21 de octubre
Want ziet, Ik breng een kwaad over alle vlees, spreekt de Heere.
Jeremia 45:5
De Heere kan, geestelijk gezegd, een kwaad brengen over alle vlees, wanneer Hij moeite en ellende doet komen op het vlees en op al hetgeen het vlees bemint. De slag valt op de vruchten van het vlees, wanneer Hij de vleselijke godsdienst ineenslaat en wanneer Hij de valse hoop en het valse vertrouwen ontwortelt. Het doel van deze slagen is om de ziel als arm en nooddruftig te doen komen aan de genadetroon; en wanneer de Heilige Geest de ogen verlicht om te zien, de ziel levend maakt om te gevoelen en met kracht opwekt om te vragen, dan is er een zoeken naar wezenlijke dingen, recht tegenovergesteld aan het zoeken van schaduwen. Nu komt er een zoeken naar vergeving en barmhartigheid, naar het getuigenis van God in de ziel en de verheffing van het licht Zijns aangezichts, naar de besprenging van het bloed van Jezus op de consciëntie, met alle andere geestelijke zegeningen, in het Evangelie geopenbaard.
Dit alles wordt gewaardeerd en hoog geschat. Het is nu niet genoeg dat zij gehoord worden uit de mond van een dienaar des Woords, of met het oordeel toegestemd worden, of ontvangen op het getuigenis van anderen. Zij worden alleen in zoverre genoten als zij gesmaakt, gevoeld en waargenomen worden in het hart.
Ik geloof, ik kan het voor mijzelf getuigen, dat ik, vóór het kwade mij in deze weg ontmoette – in hoofdzaak was dit een lang ziekbed, alhoewel ik, indien ik nu leven heb, het reeds bezat vóór deze bezoeking –, nooit deze dingen gezocht heb zoals ik dit naderhand gedaan heb, toen ik in een zeer ellendige toestand naar lichaam en ziel verkeerde. Misleid door satan en mijn eigen hart, zocht ik liever naar wijsheid in de letter dan naar de kracht der levende godzaligheid in mijn ziel. Doch sindsdien heb ik onder al mijn teleurstellingen en de vele veranderingen die ik ondervond, uitgezien en gezocht naar de bezoeken en de bewijzen van des Heeren gunst, meer dan ooit tevoren. Ik heb uitgezien naar de bedauwing van Zijn Geest, de toepassing van Zijn verzoenend bloed en het inwendig getuigenis van Zijn liefde en genade. Ook kan ik niet rusten ter zaligheid op iets anders. Derhalve spreek ik niet als in de lucht slaande, want ik ken de grond waarop ik gewandeld heb; ik heb hem betreden met een moeilijke gang, en daarom heb ik naar mijn bevinding uitgetekend wat ik ken, en getuigd hetgeen ik gevoel.
Als dan de Heere het kwaad brengt over ons vlees, dan is het niet om de ware godsvrucht die wij mogen bezitten om te stoten; het is om ons onze valse gronden te benemen. Deze schuddende zeef is om het kaf af te scheiden en het zuivere graan over te laten. Dit scherpe mes van de hemelse Ontleedkundige is alleen om de ontstoken uitwassen en de ongezonde gezwellen weg te nemen, en de gezonde delen onaangeroerd te laten. Wanneer de Heere ons in de ellende brengt, dan is dit niet om enige genade, door de gezegende Geest aan de ziel medegedeeld, te vernietigen, maar ter vervulling van dit Woord: „Alle plant, die Mijn hemelse Vader geplant heeft, zal niet uitgeroeid worden.”
Hij brengt Zijn vaten van goud en van zilver in de oven, om hen van hun schuim te ontdoen, opdat ze geheiligd worden tot gebruik des Heeren. Want Hij heeft Sion verkoren in de oven der verdrukking (Eng. vertaling). „En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij de Heere spijsoffer toebrengen in gerechtigheid.” Maleachi 3:3.
Aan de lezer…
Hoe dikwijls valt de slag ook op uw eigen vlees! Is er moeite en ellende gekomen over wat u liefhadt, en ziet u uw vroegere hoop en uw oude vertrouwen als een muur ineenzakken? Denk dan niet dat de Heere gekomen is om te verderven wat Hij Zelf in u gewerkt heeft. Zijn zeef schudt om het kaf te scheiden van het graan; Zijn mes snijdt alleen wat ongezond is weg. Wat de gezegende Geest in de ziel gelegd heeft, gaat in de oven niet verloren.
Het doel van al deze slagen is dat u als arm en nooddruftig aan de genadetroon komt, en niet langer schaduwen zoekt, maar het wezenlijke: vergeving, het licht van Zijn aangezicht, de besprenging van het bloed van Jezus op uw consciëntie. Het is niet genoeg die dingen te horen; zij moeten gesmaakt worden in het hart. Zit Hij als Louteraar bij de oven, dan houdt Hij het oog op Zijn zilver en goud. Hij zal u niet langer in het vuur laten dan nodig is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want ziet, Ik breng een kwaad over alle vlees, spreekt de Heere.
Jeremia 45:5
Geestelijk gesproken kan de Heere een kwaad brengen over alle vlees, wanneer Hij moeite en ellende laat komen over het vlees en over alles wat het vlees liefheeft. De slag valt op de vruchten van het vlees, wanneer Hij de vleselijke godsdienst neerslaat en de valse hoop en het valse vertrouwen ontwortelt. Het doel van deze slagen is dat de ziel arm en nooddruftig naar de genadetroon komt. Wanneer de Heilige Geest de ogen verlicht om te zien, de ziel levend maakt om te voelen en met kracht aanspoort om te vragen, dan is er een zoeken naar wezenlijke dingen, lijnrecht tegenover het zoeken van schaduwen. Nu komt er een zoeken naar vergeving en barmhartigheid, naar het getuigenis van God in de ziel en het opgaan van het licht van Zijn aangezicht, naar de besprenkeling van het bloed van Jezus op het geweten, met alle andere geestelijke zegeningen die in het Evangelie geopenbaard zijn.
Dit alles wordt gewaardeerd en hoog geschat. Het is nu niet genoeg dat zij gehoord worden uit de mond van een dienaar van het Woord, of met het verstand worden toegestemd, of op het getuigenis van anderen worden aangenomen. Zij worden alleen genoten voor zover zij in het hart gesmaakt, gevoeld en ervaren worden.
Ik geloof, en ik kan het voor mijzelf getuigen, dat ik vóór het kwaad mij op deze manier trof, deze dingen nooit gezocht heb zoals ik dat later gedaan heb, toen ik naar lichaam en ziel in een zeer ellendige toestand verkeerde. Dat kwaad was vooral een lang ziekbed, hoewel ik, als ik nu leven heb, dat al vóór deze bezoeking bezat. Misleid door satan en mijn eigen hart, zocht ik eerder naar wijsheid in de letter dan naar de kracht van de levende godzaligheid in mijn ziel. Maar sindsdien heb ik onder al mijn teleurstellingen en de vele veranderingen die ik meemaakte, meer dan ooit tevoren uitgezien naar en gezocht naar de bezoeken en de bewijzen van de gunst van de Heere. Ik heb uitgezien naar de bedauwing van Zijn Geest, de toepassing van Zijn verzoenend bloed en het inwendig getuigenis van Zijn liefde en genade. Ook kan ik voor mijn zaligheid op niets anders rusten. Daarom spreek ik niet als iemand die in de lucht slaat, want ik ken de grond waarop ik gewandeld heb; ik ben er moeizaam overheen gegaan, en daarom heb ik vanuit mijn bevinding beschreven wat ik ken en getuigd van wat ik voel.
Wanneer de Heere dan het kwaad over ons vlees brengt, is dat niet om de ware godsvrucht die wij mogen bezitten omver te werpen; het is om ons onze valse gronden te ontnemen. Deze schuddende zeef is er om het kaf af te scheiden en het zuivere graan over te laten. Dit scherpe mes van de hemelse Chirurg is er alleen om de ontstoken uitwassen en de ongezonde gezwellen weg te nemen en de gezonde delen onaangeroerd te laten. Wanneer de Heere ons in de ellende brengt, is dat niet om enige genade te vernietigen die de gezegende Geest aan de ziel heeft meegedeeld, maar ter vervulling van dit Woord: „Alle plant, die Mijn hemelse Vader geplant heeft, zal niet uitgeroeid worden.”
Hij brengt Zijn vaten van goud en van zilver in de oven om hen van hun schuim te ontdoen, zodat ze geheiligd worden tot gebruik van de Heere. Want Hij heeft Sion verkoren in de oven der verdrukking (Eng. vertaling). „En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij de Heere spijsoffer toebrengen in gerechtigheid.” Maleachi 3:3.
Aan de lezer…
Hoe vaak valt de slag ook op uw eigen vlees! Is er moeite en ellende gekomen over wat u liefhad, en ziet u uw vroegere hoop en uw oude vertrouwen als een muur ineenzakken? Denk dan niet dat de Heere gekomen is om te verderven wat Hij Zelf in u gewerkt heeft. Zijn zeef schudt om het kaf te scheiden van het graan; Zijn mes snijdt alleen weg wat ongezond is. Wat de gezegende Geest in de ziel gelegd heeft, gaat in de oven niet verloren.
Het doel van al deze slagen is dat u arm en nooddruftig naar de genadetroon komt, en niet langer schaduwen zoekt, maar het wezenlijke: vergeving, het licht van Zijn aangezicht, de besprenkeling van het bloed van Jezus op uw geweten. Het is niet genoeg die dingen te horen; zij moeten in het hart gesmaakt worden. Zit Hij als Louteraar bij de oven, dan houdt Hij het oog op Zijn zilver en goud. Hij zal u niet langer in het vuur laten dan nodig is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Behold, I will bring evil upon all flesh, saith the LORD.
Jeremiah 45:5
The Lord may be said spiritually to “bring evil upon all flesh,” when He lays trouble and calamity upon the flesh, and upon all that the flesh loves. The blow falls upon the fruits of the flesh, when it cuts down fleshly religion, and roots up false hopes, vain confidence, and self-dependence. The effect of these strokes is to lay the soul poor and needy at the footstool of mercy; and as the Holy Spirit enlightens the eyes to see, quickens the soul to feel, and raises up power to ask, there is now a seeking after real things—substance as opposed to shadows. Thus pardon, mercy, the testimony of God in the soul, the lifting up of the light of His countenance, the sprinkling of the blood of Jesus upon the conscience, with all the other spiritual blessings revealed in the gospel, are sought after, valued, and prized.
It is not enough now that they are heard from a minister, assented to in the judgment, or received on the testimony of others. They are only now so far enjoyed as they are tasted, felt, and handled in the depths of the heart. I believe I can say for myself until evil came upon me in this way, chiefly through a long illness, (though if I have life now, I had it before that visitation), yet until trouble came, and I was brought low in body and soul, I was never seeking as I have done since, the visitations and manifestations of the Lord’s favor. Deceived by Satan and my own heart, I was seeking rather to make myself wise in the letter, than to feel the power of vital godliness in my soul.
But ever since then, amid many discouragements, and with many alternations and changes, I have felt led, as I never knew before, or at least not from the same pressing sense of need, to seek after the visitations and manifestations of the Lord’s favor; the dew of His Spirit, the application of His atoning blood, and the inward testimonies of His love and grace. Nor can I rest for salvation upon anything else. I am not, therefore, speaking at a peradventure; I know the ground, for I have traveled it; I have lined it with laborious footsteps; and therefore having tracked it out, I speak in my measure, that which I know; and testify that which I feel.
When the Lord, then, thus brings evil upon our flesh, it is not to sweep away any real religion that we may possess. It is to sweep away our false religion. This winnowing fan is to fan away the chaff, and leave the pure grain. This keen knife of the heavenly Surgeon is only to cut away the disease and unhealthy tumors, and leave the sound parts uninjured. When the Lord brings distress into the soul, it is not to destroy any one grace that has been communicated by the blessed Spirit, but to fulfill that word, “Every plant which My heavenly Father has not planted shall be rooted up.”
He puts His “vessels of gold and silver” into the furnace to take away their dross, that they may be “sanctified, and fit for the Master’s use.” For He has chosen His Zion in the furnace of affliction; and He “sits as a refiner and purifier of silver, that He may purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness” (Mal. 3:3).
To the reader…
How often the blow falls on your own flesh too! Has trouble and sorrow come upon what you loved, and do you see your former hopes and your old confidence collapse like a wall? Then do not think that the Lord has come to destroy what He Himself has wrought in you. His fan winnows to separate the chaff from the grain; His knife cuts away only what is unsound. What the blessed Spirit has laid in the soul is not lost in the furnace.
The purpose of all these strokes is that you come poor and needy to the throne of grace, and no longer seek shadows, but substance: pardon, the light of His countenance, the sprinkling of the blood of Jesus on your conscience. It is not enough to hear of these things; they must be tasted in the heart. If He sits as a Refiner by the furnace, He keeps His eye on His silver and gold. He will not leave you in the fire longer than is needful.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
He aquí que Yo traigo mal sobre toda carne, dice Jehová.
Jeremías 45:5
Puede decirse que el Señor espiritualmente “trae mal sobre toda carne” cuando pone angustia y calamidad sobre la carne y sobre todo lo que la carne ama. El golpe cae sobre los frutos de la carne cuando derriba la religión carnal y arranca de raíz las falsas esperanzas, la vana confianza y la dependencia de uno mismo. El efecto de estos golpes es poner al alma, pobre y necesitada, al pie del estrado de la misericordia; y a medida que el Espíritu Santo ilumina los ojos para ver, vivifica el alma para sentir y levanta poder para pedir, hay ahora una búsqueda de cosas reales: la sustancia en contraste con las sombras. Así el perdón, la misericordia, el testimonio de Dios en el alma, el alzamiento de la luz de Su rostro, la aspersión de la sangre de Jesús sobre la conciencia, con todas las demás bendiciones espirituales reveladas en el evangelio, son buscados, valorados y apreciados.
Ya no basta con oírlos de un ministro, asentir a ellos en el juicio o recibirlos por el testimonio de otros. Ahora solo se gozan en la medida en que se gustan, se sienten y se palpan en lo profundo del corazón. Creo poder decir de mí mismo que, hasta que el mal vino sobre mí de esta manera, principalmente por medio de una larga enfermedad (aunque, si ahora tengo vida, la tenía antes de aquella visitación), hasta que vino la angustia y fui abatido en cuerpo y alma, nunca buscaba, como lo he hecho desde entonces, las visitaciones y manifestaciones del favor del Señor. Engañado por Satanás y por mi propio corazón, buscaba más bien hacerme sabio en la letra que sentir el poder de la piedad vital en mi alma.
Pero desde entonces, en medio de muchos desalientos y con muchas alternancias y cambios, me he sentido llevado, como nunca antes lo conocí, o al menos no por el mismo apremiante sentir de necesidad, a buscar las visitaciones y manifestaciones del favor del Señor: el rocío de Su Espíritu, la aplicación de Su sangre expiatoria y los testimonios interiores de Su amor y gracia. Ni puedo descansar para la salvación en ninguna otra cosa. No hablo, pues, a la ventura; conozco el terreno, porque lo he recorrido; lo he marcado con pasos fatigosos; y por eso, habiéndolo trazado, hablo en mi medida lo que sé, y testifico lo que siento.
Cuando el Señor, pues, trae así mal sobre nuestra carne, no es para barrer ninguna religión verdadera que poseamos. Es para barrer nuestra religión falsa. Este bieldo aventador ha de aventar el tamo y dejar el grano limpio. Este afilado cuchillo del Cirujano celestial solo ha de cortar la enfermedad y los tumores malsanos, y dejar intactas las partes sanas. Cuando el Señor trae angustia al alma, no es para destruir ninguna gracia que haya sido comunicada por el bendito Espíritu, sino para cumplir aquella palabra: “Toda planta que no plantó Mi Padre celestial, será desarraigada.”
Él pone Sus “vasos de oro y de plata” en el horno para quitarles la escoria, a fin de que sean “santificados y útiles para los usos del Señor.” Porque Él ha escogido a Su Sion en horno de aflicción; y “se sentará para afinar y limpiar la plata: porque limpiará los hijos de Leví, los afinará como a oro y como a plata; y ofrecerán a Jehová ofrenda con justicia” (Mal. 3:3).
Al lector…
¡Cuántas veces el golpe cae también sobre su propia carne! ¿Ha venido angustia y dolor sobre lo que usted amaba, y ve derrumbarse como un muro sus antiguas esperanzas y su vieja confianza? Entonces no piense que el Señor ha venido a destruir lo que Él mismo ha obrado en usted. Su bieldo avienta para separar el tamo del grano; Su cuchillo corta solo lo que está enfermo. Lo que el bendito Espíritu ha puesto en el alma no se pierde en el horno.
El propósito de todos estos golpes es que usted venga pobre y necesitado al trono de la gracia, y ya no busque sombras, sino sustancia: el perdón, la luz de Su rostro, la aspersión de la sangre de Jesús sobre su conciencia. No basta con oír hablar de estas cosas; han de gustarse en el corazón. Si Él se sienta como Refinador junto al horno, no aparta Su mirada de Su plata y Su oro. No le dejará en el fuego más tiempo del necesario.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl