19 de mayo
En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, in goedertierenheid en in barmhartigheden.
Hoséa 2:18
De gemeenschap met Christus begint hier beneden, in de tijd. Aan deze zijde der eeuwigheid is het dat de verborgenheid der huwelijksvereniging eerst wordt gekend; hier wordt de verloving aangegaan; hier de eerste kus der verlovingsliefde gegeven. De viering der bruiloft staat voor de deur, maar de oorspronkelijke verloving in de hemel en de geestelijke verloving op aarde maken Christus en de kerk voor eeuwig tot één. En wanneer dan de man verenigd wordt in en door de huwelijksband met zijn vrouw, dan verbindt hij zich daarbij haar te beminnen en lief te hebben, haar te voeden en te kleden, haar belangen te rekenen als zijn belangen, haar eer als zijn eer, haar blijdschap als zijn blijdschap.
Zo is het met de gezegende Heere Jezus: toen Hij in de eeuwige raad Zich de kerk aan Zich ondertrouwde, ondernam Hij voor haar te zijn en alles voor haar te doen wat tot haar geluk en eer, volkomenheid en heerlijkheid zou kunnen dienen. Zijn eigen woorden zijn: „En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof, en gij zult de Heere kennen.” En wederom: „Want uw Maker is uw Man; Heere der heirscharen is Zijn Naam; en uw Verlosser is de Heilige Israëls; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden.” „Want gelijk een jonkman een jonkvrouw trouwt, alzo zullen uw zonen u trouwen, en gelijk de bruidegom vrolijk is over de bruid, alzo zal uw God over u vrolijk zijn.”
Er moet een vereniging plaatsvinden vóór er gemeenschap zijn kan, een huwelijk vóór het bezit, een lidmaatschap vóór het blijven in Christus en Hij in ons; een zijn in de wijnstok alvorens een rank uit de stam te voorschijn komen kan. Het is de Geest, Die ons het gemis van Hem ontdekt, opdat wij al onze benodigdheden in Hem zouden zoeken en van Hem verwachten; om in Hem te geloven ten eeuwigen leven en alzo te leven een leven des geloofs uit Hem. Door Zijn verborgen onderwijzingen, Zijn inwendige aanrakingen, genadige toelachingen, zoete influisteringen, zoete beloften, en meer in het bijzonder door de openbaringen van Zijn beminnelijke Persoon, volbracht werk, verzoenend bloed, rechtvaardigmakende gerechtigheid, smartelijk lijden en stervende liefde, wint Hij ons hart tot Hem in.
Hij neigt onze genegenheden en stelt Zich voor onze ogen als dragende de banier boven tienduizend, zijnde gans begeerlijk. Zo trekt Hij onze liefde en genegenheden tot Hem, en dit brengt de wereld onder onze voeten. Alle ware godsdienst en de beoefening daarvan komt ons toe door Zijn Geest, genade, tegenwoordigheid en kracht. Hij is onze Zon en zonder Hem is het geheel duister; Hij is ons leven en zonder Hem is alles dood. Hij is het begin en de Voleinder van ons geloof, het Voorwerp onzer liefde en de Grond onzer hoop.
Aan de lezer…
Hoort u, lieve lezer, hoe teder de Heere hier spreekt? „Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, in goedertierenheid en in barmhartigheden.” Het is niet de bruid die de Bruidegom vindt, maar Hij Die haar zoekt en Zich aan haar verbindt, om voor haar te zijn en alles voor haar te doen. Misschien voelt u zich zo onwaardig, dat u niet durft te geloven dat zulke woorden voor u kunnen zijn.
Maar let op hoe Hij het hart inwint: niet door uw liefde eerst te eisen, maar door Zich te openbaren in Zijn verzoenend bloed, Zijn gerechtigheid en Zijn stervende liefde. Het is de Geest Die u het gemis van Hem ontdekt, opdat u alles in Hem zou zoeken. Voelt u dat gemis? Dan is Hij al bezig u te trekken. Hij is uw Zon, zonder Wie alles duister is, en uw leven, zonder Wie alles dood is. Laat u door Hem winnen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, in goedertierenheid en in barmhartigheden.
Hoséa 2:18
De gemeenschap met Christus begint hier beneden, in de tijd. Aan deze zijde van de eeuwigheid wordt de verborgenheid van de huwelijksvereniging het eerst gekend. Hier wordt de verloving aangegaan, hier wordt de eerste kus van de verlovingsliefde gegeven. De viering van de bruiloft staat voor de deur, maar de oorspronkelijke verloving in de hemel en de geestelijke verloving op aarde maken Christus en de kerk voor eeuwig één. Wanneer een man door de huwelijksband met zijn vrouw verenigd wordt, verbindt hij zich daarmee haar te beminnen en lief te hebben, haar te voeden en te kleden, en haar belangen te rekenen als zijn belangen, haar eer als zijn eer en haar blijdschap als zijn blijdschap.
Zo is het met de gezegende Heere Jezus. Toen Hij Zich in de eeuwige raad de kerk ondertrouwde, nam Hij op Zich om er voor haar te zijn en alles voor haar te doen wat zou kunnen dienen tot haar geluk en eer, haar volkomenheid en heerlijkheid. Zijn eigen woorden zijn: „En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof, en gij zult de Heere kennen.” En opnieuw: „Want uw Maker is uw Man; Heere der heirscharen is Zijn Naam; en uw Verlosser is de Heilige Israëls; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden.” „Want gelijk een jonkman een jonkvrouw trouwt, alzo zullen uw zonen u trouwen, en gelijk de bruidegom vrolijk is over de bruid, alzo zal uw God over u vrolijk zijn.”
Er moet een vereniging zijn voordat er gemeenschap kan zijn, een huwelijk vóór het bezit, een lidmaatschap vóór het blijven in Christus en Hij in ons; er moet een zijn in de wijnstok zijn voordat een rank uit de stam te voorschijn kan komen. Het is de Geest Die ons ontdekt dat wij Hem missen, opdat we alles wat we nodig hebben in Hem zouden zoeken en van Hem verwachten; om in Hem te geloven tot het eeuwige leven en zo een leven van het geloof uit Hem te leven. Door Zijn verborgen onderwijs, Zijn inwendige aanrakingen, genadige toelachingen, zoete influisteringen en zoete beloften, en vooral door de openbaringen van Zijn beminnelijke Persoon, Zijn volbrachte werk, verzoenend bloed, rechtvaardigmakende gerechtigheid, smartelijk lijden en stervende liefde, wint Hij ons hart voor Zich.
Hij neigt onze genegenheden en stelt Zich voor onze ogen als Hij Die de banier draagt boven tienduizend, Die gans begeerlijk is. Zo trekt Hij onze liefde en genegenheden naar Zich toe, en dat brengt de wereld onder onze voeten. Alle ware godsdienst en de beoefening daarvan komt ons toe door Zijn Geest, genade, tegenwoordigheid en kracht. Hij is onze Zon en zonder Hem is alles duister; Hij is ons leven en zonder Hem is alles dood. Hij is de Beginner en de Voleinder van ons geloof, het Voorwerp van onze liefde en de Grond van onze hoop.
Aan de lezer…
Hoort u hoe teder de Heere hier spreekt? „Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, in goedertierenheid en in barmhartigheden.” Het is niet de bruid die de Bruidegom vindt, maar Hij Die haar zoekt en Zich aan haar verbindt, om er voor haar te zijn en alles voor haar te doen. Misschien voelt u zich zo onwaardig, dat u niet durft te geloven dat zulke woorden voor u kunnen zijn.
Maar let op hoe Hij het hart wint: niet door eerst uw liefde te eisen, maar door Zich te openbaren in Zijn verzoenend bloed, Zijn gerechtigheid en Zijn stervende liefde. Het is de Geest Die u ontdekt dat u Hem mist, opdat u alles in Hem zou zoeken. Voelt u dat gemis? Dan is Hij al bezig u te trekken. Hij is uw Zon, zonder Wie alles duister is, en uw leven, zonder Wie alles dood is. Laat u door Hem winnen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And I will betroth thee unto Me for ever; yea, I will betroth thee unto Me in righteousness, and in judgment, and in lovingkindness, and in mercies.
Hosea 2:19
Communion with Christ begins below, in our time state. It is here that the mystery of the marriage union is first made known; here the espousals entered into; here the first kiss of betrothed love given. The ‘celebration of the marriage’ is to come; but the original betrothal in heaven and the spiritual espousals on earth make Christ and the Church eternally one.
As then the husband, when he becomes united to his wife in marriage ties, engages thereby to love her, cherish her, feed her, clothe her, count her interests his interests, her honor his honor, and her happiness his happiness, so the blessed Jesus, when in the councils of eternity, He betrothed the Church to Himself, undertook to be to her and do for her everything that should be for her happiness and honor, perfection and glory. His own words are, “I will betroth you unto Me forever; yes, I will betroth you unto Me in righteousness, and in judgment, and in loving-kindness, and in mercies. I will even betroth you unto Me in faithfulness; and you shall know the Lord.” And again, “For your Maker is your husband; the Lord of hosts is His name; and your Redeemer the Holy One of Israel; the God of the whole earth shall He be called.” “For as a young man marries a virgin, so shall your sons marry you; and as the bridegroom rejoices over the bride, so shall your God rejoice over you.”
There must be union before communion, marriage before possession, membership before abiding in Christ and He in us, a being in the vine before a branch issuing from the stem. It is the Spirit that quickens us to feel our need of Him; to seek all our supplies in Him and from Him; to believe in Him unto everlasting life, and thus live a life of faith upon Him. By His secret teachings, inward touches, gracious smiles, soft whispers, sweet promises, and more especially by manifestations of His glorious Person, finished work, atoning blood, justifying righteousness, agonizing sufferings and dying love, He draws the heart up to Himself.
He thus wins our affections, and setting Himself before our eyes as “the chief among ten thousand and altogether lovely,” draws out that love and affection towards Himself which puts the world under our feet. All religion flows from His Spirit and grace, presence and power. He is our sun, and without Him all is darkness; He is our life, and without Him all is death; He is the beginner and finisher of our faith, the substance of our hope, and the object of our love.
To the reader…
Do you hear how tenderly the Lord speaks here? “I will betroth thee unto Me for ever; yea, I will betroth thee unto Me in righteousness, and in judgment, and in lovingkindness, and in mercies.” It is not the bride who finds the Bridegroom, but He Who seeks her and binds Himself to her, to be there for her and to do everything for her. Perhaps you feel so unworthy that you do not dare to believe that such words could be meant for you.
But notice how He wins the heart: not by first demanding your love, but by revealing Himself in His atoning blood, His righteousness and His dying love. It is the Spirit Who makes you feel that you lack Him, so that you would seek everything in Him. Do you feel that lack? Then He is already drawing you. He is your Sun, without Whom all is dark, and your life, without Whom all is dead. Let yourself be won by Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y te desposaré conMigo para siempre; desposarte he conMigo en justicia, y juicio, y misericordia, y miseraciones.
Oseas 2:19
La comunión con Cristo comienza aquí abajo, en nuestro estado temporal. Es aquí donde por primera vez se da a conocer el misterio de la unión matrimonial; aquí se contraen los desposorios; aquí se da el primer beso del amor de prometidos. La “celebración de las bodas” está por venir; pero el desposorio original en el cielo y los desposorios espirituales en la tierra hacen de Cristo y la Iglesia una sola cosa para siempre.
Así como el marido, cuando se une a su esposa con los lazos del matrimonio, se compromete por ello a amarla, cuidarla, alimentarla, vestirla, considerar los intereses de ella como suyos, la honra de ella como su honra y la felicidad de ella como su felicidad, así el bendito Jesús, cuando en los consejos de la eternidad desposó consigo a la Iglesia, se comprometió a ser para ella y a hacer por ella todo cuanto fuese para su felicidad y honra, perfección y gloria. Sus propias palabras son: “Y te desposaré conMigo para siempre; desposarte he conMigo en justicia, y juicio, y misericordia, y miseraciones. Y te desposaré conMigo en fe, y conocerás a Jehová.” Y otra vez: “Porque tu marido es tu Hacedor; Jehová de los ejércitos es Su nombre: y tu Redentor, el Santo de Israel; Dios de toda la tierra será llamado.” “Pues como el mancebo se casa con la virgen, se casarán contigo tus hijos; y como el gozo del esposo con la esposa, así se gozará contigo el Dios tuyo.”
Tiene que haber unión antes que comunión, matrimonio antes que posesión, ser miembros antes que permanecer en Cristo y Él en nosotros, estar en la vid antes que una rama brote del tronco. Es el Espíritu quien nos vivifica para sentir nuestra necesidad de Él; para buscar toda nuestra provisión en Él y de Él; para creer en Él para vida eterna, y así vivir una vida de fe en Él. Por Sus enseñanzas secretas, Sus toques interiores, Sus sonrisas llenas de gracia, Sus suaves susurros, Sus dulces promesas, y más especialmente por las manifestaciones de Su gloriosa Persona, Su obra consumada, Su sangre expiatoria, Su justicia justificadora, Sus sufrimientos agonizantes y Su amor hasta la muerte, Él atrae el corazón hacia Sí.
Así gana nuestros afectos y, presentándose ante nuestros ojos como “señalado entre diez mil, y todo Él codiciable”, despierta ese amor y afecto hacia Él que pone el mundo bajo nuestros pies. Toda religión fluye de Su Espíritu y Su gracia, de Su presencia y Su poder. Él es nuestro sol, y sin Él todo es tinieblas; Él es nuestra vida, y sin Él todo es muerte; Él es el autor y consumador de nuestra fe, la sustancia de nuestra esperanza y el objeto de nuestro amor.
Al lector…
¿Oye usted con qué ternura habla aquí el Señor? “Y te desposaré conMigo para siempre; desposarte he conMigo en justicia, y juicio, y misericordia, y miseraciones.” No es la esposa quien encuentra al Esposo, sino Él quien la busca y se une a ella, para estar a su lado y hacerlo todo por ella. Quizá se sienta usted tan indigno que no se atreve a creer que tales palabras puedan ser para usted.
Pero observe cómo gana Él el corazón: no exigiendo primero su amor, sino revelándose en Su sangre expiatoria, Su justicia y Su amor hasta la muerte. Es el Espíritu quien le hace sentir que le falta Él, para que lo busque todo en Él. ¿Siente usted esa falta? Entonces Él ya le está atrayendo. Él es su Sol, sin el cual todo es oscuro, y su vida, sin la cual todo está muerto. Déjese ganar por Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl