13 de mayo
Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil.
Psalm 35:3
Om het water goed te houden, moet het voortdurend stromen; en om het leven Gods in de ziel te behouden, moet er voortdurend oefening zijn. Daarom heeft ’s Heeren volk zo velerlei strijd, beproeving, pijnlijke oefeningen, diepe smart en zware verzoekingen, om ze levend in God te houden; om hen buiten die trage, vadsige, ellendige staat van vleselijke gerustheid en dodelijke verzekerdheid te brengen en te houden, waarin zo menigeen schijnt ingeslapen te zijn; ingeslapen, gelijk de zeeman in de top van de mast, niet wetende welk een verschrikkelijke golf daar beneden hem bruist.
Daarom beproeft de Heere de rechtvaardigen. Hij wil niet toelaten dat Zijn volk stille zij in Zion; dat het op zijn droesem ruste en in een ellendige Moabietische toestand gerake. Daartoe zendt Hij bezoekingen over hen en laat Satan toe hen te verzoeken en te belagen. En onder dat gevoel verwekt de Heilige Geest in hen nu en dan deze verzuchting en uitroep: „Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil!” Gij, Heere, Gij alleen kunt mij redden; niets dan Uw stem kan van vrede tot mijn geweten fluisteren; niets dan Uw bloed kan de schuld die als een zware last op mijn hart drukt, wegnemen; niets dan Uw liefde, door de Heilige Geest in mij uitgestort, kan mijn ziel in U gelukkig maken.
„Zou God zijn gena vergeten,
nooit meer van ontferming weten,
heeft Hij zijn barmhartigheên
door zijn gramschap afgesneên?”
’k Zei daarna: „Dit krenkt mij ’t leven,
maar God zal verand’ring geven.
D’Allerhoogste maakt het goed:
na het zure geeft Hij ’t zoet.”
Ps. 77:6
Aan de lezer…
Wie ziet hoe vol strijd, zorg en verzoeking zijn weg is, terwijl anderen zo rustig voortgaan, vraagt zich af waarom dat zo is; misschien doet u dat ook. Laat ik het eerlijk zeggen: water dat stilstaat, bederft. De Heere wil niet dat Zijn volk op zijn droesem rust, ingeslapen in vleselijke gerustheid als de zeeman in de top van de mast. Daarom beproeft Hij de rechtvaardigen, niet om hen te verderven, maar om hen levend in Hem te houden.
En juist onder die last wekt de Heilige Geest de bede: „Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil!” Kent u die zucht? Dan weet u ook dat niets anders u helpen kan: geen eigen werk, geen troost van mensen, maar alleen Zijn stem die vrede fluistert, Zijn bloed dat de schuld wegneemt, Zijn liefde die de ziel gelukkig maakt. Houd dan aan met die bede. Hij die u zo leert roepen, zal ook antwoorden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil.
Psalm 35:3
Om water goed te houden, moet het voortdurend stromen; en om het leven van God in de ziel te bewaren, moet er voortdurend oefening zijn. Daarom heeft het volk van de Heere zoveel verschillende strijd, beproeving, pijnlijke oefeningen, diepe smart en zware verzoekingen: om hen levend in God te houden. Zo worden zij weggebracht en weggehouden uit die trage, lusteloze, ellendige staat van vleselijke gerustheid en dodelijke zelfverzekerdheid waarin zo velen ingeslapen lijken te zijn. Ingeslapen als de zeeman in de top van de mast, die niet weet wat voor verschrikkelijke golf daar beneden hem bruist.
Daarom beproeft de Heere de rechtvaardigen. Hij wil niet toelaten dat Zijn volk stil is in Sion, dat het op zijn droesem rust en in een ellendige Moabitische toestand terechtkomt. Daartoe zendt Hij bezoekingen over hen en laat Hij de satan toe om hen te verzoeken en te belagen. En onder dat gevoel wekt de Heilige Geest in hen nu en dan deze verzuchting en uitroep: „Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil!”
U, Heere, U alleen kunt mij redden. Niets dan Uw stem kan vrede fluisteren tot mijn geweten. Niets dan Uw bloed kan de schuld wegnemen die als een zware last op mijn hart drukt. Niets dan Uw liefde, door de Heilige Geest in mij uitgestort, kan mijn ziel in U gelukkig maken.
„Zou God zijn gena vergeten,
nooit meer van ontferming weten,
heeft Hij zijn barmhartigheên
door zijn gramschap afgesneên?”
’k Zei daarna: „Dit krenkt mij ’t leven,
maar God zal verand’ring geven.
D’Allerhoogste maakt het goed:
na het zure geeft Hij ’t zoet.”
Ps. 77:6
Aan de lezer…
Wie ziet hoe vol strijd, zorg en verzoeking zijn weg is, terwijl anderen zo rustig voortgaan, vraagt zich af waarom dat zo is; misschien doet u dat ook. Laat ik het eerlijk zeggen: water dat stilstaat, bederft. De Heere wil niet dat Zijn volk op zijn droesem rust, ingeslapen in vleselijke gerustheid als de zeeman in de top van de mast. Daarom beproeft Hij de rechtvaardigen, niet om hen te verderven, maar om hen levend in Hem te houden.
En juist onder die last wekt de Heilige Geest de bede: „Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil!” Kent u die zucht? Dan weet u ook dat niets anders u kan helpen: geen eigen werk, geen troost van mensen, maar alleen Zijn stem die vrede fluistert, Zijn bloed dat de schuld wegneemt, Zijn liefde die de ziel gelukkig maakt. Houd dan aan met die bede. Hij Die u zo leert roepen, zal ook antwoorden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Say unto my soul, I am thy salvation.
Psalm 35:3
To keep water fresh, it must be perpetually running. And to keep the life of God up in the soul, there must be continual exercises. This is the reason why the Lord’s people have so many conflicts, trials, painful exercises, sharp sorrows, and deep temptations–to keep them alive unto God; to bring them out of, and to keep them out of that slothful, sluggish, wretched state of carnal security and dead assurance in which so many seem to have fallen asleep–fallen asleep like the sailor upon the top of the mast, not knowing what a fearful gulf is boiling up below. The Lord, therefore, “tries the righteous.” He will not allow His people to be at ease in Zion; to be settled on their lees, and get into a wretched Moabitish state. He therefore sends afflictions upon them, tribulations, and trials, and allows Satan to tempt and harass them.
And under these feelings the blessed Spirit, from time to time, raises up in them this sigh and cry, “Say unto my soul, I am your salvation.” None but Yourself, Lord, can save me; nothing short of Your voice can whisper peace to my conscience; nothing short of Your blood can speak away guilt from lying as a heavy burden upon my heart; nothing short of Your love shed abroad by the Holy Spirit can make my soul happy in Yourself.
To the reader…
Whoever sees how full of conflict, care and temptation his own way is, while others go on so quietly, wonders why that should be; perhaps you do too. Let me say it honestly: water that stands still goes bad. The Lord does not want His people to be settled on their lees, fallen asleep in carnal security like the sailor upon the top of the mast. That is why He tries the righteous, not to destroy them, but to keep them alive unto Him.
And it is under that very burden that the Holy Spirit raises up the prayer, “Say unto my soul, I am thy salvation.” Do you know that sigh? Then you also know that nothing else can help you: no work of your own, no comfort from men, but only His voice whispering peace, His blood taking away the guilt, His love making the soul happy. Persevere, then, in that prayer. He Who teaches you to cry like this will also answer.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Di a mi alma: Yo soy tu salud.
Salmo 35:3
Para que el agua se mantenga fresca, debe correr continuamente. Y para mantener viva la vida de Dios en el alma, tiene que haber ejercicios continuos. Esta es la razón por la que el pueblo del Señor tiene tantos conflictos, pruebas, ejercicios dolorosos, agudas tristezas y profundas tentaciones: para mantenerlos vivos para Dios; para sacarlos, y mantenerlos fuera, de ese estado perezoso, lerdo y miserable de seguridad carnal y certeza muerta en el que tantos parecen haberse dormido; dormidos como el marinero en lo alto del mástil, sin saber qué abismo espantoso hierve debajo. Por eso el Señor “prueba al justo”. No permitirá que Su pueblo esté reposado en Sión, que esté asentado sobre su sedimento y caiga en un miserable estado moabita. Por eso envía sobre ellos aflicciones, tribulaciones y pruebas, y permite que Satanás los tiente y los acose.
Y bajo estos sentimientos el bendito Espíritu, de tiempo en tiempo, levanta en ellos este suspiro y clamor: “Di a mi alma: Yo soy tu salud”. Nadie sino Tú, Señor, puede salvarme; nada menos que Tu voz puede susurrar paz a mi conciencia; nada menos que Tu sangre puede quitar la culpa que pesa como una carga sobre mi corazón; nada menos que Tu amor, derramado por el Espíritu Santo, puede hacer feliz a mi alma en Ti.
Al lector…
Quien ve cuán lleno de conflicto, cuidado y tentación está su propio camino, mientras otros siguen tan tranquilos, se pregunta por qué ha de ser así; quizá usted también. Permítame decirlo con franqueza: el agua que se estanca se corrompe. El Señor no quiere que Su pueblo esté asentado sobre su sedimento, dormido en la seguridad carnal como el marinero en lo alto del mástil. Por eso prueba al justo, no para destruirlo, sino para mantenerlo vivo para Él.
Y es precisamente bajo esa carga donde el Espíritu Santo levanta la oración: “Di a mi alma: Yo soy tu salud”. ¿Conoce usted ese suspiro? Entonces sabe también que ninguna otra cosa puede ayudarle: ninguna obra propia, ningún consuelo de los hombres, sino solo Su voz que susurra paz, Su sangre que quita la culpa, Su amor que hace feliz al alma. Persevere, pues, en esa oración. El que le enseña a clamar así también responderá.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl