November 13
Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemel zit.
Psalm 123:1
O, welk een eenvoudig, gepast, volkomen en gezegend geneesmiddel is dit tegen al onze rampen, wanneer het de Heere behaagt onze ogen te openen en ze op Hem te vestigen. Hij moet alles doen. Zullen de ogen op Hem gevestigd zijn, dan moet Hij ons eerst ogen geven; zullen ze tot Hem opgeheven worden, dan moet Hij ze opwaarts richten; zullen ze op Hem gevestigd zijn, dan moet Hij ze openhouden. Het is goed in die toestand te verkeren.
Er zijn misschien tijden en gelegenheden dat wij geen godsvrucht hoegenaamd schijnen te hebben; wanneer wij zien en weder zien en niets vinden. Waar is onze geestelijkheid? Waar zijn onze hemelse gezindheden? Waar is onze volheid des geestes in het gebed? Waar onze nauwgezetheid van geweten? Waar onze vreze Gods? Waar onze overpeinzingen over Gods Woord? Wij zien en zien en zien weder — zij schijnen verloren.
Nu worden wij, te midden dier onzekerheid, misschien in een moeilijke strijd, in droefenis, in verzoeking, in vrees gebracht, of in iets dat zwaar en machtig op de ziel drukt. Nu is het de tijd dat wij onze godsvrucht nodig hebben. Maar zij is verdwenen en laat ons ledig, behoeftig, naakt en arm aan onszelf over; wat de zegen en de troost van onze godsdienst aangaat, die schijnen wij niet te hebben. Dit is een ontledigend werk: het is als het ware de ziel tot op het been ontkleden. Maar welk een voorbereiding om de godsdienst die van Boven is te ontvangen!
Hoe moet het vat ontledigd worden van het onreine water van eigen godsdienst; hoe moet het gespoeld en gewassen worden om het zuivere water van hemelse godsdienst uit de Goddelijke fontein te ontvangen! God vermengt nooit de zuivere stroom van hemelse godsdienst met het vuile, troebele water van onze eigen godsdienst. Wij moeten tot op de laatste droppel toe van onze natuurlijke godsdienst ontledigd worden, om de geestelijke, die van Boven is, in onze ziel te ontvangen. Ware godsvrucht bestaat hoofdzakelijk uit twee delen: geledigd, ontkleed, ontbloot en arm gemaakt, en dan gekleed en vervuld worden uit de volheid van Christus.
Mijn beê, met opgeheven handen,
klimm’ voor uw heilig aangezicht,
als reukwerk voor U toegericht,
als offers die des avonds branden.
Ps. 141:2
Aan de lezer…
Zoekt u, waarde lezer, naar uw godsvrucht en vindt u niets? Waar is uw geestelijkheid, waar uw gebed, waar uw vreze Gods? U ziet en ziet weder, en het schijnt alles verloren, juist nu de strijd zwaar op uw ziel drukt. Het is een bitter ding zo ledig, naakt en arm gelaten te worden. Maar meent niet dat de Heere u daarom verlaten heeft.
Het vat moet ontledigd worden van het onreine water van eigen godsdienst, eer het zuivere water uit de Goddelijke fontein erin kan vloeien. God vermengt die twee nooit. Wat u nu als verlies voorkomt, is een voorbereiding om te ontvangen wat van Boven is. Hef dan uw ogen op tot Hem, Die in de hemel zit. Kunt u dat niet, vraag Hem dan dat Hij ze opwaarts richte; want Hij moet alles doen, en Hij kleedt en vervult de arme uit de volheid van Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemel zit.
Psalm 123:1
O, wat een eenvoudig, passend, volkomen en gezegend geneesmiddel is dit tegen al onze rampen, wanneer het de Heere behaagt onze ogen te openen en ze op Hem te richten. Hij moet alles doen. Als onze ogen op Hem gericht moeten zijn, moet Hij ons eerst ogen geven. Als ze tot Hem opgeheven moeten worden, moet Hij ze omhoog richten. Als ze op Hem gevestigd moeten blijven, moet Hij ze openhouden. Het is goed in die toestand te verkeren.
Er zijn misschien tijden en gelegenheden waarin wij helemaal geen godsvrucht lijken te hebben; wanneer wij zoeken en opnieuw zoeken en niets vinden. Waar is onze geestelijkheid? Waar is onze hemelsgezindheid? Waar is onze volheid van geest in het gebed? Waar is onze nauwgezetheid van geweten? Waar is onze vreze Gods? Waar zijn onze overdenkingen over Gods Woord? Wij zoeken en zoeken en zoeken opnieuw — zij lijken verloren.
Juist te midden van die onzekerheid worden wij misschien in een moeilijke strijd gebracht, in droefheid, in verzoeking, in vrees, of in iets wat zwaar en machtig op de ziel drukt. Dan is het de tijd dat wij onze godsvrucht nodig hebben. Maar zij is verdwenen en laat ons leeg, behoeftig, naakt en arm aan onszelf over; de zegen en de troost van onze godsdienst lijken wij niet te hebben. Dit is een werk dat ons leegmaakt: het is als het ware de ziel tot op het bot ontkleden. Maar wat een voorbereiding om de godsdienst te ontvangen die van Boven is!
Hoe moet het vat geleegd worden van het onreine water van eigen godsdienst; hoe moet het gespoeld en gewassen worden om het zuivere water van hemelse godsdienst uit de Goddelijke fontein te ontvangen! God vermengt de zuivere stroom van hemelse godsdienst nooit met het vuile, troebele water van onze eigen godsdienst. Wij moeten tot op de laatste druppel van onze natuurlijke godsdienst geleegd worden, om de geestelijke godsdienst, die van Boven is, in onze ziel te ontvangen. Ware godsvrucht bestaat hoofdzakelijk uit twee delen: geleegd, ontkleed, ontbloot en arm gemaakt worden, en dan bekleed en vervuld worden uit de volheid van Christus.
Mijn beê, met opgeheven handen,
klimm’ voor uw heilig aangezicht,
als reukwerk voor U toegericht,
als offers die des avonds branden.
Ps. 141:2
Aan de lezer…
Zoekt u naar uw godsvrucht en vindt u niets? Waar is uw geestelijkheid, waar uw gebed, waar uw vreze Gods? U zoekt en zoekt opnieuw, en alles lijkt verloren, juist nu de strijd zwaar op uw ziel drukt. Het is bitter om zo leeg, naakt en arm gelaten te worden. Maar denk niet dat de Heere u daarom verlaten heeft.
Het vat moet geleegd worden van het onreine water van eigen godsdienst, voordat het zuivere water uit de Goddelijke fontein erin kan stromen. God vermengt die twee nooit. Wat u nu als verlies voorkomt, is een voorbereiding om te ontvangen wat van Boven is. Hef dan uw ogen op tot Hem, Die in de hemel zit. Kunt u dat niet, vraag Hem dan of Hij ze omhoog wil richten; want Hij moet alles doen, en Hij bekleedt en vervult de arme uit de volheid van Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Unto Thee lift I up mine eyes, O Thou that dwellest in the heavens.
Psalm 123:1
O how simple, suitable, complete, and blessed a remedy is this for all our distresses, when the Lord is pleased to open our eyes, and fix them on Himself. He must do it all. If the eyes are to be upon Him, He must first give us eyes; if lifted upon Him, He must raise them upwards; if kept upon Him, He must hold them waking. It is good to be in this spot.
There are times and seasons, perhaps, when we seem to have no religion whatever; when we look, and look, and look, and cannot find a grain. Where is our spirituality? where our heavenly affections? where our prayerfulness of spirit? where our tenderness of conscience? where our godly fear? where our meditations upon God’s Word? We look, and look, and look—they seem gone. Now, perhaps, in the midst of this uncertainty we are brought into some painful exercise, some affliction, some temptation, some apprehension, something that lies with weight and power upon the soul. Now is the time we need our religion.
But it is gone, it is gone, leaving us empty, needy, naked, and bare; religion, as regards its blessedness and comfort, we seem to have none. This is emptying work; this is stripping the soul as it were to the very bone. But what a preparation to receive the religion which is from above! How the vessel must be emptied of the dirty water of creature religion, well rinsed, and washed out, to have the pure water of heavenly religion communicated from the divine fountain. God never mingles the pure stream of heavenly religion with the dirty, filthy water of our own creature religion. We must be emptied of every drop, so to speak, of our natural religion, to have the holy and spiritual religion, which is from above, poured into the soul.
But to look, and look, and look, and find nothing but emptiness, nakedness, barrenness, and destitution—to have a “great company” of enemies all coming against us, and we as weak as water—what an emptying for divine filling, what a stripping for divine clothing, and what a bringing down of SELF for the raising up of Christ. True religion consists mainly in two points—to be emptied, stripped, made naked and bare; and then to be clothed and filled out of Christ’s fullness.
To the reader…
Do you search for your godliness and find nothing? Where is your spirituality, where your prayer, where your godly fear? You look and look again, and everything seems lost, just when the conflict presses heavily on your soul. It is bitter to be left so empty, naked and poor. But do not think that the Lord has therefore forsaken you.
The vessel must be emptied of the dirty water of self-made religion before the pure water from the divine fountain can flow into it. God never mingles the two. What now seems to you a loss is a preparation to receive what is from above. Lift up your eyes, then, to Him that dwells in the heavens. If you cannot, ask Him to raise them upwards; for He must do it all, and He clothes and fills the poor out of the fullness of Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
A Ti que habitas en los cielos, alcé mis ojos.
Salmo 123:1
¡Oh, qué remedio tan sencillo, adecuado, completo y bendito es este para todas nuestras angustias, cuando al Señor Le place abrir nuestros ojos y fijarlos en Sí mismo! Él tiene que hacerlo todo. Si los ojos han de estar puestos en Él, primero tiene que darnos ojos; si han de alzarse hacia Él, tiene que levantarlos hacia arriba; si han de mantenerse en Él, tiene que tenerlos en vela. Es bueno estar en este lugar.
Hay tiempos y ocasiones, quizá, en que parecemos no tener religión alguna; en que buscamos, y buscamos, y buscamos, y no podemos hallar ni un grano. ¿Dónde está nuestra espiritualidad? ¿Dónde nuestros afectos celestiales? ¿Dónde nuestro espíritu de oración? ¿Dónde nuestra ternura de conciencia? ¿Dónde nuestro temor piadoso? ¿Dónde nuestras meditaciones en la Palabra de Dios? Buscamos, y buscamos, y buscamos: parecen haberse ido. Ahora bien, quizá en medio de esta incertidumbre somos llevados a algún ejercicio doloroso, alguna aflicción, alguna tentación, algún temor, algo que pesa con fuerza y poder sobre el alma. Ahora es cuando necesitamos nuestra religión.
Pero se ha ido, se ha ido, dejándonos vacíos, necesitados, desnudos y despojados; religión, en cuanto a su bienaventuranza y consuelo, parecemos no tener ninguna. Esta es una obra que vacía; esto es despojar al alma, por así decirlo, hasta el hueso. ¡Pero qué preparación para recibir la religión que viene de lo alto! ¡Cómo tiene que ser vaciado el vaso del agua sucia de la religión de la criatura, bien enjuagado y lavado, para que se le comunique el agua pura de la religión celestial desde la fuente divina! Dios nunca mezcla la corriente pura de la religión celestial con el agua sucia e inmunda de nuestra propia religión de criatura. Tenemos que ser vaciados de cada gota, por así decirlo, de nuestra religión natural, para que la religión santa y espiritual que viene de lo alto sea derramada en el alma.
Pero buscar, y buscar, y buscar, y no hallar más que vacío, desnudez, esterilidad y miseria; tener una “tan grande multitud” de enemigos que vienen todos contra nosotros, y nosotros débiles como el agua: ¡qué vaciamiento para ser llenados divinamente, qué despojo para ser vestidos divinamente, y qué abatimiento del YO para el ensalzamiento de Cristo! La verdadera religión consiste principalmente en dos puntos: ser vaciados, despojados, dejados desnudos y descubiertos; y luego ser vestidos y llenados de la plenitud de Cristo.
Al lector…
¿Busca usted su piedad y no halla nada? ¿Dónde está su espiritualidad, dónde su oración, dónde su temor piadoso? Busca y vuelve a buscar, y todo parece perdido, justo cuando la lucha pesa duramente sobre su alma. Es amargo quedar tan vacío, desnudo y pobre. Pero no piense que por eso el Señor le ha abandonado.
El vaso tiene que ser vaciado del agua sucia de la religión hecha por uno mismo antes de que el agua pura de la fuente divina pueda fluir en él. Dios nunca mezcla las dos. Lo que ahora le parece una pérdida es una preparación para recibir lo que viene de lo alto. Alce, pues, sus ojos a Aquel que habita en los cielos. Si no puede, pídale que Él los levante hacia arriba; porque Él tiene que hacerlo todo, y Él viste y llena a los pobres de la plenitud de Cristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl