25 de agosto
Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven.
Johannes 11:25
Hoe menigmaal zinken wij zo laag in ons gevoel, dat het is alsof er geen leven in onze ziel is. Heeft de zonde u nooit zo ver gebracht? Hebben de overtuigingen, om zo te spreken, nooit het leven Gods uit uw ziel geslagen? Is de satan nooit met zijn vurige pijlen gekomen, met al het geschut van de hel, waarmede hij trachtte elke levendige begeerte uit te doven? En zijt gij bij tijden niet in zulk een dodigheid des geestes weggezonken, dat het scheen dat gij ontbloot waart van alle genade, en dat het een onmogelijkheid scheen dat gij ooit door genade zoudt vernieuwd en verlevendigd worden? Hier waart gij als dood. Ik ben hier menigmaal geweest, hetgeen mij in staat stelt u dit te kunnen zeggen.
En toch, in dit alles is er een begerig uitzien, een smartelijke klacht, een zwaar zuchten, een tegenstaan tot den bloede toe; geen geheel en al overgeven, noch een wegzinken in een ellendige wanhoop. God de Heilige Geest houdt Zijn werk in de ziel levend, en Christus Zelf, als de Opstanding, komt in ons gemoed binnen, heft de ziel op en trekt haar door enige verse bewegingen van dat leven dat uit Hem is, tot Zich. Zo wordt dus de gezegende vrucht van Zijn opstanding bewaarheid: „Wie in Mij gelooft, zal leven, al ware hij reeds gestorven.”
O, indien er te midden van onze dodigheid, van al onze donkerheid, van al onze ledigheid, onvruchtbaarheid en hulpeloosheid, in onze zielen een verlangend uitzien, een innige zucht, een ernstige klacht, een oprecht verlangen uitgaat naar Hem Die de Opstanding en het Leven is, dan zal ons gebed opklimmen in Zijn medelijdende oren. En waar Hij de Opstanding is, zal Hij bij vernieuwing onze dodige en kwijnende ziel verlevendigen. Wij hebben geen andere bron des levens. En indien wij geheel en al dood waren, wij zouden te allen tijde dood blijven, tenzij Hij als de Opstanding weer over ons opstond.
Maar omdat Hij de Opstanding is, kan Hij weer levend maken, vernieuwen, verlevendigen, door nieuw leven in ons hart in te storten. Het zal onze zaligheid zijn altijd tot Hem op te zien, van Hem af te hangen, in Hem te geloven, op Hem te vertrouwen, en Hem geen rust te gunnen totdat Hij telkens en telkens weer verschijnt tot blijdschap en vreugde des harten.
Aan de lezer…
Bent u, waarde lezer, zo laag gezonken in uw gevoel dat het is alsof er geen leven meer in uw ziel is? Heeft de zonde u zo ver gebracht, of hebben de vurige pijlen van de satan elke levendige begeerte uitgedoofd? Het is een bange plaats, en u bent niet de eerste die daar ligt. Maar let eens op wat er nog in u is: een begerig uitzien, een smartelijke klacht, een zucht die niet wil zwijgen. Dat is geen dood, maar het werk van de Heilige Geest, Die het leven in uw ziel bewaart.
Hoor dan wat de Heere Jezus zegt: „Ik ben de Opstanding en het Leven.” Er is geen andere bron des levens, maar in Hem is genoeg. Hij komt in het gemoed binnen, heft de ziel op en trekt haar tot Zich. Gun Hem dan geen rust; blijf tot Hem opzien en van Hem afhangen, totdat Hij weer verschijnt tot blijdschap van uw hart.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven.
Johannes 11:25
Hoe vaak zinken wij zo diep weg in ons gevoel, dat het is alsof er geen leven in onze ziel is. Heeft de zonde u nooit zo ver gebracht? Hebben de overtuigingen nooit, om zo te zeggen, het leven van God uit uw ziel geslagen? Is satan nooit gekomen met zijn vurige pijlen, met al het geschut van de hel, waarmee hij elk levend verlangen probeerde uit te doven? En bent u soms niet zo diep in doodsheid van geest weggezonken, dat het leek alsof u van alle genade beroofd was, en dat het onmogelijk leek dat u ooit door genade vernieuwd en levend gemaakt zou worden? Hier was u als dood. Ik ben hier vaak geweest, en daardoor kan ik u dit zeggen.
En toch is er in dit alles een verlangend uitzien, een smartelijke klacht, een zwaar zuchten, een weerstaan tot het bloed toe; geen volledig opgeven en geen wegzinken in ellendige wanhoop. God de Heilige Geest houdt Zijn werk in de ziel levend. En Christus Zelf, als de Opstanding, komt in ons gemoed binnen, heft de ziel op en trekt haar tot Zich door enkele nieuwe bewegingen van het leven dat uit Hem is. Zo wordt dus de gezegende vrucht van Zijn opstanding waargemaakt: „Wie in Mij gelooft, zal leven, al ware hij reeds gestorven.”
O, als er te midden van onze doodsheid, van al onze duisternis, van al onze leegheid, onvruchtbaarheid en hulpeloosheid, uit onze ziel een verlangend uitzien, een innige zucht, een ernstige klacht, een oprecht verlangen uitgaat naar Hem Die de Opstanding en het Leven is, dan zal ons gebed opstijgen tot Zijn medelijdende oren. En omdat Hij de Opstanding is, zal Hij onze doodse en kwijnende ziel opnieuw levend maken. Wij hebben geen andere bron van leven. En als wij helemaal dood waren, zouden wij voor altijd dood blijven, tenzij Hij als de Opstanding weer over ons opstond.
Maar omdat Hij de Opstanding is, kan Hij weer levend maken, vernieuwen en verlevendigen door nieuw leven in ons hart te storten. Het zal onze zaligheid zijn om altijd naar Hem op te zien, van Hem afhankelijk te zijn, in Hem te geloven, op Hem te vertrouwen, en Hem geen rust te gunnen totdat Hij telkens en telkens weer verschijnt tot blijdschap en vreugde van het hart.
Aan de lezer…
Bent u zo diep weggezonken in uw gevoel dat het is alsof er geen leven meer in uw ziel is? Heeft de zonde u zo ver gebracht, of hebben de vurige pijlen van satan elk levend verlangen uitgedoofd? Het is een bange plaats, en u bent niet de eerste die daar ligt. Maar let eens op wat er nog in u is: een verlangend uitzien, een smartelijke klacht, een zucht die niet wil zwijgen. Dat is geen dood, maar het werk van de Heilige Geest, Die het leven in uw ziel bewaart.
Hoor dan wat de Heere Jezus zegt: „Ik ben de Opstanding en het Leven.” Er is geen andere bron van leven, maar in Hem is genoeg. Hij komt in het gemoed binnen, heft de ziel op en trekt haar tot Zich. Gun Hem dan geen rust; blijf naar Hem opzien en van Hem afhankelijk zijn, totdat Hij weer verschijnt tot blijdschap van uw hart.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Jesus said unto her, I am the resurrection, and the life.”
John 11:25
How often we sink into places where we are in our feelings dead men. Has sin never slain you? Have convictions never, so to speak, knocked the life of God out of your soul? Has Satan never come with his fiery darts, with all the artillery of hell, and sought to scorch up every gracious feeling and every living desire? And have you not sunk at times in your soul into such miserable deadness of spirit, that it seemed that not only there and then you were devoid of all grace, but that it was an impossibility for grace ever again to renew and revive your soul? Here you were dead. I have often been here, which enables me to describe it to you.
Yet with all this, there is a longing look, a heartfelt groan, a heaving sigh, a resisting unto blood, not an utter giving way, nor sinking down into miserable despair. God the Spirit kept alive His work upon the soul, and Christ Himself as the resurrection dropped into our bosom, raised up and drew forth towards Himself some fresh movements of that life which is in Him. There was thus fulfilled that gracious consequence of His resurrection, “Whoever believes in Me, though he were dead, yet shall he live.”
Oh, amid all our deadness, all our gloom and desolation, all our emptiness, barrenness, and helplessness, if there be in our souls a longing look, a heartfelt cry, an earnest groan, a sincere desire toward Him Who is the resurrection, our prayer will ascend into His pitying, sympathizing ear; and as He is the resurrection, He will once more raise up into life and feeling our dead and drooping soul. We have no other source of life. If we were altogether and really dead, we would always continue dead unless He were the resurrection.
But because He is the resurrection, He can re-animate, revive, renew, and re-quicken us by pouring into our hearts fresh life and feeling. It will be our mercy to be ever looking unto Him, hanging upon Him, believing in Him, trusting to Him, and giving Him no rest until He appear again and again to the joy and rejoicing of our heart.
To the reader…
Have you sunk so deep in your feelings that it is as if there is no life left in your soul? Has sin brought you so far, or have the fiery darts of Satan quenched every living desire? It is a fearful place, and you are not the first to lie there. But take note of what is still in you: a longing look, a heartfelt groan, a sigh that will not be silent. That is not death, but the work of the Holy Spirit, Who keeps the life alive in your soul.
Hear, then, what the Lord Jesus says: “I am the Resurrection and the Life.” There is no other source of life, but in Him there is enough. He comes into the heart, raises up the soul, and draws it to Himself. Give Him no rest, then; keep looking to Him and depending on Him, until He appears again to the joy of your heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Dícele Jesús: Yo soy la resurrección y la vida.
Juan 11:25
¡Cuán a menudo nos hundimos en lugares donde, en nuestros sentimientos, somos hombres muertos! ¿Nunca le ha dado muerte el pecado? ¿Nunca las convicciones, por así decirlo, le han arrancado del alma la vida de Dios? ¿Nunca ha venido Satanás con sus dardos de fuego, con toda la artillería del infierno, buscando abrasar todo sentimiento de gracia y todo deseo vivo? ¿Y no se ha hundido usted a veces en su alma en una mortandad de espíritu tan miserable que parecía que no solo en aquel momento estaba desprovisto de toda gracia, sino que era imposible que la gracia volviera jamás a renovar y avivar su alma? Aquí estaba usted muerto. Yo he estado aquí a menudo, y eso me capacita para describírselo.
Sin embargo, con todo esto, hay una mirada anhelante, un gemido sentido, un suspiro profundo, un resistir hasta la sangre; no un ceder del todo, ni un hundirse en una miserable desesperación. Dios el Espíritu mantuvo viva Su obra en el alma, y Cristo mismo, como la resurrección, descendió a nuestro pecho, levantó y atrajo hacia Sí algunos nuevos movimientos de aquella vida que está en Él. Así se cumplió aquella bondadosa consecuencia de Su resurrección: “El que cree en Mí, aunque esté muerto, vivirá.”
¡Oh, en medio de toda nuestra mortandad, de toda nuestra lobreguez y desolación, de todo nuestro vacío, esterilidad e impotencia, si hay en nuestra alma una mirada anhelante, un clamor sentido, un gemido ferviente, un deseo sincero hacia Aquel que es la resurrección, nuestra oración subirá a Su oído compasivo y lleno de simpatía; y como Él es la resurrección, levantará una vez más a la vida y al sentimiento nuestra alma muerta y abatida! No tenemos otra fuente de vida. Si estuviéramos del todo y realmente muertos, seguiríamos siempre muertos, a no ser que Él fuera la resurrección.
Pero porque Él es la resurrección, puede reanimarnos, avivarnos, renovarnos y vivificarnos de nuevo derramando en nuestro corazón nueva vida y sentimiento. Será nuestra misericordia estar siempre mirando a Él, dependiendo de Él, creyendo en Él, confiando en Él, y no darle descanso hasta que aparezca una y otra vez para gozo y alegría de nuestro corazón.
Al lector…
¿Se ha hundido usted tan hondo en sus sentimientos que es como si no quedara vida en su alma? ¿Le ha llevado el pecado tan lejos, o han apagado los dardos de fuego de Satanás todo deseo vivo? Es un lugar terrible, y usted no es el primero que yace allí. Pero fíjese en lo que todavía hay en usted: una mirada anhelante, un gemido sentido, un suspiro que no quiere callar. Eso no es muerte, sino la obra del Espíritu Santo, que mantiene viva la vida en su alma.
Oiga, pues, lo que dice el Señor Jesús: “Yo soy la Resurrección y la Vida.” No hay otra fuente de vida, pero en Él hay suficiente. Él viene al corazón, levanta al alma y la atrae hacia Sí. No le dé, pues, descanso; siga mirando a Él y dependiendo de Él, hasta que aparezca de nuevo para gozo de su corazón.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl