September 16
Jozef is een vruchtbare tak; een vruchtbare tak aan een fontein; elk één der takken loopt over de muur. De schutters hebben hem wel bitterheid aangedaan, en beschoten, en hem gehaat. Maar zijn boog is in stijvigheid gebleven, en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden door de handen van de Machtige Jakobs.
Genesis 49:22-24
Men zou gedacht hebben dat Jozef, een vruchtbare tak zijnde, met welgevallen, bijna met heilige spot, op de schutters die hem beschoten zou hebben neergezien; doch dit was niet zo. „Zij hebben hem bitterheid aangedaan.” Hij werd door zijn eigen broeders verkocht naar Egypte; de dromen en gezichten of openbaringen die God hem gegeven had, maakten hem tot een bespotting. Als een goddeloos mens werd hij in de gevangenis geworpen door dezelfde persoon die hem tot goddeloosheid verzocht, en daar werd hij geminacht en verlaten. Hoe schoten deze schutters hun pijlen in zijn boezem en deden hem smart aan!
Het was omdat hij wandelde in de vreze Gods, omdat zijn gemoed teder was, dat de pijlen hem treffen konden. Was zijn gemoed van staal geweest, had hij een hart van steen gehad, dan zouden de pijlen verstompt op de aarde zijn neergevallen. Maar omdat hij een teder gemoed had, een levende consciëntie, warme genegenheden, goddelijke vrees en een werk der genade in zijn ziel, daarom was het dat hij een tedere, geschikte plaats vormde voor de pijlen om hem te verwonden. Uit deze oorzaak haatten hem de schutters niet alleen, maar beschoten en bedroefden hem zeer.
Maar leidde dit tot zijn vernietiging? Deed het zijn levenssappen uitvloeien? Zonk hij neer en stierf hij als iemand die in het hart gewond is? Viel hij op de grond en blies hij de laatste adem uit? Geenszins, want „zijn boog is in stijvigheid gebleven en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden door de handen van de Machtige Jakobs”. Hij had dus een boog en kon ook schieten.
En wat was zijn boog? Hij raapte de pijlen die op hem afgeschoten waren op, of liever, hij trok ze uit zijn verwonde boezem; en in plaats van met deze pijlen aan te leggen op degenen die hem beschoten en hem zo smartelijk griefden, schoot hij ze naar boven en bracht ze tot de troon der Majesteit in de hemelen. Hij verwisselde hun bittere pijlen in gebeden en smekingen. Dus dezelfde pijlen die op hem afgeschoten werden, zette hij om in smekingen, waarmee hij tot de troon Gods naderde. Hij richtte zijn boog op de hemel der hemelen, en dit moet gij ook doen.
Vergeld nooit kwaad voor kwaad, noch schelden voor schelden. Wanneer gij door de schutters beschoten wordt, schiet niet terug. Neem uw pijlen en breng ze voor de troon. Kom met uw gewond gemoed, met uw klagen en zuchten, met uw innige smekingen, en spreid ze voor Gods aangezicht uit, Die het gebed hoort en beantwoordt, en gij zult de zegen en de vrucht daarvan genieten. Zij zullen u slaan met hun schieten, als gij op hen schiet.
Zij kunnen spreken waar gij stom staat. Iemand van geboorte en opvoeding die in botsing komt met een straatslenter, kan niet tegen hem op; hij moet het opgeven, hij zal het verliezen in een woordenstrijd. Zo moet gij nooit pijl tegen pijl uitwisselen met die schutters die u bitterheid aandoen. Gij hebt een tedere consciëntie, gij oefent de vreze Gods, gij weegt uw woorden, gij weet wat uw geest zou bedroeven als uw woorden zouden terugkomen in overdenking, en daarom moet gij spaarzaam zijn met uw woorden. Begeef u niet in de strijd, schiet geen enkele pijl terug, laat ze schieten, neem hun pijlen, richt uw boog hemelwaarts, wend ze om in gebed en smekingen, en te zijner tijd zullen zoete antwoorden van barmhartigheid en vrede in uw boezem komen.
Zo is Jozefs boog in stijvigheid gebleven, en al hun pijlen zijn niet in staat gebleken om zijn boog uit de handen te slaan, noch ook die te verbreken. Hij kon zowel schieten als zij, maar niet op dezelfde wijze, noch op hetzelfde voorwerp. Wij zien dan Jozefs vruchtbaarheid, wij zien de bron waaruit zij voortkwam; wij zien de vervolgingen waardoor zijn ziel gegriefd werd; en wij zien de eindelijke overwinning die hij verkreeg. De Heere leide onze zielen op hetzelfde spoor en passe Zijn Woord op onze harten toe, opdat onze boog in stijvigheid blijve en de armen onzer handen mogen gesterkt worden door de handen van de Machtige Jakobs.
Aan de lezer…
Bent u, waarde lezer, gewond door de pijlen van anderen? Hebt u bitterheid ondervonden, misschien wel van uw eigen huisgenoten, en voelt u die pijlen te dieper omdat uw geweten teder is en u de Heere vreest? Weet dan dat juist die tederheid een teken is van het werk der genade in uw ziel. Een hart van steen voelt niets; een levende consciëntie wordt getroffen.
Maar schiet niet terug. Trek de pijlen uit uw boezem en breng ze naar boven, tot de troon der Majesteit in de hemelen. Spreid uw klagen en zuchten uit voor het aangezicht van God, Die het gebed hoort en beantwoordt. Zo wordt uw strijd geen woordenstrijd met mensen, maar een worsteling in het gebed. En Hij, de Machtige Jakobs, zal de armen uwer handen sterken, opdat uw boog in stijvigheid blijve en te Zijner tijd zoete antwoorden van barmhartigheid en vrede in uw boezem komen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jozef is een vruchtbare tak; een vruchtbare tak aan een fontein; elk één der takken loopt over de muur. De schutters hebben hem wel bitterheid aangedaan, en beschoten, en hem gehaat. Maar zijn boog is in stijvigheid gebleven, en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden door de handen van de Machtige Jakobs.
Genesis 49:22-24
Men zou gedacht hebben dat Jozef, omdat hij een vruchtbare tak was, met genoegen, bijna met heilige spot, zou hebben neergezien op de schutters die op hem schoten; maar zo was het niet. „Zij hebben hem bitterheid aangedaan.” Hij werd door zijn eigen broers naar Egypte verkocht; de dromen en gezichten of openbaringen die God hem gegeven had, maakten hem tot een voorwerp van spot. Als een goddeloos mens werd hij in de gevangenis geworpen door dezelfde persoon die hem tot goddeloosheid wilde verleiden, en daar werd hij geminacht en verlaten. Hoe schoten deze schutters hun pijlen in zijn borst en deden zij hem pijn!
Het was omdat hij wandelde in de vreze Gods, omdat zijn gemoed teder was, dat de pijlen hem konden raken. Als zijn gemoed van staal was geweest, als hij een hart van steen had gehad, dan zouden de pijlen afgestompt op de grond zijn gevallen. Maar omdat hij een teder gemoed had, een levend geweten, warme genegenheden, goddelijke vrees en een werk van de genade in zijn ziel, was hij een tedere, geschikte plek waar de pijlen hem konden verwonden. Daarom haatten de schutters hem niet alleen, maar schoten zij ook op hem en bedroefden hem zeer.
Maar leidde dit tot zijn ondergang? Liet het zijn levenssappen wegvloeien? Zonk hij neer en stierf hij als iemand die in het hart gewond is? Viel hij op de grond en blies hij de laatste adem uit? Helemaal niet, want „zijn boog is in stijvigheid gebleven en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden door de handen van de Machtige Jakobs”. Hij had dus een boog en kon ook schieten.
En wat was zijn boog? Hij raapte de pijlen op die op hem afgeschoten waren, of liever, hij trok ze uit zijn gewonde borst. In plaats van met deze pijlen te mikken op hen die op hem schoten en hem zo pijnlijk krenkten, schoot hij ze omhoog en bracht ze tot de troon van de Majesteit in de hemelen. Hij veranderde hun bittere pijlen in gebeden en smekingen. Dezelfde pijlen die op hem afgeschoten werden, zette hij dus om in smekingen, waarmee hij tot de troon van God naderde. Hij richtte zijn boog op de hemel der hemelen, en dat moet u ook doen.
Vergeld nooit kwaad met kwaad, en ook geen schelden met schelden. Wanneer de schutters op u schieten, schiet dan niet terug. Neem uw pijlen en breng ze voor de troon. Kom met uw gewond gemoed, met uw klagen en zuchten, met uw innige smekingen, en spreid ze uit voor het aangezicht van God, Die het gebed hoort en beantwoordt; dan zult u de zegen en de vrucht daarvan genieten. Zij zullen u verslaan met hun schieten, als u op hen schiet.
Zij kunnen spreken waar u met de mond vol tanden staat. Iemand van goede afkomst en opvoeding die in botsing komt met een straatslijper, kan niet tegen hem op; hij moet het opgeven, hij zal het verliezen in een woordenstrijd. Zo moet u nooit pijl tegen pijl uitwisselen met de schutters die u bitterheid aandoen. U hebt een teder geweten, u beoefent de vreze Gods, u weegt uw woorden, u weet wat uw geest zou bedroeven als uw woorden u later in uw overdenkingen weer voor de geest kwamen, en daarom moet u zuinig zijn met uw woorden. Begin niet aan de strijd, schiet geen enkele pijl terug. Laat hen schieten, neem hun pijlen, richt uw boog naar de hemel, zet ze om in gebed en smekingen, en op Zijn tijd zullen zoete antwoorden van barmhartigheid en vrede in uw hart komen.
Zo is Jozefs boog in stijvigheid gebleven, en al hun pijlen bleken niet in staat zijn boog uit zijn handen te slaan of hem te breken. Hij kon net zo goed schieten als zij, maar niet op dezelfde manier en niet op hetzelfde doel. We zien dan Jozefs vruchtbaarheid, en we zien de bron waaruit die voortkwam. We zien de vervolgingen waardoor zijn ziel gekrenkt werd, en we zien de uiteindelijke overwinning die hij behaalde. Moge de Heere onze zielen op hetzelfde spoor leiden en Zijn Woord op onze harten toepassen, zodat onze boog in stijvigheid blijft en de armen van onze handen gesterkt worden door de handen van de Machtige Jakobs.
Aan de lezer…
Bent u, waarde lezer, gewond door de pijlen van anderen? Hebt u bitterheid ervaren, misschien zelfs van uw eigen huisgenoten, en voelt u die pijlen des te dieper omdat uw geweten teder is en u de Heere vreest? Weet dan dat juist die tederheid een teken is van het werk van de genade in uw ziel. Een hart van steen voelt niets; een levend geweten wordt geraakt.
Maar schiet niet terug. Trek de pijlen uit uw hart en breng ze omhoog, tot de troon van de Majesteit in de hemelen. Spreid uw klagen en zuchten uit voor het aangezicht van God, Die het gebed hoort en beantwoordt. Zo wordt uw strijd geen woordenstrijd met mensen, maar een worsteling in het gebed. En Hij, de Machtige Jakobs, zal de armen van uw handen sterken, zodat uw boog in stijvigheid blijft en er op Zijn tijd zoete antwoorden van barmhartigheid en vrede in uw hart komen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Joseph is a fruitful bough, even a fruitful bough by a well; whose branches run over the wall: the archers have sorely grieved him, and shot at him, and hated him: but his bow abode in strength, and the arms of his hands were made strong by the hands of the mighty God of Jacob; (from thence is the Shepherd, the Stone of Israel).
Genesis 49:22-24
One would have thought that Joseph being a fruitful bough could have looked with complacency, almost with holy scorn, upon these archers who shot at him, but it was not so; “they sorely grieved him.” To be sold by his own brethren into Egypt; the dreams and visions God had given him to be derided; to be cast into prison as an ungodly man through the very person who was tempting him to ungodliness, and there to be neglected and forsaken; how these archers had shot their arrows against his bosom, and sorely grieved him!
It was because he had the fear of God, because his feelings were tender, that the arrows found a place. Had he had a bosom of steel, had he had a heart of stone, the arrows would have fallen off blunted and pointless; but it was because he had tender feelings, a living conscience, warm affections, godly fear, and a work of grace upon his soul, that he presented a tender spot for these arrows to stick in; therefore the archers not only “hated him, but shot at him, and sorely grieved him.”
But did they prove his destruction? Did any one drain his life blood? Did he sink and die like a wounded deer? Did he fall upon the plain and gasp out his forlorn life? No; “But his bow abode in strength, and the arms of his hands were made strong by the hands of the mighty God of Jacob.” He then had a bow; he could shoot too. And what was his bow? and how did he direct the arrow? He picked up the arrows that were shot at him, or rather he took them out of his own wounded bosom; and instead of aiming these shafts against those who had so sorely grieved him, he shot upward; he launched his arrows towards the throne of the Majesty on high; he turned their bitter shafts into prayers, supplications, and petitions.
Thus the very arrows shot at him he turned into petitions with which to approach the throne of God. He drew his bow even up to the heaven of heavens; and that is what you should do. Never return evil for evil; never return railing for railing. When you are shot at by the archers, do not shoot at them again. Take your arrows and bring them before the throne; present your feelings wounded as they are, your groans and sighs, with your warm petitions, and spread them before God, Who hears and answers prayer; and you will find the benefit and blessing of it.
The world will beat you at shooting if you shoot at them. They can use language that you cannot. A man of birth and education, drawn into collision with a street ruffian, cannot bandy words with him; he must pass on; he would soon be beaten in the strife of words. So you must never shoot arrow against arrow with those archers who sorely grieve you. You have a tender conscience; you have the fear of God; you weigh your words; you know what will grieve your mind when it comes back upon you, and you are therefore sparing of your speech. Cease from that war; return not a single arrow, let them shoot away, take their arrows, direct your bow upward, turn them all into prayers and supplications, and in due time sweet answers of mercy and peace will come into your bosom.
Thus Joseph’s bow “abode in strength,” and all their arrows neither struck his bow out of his hand, nor broke it asunder. He could shoot as well as they, but not in the same way nor at the same object. We see, then, Joseph’s fruitfulness; we see the source of it; we see the persecutions his soul was grieved by; and we see the final victory that he gained. God of His infinite mercy lead our souls into the same blessed track, apply His truth to our hearts, that our bow may abide in strength, and that the arms of our hands may be made strong by the hands of the mighty God of Jacob.
To the reader…
Dear reader, have you been wounded by the arrows of others? Have you known bitterness, perhaps even from those of your own household, and do you feel those arrows all the more deeply because your conscience is tender and you fear the Lord? Know, then, that this very tenderness is a sign of the work of grace in your soul. A heart of stone feels nothing; a living conscience is touched.
But do not shoot back. Draw the arrows out of your heart and carry them upward, to the throne of the Majesty on high. Spread out your complaints and sighs before the face of God, Who hears and answers prayer. So your conflict becomes no war of words with men, but a wrestling in prayer. And He, the mighty God of Jacob, will make the arms of your hands strong, so that your bow abides in strength and, in His own time, sweet answers of mercy and peace come into your heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ramo fructífero José, ramo fructífero junto a fuente, cuyos vástagos se extienden sobre el muro. Y le causaron amargura, y le asaetearon, y le aborrecieron los arqueros: mas su arco quedó en fortaleza, y los brazos de sus manos se corroboraron por las manos del Fuerte de Jacob (de allí el Pastor, y la Piedra de Israel).
Génesis 49:22-24
Uno habría pensado que José, siendo un ramo fructífero, podría haber mirado con indiferencia, casi con santo desdén, a esos arqueros que le asaeteaban; pero no fue así: “le causaron amargura”. Ser vendido por sus propios hermanos a Egipto; ver escarnecidos los sueños y visiones que Dios le había dado; ser echado en la cárcel como hombre impío por causa de la misma persona que le tentaba a la impiedad, y allí ser olvidado y abandonado: ¡cómo habían disparado estos arqueros sus saetas contra su pecho, y cuánta amargura le habían causado!
Fue porque tenía el temor de Dios, porque sus sentimientos eran tiernos, que las saetas hallaron dónde clavarse. Si hubiera tenido un pecho de acero, si hubiera tenido un corazón de piedra, las saetas habrían caído despuntadas y sin filo; pero porque tenía sentimientos tiernos, una conciencia viva, afectos cálidos, temor piadoso y una obra de gracia en su alma, presentaba un punto tierno donde estas saetas podían clavarse; por eso los arqueros no solo “le aborrecieron”, sino que “le asaetearon, y le causaron amargura”.
Pero ¿fueron ellas su destrucción? ¿Le desangró alguna de ellas? ¿Se hundió y murió como un ciervo herido? ¿Cayó en la llanura y exhaló su vida desamparada? No; “mas su arco quedó en fortaleza, y los brazos de sus manos se corroboraron por las manos del Fuerte de Jacob”. Así que él también tenía un arco; también él podía disparar. ¿Y cuál era su arco? ¿Y cómo dirigía la saeta? Recogía las saetas que le habían disparado, o más bien las sacaba de su propio pecho herido; y en vez de apuntar esas flechas contra los que tanta amargura le habían causado, disparaba hacia arriba; lanzaba sus saetas hacia el trono de la Majestad en las alturas; convertía sus amargas flechas en oraciones, súplicas y peticiones.
Así, las mismas saetas que le disparaban las convertía en peticiones con las cuales acercarse al trono de Dios. Tensaba su arco hasta el cielo de los cielos; y eso es lo que usted debe hacer. Nunca devuelva mal por mal; nunca devuelva maldición por maldición. Cuando los arqueros le disparen, no les dispare usted a su vez. Tome sus saetas y llévelas ante el trono; presente sus sentimientos heridos tal como están, sus gemidos y suspiros, con sus fervientes peticiones, y extiéndalos delante de Dios, que oye y responde la oración; y hallará el provecho y la bendición de ello.
El mundo le vencerá disparando si usted les dispara. Ellos pueden usar un lenguaje que usted no puede usar. Un hombre de buena cuna y educación, arrastrado a un choque con un rufián de la calle, no puede cruzar palabras con él; debe seguir su camino; pronto sería vencido en la contienda de palabras. Así usted nunca debe disparar saeta contra saeta con esos arqueros que tanta amargura le causan. Usted tiene una conciencia tierna; tiene el temor de Dios; pesa sus palabras; sabe lo que afligirá su mente cuando vuelva sobre usted, y por eso es parco en el hablar. Cese de esa guerra; no devuelva una sola saeta; déjelos disparar, tome sus saetas, dirija su arco hacia arriba, conviértalas todas en oraciones y súplicas, y a su debido tiempo dulces respuestas de misericordia y paz vendrán a su pecho.
Así el arco de José “quedó en fortaleza”, y todas sus saetas ni le arrancaron el arco de la mano ni lo quebraron. Él podía disparar tan bien como ellos, pero no de la misma manera ni al mismo blanco. Vemos, pues, la fecundidad de José; vemos su fuente; vemos las persecuciones por las que su alma fue afligida; y vemos la victoria final que obtuvo. Dios, por Su infinita misericordia, guíe nuestras almas por la misma bendita senda, aplique Su verdad a nuestro corazón, para que nuestro arco quede en fortaleza, y los brazos de nuestras manos se corroboren por las manos del Fuerte de Jacob.
Al lector…
Querido lector, ¿ha sido usted herido por las saetas de otros? ¿Ha conocido la amargura, quizá incluso de los de su propia casa, y siente esas saetas tanto más hondo porque su conciencia es tierna y teme al Señor? Sepa, entonces, que esa misma ternura es señal de la obra de la gracia en su alma. Un corazón de piedra no siente nada; una conciencia viva es tocada.
Pero no dispare en respuesta. Saque las saetas de su corazón y llévelas hacia arriba, al trono de la Majestad en las alturas. Extienda sus quejas y suspiros delante del rostro de Dios, que oye y responde la oración. Así su lucha no se convierte en una guerra de palabras con los hombres, sino en una lucha en oración. Y Él, el Fuerte de Jacob, corroborará los brazos de sus manos, para que su arco quede en fortaleza y, a Su debido tiempo, dulces respuestas de misericordia y paz vengan a su corazón.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl