September 17
De verborgenheid des Heeren is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.
Psalm 25:14
„De verborgenheid des Heeren” (dat is, tegenwoordig bezit) „is voor degenen die Hem vrezen; en Hij zal” (dat is, toekomend) „hun Zijn Verbond bekendmaken.” Dit bewijst dat, terwijl al het volk Gods dat Zijn Naam vreest de verborgenheid des Heeren heeft, dat is: een zekere mate dier verborgenheid, Zijn Verbond toch niet tegelijkertijd met de verborgenheid aan hen is bekendgemaakt. De „verborgenheid” is in de tegenwoordige tijd; het „bekendmaken des Verbonds” in de toekomende. Hoe zoet is het dat de Heilige Geest die twee zegeningen onderscheiden heeft!
Indien er bijvoorbeeld stond: „De verborgenheid des Heeren is voor degenen die Hem vrezen, en Hij maakt hun Zijn Verbond bekend”, dan zou dat allicht een twijfelmoedig, wanhopig kind van God doen zeggen: „Hoe kan ik een dergenen zijn die God vrezen? Want er staat: God maakt hun Zijn Verbond bekend, en Hij heeft het mij nog niet bekendgemaakt.” Maar daar het nu in de toekomende tijd staat: „Hij zal hun Zijn Verbond bekendmaken”, neemt het de vorm aan van een belofte, en is het daarom juist geschikt voor hun behoeften.
Dit Verbond is het Verbond dat „voor eeuwig vaststaat”: het eeuwige Verbond der genade, dat vaststaat in de Persoon, in de liefde, het bloed en het werk van Gods Zoon; het Verbond dat door de Drieënige Jehovah voor de uitverkorenen gemaakt was vóór de grondlegging der wereld. Hoe gepast is die grondslag voor een arm, wankelmoedig hart! Wanneer de Heere hun die Hem vrezen dat Verbond bekendmaakt, toont Hij hun dat het alles uit genade is, en dus een tegemoetkoming aan hun onwaardigheid, en overvloediger dan de talloze menigte hunner zonden; dat het nog verder gaat dan de uitdelging dier zonden, en hen behouden in heerlijkheid zal doen aanlanden, omdat God bepaald heeft hen daar te brengen. Niets dan een Verbond van genade is geschikt voor een arme, geoefende ziel die haar hulpeloosheid en onwaardigheid kent, en de Heere toont dit aan hen die Hem vrezen.
Zo hoog zijn troon moog’ boven d’ aarde wezen,
zo groot is ook voor allen, die Hem vrezen,
de gunst, waarmee Hij hen wil gadeslaan.
Ps. 103:6
Aan de lezer…
Zegt u, waarde lezer, in uw hart: „Hoe kan ik een dergenen zijn die God vrezen, want Hij heeft mij Zijn Verbond nog niet bekendgemaakt”? Zie dan hoe teder de Heilige Geest dit woord gesteld heeft. De verborgenheid des Heeren is er nú voor wie Hem vrezen; het bekendmaken van Zijn Verbond is een belofte voor de tijd die komt. U mag dus vrezen en wachten, en toch een kind van God zijn.
Wanneer het de Heere behaagt u dat Verbond te ontdekken, zult u zien dat het alles uit genade is, gegrond in de Persoon, het bloed en het werk van Gods Zoon. Uw onwaardigheid is er geen beletsel voor, en de menigte uwer zonden is niet groter dan de overvloed daarvan. Het is juist geschikt voor een arme, geoefende ziel die haar hulpeloosheid kent. Houd dan vast aan het woord „Hij zal”, en wacht op Hem; Hij zal Zijn belofte niet beschamen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De verborgenheid des Heeren is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.
Psalm 25:14
„De verborgenheid des Heeren” (dat is: tegenwoordig bezit) „is voor degenen die Hem vrezen; en Hij zal” (dat is: toekomend) „hun Zijn Verbond bekendmaken.” Dit bewijst het volgende. Al het volk van God dat Zijn Naam vreest, heeft de verborgenheid van de Heere, dat wil zeggen: een zekere mate van die verborgenheid. Toch is Zijn Verbond hun niet tegelijk met die verborgenheid bekendgemaakt. De „verborgenheid” staat in de tegenwoordige tijd, het „bekendmaken van het Verbond” in de toekomende tijd. Hoe zoet is het dat de Heilige Geest die twee zegeningen van elkaar onderscheiden heeft!
Stond er bijvoorbeeld: „De verborgenheid des Heeren is voor degenen die Hem vrezen, en Hij maakt hun Zijn Verbond bekend”, dan zou een twijfelend, wanhopig kind van God gemakkelijk zeggen: „Hoe kan ik een dergenen zijn die God vrezen? Want er staat: God maakt hun Zijn Verbond bekend, en Hij heeft het mij nog niet bekendgemaakt.” Maar omdat het nu in de toekomende tijd staat: „Hij zal hun Zijn Verbond bekendmaken”, krijgt het de vorm van een belofte, en daarom past het juist bij wat zij nodig hebben.
Dit Verbond is het Verbond dat „voor eeuwig vaststaat”: het eeuwige Verbond van de genade, dat vaststaat in de Persoon, de liefde, het bloed en het werk van Gods Zoon. Het is het Verbond dat de Drie-enige Jehovah vóór de grondlegging van de wereld voor de uitverkorenen gemaakt heeft. Hoe passend is die grondslag voor een arm, wankelend hart! Wanneer de Heere dat Verbond bekendmaakt aan hen die Hem vrezen, laat Hij hun zien dat het helemaal uit genade is. Het komt dus tegemoet aan hun onwaardigheid en is overvloediger dan de talloze menigte van hun zonden. Het gaat zelfs verder dan het uitwissen van die zonden en zal hen behouden in de heerlijkheid doen aankomen, omdat God besloten heeft hen daar te brengen. Niets dan een Verbond van genade past bij een arme, geoefende ziel die haar hulpeloosheid en onwaardigheid kent, en de Heere laat dit zien aan hen die Hem vrezen.
Zo hoog zijn troon moog’ boven d’ aarde wezen,
zo groot is ook voor allen, die Hem vrezen,
de gunst, waarmee Hij hen wil gadeslaan.
Ps. 103:6
Aan de lezer…
Zegt u in uw hart: „Hoe kan ik een van hen zijn die God vrezen, want Hij heeft mij Zijn Verbond nog niet bekendgemaakt”? Zie dan hoe teder de Heilige Geest dit woord heeft gesteld. De verborgenheid van de Heere is er nú voor wie Hem vrezen; het bekendmaken van Zijn Verbond is een belofte voor de tijd die komt. U mag dus vrezen en wachten, en toch een kind van God zijn.
Wanneer het de Heere behaagt u dat Verbond te ontdekken, zult u zien dat het helemaal uit genade is, gegrond in de Persoon, het bloed en het werk van Gods Zoon. Uw onwaardigheid staat het niet in de weg, en de menigte van uw zonden is niet groter dan de overvloed ervan. Het past juist bij een arme, geoefende ziel die haar hulpeloosheid kent. Houd dan vast aan het woord „Hij zal”, en wacht op Hem; Hij zal Zijn belofte niet beschamen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The secret of the LORD is with them that fear Him; and He will shew them His covenant.
Psalm 25:14
“The secret of the Lord” (that is, present possession) “IS with those who fear Him; and He WILL show them” (that is, something future) “His covenant.” This shows, that while all the people of God, who fear His Name, have the secret with them, that is, a measure of the secret, yet all the people of God have not the covenant revealed to them at the same time with the secret. The “secret” is in the present tense; the “showing of the covenant” is in the future.
It is very sweet to see how the Holy Spirit has discriminated between these blessings. If, for instance, it had run thus, “The secret of the Lord is with those who fear Him, and He shows to them His covenant,” some doubting, desponding child of God might say, “How can I be one of those that fear God? for it says, God shows to them His covenant, and He has not shown it to me yet.” But being put in the future tense, “He will show to them His covenant,” it takes the form of a promise, and so is just adapted and sweetly suited to their needs. This covenant is the covenant that “stands fast for evermore;” the everlasting covenant of grace, which stands in the Person, love, blood, and work of the Son of God; the covenant made by a Triune Jehovah, on behalf of the elect, before the world was.
What a suitable foundation for a poor tottering heart! The Lord in showing this covenant unto those who fear Him, shows them that it is all of grace, and therefore meets all their unworthiness and superabounds over all the aboundings of their sin; that it is more than a match for their aggravated iniquities, and will land them safe in glory, because God has determined to bring them there. Nothing but a covenant of grace can suit a poor tried soul, who knows his helplessness and worthlessness; and the Lord shows this to those who fear Him.
To the reader…
Do you say in your heart, “How can I be one of those who fear God, for He has not yet made His covenant known to me”? Then see how tenderly the Holy Spirit has worded this text. The secret of the Lord is with them that fear Him now; the showing of His covenant is a promise for the time to come. So you may fear and wait, and still be a child of God.
When it pleases the Lord to show you that covenant, you will see that it is all of grace, founded in the Person, the blood, and the work of God’s Son. Your unworthiness does not stand in its way, and the multitude of your sins is not greater than its abundance. It is suited to a poor, exercised soul that knows its own helplessness. Hold fast, then, to the words “He will,” and wait upon Him; He will not put His promise to shame.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El secreto de Jehová es para los que le temen; y á ellos hará conocer su alianza.
Salmo 25:14
“El secreto de Jehová” (es decir, posesión presente) “ES para los que le temen; y á ellos HARÁ conocer” (es decir, algo futuro) “su alianza.” Esto muestra que, mientras todo el pueblo de Dios que teme Su Nombre tiene consigo el secreto, es decir, una medida del secreto, sin embargo no a todo el pueblo de Dios le es revelada la alianza al mismo tiempo que el secreto. El “secreto” está en tiempo presente; el “hacer conocer la alianza” está en futuro.
Es muy dulce ver cómo el Espíritu Santo ha distinguido entre estas bendiciones. Si, por ejemplo, dijera así: “El secreto de Jehová es para los que le temen, y á ellos hace conocer su alianza”, algún hijo de Dios dudoso y abatido podría decir: “¿Cómo puedo ser yo uno de los que temen a Dios? Porque dice que Dios les hace conocer Su alianza, y a mí todavía no me la ha mostrado.” Pero al estar puesto en futuro, “á ellos hará conocer su alianza”, toma la forma de una promesa, y así está justamente adaptado y dulcemente ajustado a sus necesidades. Esta alianza es el pacto que “será firme” para siempre; el pacto eterno de gracia, que consiste en la Persona, el amor, la sangre y la obra del Hijo de Dios; el pacto hecho por un Jehová Trino en favor de los escogidos, antes que el mundo fuese.
¡Qué fundamento tan adecuado para un pobre corazón vacilante! El Señor, al hacer conocer este pacto a los que le temen, les muestra que es todo de gracia, y que por tanto sale al encuentro de toda su indignidad y sobreabunda por encima de toda la abundancia de su pecado; que es más que suficiente para sus agravadas iniquidades, y que los llevará a salvo a la gloria, porque Dios ha determinado llevarlos allí. Nada sino un pacto de gracia puede convenir a una pobre alma probada que conoce su impotencia y su falta de valor; y el Señor muestra esto a los que le temen.
Al lector…
¿Dice usted en su corazón: “¿Cómo puedo ser yo uno de los que temen a Dios, si Él todavía no me ha hecho conocer Su alianza?” Entonces vea con cuánta ternura ha formulado el Espíritu Santo este texto. El secreto de Jehová es para los que le temen ahora; el hacer conocer Su alianza es una promesa para el tiempo venidero. Así pues, usted puede temer y esperar, y aun así ser un hijo de Dios.
Cuando al Señor le plazca mostrarle ese pacto, verá que es todo de gracia, fundado en la Persona, la sangre y la obra del Hijo de Dios. Su indignidad no le estorba, y la multitud de sus pecados no es mayor que su abundancia. Conviene a una pobre alma ejercitada que conoce su propia impotencia. Aférrese, pues, a la palabra “hará”, y espere en Él; Él no avergonzará Su promesa.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl