24 de septiembre
Blijft in Mij, en Ik in u.
Johannes 15:4
De Heere gebruikte deze woorden niet alsof er enige macht in het schepsel was om in Hem te blijven; maar het behaagde Hem ze te gebruiken, opdat zij gezegend mochten zijn voor Zijn volk, wanneer de Heilige Geest ze op hun hart toepaste; want Hij voegt erbij: „En Ik in u.” Het ene is de sleutel van het andere. Als wij in Christus blijven, blijft Christus in ons. Door het blijven van Christus in ons kunnen wij in Hem blijven. Maar hoe blijft Christus in ons? Door Zijn Geest.
Door Zijn Geest maakt Hij de lichamen Zijner gelovigen tot Zijn tempel; het is door Zijn Geest dat Hij komt en in hen woont. Ofschoon het middellijk is door het geloof, zoals wij lezen: „dat Christus in uw harten moge wonen door het geloof”, toch is dit „door” door de mededeling van Zijn Geest in de ziel en door Zijn genadige tegenwoordigheid. Alzo bidt Hij ons, moedigt Hij ons aan en werkt Hij op ons om in Hem te blijven, doordat Hij in ons blijft. Maar Zijn blijven in een kind van God kan aan zekere gevallen gekend worden.
Zo Hij in u blijft, maakt Hij en houdt Hij uw geweten volgzaam. Het is de zonde die een scheiding maakt tussen u en Hem. Daarom maakt de Heere Jezus Christus uw geweten volgzaam, opdat Hij in u kunne blijven en u in Hem doe blijven. En dit bewaart u voor die zonden die scheiding maken tussen u en Hem. Het kan daaraan gekend worden dat Hij in u is, door de geheime waarschuwingen die Hij u geeft als de verzoeking u genaakt, wanneer gij bijna bezweken zijt; gelijk een van ouds zeide: „Mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijna uitgeschoten”. Het behaagt Hem een geheime inwendige vermaning en waarschuwing te geven, zodat gij uitroept: „Zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God?”
En als gij afdwaalt en u van de Heere tot uw afgoden wendt, gelijk wij tot onze schaamte en droefheid dikwijls doen, toont Hij dat Hij nog in u woont, door u niet over te geven in een verkeerde zin, en door u niet toe te laten uw hart tegen Hem te verharden. Hij toont het door Zijn bestraffingen, vermaningen en heimelijke waarschuwingen in uw geweten; ja, door de kastijdingen en geselslagen zelf die Hij u toebrengt gelijk een vader zijn kind, en door Zijn verborgen pleiten met u in de vierschaar der consciëntie. Door al die dingen maakt Hij het duidelijk dat Hij nog in u blijft.
Eert geen uitlands God,
wacht u voor uw zielen,
wilt naar mijn gebod,
mijne naam ten hoon,
voor geen valse goon,
voor geen vreemde knielen.
Psalm 81:10
Aan de lezer…
Wie zichzelf kent, zucht soms: „Hoe kan ik ooit in Christus blijven, ik die zo licht afdwaal?” Er is in u geen macht om in Hem te blijven, en dat behoeft u ook niet te zoeken. Hij voegt er immers bij: „En Ik in u.” Het ene is de sleutel van het andere. Doordat Hij door Zijn Geest in u blijft, kunt u in Hem blijven.
Vraagt u hoe u weten kunt of Hij in u woont? Let dan op uw geweten. Wordt u in het uur van verzoeking inwendig gewaarschuwd, zodat u uitroept: „Zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God?” Laat Hij u, wanneer u afdwaalt, niet toe uw hart tegen Hem te verharden? Dat zijn geen tekenen van uw eigen kracht, maar van Zijn blijven in u. Hij Die zo in u woont, zal u niet loslaten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Blijft in Mij, en Ik in u.
Johannes 15:4
De Heere gebruikte deze woorden niet alsof het schepsel enige macht zou hebben om in Hem te blijven. Maar het behaagde Hem ze te gebruiken, zodat zij tot zegen zouden zijn voor Zijn volk wanneer de Heilige Geest ze op hun hart toepaste. Want Hij voegt eraan toe: „En Ik in u.” Het ene is de sleutel van het andere. Als wij in Christus blijven, blijft Christus in ons. Doordat Christus in ons blijft, kunnen wij in Hem blijven. Maar hoe blijft Christus in ons? Door Zijn Geest.
Door Zijn Geest maakt Hij de lichamen van Zijn gelovigen tot Zijn tempel; door Zijn Geest komt Hij en woont Hij in hen. Dat gebeurt wel door middel van het geloof, zoals wij lezen: „dat Christus in uw harten moge wonen door het geloof”. Toch komt dit „door” tot stand door de mededeling van Zijn Geest in de ziel en door Zijn genadige tegenwoordigheid. Zo vraagt Hij ons, moedigt Hij ons aan en werkt Hij in ons om in Hem te blijven, doordat Hij in ons blijft. Maar dat Hij in een kind van God blijft, is aan bepaalde kenmerken te herkennen.
Als Hij in u blijft, maakt Hij uw geweten volgzaam en houdt Hij het zo. Het is de zonde die een scheiding maakt tussen u en Hem. Daarom maakt de Heere Jezus Christus uw geweten volgzaam, zodat Hij in u kan blijven en u in Hem doet blijven. En dat bewaart u voor de zonden die een scheiding maken tussen u en Hem. Dat Hij in u is, kan worden herkend aan de verborgen waarschuwingen die Hij u geeft wanneer de verzoeking op u afkomt en u al bijna ten val komt, zoals iemand van oudsher zei: „Mijn voeten waren bijna uitgeweken, mijn treden waren schier uitgeschoten”. Het behaagt Hem een verborgen, innerlijke vermaning en waarschuwing te geven, zodat u uitroept: „Zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God?”
En wanneer u afdwaalt en u van de Heere afwendt naar uw afgoden, zoals wij tot onze schaamte en droefheid zo vaak doen, laat Hij zien dat Hij nog in u woont doordat Hij u niet overgeeft in een verkeerde zin, en doordat Hij u niet toestaat uw hart tegen Hem te verharden. Hij bestraft, vermaant en waarschuwt u in het verborgen in uw geweten. Hij tuchtigt en kastijdt u zoals een vader zijn kind, en Hij pleit in het verborgen met u in de rechtszaal van uw geweten. Door al die dingen maakt Hij duidelijk dat Hij nog in u blijft.
Eert geen uitlands God,
wacht u voor uw zielen,
wilt naar mijn gebod,
mijne naam ten hoon,
voor geen valse goon,
voor geen vreemde knielen.
Psalm 81:10
Aan de lezer…
Wie zichzelf kent, zucht soms: „Hoe kan ik ooit in Christus blijven, ik die zo gemakkelijk afdwaal?” Er is in u geen macht om in Hem te blijven, en die hoeft u ook niet te zoeken. Hij voegt er immers aan toe: „En Ik in u.” Het ene is de sleutel van het andere. Doordat Hij door Zijn Geest in u blijft, kunt u in Hem blijven.
Vraagt u hoe u kunt weten of Hij in u woont? Let dan op uw geweten. Wordt u in het uur van verzoeking inwendig gewaarschuwd, zodat u uitroept: „Zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God?” Staat Hij u, wanneer u afdwaalt, niet toe uw hart tegen Hem te verharden? Dat zijn geen tekenen van uw eigen kracht, maar van Zijn blijven in u. Hij Die zo in u woont, zal u niet loslaten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Abide in Me, and I in you.
John 15:4
The Lord did not use these words as though there were any power in the creature to abide in Him. But He was pleased to use them, that they might be blessed to His people when the Holy Spirit applied them to the heart; for He adds, “And I in you.” The one is the key to the other. If we abide in Christ, Christ abides in us. It is by Christ abiding in us, that we are enabled to abide in Him.
But how does Christ abide in us? By His Spirit. It is by His Spirit He makes the bodies of His saints, His temple; it is by His Spirit that He comes and dwells in them. Though it is instrumentally by faith, as we read, “that Christ may dwell in your hearts by faith;” yet it is through the communication of His Spirit in the soul, and the visits of His most gracious presence. Thus He bids us, encourages us, and influences us to abide in Him by His abiding in us.
But His abiding in a child of God may be known by certain effects following. If He abides in you, He makes and keeps your conscience tender. It is sin that separates between you and Him. Therefore, the Lord Jesus Christ, in order that He may abide in you and make you abide in Him, makes and keeps your conscience tender in His fear. And this keeps you from those sins which separate between you and Him.
He may be known, then, to abide in you by the secret checks He gives you when temptation comes before your eyes, and you are all but gone; as one of old said, “My feet were almost gone; my steps had well-near slipped.” He is pleased to give a secret internal check and admonition; so that your cry is, “How can I do this great wickedness and sin against God?”
And if you go astray and turn from the Lord to your idols, as to our shame and sorrow we often do, He proves that He still abides in you by not giving you up to a reprobate mind, not allowing you to harden your heart against Him; but by His reproofs, admonitions, and secret checks in your conscience—by the very lashings and scourgings which He inflicts upon you as a father upon his child, and His secret pleadings with you in the court of conscience—by all these things He makes it manifest that He still abides in you.
To the reader…
Whoever knows himself sometimes sighs, “How can I ever abide in Christ, I who wander so easily?” There is no power in you to abide in Him, and you need not look for it. For He adds, “And I in you.” The one is the key to the other. Because He abides in you by His Spirit, you are enabled to abide in Him.
Do you ask how you can know whether He dwells in you? Then pay attention to your conscience. In the hour of temptation, are you inwardly warned, so that you cry out, “How can I do this great wickedness, and sin against God?” When you go astray, does He not refuse to let you harden your heart against Him? These are not signs of your own strength, but of His abiding in you. He Who dwells in you in this way will not let you go.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Estad en Mí, y Yo en vosotros.
Juan 15:4
El Señor no usó estas palabras como si hubiera en la criatura algún poder para estar en Él. Pero quiso usarlas para que fueran de bendición a Su pueblo cuando el Espíritu Santo las aplicara al corazón; porque añade: “Y Yo en vosotros”. Lo uno es la llave de lo otro. Si estamos en Cristo, Cristo está en nosotros. Es por estar Cristo en nosotros como somos capacitados para estar en Él.
Pero ¿cómo está Cristo en nosotros? Por Su Espíritu. Es por Su Espíritu como hace de los cuerpos de Sus santos Su templo; es por Su Espíritu como viene y mora en ellos. Aunque es instrumentalmente por la fe, como leemos: “Que habite Cristo por la fe en vuestros corazones”, sin embargo es mediante la comunicación de Su Espíritu en el alma y las visitas de Su presencia tan llena de gracia. Así nos manda, nos anima y nos mueve a estar en Él por Su estar en nosotros.
Pero Su estar en un hijo de Dios puede conocerse por ciertos efectos que lo siguen. Si Él está en usted, hace y mantiene su conciencia sensible. Es el pecado lo que hace separación entre usted y Él. Por eso el Señor Jesucristo, para poder estar en usted y hacer que usted esté en Él, hace y mantiene su conciencia sensible en Su temor. Y esto le guarda de aquellos pecados que hacen separación entre usted y Él.
Puede conocerse, pues, que Él está en usted por los frenos secretos que le da cuando la tentación se presenta ante sus ojos y usted está a punto de caer; como dijo uno de antaño: “Casi se deslizaron mis pies; por poco resbalaron mis pasos”. Él tiene a bien dar un freno y una amonestación secretos e interiores, de modo que su clamor es: “¿Cómo, pues, haría yo este grande mal y pecaría contra Dios?”.
Y si usted se extravía y se aparta del Señor hacia sus ídolos, como para nuestra vergüenza y dolor hacemos a menudo, Él demuestra que todavía está en usted no entregándole a una mente reprobada, no permitiéndole endurecer su corazón contra Él; sino por Sus reprensiones, amonestaciones y frenos secretos en su conciencia, por los mismos azotes y castigos que le inflige como un padre a su hijo, y por Sus secretos alegatos con usted en el tribunal de la conciencia; por todas estas cosas pone de manifiesto que todavía está en usted.
Al lector…
Quien se conoce a sí mismo suspira a veces: “¿Cómo podré yo estar jamás en Cristo, yo que me extravío con tanta facilidad?”. No hay en usted poder para estar en Él, y no necesita buscarlo. Porque Él añade: “Y Yo en vosotros”. Lo uno es la llave de lo otro. Porque Él está en usted por Su Espíritu, usted es capacitado para estar en Él.
¿Pregunta cómo puede saber si Él mora en usted? Entonces preste atención a su conciencia. En la hora de la tentación, ¿es usted advertido interiormente, de modo que clama: “¿Cómo, pues, haría yo este grande mal y pecaría contra Dios?”? Cuando se extravía, ¿no se niega Él a dejarle endurecer su corazón contra Él? Estas no son señales de su propia fuerza, sino de que Él está en usted. Aquel que mora así en usted no le soltará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl