1 mei
Waarom Hij in alles de broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.
Hebreeën 2:17
God gaf de personen van de uitverkorenen in handen van Zijn beminde Zoon. Gelijk Jacob Benjamin aan Juda toevertrouwde, zo aanvaardde Christus de kerk en nam het op Zich haar tot God te brengen, daar Hij bij gebreke daarvan voor eeuwig de schande dragen zou. Doch hoe zeer is deze getrouwheid beproefd geworden! Door mensen, door duivels, ja door God Zelf; maar zij heeft dit roemrijk doorstaan. En toch, wat zware lasten werden op Hem gelegd! Wat wankelden Jezus’ knieën, om zo te spreken, onder deze lasten!
Het is zoals Hart zegt: Hij had „kracht genoeg en niets over!” Hij moest de vloek der wet ondergaan en de last der zonde moest Hem toegerekend worden. Hij moest een hel van inwendige bestrijdingen doorstaan. Hij had met de dood te worstelen wat Zijn lichaam betrof en meer nog in de ziel. Wat een bloedig zweet in de hof, wat een tranen, wat een angst en zware strijd, wat een droefheid tot de dood toe; wat een smart in het lichaam op het kruis! En dit alles verdroeg het heilig Lam in getrouwheid aan God!
Hij had slechts behoeven te bidden, en Zijn Vader had Hem meer dan twaalf legioenen engelen bijgezet. Hij had maar behoeven te spreken en Hij had Zich hemelwaarts kunnen verheffen en het kruis en deszelfs schande en het lijden kunnen achterlaten. Maar Hij was getrouw aan God en aan de arbeid, die Hij op Zich genomen had. Zes moeilijke uren hing Hij aan het kruis. Zes moeilijke uren doorstond Hij de toorn Gods, en het ergste van alles, als de bitterste drop in de lijdensbeker tot het laatste bewaard, was de verberging van Zijns Vaders aangezicht, hetwelk de bittere klacht, een klacht, die nooit voorheen op aarde gehoord was, Hem uit de borst perste: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” En niet dan nadat Hij het werk voleindigd had, gaf Hij de geest.
Zo was Hij getrouw in alle dingen ten opzichte van God. En Hij is ook getrouw geweest in alle dingen met betrekking tot de mensen. Hij kon tot de Vader zeggen: „Van allen, die Gij Mij gegeven hebt” — uitgenomen de zoon des verderfs, Judas; het was Hem niet opgedragen hem van dood en hel te verlossen — doch van alle anderen, die Hij als een gift van de Vader ontvangen had, kon Hij zeggen: „heb Ik niemand verloren.” Alzo was Hij getrouw toen Hij op de wereld was.
En hoe getrouw is Hij nog! De hogepriester onder de wet had twee bedieningen te vervullen; hij moest een offerande offeren voor het volk, en met gebed en bemiddeling daarvoor optreden. Het eerste heeft Jezus op aarde vervuld; in de hemel vervult Hij het tweede, alwaar Hij uit kracht van Zijn tegenwoordigheid voortdurend voor ons tussentreedt.
Aan de lezer…
Hier wordt ons een wonderlijke getrouwheid getoond! Christus nam de Zijnen op Zich zoals Juda zich borg stelde voor Benjamin, en Hij liet hen niet los, al wankelden Zijn knieën onder de last. Hij had slechts behoeven te bidden, en legioenen engelen waren gekomen; maar Hij bleef zes moeilijke uren aan het kruis, totdat Hij het werk voleindigd had. Zou zulk een Borg nu een arme ziel loslaten die zich aan Hem heeft overgegeven?
Misschien voelt u uzelf zo zwak en wankel, dat u vreest eens toch verloren te gaan. Hoor dan wat Hij tot de Vader zegt: „Van allen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.” Uw getrouwheid is broos, maar de Zijne heeft de beproeving door mensen, duivels en God Zelf doorstaan. En Hij is nog getrouw: in de hemel treedt Hij voortdurend voor de Zijnen tussen. Leg uw zaak dan bij die barmhartige en getrouwe Hogepriester neer; bij Hem is zij in veilige handen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij in alles de broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.
Hebreeën 2:17
God gaf de uitverkorenen in de handen van Zijn geliefde Zoon. Zoals Jakob Benjamin aan Juda toevertrouwde, zo aanvaardde Christus de kerk en nam Hij op Zich haar tot God te brengen, omdat Hij anders voor eeuwig de schande zou dragen. Maar hoe zwaar is deze trouw op de proef gesteld! Door mensen, door duivels, ja, door God Zelf; maar zij heeft dit roemrijk doorstaan. En toch, wat werden er zware lasten op Hem gelegd! Hoe wankelden de knieën van Jezus, als het ware, onder die lasten!
Het is zoals Hart zegt: Hij had „kracht genoeg en niets over!” Hij moest de vloek van de wet ondergaan, en de last van de zonde moest Hem worden toegerekend. Hij moest een hel van innerlijke aanvechtingen doorstaan. Hij moest met de dood worstelen, naar Zijn lichaam en nog meer in Zijn ziel. Wat een bloedig zweet in de hof, wat een tranen, wat een angst en zware strijd, wat een droefheid tot de dood toe; wat een pijn in het lichaam aan het kruis! En dit alles verdroeg het heilige Lam in trouw aan God!
Hij had alleen maar hoeven bidden, en Zijn Vader zou Hem meer dan twaalf legioenen engelen hebben gezonden. Hij had maar hoeven spreken, en Hij had Zich naar de hemel kunnen verheffen en het kruis met zijn schande en het lijden achter Zich kunnen laten. Maar Hij was trouw aan God en aan het werk dat Hij op Zich genomen had. Zes zware uren hing Hij aan het kruis. Zes zware uren doorstond Hij de toorn van God. En het ergste van alles, als de bitterste druppel in de lijdensbeker tot het laatst bewaard, was dat Zijn Vader Zijn aangezicht verborg. Dat perste Hem de bittere klacht uit de borst, een klacht die nooit eerder op aarde was gehoord: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” En pas nadat Hij het werk voleindigd had, gaf Hij de geest.
Zo was Hij in alle dingen trouw ten opzichte van God. En Hij is ook trouw geweest in alle dingen met betrekking tot de mensen. Hij kon tot de Vader zeggen: „Van allen, die Gij Mij gegeven hebt” — met uitzondering van de zoon des verderfs, Judas; het was Hem niet opgedragen hem van dood en hel te verlossen — maar van alle anderen die Hij als een gave van de Vader ontvangen had, kon Hij zeggen: „heb Ik niemand verloren.” Zo was Hij trouw toen Hij op de wereld was.
En hoe trouw is Hij nog steeds! De hogepriester onder de wet had twee taken te vervullen: hij moest een offer brengen voor het volk, en met gebed en bemiddeling voor het volk optreden. Het eerste heeft Jezus op aarde vervuld; het tweede vervult Hij in de hemel, waar Hij door de kracht van Zijn tegenwoordigheid voortdurend voor ons pleit.
Aan de lezer…
Hier wordt ons een wonderlijke trouw getoond! Christus nam de Zijnen op Zich zoals Juda zich borg stelde voor Benjamin, en Hij liet hen niet los, al wankelden Zijn knieën onder de last. Hij had alleen maar hoeven bidden, en legioenen engelen waren gekomen; maar Hij bleef zes zware uren aan het kruis, totdat Hij het werk voleindigd had. Zou zo’n Borg nu een arme ziel loslaten die zich aan Hem heeft overgegeven?
Misschien voelt u zich zo zwak en wankel dat u vreest toch nog verloren te gaan. Hoor dan wat Hij tot de Vader zegt: „Van allen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.” Uw trouw is broos, maar de Zijne heeft de beproeving door mensen, duivels en God Zelf doorstaan. En Hij is nog steeds trouw: in de hemel pleit Hij voortdurend voor de Zijnen. Leg uw zaak dan neer bij die barmhartige en getrouwe Hogepriester; bij Hem is zij in veilige handen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore in all things it behoved Him to be made like unto His brethren, that He might be a merciful and faithful High Priest in things pertaining to God, to make reconciliation for the sins of the people.
Hebrews 2:17
God gave the persons of the elect into the hands of His dear Son, as Jacob committed Benjamin into the hands of Judah; and as Judah accepted Benjamin, so Christ accepted the Church and undertook to bring it unto God, or He Himself would bear the blame forever. But how this faithfulness was tried! Men tried it; devils tried it; God tried it; but it came gloriously through all. Yet what loads were laid upon it! How the very knees of Jesus, so to speak, staggered beneath it! How, as Hart says, He had—“Strength enough, and none to spare!”
How He had to sustain the curse of the law and the load of imputed sin! How He had to drink up a very hell of inward torment! How He had to be agonized in body, and more than agonized in soul! What bloody sweat in the garden, what tears, what sore amazement, what heaviness of spirit, what sorrowfulness even unto death; what pangs of body upon the cross, what grief of mind, what distress of soul, did the Holy Lamb endure in being faithful unto God! How He might have prayed, and His Father would have sent Him twelve legions of angels! He had but to speak, and He might have soared to heaven and left the cross and all its shame and suffering behind.
But He was faithful to God and to the work which He had undertaken. Six weary hours He hung upon the cross. Six weary hours He endured the wrath of God, and that most cutting stroke of all, reserved to the last as the bitterest drop in the whole cup, the hiding of His Father’s countenance, which wrung from His bosom that cry, such as neither earth nor heaven had heard before—“My God, my God, why have you forsaken me?” And yet not until He had finished the work did He give up His spirit. So He was faithful “in all things pertaining to God.”
And He is faithful, also, in all things pertaining to man. He could say to the Father, “Of all whom you have given me”—except the son of perdition, Judas; He had no charge to save him from death and hell; but of all the others whom He had received as His Father’s gift, He could say, “I have lost none.” Thus He was faithful while He was on earth.
And how faithful He is now! The high priest under the law had two offices to execute; he had to OFFER SACRIFICE for the people, and to offer prayer and INTERCESSION for them. Upon earth Jesus fulfilled the first; in heaven He fulfils the second, as there making by virtue of His presence continual intercession for us.
To the reader…
What wonderful faithfulness is shown to us here! Christ took His own upon Himself, as Judah became surety for Benjamin, and He did not let them go, though His knees staggered beneath the load. He had only to pray, and legions of angels would have come; yet He stayed six weary hours upon the cross, until He had finished the work. Would such a Surety now let go of a poor soul who has given itself up to Him?
Perhaps you feel so weak and unsteady that you fear you will be lost after all. Then hear what He says to the Father: “Of them which thou gavest me have I lost none.” Your faithfulness is frail, but His has stood the test of men, devils and God Himself. And He is faithful still: in heaven He pleads without ceasing for His own. Lay your case, then, before that merciful and faithful High Priest; with Him it is in safe hands.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual, debía ser en todo semejante a los hermanos, para que fuese misericordioso y fiel Pontífice en lo que es para con Dios, para expiar los pecados del pueblo.
Hebreos 2:17
Dios entregó las personas de los escogidos en las manos de Su amado Hijo, como Jacob encomendó a Benjamín en las manos de Judá; y así como Judá aceptó a Benjamín, así Cristo aceptó a la Iglesia y se comprometió a llevarla a Dios, o de lo contrario Él mismo llevaría la culpa para siempre. ¡Pero cómo fue probada esta fidelidad! Los hombres la probaron; los demonios la probaron; Dios la probó; pero salió gloriosamente de todo. ¡Y, sin embargo, qué cargas fueron puestas sobre ella! ¡Cómo las mismas rodillas de Jesús, por así decirlo, vacilaron bajo ellas! ¡Cómo, según dice Hart, tuvo “fuerza suficiente, y ninguna de sobra”!
¡Cómo tuvo que sostener la maldición de la ley y la carga del pecado imputado! ¡Cómo tuvo que beber todo un infierno de tormento interior! ¡Cómo tuvo que ser atormentado en el cuerpo, y más que atormentado en el alma! ¡Qué sudor de sangre en el huerto, qué lágrimas, qué profundo pavor, qué angustia de espíritu, qué tristeza hasta la muerte; qué dolores del cuerpo en la cruz, qué pesar de la mente, qué aflicción del alma soportó el santo Cordero al ser fiel a Dios! ¡Cómo podría haber orado, y Su Padre le habría enviado doce legiones de ángeles! No tenía más que hablar, y podría haberse elevado al cielo y haber dejado atrás la cruz con toda su vergüenza y su sufrimiento.
Pero Él fue fiel a Dios y a la obra que había emprendido. Seis horas penosas estuvo colgado en la cruz. Seis horas penosas soportó la ira de Dios, y aquel golpe más cortante de todos, reservado para el final como la gota más amarga de toda la copa: el ocultamiento del rostro de Su Padre, que arrancó de Su pecho aquel clamor como ni la tierra ni el cielo habían oído antes: “Dios Mío, Dios Mío, ¿por qué Me has desamparado?” Y, sin embargo, no entregó Su espíritu hasta haber acabado la obra. Así fue fiel “en lo que es para con Dios”.
Y es fiel también en todo lo que toca al hombre. Pudo decir al Padre: “De los que Me diste”, excepto el hijo de perdición, Judas, pues no tenía encargo de salvarlo de la muerte y del infierno; pero de todos los demás que había recibido como don de Su Padre, pudo decir: “Ninguno de ellos perdí.” Así fue fiel mientras estuvo en la tierra.
¡Y cuán fiel es ahora! El sumo sacerdote bajo la ley tenía dos oficios que cumplir: tenía que OFRECER SACRIFICIO por el pueblo, y ofrecer oración e INTERCESIÓN por ellos. En la tierra Jesús cumplió el primero; en el cielo cumple el segundo, haciendo allí, en virtud de Su presencia, continua intercesión por nosotros.
Al lector…
¡Qué fidelidad tan maravillosa se nos muestra aquí! Cristo tomó a los Suyos sobre Sí, como Judá salió fiador por Benjamín, y no los soltó, aunque Sus rodillas vacilaron bajo la carga. No tenía más que orar, y habrían venido legiones de ángeles; sin embargo, permaneció seis horas penosas en la cruz, hasta haber acabado la obra. ¿Soltaría ahora tal Fiador a una pobre alma que se ha entregado a Él?
Quizá se siente usted tan débil e inestable que teme perderse a pesar de todo. Oiga entonces lo que Él dice al Padre: “De los que Me diste, ninguno de ellos perdí.” Su fidelidad es frágil, pero la de Él ha resistido la prueba de los hombres, de los demonios y de Dios mismo. Y Él sigue siendo fiel: en el cielo intercede sin cesar por los Suyos. Ponga, pues, su caso delante de ese misericordioso y fiel Sumo Sacerdote; con Él está en buenas manos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl