19 maart
Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit de Geest geboren is, dat is geest.
Johannes 3:6
Er is geen belofte in het Woord dat wij in dit leven zullen vrijgemaakt worden van de inwoning en de bewegingen der zonde. Menigeen denkt dat zij geleidelijk heiliger en heiliger worden, dat zonde na zonde geleidelijk uit het hart zal verdwijnen, totdat zij ten laatste nagenoeg volmaakt in het vlees zullen zijn. Doch dit is een ijdele droom, en zulk één die, als het het volk van God betreft, vroeger of later ruw en hard zal tenietgaan. De natuur zal altijd dezelfde blijven en wij zullen het te allen tijde ontwaren, dat het vlees begeert tegen de Geest.
Onze Adamsnatuur is verdorven tot in het merg. Het kan niet verbeterd worden, het kan niet geheiligd. Het is op het eind wat het was in het begin: inklevend boos, en daarom zal het zijn verdorvenheid altoos behouden, totdat wij de sterfelijkheid afleggen en daarmede het lichaam der zonde en des doods. Al waar onze hoop op gevestigd is, ons verlangen naar uitgaat, onze verwachting op staat en waarom wij bidden, is dat onze boze natuur onderworpen en laag gehouden, gedood en gekruisigd moge worden door de kracht der genade.
Doch elke poging om het vlees heilig te maken is slechts een farizese misleiding, die, een heiligheid des vleses belovende, ons onder de kracht der zonde laat, terwijl zij met een dodelijke vijandschap gekant is tegen de ware heiligmaking van de nieuwe mens der genade. Deze wordt gewerkt door een Goddelijke kracht en is zeer onderscheiden van een ingebeelde heiligheid van het vlees, of een ijdele droom van een toenemende heiligmaking.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u ervan schrikt dat de zonde zich na al die jaren nog zo in u roert. Misschien had u gedacht dat u geleidelijk heiliger zou worden, totdat er van de oude mens bijna niets meer over zou zijn. Dan is het pijnlijk te ontdekken dat het vlees nog altijd begeert tegen de Geest. Maar weet dat dit niet bewijst dat de genade u verlaten heeft; het is de ervaring van al Gods volk. Wat uit het vlees geboren is, dat is vlees, en het blijft wat het was.
Laat u daarom niet verleiden om het vlees heilig te willen maken; die weg laat u onder de kracht der zonde. Bid veeleer dat uw boze natuur onderworpen en laag gehouden, gedood en gekruisigd moge worden door de kracht der genade. Wat uit de Geest geboren is, dat is geest, en die nieuwe mens wordt gewerkt door een Goddelijke kracht. Daarop mag u hopen, en niet op uzelf.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit de Geest geboren is, dat is geest.
Johannes 3:6
Er is in het Woord geen belofte dat wij in dit leven bevrijd zullen worden van de inwoning en de bewegingen van de zonde. Menigeen denkt dat hij geleidelijk heiliger en heiliger wordt, dat zonde na zonde langzaam uit het hart zal verdwijnen, totdat hij ten slotte bijna volmaakt in het vlees zal zijn. Maar dat is een ijdele droom, en een droom die, wat het volk van God betreft, vroeg of laat ruw en hard verstoord zal worden. De natuur zal altijd dezelfde blijven, en wij zullen altijd merken dat het vlees begeert tegen de Geest.
Onze Adamsnatuur is tot in het merg verdorven. Zij kan niet verbeterd worden, zij kan niet geheiligd worden. Zij is aan het eind wat zij aan het begin was: in wezen boos. Daarom zal zij haar verdorvenheid altijd behouden, totdat wij de sterfelijkheid afleggen en daarmee het lichaam van de zonde en de dood. Al waarop onze hoop gevestigd is, waarnaar ons verlangen uitgaat, waarop onze verwachting gericht is en waarom wij bidden, is dat onze boze natuur onderworpen en laag gehouden, gedood en gekruisigd mag worden door de kracht van de genade.
Maar elke poging om het vlees heilig te maken is slechts een farizeïsche misleiding. Die belooft een heiligheid van het vlees, maar laat ons onder de macht van de zonde, terwijl zij in dodelijke vijandschap gekant is tegen de ware heiligmaking van de nieuwe mens van de genade. Die ware heiligmaking wordt gewerkt door een goddelijke kracht en verschilt sterk van een ingebeelde heiligheid van het vlees, of van een ijdele droom over een toenemende heiligmaking.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u ervan schrikt dat de zonde zich na al die jaren nog zo in u roert. Misschien had u gedacht dat u geleidelijk heiliger zou worden, totdat er van de oude mens bijna niets meer over zou zijn. Dan is het pijnlijk te ontdekken dat het vlees nog altijd begeert tegen de Geest. Maar weet dat dit niet bewijst dat de genade u verlaten heeft; het is de ervaring van heel Gods volk. Wat uit het vlees geboren is, dat is vlees, en het blijft wat het was.
Laat u daarom niet verleiden om het vlees heilig te willen maken; die weg laat u onder de macht van de zonde. Bid veeleer dat uw boze natuur onderworpen en laag gehouden, gedood en gekruisigd mag worden door de kracht van de genade. Wat uit de Geest geboren is, dat is geest, en die nieuwe mens wordt gewerkt door een goddelijke kracht. Daarop mag u hopen, en niet op uzelf.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“That which is born of the flesh is flesh; and that which is born of the Spirit is spirit.”
John 3:6
There is no promise made that we shall be set free in this life from the indwelling and the inworking of sin. Many think that they are to become progressively holier and holier, that sin after sin is to be removed gradually out of the heart, until at last they are almost made perfect in the flesh. But this is an idle dream, and one which, sooner or later in the case of God’s people, will be rudely and roughly broken to pieces. Nature will ever remain the same; and we shall ever find that the flesh will lust against the spirit.
Our Adamic nature is corrupt to the very core. It cannot be mended, it cannot be sanctified, it is at the last what it was at the first, inherently evil, and as such will never cease to be corrupt until we put off mortality, and with it the body of sin and death. All we can hope for, long after, expect and pray for, is, that this evil nature may be subdued, kept down, mortified, crucified, and held in subjection under the power of grace; but as to any such change passing upon it or taking place in it as to make it holy, it is but a pharisaic delusion, which, promising a holiness in the flesh, leaves us still under the power of sin, while it opposes with deadly enmity that true sanctification of the new man of grace, which is wrought by a divine power, and is utterly distinct from any fancied holiness in the flesh, or any vain dream of its progressive sanctification.
To the reader…
It may be that you are startled that sin still stirs in you so strongly after all these years. Perhaps you had thought that you would gradually become holier, until there would be hardly anything left of the old man. Then it is painful to discover that the flesh still lusts against the Spirit. But know that this does not prove that grace has left you; it is the experience of all God’s people. That which is born of the flesh is flesh, and it remains what it was.
Do not let yourself be drawn, then, into trying to make the flesh holy; that road leaves you under the power of sin. Pray rather that your evil nature may be subdued and kept down, mortified and crucified by the power of grace. That which is born of the Spirit is spirit, and that new man is wrought by a divine power. On that you may hope, and not on yourself.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Lo que es nacido de la carne, carne es; y lo que es nacido del Espíritu, espíritu es.”
Juan 3:6
No hay promesa alguna de que seremos librados en esta vida de la morada y de la obra interior del pecado. Muchos piensan que han de hacerse progresivamente más y más santos, que un pecado tras otro ha de ser quitado gradualmente del corazón, hasta que al fin sean casi perfeccionados en la carne. Pero este es un sueño vano, y uno que, tarde o temprano, en el caso del pueblo de Dios, será hecho pedazos con rudeza y aspereza. La naturaleza seguirá siendo siempre la misma; y siempre hallaremos que la carne codicia contra el espíritu.
Nuestra naturaleza adámica está corrompida hasta la médula. No puede ser enmendada, no puede ser santificada; es al final lo que era al principio, intrínsecamente mala, y como tal nunca dejará de estar corrompida hasta que nos despojemos de la mortalidad, y con ella del cuerpo de pecado y de muerte. Todo lo que podemos esperar, anhelar, aguardar y pedir en oración es que esta mala naturaleza sea sometida, refrenada, mortificada, crucificada y mantenida en sujeción bajo el poder de la gracia; pero en cuanto a que pase sobre ella o tenga lugar en ella algún cambio tal que la haga santa, no es sino un engaño farisaico que, prometiendo una santidad en la carne, nos deja todavía bajo el poder del pecado, mientras se opone con enemistad mortal a la verdadera santificación del nuevo hombre de la gracia, que es obrada por un poder divino y es del todo distinta de cualquier santidad imaginada en la carne o de cualquier sueño vano de su santificación progresiva.
Al lector…
Puede ser que usted se sobresalte de que el pecado todavía se agite en usted con tanta fuerza después de todos estos años. Quizá había pensado que se iría haciendo gradualmente más santo, hasta que apenas quedara nada del viejo hombre. Entonces es doloroso descubrir que la carne todavía codicia contra el Espíritu. Pero sepa que esto no prueba que la gracia le haya abandonado; es la experiencia de todo el pueblo de Dios. Lo que es nacido de la carne, carne es, y sigue siendo lo que era.
No se deje llevar, pues, a intentar hacer santa la carne; ese camino le deja bajo el poder del pecado. Ore más bien para que su mala naturaleza sea sometida y refrenada, mortificada y crucificada por el poder de la gracia. Lo que es nacido del Espíritu, espíritu es, y ese nuevo hombre es obrado por un poder divino. En eso puede esperar, y no en usted mismo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl