Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.
1 Corinthe 3:22
„Het leven – zegt de apostel – is uwe.” Maar hoe kan dit zijn? In twee opzichten. Het tegenwoordige en het toekomende leven, zij zijn beide voor de christen, overeenkomstig de woorden: „De godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte van dit en van het toekomende leven.” Maar het tegenwoordige leven is een natuurlijk en geestelijk leven. In drie opzichten dus is het leven het deel van het volk van God: een natuurlijk, een geestelijk en een eeuwig leven.
Het natuurlijke leven behoort aan hen, want alleen zij kunnen dit waarlijk genieten. Wat is het natuurlijke leven, wanneer het aan een draad hangt over een akelige eeuwigheid? Hoe spoedig is het aan het eind, en hoe spoedig sluiten de dood en het oordeel het toneel af! Maar des christens natuurlijk leven is zijn tijdperk van geloof en gebed, de zaaitijd van een onsterfelijke oogst. De meeste mensen zijn een slaaf van het leven, maar Gods kind is een meester van het leven. Voor de meesten is het leven niet anders dan een gelegenheid om kwaad te doen, maar voor Gods kind is het een gelegenheid om goed te doen.
Het geestelijke leven is op een bijzondere wijze zijn eigendom, want hij alleen bezit het. De natuurlijke mens deelt met hem in een natuurlijk leven, maar hij alleen geniet het geestelijk leven. Dit leven behoort hem, omdat Christus de zijne is. Christus is zijn leven, en omdat Christus leeft, leeft hij ook. En aldaar is dan ook het eeuwig leven, hetwelk een aanvang genomen heeft in het geestelijk leven, en dit geestelijk leven is een hemelse plant, die bloeien zal tot in de eindeloze eeuwigheid.
En dan nog wonderlijker. De dood, de laatste vijand, de koning der verschrikking, die de sterkste vrees veroorzaakt en het stoutste hart doet beven, deze is ook uwe, indien gij van Christus zijt. De dood is niet uw vijand, als gij van Christus zijt, maar uw vriend. Hij moge in der waarheid in een duister en ver gezicht in de gedaante van een vijand schijnen te komen; gij moogt de gedachte van zijn nadering vrezen, en zelfs van vrees schrikken hoe het u in die ure zal gaan; maar als gij van Christus zijt, dan is de dood zowel de uwe als het leven; want Hij heeft de dood vernietigd en heeft het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht.
De dood kan u niet beschadigen, omdat Christus voor u gestorven is. De dood zal slechts uw arm lichaam in het graf brengen, terwijl hij aan de andere zijde voor uw ziel de eeuwige deuren zal ontsluiten; de deuren door welke de Koning der heerlijkheid, de Heere, geweldig in de strijd, als uw Voorloper is ingegaan om een plaats voor u te bereiden.
Aan de lezer…
Vreest u de dood, waarde lezer? Beeft uw hart als u eraan denkt hoe het u in die ure zal gaan? Schaam u daar niet voor; ook Gods kinderen kennen die vrees, en de dood mag van verre als een vijand schijnen te komen. Maar zie niet alleen naar de dood; zie naar Hem Die voor u gestorven is. Als u van Christus bent, dan is de dood niet uw vijand, maar uw vriend, en is hij de uwe zowel als het leven.
Want Christus heeft de dood vernietigd en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. De dood kan slechts uw arm lichaam in het graf leggen, maar aan de andere zijde ontsluit hij de eeuwige deuren, waardoor de Koning der heerlijkheid als uw Voorloper is ingegaan. Gebruik dan dit korte leven als een zaaitijd van geloof en gebed, en houd u vast aan Hem, want omdat Hij leeft, zult u ook leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.
1 Corinthe 3:22
„Het leven – zegt de apostel – is uwe.” Maar hoe kan dat? In twee opzichten. Het tegenwoordige en het toekomende leven zijn allebei voor de christen, overeenkomstig de woorden: „De godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte van dit en van het toekomende leven.” Maar het tegenwoordige leven is een natuurlijk en een geestelijk leven. In drie opzichten is het leven dus het deel van het volk van God: als natuurlijk, als geestelijk en als eeuwig leven.
Het natuurlijke leven behoort hun toe, want alleen zij kunnen het werkelijk genieten. Wat is het natuurlijke leven, wanneer het aan een draad hangt boven een angstaanjagende eeuwigheid? Hoe snel is het voorbij, en hoe snel sluiten de dood en het oordeel het toneel af! Maar het natuurlijke leven van de christen is zijn tijd van geloof en gebed, de zaaitijd van een onsterfelijke oogst. De meeste mensen zijn een slaaf van het leven, maar Gods kind is een meester over het leven. Voor de meesten is het leven niets anders dan een gelegenheid om kwaad te doen, maar voor Gods kind is het een gelegenheid om goed te doen.
Het geestelijke leven is op een bijzondere manier zijn eigendom, want alleen hij bezit het. De natuurlijke mens deelt met hem een natuurlijk leven, maar alleen hij geniet het geestelijk leven. Dit leven behoort hem toe, omdat Christus de zijne is. Christus is zijn leven, en omdat Christus leeft, leeft hij ook. En daar is dan ook het eeuwige leven, dat begonnen is in het geestelijk leven; en dit geestelijk leven is een hemelse plant die zal bloeien tot in de eindeloze eeuwigheid.
En dan nog wonderlijker. De dood, de laatste vijand, de koning der verschrikking, die de sterkste vrees veroorzaakt en het dapperste hart doet beven, ook die is van u, als u van Christus bent. De dood is niet uw vijand, als u van Christus bent, maar uw vriend. Hij mag in werkelijkheid, van verre en in het duister gezien, in de gedaante van een vijand lijken te komen. U kunt de gedachte aan zijn nadering vrezen, en zelfs schrikken van angst hoe het u in dat uur zal gaan. Maar als u van Christus bent, dan is de dood net zo goed van u als het leven, want Hij heeft de dood vernietigd en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht.
De dood kan u geen schade doen, omdat Christus voor u gestorven is. De dood zal alleen uw arm lichaam in het graf brengen, terwijl hij aan de andere kant voor uw ziel de eeuwige deuren zal openen: de deuren waardoor de Koning der heerlijkheid, de Heere, geweldig in de strijd, als uw Voorloper is ingegaan om een plaats voor u te bereiden.
Aan de lezer…
Vreest u de dood? Beeft uw hart als u eraan denkt hoe het u in dat uur zal gaan? Schaam u daar niet voor; ook Gods kinderen kennen die vrees, en de dood kan van verre als een vijand lijken te komen. Maar kijk niet alleen naar de dood; zie naar Hem Die voor u gestorven is. Als u van Christus bent, dan is de dood niet uw vijand, maar uw vriend, en is hij net zo goed van u als het leven.
Want Christus heeft de dood vernietigd en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. De dood kan alleen uw arm lichaam in het graf leggen, maar aan de andere kant opent hij de eeuwige deuren, waardoor de Koning der heerlijkheid als uw Voorloper is ingegaan. Gebruik dan dit korte leven als een zaaitijd van geloof en gebed, en houd u vast aan Hem, want omdat Hij leeft, zult u ook leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Whether Paul, or Apollos, or Cephas, or the world, or life, or death, or things present, or things to come; all are yours.
1 Corinthians 3:22
“LIFE,” says the Apostle, is “yours.” But how can this be? In two ways. Life present and life future, both are the Christian’s, according to the words, “Godliness is profitable unto all things, having promise of the life that now is, and of that which is to come.” But life present is natural and spiritual. In three senses, therefore, is life the portion of Christ’s people; life natural, life spiritual, life eternal.
Life natural is theirs, for they alone can truly enjoy it. What is natural life if it hangs by a thread over a dreadful eternity? How soon spent and gone, and how soon death and judgment close the scene. But the Christian’s very natural life is his season for faith and prayer, the seedtime of an immortal harvest. Most men are life’s slave, but he is life’s master; to most, life is but an opportunity of evil, but to him an opportunity of good.
Spiritual life is peculiarly his, for he alone possesses it. Natural men share with him natural life; but he alone enjoys spiritual life. This life is his because Christ is his. Christ is his life, and because Christ lives, he lives also. And then there is life eternal, which commencing now in life spiritual is transplanted above to bloom in immortality.
And then, more wondrous still, “DEATH,” that last enemy, that king of terrors, who makes the strongest tremble, and the stoutest heart quake; that, also, is yours, if you are Christ’s. Death is not your enemy if you are Christ’s, but your friend. He may indeed in the dim and distant prospect seem to come in the guise of an enemy; you may dread the thought of his approach, and may even sink down with fear how it may be with you in that solemn hour.
But if you are Christ’s, death is yours as well as life, for He has abolished death, and has brought life and immortality to light. Death then cannot harm you, because Christ died for you. Death will merely cause your poor body to drop into the ground, while it will open to your soul the everlasting doors through which the King of glory, the Lord mighty in battle, entered as your Forerunner when He went to prepare a place for you.
To the reader…
Do you fear death? Does your heart tremble when you think of how it will be with you in that hour? Do not be ashamed of that; God’s children know that fear too, and from afar death can seem to come as an enemy. But do not look only at death; look to Him Who died for you. If you are Christ’s, death is not your enemy but your friend, and it is just as much yours as life is.
For Christ has abolished death and brought life and immortality to light. Death can only lay your poor body in the grave, but on the other side it opens the everlasting doors, through which the King of glory has entered as your Forerunner. Use this short life, then, as a seedtime of faith and prayer, and hold fast to Him, for because He lives, you shall live also.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Sea Pablo, sea Apolos, sea Cefas, sea el mundo, sea la vida, sea la muerte, sea lo presente, sea lo por venir; todo es vuestro.
1 Corintios 3:22
“La VIDA,” dice el Apóstol, es “vuestra.” Pero ¿cómo puede ser esto? De dos maneras. La vida presente y la vida futura, ambas son del cristiano, según las palabras: “La piedad para todo aprovecha, pues tiene promesa de esta vida presente, y de la venidera.” Pero la vida presente es natural y espiritual. En tres sentidos, por tanto, es la vida porción del pueblo de Cristo: vida natural, vida espiritual, vida eterna.
La vida natural es suya, porque solo ellos pueden gozarla verdaderamente. ¿Qué es la vida natural, si cuelga de un hilo sobre una eternidad espantosa? ¡Qué pronto se gasta y se va, y qué pronto la muerte y el juicio cierran la escena! Pero la misma vida natural del cristiano es su tiempo para la fe y la oración, la siembra de una cosecha inmortal. La mayoría de los hombres son esclavos de la vida, pero él es señor de la vida; para la mayoría la vida no es sino una ocasión para el mal, pero para él es una ocasión para el bien.
La vida espiritual es particularmente suya, porque solo él la posee. Los hombres naturales comparten con él la vida natural; pero solo él goza de la vida espiritual. Esta vida es suya porque Cristo es suyo. Cristo es su vida, y porque Cristo vive, él también vive. Y luego está la vida eterna, que, comenzando ahora en la vida espiritual, es trasplantada arriba para florecer en la inmortalidad.
Y luego, más maravilloso aún, “la MUERTE,” ese postrer enemigo, ese rey de los espantos, que hace temblar al más fuerte y estremecerse al corazón más valiente; también ella es suya, si usted es de Cristo. La muerte no es su enemiga si usted es de Cristo, sino su amiga. Es verdad que en la perspectiva oscura y lejana puede parecer que viene con apariencia de enemiga; usted puede temer el pensamiento de su llegada, y aun hundirse de temor pensando cómo le irá en aquella hora solemne.
Pero si usted es de Cristo, la muerte es suya tanto como la vida, porque Él quitó la muerte y sacó a la luz la vida y la inmortalidad. La muerte, pues, no puede dañarle, porque Cristo murió por usted. La muerte solo hará que su pobre cuerpo caiga en la tierra, mientras que abrirá a su alma las puertas eternas por las cuales el Rey de gloria, Jehová el poderoso en batalla, entró como su Precursor cuando fue a preparar lugar para usted.
Al lector…
¿Teme usted la muerte? ¿Tiembla su corazón cuando piensa cómo le irá en aquella hora? No se avergüence de ello; los hijos de Dios conocen también ese temor, y de lejos la muerte puede parecer que viene como enemiga. Pero no mire solo a la muerte; mire a Aquel que murió por usted. Si usted es de Cristo, la muerte no es su enemiga sino su amiga, y es tan suya como lo es la vida.
Porque Cristo quitó la muerte y sacó a la luz la vida y la inmortalidad. La muerte solo puede poner su pobre cuerpo en la tumba, pero al otro lado abre las puertas eternas, por las cuales el Rey de gloria ha entrado como su Precursor. Use, pues, esta corta vida como una siembra de fe y oración, y aférrese a Él, pues Él vive, y por eso usted también vivirá.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk