vendrá muy probablemente cuando el alma menos espere recibirlo. Habiéndose demorado tanto la promesa, parece como si nunca hubiera de venir; habiéndose retenido tanto la bendición, parece como si el Señor nunca hubiera de concederla; habiendo negado Su rostro tanto tiempo, parece como si hubiera corrido una nube negra sobre el trono, y a través de esa nube los rayos del sol nunca hubieran de brillar.
Pero es un “tiempo” señalado; vendrá sin duda; “aunque se tardare, espéralo, que sin duda vendrá; no tardará.” Hay un “plazo” para tener misericordia de Sion, y cuando ese plazo llegue, el Señor edificará a Sion y aparecerá en Su gloria, porque “mirará a la oración de los solitarios, y no desechará el ruego de ellos.”
Al lector…
Pobre alma, ¿tiene hambre, y ve en verdad la verdad, pero como a través de una ventana, mientras usted mismo está fuera del banquete? Entonces no es el primero. No basta con leerla en la Biblia u oírla de labios del ministro; ha de ser dada a su corazón por la mano del Señor mismo. Y Él la da a los que caen al pie de la cruz sin nada más que heridas, condenación y culpa.
¿Se le hace largo? ¿Le parece como si el trono estuviera cubierto por una nube negra y la promesa nunca fuera a cumplirse? Sepa, pues, que hay un “tiempo” señalado, y que el Escudriñador de los corazones conoce ese tiempo. Quizá venga precisamente cuando menos lo espere. “Aunque se tardare, espéralo, que sin duda vendrá; no tardará.” Él mirará a la oración de los solitarios, y no desechará el ruego de ellos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl