January 2
Maar wast op in de genade en kennis onzes Heeren en Zaligmakers Jezus Christus.
2 Petrus 3:18
Groei is het zekere kenmerk van leven. Wij zien dit in de plantenwereld, in de dierlijke schepping, in de groei van onze eigen lichamen en van elk ander wezen waarin leven is. Waar nu leven Gods in de ziel is, daar zal dit leven groeien. Paulus zeide tot de gemeente van Thessalonica: „Wij moeten God altijd danken over u, broeders, gelijk billijk is, omdat uw geloof zeer wast” (2 Thess. 1:3), en Petrus zegt: „Maar wast op in de genade en kennis onzes Heeren en Zaligmakers Jezus Christus.” Er is een „wassen in de kennis Gods” (Kol. 1:10), en een „komen tot de enigheid des geloofs en der kennis des Zoons Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus” (Efeze 4:13).
Het was om deze vermeerdering der kennis van de Zoon van God, dat Paulus, vergetende wat achter was, zich uitstrekte naar hetgeen vóór was, of hij mocht grijpen, waartoe hij van Christus Jezus ook gegrepen was, jagende naar het wit, tot de prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus (Fil. 3:12-14). Dit is niet wat genoemd wordt een „voortgaande heiligmaking”, alsof het vlees al heiliger en heiliger werd. Want het is en blijft nog altijd de „oude mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding”. Maar dit is de groei of het opwassen van de nieuwe mens, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
Naar deze groei in genade, deze meerdere gelijkvormigheid aan het beeld van Christus, moesten wij met alle krachten onzer ziel staan. Niet tevreden zijnde met een lage en geringe staat voor God, maar met aanhoudend gebed en smeking de Heere vragende te mogen worden vervuld met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand, opdat wij mochten wandelen waardiglijk de Heere tot alle behaaglijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis Gods (Kol. 1:9-10).
Aan de lezer…
Hebt u wel eens, lezer, met droefheid gezegd: „Ik groei niet; ik ben nog even verdorven als vroeger”? Weet dan dat het oude vlees ook nooit heiliger wordt. De oude mens blijft verdorven door de begeerlijkheden der verleiding. De groei waarvan hier gesproken wordt, is het opwassen van de nieuwe mens, die naar God geschapen is, en die groei gaat dikwijls verborgen, door een dieper kennen van uw eigen armoede en van Christus’ volheid.
Waar leven Gods in de ziel is, daar zal dit leven groeien. Wees daarom niet tevreden met een lage en geringe staat, maar strek u uit naar hetgeen vóór is. Vraag de Heere met aanhoudend gebed dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, opdat u wast in de genade en kennis onzes Heeren en Zaligmakers Jezus Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar wast op in de genade en kennis onzes Heeren en Zaligmakers Jezus Christus.
2 Petrus 3:18
Groei is het zekere kenmerk van leven. We zien dit in de plantenwereld, in de dierlijke schepping, in de groei van ons eigen lichaam en van elk ander wezen waarin leven is. Waar nu het leven van God in de ziel is, daar zal dit leven groeien. Paulus zei tot de gemeente van Thessalonica: „Wij moeten God altijd danken over u, broeders, gelijk billijk is, omdat uw geloof zeer wast” (2 Thess. 1:3), en Petrus zegt: „Maar wast op in de genade en kennis onzes Heeren en Zaligmakers Jezus Christus.” Er is een „wassen in de kennis Gods” (Kol. 1:10), en een „komen tot de enigheid des geloofs en der kennis des Zoons Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus” (Efeze 4:13).
Het was om deze toename in de kennis van de Zoon van God dat Paulus vergat wat achter hem lag en zich uitstrekte naar wat vóór hem was. Hij wilde grijpen waartoe hij ook door Christus Jezus gegrepen was, en jaagde naar het doel, naar de prijs van de roeping van God, die van boven is in Christus Jezus (Fil. 3:12-14). Dit is niet wat een „voortgaande heiligmaking” genoemd wordt, alsof het vlees steeds heiliger werd. Want het is en blijft nog altijd de „oude mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding”. Maar dit is de groei of het opwassen van de nieuwe mens, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
Naar deze groei in de genade, deze grotere gelijkvormigheid aan het beeld van Christus, zouden wij met alle krachten van onze ziel moeten streven. Niet tevreden met een lage en geringe staat voor God, maar met aanhoudend gebed en smeking de Heere vragend of wij vervuld mogen worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand. Dan zouden wij de Heere waardig mogen wandelen, tot alle behaaglijkheid, in alle goede werken vrucht dragend en wassend in de kennis van God (Kol. 1:9-10).
Aan de lezer…
Hebt u wel eens, lezer, verdrietig gezegd: „Ik groei niet; ik ben nog even verdorven als vroeger”? Weet dan dat het oude vlees ook nooit heiliger wordt. De oude mens blijft verdorven door de begeerlijkheden van de verleiding. De groei waarover hier gesproken wordt, is het opwassen van de nieuwe mens, die naar God geschapen is. En die groei gaat vaak verborgen, doordat u uw eigen armoede en de volheid van Christus steeds dieper leert kennen.
Waar het leven van God in de ziel is, daar zal dit leven groeien. Wees daarom niet tevreden met een lage en geringe staat, maar strek u uit naar wat vóór u ligt. Vraag de Heere met aanhoudend gebed of u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, zodat u opwast in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But grow in grace, and in the knowledge of our Lord and Saviour Jesus Christ.
2 Peter 3:18
Growth is the sure mark of life. We see this in vegetation, in the animal creation, in the growth of our own bodies, and of every other thing in which there is life. Where, then, there is the life of God in the soul, there will be a growth in that life. Paul says to the Thessalonian Church—“We are bound to thank God always for you, brethren, as it is fit, because your faith grows exceedingly” (2 Thess. 1:3); and Peter says, “But grow in grace, and in the knowledge of our Lord and Savior Jesus Christ.”
There is “an increasing in the knowledge of God” (Col. 1:10), and “a coming in the unity of the faith, and of the knowledge of the Son of God, unto a perfect man, unto the measure of the stature of the fullness of Christ” (Eph. 4:13). It was for this increasing knowledge of the Son of God that Paul stretched every desire of his soul when he followed after, if that he might apprehend that for which also he was apprehended of Christ Jesus; and thus reaching forth unto those things which were before, he pressed toward the mark, for the prize of the high calling of God in Christ Jesus (Phil. 3:12-14).
This is not what is called ‘progressive sanctification’, as if the flesh got holier and holier, for that is still ever “the old man, which is corrupt according to the deceitful lusts;” but this is a growth of that “new man, which after God is created in righteousness and true holiness.” After this growth in grace, this closer conformity to the image of Christ, should we ever be striving with all the powers of our soul; not satisfied with a low and lean state before God, but with unceasing prayer and supplication, begging of the Lord that we might be “filled with the knowledge of His will in all wisdom and spiritual understanding, that we might walk worthy of the Lord, unto all pleasing, being fruitful in every good work, and increasing in the knowledge of God” (Colossians 1:9, 10).
To the reader…
Have you ever said sadly, dear reader, “I am not growing; I am as corrupt as I ever was”? Know then that the old flesh never becomes any holier. The old man remains corrupt according to the deceitful lusts. The growth spoken of here is the growing up of the new man, which after God is created. And that growth is often hidden, as you learn ever more deeply your own poverty and the fullness of Christ.
Where the life of God is in the soul, that life will grow. Do not, then, be content with a low and lean state, but reach forth unto the things that are before. Ask the Lord with unceasing prayer that you may be filled with the knowledge of His will, so that you grow in the grace and knowledge of our Lord and Saviour Jesus Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas creced en la gracia y conocimiento de nuestro Señor y Salvador Jesucristo.
2 Pedro 3:18
El crecimiento es la señal segura de la vida. Lo vemos en la vegetación, en la creación animal, en el crecimiento de nuestros propios cuerpos y de toda otra cosa en la que hay vida. Así pues, donde hay vida de Dios en el alma, habrá crecimiento en esa vida. Pablo dice a la iglesia de los tesalonicenses: “Siempre debemos dar gracias a Dios de vosotros, hermanos, como es digno, por cuanto vuestra fe va creciendo” (2 Tesalonicenses 1:3); y Pedro dice: “Mas creced en la gracia y conocimiento de nuestro Señor y Salvador Jesucristo.”
Hay un “crecer en el conocimiento de Dios” (Colosenses 1:10), y un llegar “a la unidad de la fe y del conocimiento del Hijo de Dios, a un varón perfecto, a la medida de la edad de la plenitud de Cristo” (Efesios 4:13). Fue hacia este creciente conocimiento del Hijo de Dios hacia donde Pablo tendió todo deseo de su alma cuando proseguía, por ver si alcanzaba aquello para lo cual fue también asido por Cristo Jesús; y así, extendiéndose a lo que estaba delante, proseguía al blanco, al premio de la soberana vocación de Dios en Cristo Jesús (Filipenses 3:12-14).
Esto no es lo que se llama ‘santificación progresiva’, como si la carne se volviera cada vez más santa, pues esta sigue siendo siempre “el viejo hombre que está viciado conforme a los deseos de error”; sino que es un crecimiento de aquel “nuevo hombre que es criado conforme a Dios en justicia y en santidad de verdad”. Por este crecimiento en la gracia, por esta conformidad más estrecha con la imagen de Cristo, debemos esforzarnos siempre con todas las fuerzas de nuestra alma; no contentos con un estado bajo y flaco delante de Dios, sino rogando al Señor con oración y súplica incesantes que seamos “llenos del conocimiento de Su voluntad, en toda sabiduría y espiritual inteligencia; para que andemos como es digno del Señor, agradándole en todo, fructificando en toda buena obra, y creciendo en el conocimiento de Dios” (Colosenses 1:9, 10).
Al lector…
¿Ha dicho usted alguna vez con tristeza, querido lector: “No crezco; soy tan corrompido como siempre”? Sepa entonces que la vieja carne nunca se vuelve más santa. El viejo hombre sigue viciado conforme a los deseos de error. El crecimiento del que aquí se habla es el crecer del nuevo hombre, que es criado conforme a Dios. Y ese crecimiento a menudo está escondido, mientras usted aprende cada vez más profundamente su propia pobreza y la plenitud de Cristo.
Donde la vida de Dios está en el alma, esa vida crecerá. No se contente, pues, con un estado bajo y flaco, sino extiéndase a lo que está delante. Pida al Señor con oración incesante que sea lleno del conocimiento de Su voluntad, para que crezca en la gracia y conocimiento de nuestro Señor y Salvador Jesucristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl