19 de marzo
Daarom opschortende de lendenen uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaringen van Jezus Christus.
1 Petrus 1:13
De hoop ziet hoofdzakelijk op het einde, want dat is beter dan het begin; de voleindiging van alles wat het geloof aanneemt, de hoop verwacht en de liefde geniet. Maar door welke duistere en sombere wegen moet de hoop vaak heenzien voordat het einde komt, en is somtijds zo laag gezonken, dat men zelfs aan het leven wanhoopt! Op zulk een laag peil zich bevindende, wat al getuigenissen moet zij dan niet bijeenvergaderen; op wat al Eben-Haëzers op deze en die heuvel Mizar, op deze of gene uitredding, openbaring en zegen; wat moest zij zich vastklemmen aan het woord der belofte, roepen om hulp, en dat met luider stem, als ware het de laatste ademtocht, en hoop tegen hoop, in het aangezicht van ongeloof, ontrouw en wanhoop.
Er moet een einde komen aan al die strijd, al die beproevingen, al die bezoekingen en aanvechtingen. Wij zullen niet altijd te worstelen, te strijden hebben met een lichaam der zonde en des doods. Wij zullen niet altijd blijven blootstaan aan de strikken en verzoekingen, door de zonde en de Satan op onze weg uitgezet, zodat wij ze nauwelijks kunnen ontkomen. Elke dag herinnert ons met een waarschuwende stem dat er een einde komen moet.
Maar nu doet de vraag zich voor, en dikwijls is het een beangstigende vraag: Wat zal het einde zijn? Hier komt de hoop de ziel te hulp, om haar te schragen, haar in staat stellende voorwaarts te blikken, opdat het blijken zou een hoop te zijn die niet beschaamt; een goede hoop door genade, en een hoop van zulk een volkomen en duurzame aard dat het einde kan bewijzen dat het een genadegift was van de Heilige Geest, en als zodanig met Zijn volmakende kracht bezegeld.
Gods macht verbreekt de arm der goddelozen,
terwijl zijn hand rechtvaardigen geleidt.
Al treden z’ op geen weg, bezaaid met rozen,
zij wachten ’t heil, door God hun toegezeid.
Psalm 37:9
Aan de lezer…
Soms is ook voor u de vraag beangstigend: wat zal het einde zijn? Moet uw hoop door duistere en sombere wegen heenzien, en is zij zo laag gezonken dat u nauwelijks nog adem hebt om te roepen? U bent dan niet de eerste. Ook anderen moesten zich vastklemmen aan het woord der belofte en hopen tegen hoop, terwijl ongeloof en wanhoop hun in het aangezicht stonden.
Vergaar dan uw Eben-Haëzers. Denk aan die uitredding, dat woord, die zegen die u eenmaal ontving. Zij zijn geen herinneringen om in te rusten, maar getuigen dat de Heere u niet vergeten heeft. Er komt een einde aan alle strijd, aan het worstelen met een lichaam der zonde en des doods. Hoop daarom volkomenlijk op de genade die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus. Een hoop die de Heilige Geest Zelf gewerkt heeft, zal niet beschaamd uitkomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom opschortende de lendenen uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaringen van Jezus Christus.
1 Petrus 1:13
De hoop ziet vooral naar het einde, want dat is beter dan het begin: de voleinding van alles wat het geloof aanneemt, wat de hoop verwacht en wat de liefde geniet. Maar door welke duistere en sombere wegen moet de hoop vaak heen zien voordat het einde komt! Soms is zij zo diep gezonken dat men zelfs aan het leven wanhoopt. Wanneer zij zo laag staat, wat moet zij dan niet allemaal aan getuigenissen bijeenzoeken! Zij denkt aan de Eben-Haëzers op deze en gene heuvel Mizar, aan deze of gene uitredding, openbaring en zegen. Wat moest zij zich vastklemmen aan het woord van de belofte, om hulp roepen, en dat met luide stem, alsof het de laatste ademtocht was, en hopen tegen hoop in, oog in oog met ongeloof, ontrouw en wanhoop.
Er moet een einde komen aan al die strijd, al die beproevingen, al die bezoekingen en aanvechtingen. Wij zullen niet altijd hoeven te worstelen en te strijden met een lichaam van zonde en dood. Wij zullen niet altijd blootstaan aan de strikken en verzoekingen die de zonde en de satan op onze weg leggen, zodat wij er nauwelijks aan kunnen ontkomen. Elke dag herinnert ons met een waarschuwende stem eraan dat er een einde moet komen.
Maar nu komt de vraag op, en vaak is het een beangstigende vraag: wat zal het einde zijn? Hier komt de hoop de ziel te hulp om haar te ondersteunen. Zij stelt haar in staat vooruit te zien, zodat zou blijken dat het een hoop is die niet beschaamt: een goede hoop door genade, een hoop van zo’n volkomen en duurzame aard dat het einde kan bewijzen dat zij een genadegave van de Heilige Geest was, en als zodanig met Zijn volmakende kracht bezegeld.
Gods macht verbreekt de arm der goddelozen,
terwijl zijn hand rechtvaardigen geleidt.
Al treden z’ op geen weg, bezaaid met rozen,
zij wachten ’t heil, door God hun toegezeid.
Psalm 37:9
Aan de lezer…
Soms is ook voor u de vraag beangstigend: wat zal het einde zijn? Moet uw hoop door duistere en sombere wegen heen zien, en is zij zo diep gezonken dat u nauwelijks nog adem hebt om te roepen? U bent dan niet de eerste. Ook anderen moesten zich vastklemmen aan het woord van de belofte en hopen tegen hoop in, terwijl ongeloof en wanhoop hun recht in het gezicht keken.
Zoek dan uw Eben-Haëzers bijeen. Denk aan die uitredding, dat woord, die zegen die u eens ontving. Het zijn geen herinneringen om op te rusten, maar getuigen dat de Heere u niet vergeten heeft. Er komt een einde aan alle strijd, aan het worstelen met een lichaam van zonde en dood. Hoop daarom volkomen op de genade die u wordt toegebracht in de openbaring van Jezus Christus. Een hoop die de Heilige Geest Zelf gewerkt heeft, zal niet beschaamd uitkomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore gird up the loins of your mind, be sober, and hope to the end for the grace that is to be brought unto you at the revelation of Jesus Christ.
1 Peter 1:13
Hope chiefly regards “the end;”—for that is “better than the beginning,” the crowning consummation of all that faith believes, hope expects, and love enjoys. But through what dark and gloomy seasons has hope often to look before this end comes, being sometimes sunk so low as almost to despair even of life! How it has in these low spots to muster all its evidences, look back to this and that ‘Ebenezer’, this and that ‘hill Mizar’, this and that deliverance, manifestation, and blessing; how it has to hang upon the word of promise, cry out for help, and that mightily, as if at its last breath, and hope against hope in the very face of unbelief, infidelity, and despair.
An end must come to all our struggles, trials, exercises, afflictions, and conflicts. We shall not be always struggling and fighting with a body of sin and death. We shall not be always exposed to snares and temptations spread in our path by sin and Satan, so as hardly to escape falling by them as if by the very skin of our teeth. Every day reminds us with warning voice that an end must come.
But now comes the question, and often a very anxious question it is—What will that end be? Here hope comes in to sustain and support the soul, enabling it to look forward, that it may prove to be a hope that makes not ashamed, a good hope through grace, and a hope of such a complete and enduring nature that the end may prove it was a grace of the Holy Spirit, and, as such, stamped with His own perfecting power.
To the reader…
Sometimes the question frightens you too: what will the end be? Must your hope look through dark and gloomy ways, and has it sunk so low that you scarcely have breath left to cry out? Then you are not the first. Others too had to cling to the word of promise and hope against hope, while unbelief and despair stared them in the face.
So gather your Ebenezers together. Think of that deliverance, that word, that blessing you once received. They are not memories to rest upon, but witnesses that the Lord has not forgotten you. An end is coming to all the struggle, to wrestling with a body of sin and death. Therefore hope to the end for the grace that is to be brought unto you at the revelation of Jesus Christ. A hope that the Holy Spirit Himself has wrought will not be put to shame.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto, teniendo los lomos de vuestro entendimiento ceñidos, con templanza, esperad perfectamente en la gracia que os es presentada cuando Jesucristo os es manifestado.
1 Pedro 1:13
La esperanza mira principalmente “al fin”, porque este es “mejor que su principio”, la consumación y corona de todo lo que la fe cree, la esperanza aguarda y el amor goza. ¡Pero a través de qué tiempos oscuros y sombríos tiene que mirar a menudo la esperanza antes de que llegue este fin, hundida a veces tan bajo que casi desespera aun de la vida! ¡Cómo tiene que reunir en esos lugares bajos todas sus evidencias, mirar atrás a este y aquel ‘Eben-ezer’, a este y aquel ‘monte de Mizar’, a esta y aquella liberación, manifestación y bendición; cómo tiene que asirse de la palabra de la promesa, clamar por ayuda, y con fuerza, como si estuviera en su último aliento, y esperar contra esperanza frente a la incredulidad, la infidelidad y la desesperación!
Todas nuestras luchas, pruebas, ejercicios, aflicciones y conflictos tienen que llegar a su fin. No estaremos siempre luchando y combatiendo con un cuerpo de pecado y de muerte. No estaremos siempre expuestos a lazos y tentaciones tendidos en nuestra senda por el pecado y Satanás, de tal manera que apenas escapamos de caer en ellos, como con la piel de nuestros dientes. Cada día nos recuerda con voz de advertencia que ha de venir un fin.
Pero ahora viene la pregunta, y a menudo es una pregunta muy ansiosa: ¿Cuál será ese fin? Aquí entra la esperanza para sostener y apoyar el alma, capacitándola para mirar adelante, a fin de que resulte ser una esperanza que no avergüenza, una buena esperanza por gracia, y una esperanza de una naturaleza tan completa y duradera que el fin demuestre que fue una gracia del Espíritu Santo y, como tal, sellada con Su propio poder perfeccionador.
Al lector…
A veces también a usted le asusta la pregunta: ¿cuál será el fin? ¿Tiene su esperanza que mirar a través de caminos oscuros y sombríos, y se ha hundido tan bajo que apenas le queda aliento para clamar? Entonces no es usted el primero. Otros también tuvieron que asirse de la palabra de la promesa y esperar contra esperanza, mientras la incredulidad y la desesperación los miraban a la cara.
Reúna, pues, sus Eben-ezeres. Piense en aquella liberación, aquella palabra, aquella bendición que recibió una vez. No son recuerdos en los que descansar, sino testigos de que el Señor no le ha olvidado. Viene un fin a toda la lucha, al combate con un cuerpo de pecado y de muerte. Por tanto, espere hasta el fin en la gracia que le será presentada cuando Jesucristo sea manifestado. Una esperanza que el Espíritu Santo mismo ha obrado no será avergonzada.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl