7 februari
In welke ook gij zijt, nadat gij het woord der Waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte, Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.
Efeze 1:13, 14
De hemel is een toebereide plaats voor een toebereid volk. Heilig zijn zijn bewoners, heilig zijn daar de werkzaamheden, heilig de genietingen. Tenzij wij dus iets weten van het onderwijs, het werk en de getuigenis van de Heilige Geest en deelgenoten geworden zijn van een nieuwe, heilige, geestelijke en hemelse natuur, hebben wij geen onderpand en waarborg van de erfenis der zaligheid. Een vleselijk, onrein, onheilig, onvernieuwd hart is geheel buiten staat een onvergankelijke, onbesmette en onverwelkelijke erfenis te verstaan, te genieten, ernaar te smachten en lief te hebben.
Maar elke heilige begeerte, elke hemelse liefde, elk genadig smachten, elk geestelijk genot, elk geloven, elk hopen, elk liefhebben, elk zien op en het zich vastklemmen aan de Heere des levens en der heerlijkheid, door de kracht des Heiligen Geestes, zijn even zoveel onderpanden en waarborgen van de heerlijke erfenis der heiligen in het licht. De liefde, de blijdschap, de vrede, de kalme rust, de berusting in de wil van God, het verrukkelijk gezicht van de heerlijkheid van Christus, dat de ziel in hetzelfde beeld doet veranderen, van heerlijkheid tot heerlijkheid; het genot dat men in Hem smaakt, en de gehele overgave van het hart aan de gezegende Heere als het Hoofd van tienduizend en de gans Beminnelijke, zijn even zoveel onderpanden van de erfenis daarboven, als had de hemel reeds hier beneden een aanvang genomen.
Hij, die op Gods bescherming wacht,
wordt door de hoogste Koning
beveiligd in de duistre nacht,
beschaduwd in Gods woning.
Dies noem ik God zo goed als groot
voor hen, die op Hem bouwen:
mijn Burg, mijn Toevlucht in de nood,
de God van mijn betrouwen.
Ps. 91:1
Aan de lezer…
Weet u iets van het werk en de getuigenis van de Heilige Geest in uw hart, lezer? Het is een ernstige zaak, want de hemel is een toebereide plaats voor een toebereid volk. Een onvernieuwd hart kan die heilige erfenis niet verstaan, niet begeren en niet liefhebben. Wie daar onverschillig onder blijft, heeft alle reden om zichzelf te onderzoeken en de Heere te bidden om een nieuw hart.
Maar misschien zegt u: ik heb zo weinig, ik durf niet te spreken van een onderpand. Let er dan op: Niet alleen de grote verrukkingen, maar elke heilige begeerte, elk genadig smachten, elk zien op en vastklemmen aan de Heere des levens zijn onderpanden van de erfenis daarboven. Is uw hart naar Hem uitgegaan, hebt u Hem gezocht als de gans Beminnelijke, dan is dat geen werk van het vlees geweest. Het is de Geest der belofte, Die u verzegelt tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In welke ook gij zijt, nadat gij het woord der Waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte, Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.
Efeze 1:13, 14
De hemel is een toebereide plaats voor een toebereid volk. Heilig zijn de bewoners, heilig zijn de werkzaamheden daar, heilig is wat men er geniet. Tenzij wij dus iets weten van het onderwijs, het werk en het getuigenis van de Heilige Geest, en deel gekregen hebben aan een nieuwe, heilige, geestelijke en hemelse natuur, hebben wij geen onderpand en waarborg van de erfenis van de zaligheid. Een vleselijk, onrein, onheilig, onvernieuwd hart is volstrekt buiten staat een onvergankelijke, onbesmette en onverwelkelijke erfenis te verstaan, te genieten, ernaar te smachten en haar lief te hebben.
Maar elke heilige begeerte, elke hemelse liefde, elk genadig smachten, elk geestelijk genot, elk geloven, elk hopen, elk liefhebben, elk opzien naar en vastklemmen aan de Heere van het leven en de heerlijkheid, door de kracht van de Heilige Geest, is evenzoveel onderpand en waarborg van de heerlijke erfenis van de heiligen in het licht. De liefde, de blijdschap, de vrede, de kalme rust, de berusting in de wil van God, het verrukkelijke gezicht op de heerlijkheid van Christus, waardoor de ziel van heerlijkheid tot heerlijkheid naar hetzelfde beeld veranderd wordt; het genot dat men in Hem smaakt, en de volledige overgave van het hart aan de gezegende Heere als het Hoofd boven tienduizend en de geheel Beminnelijke: dat alles is evenzoveel onderpand van de erfenis daarboven, alsof de hemel hier beneden al begonnen was.
Hij, die op Gods bescherming wacht,
wordt door de hoogste Koning
beveiligd in de duistre nacht,
beschaduwd in Gods woning.
Dies noem ik God zo goed als groot
voor hen, die op Hem bouwen:
mijn Burg, mijn Toevlucht in de nood,
de God van mijn betrouwen.
Ps. 91:1
Aan de lezer…
Weet u iets van het werk en het getuigenis van de Heilige Geest in uw hart, lezer? Het is een ernstige zaak, want de hemel is een toebereide plaats voor een toebereid volk. Een onvernieuwd hart kan die heilige erfenis niet verstaan, niet begeren en niet liefhebben. Wie daar onverschillig onder blijft, heeft alle reden om zichzelf te onderzoeken en de Heere te bidden om een nieuw hart.
Maar misschien zegt u: ik heb zo weinig, ik durf niet te spreken van een onderpand. Let er dan op: niet alleen de grote verrukkingen, maar elke heilige begeerte, elk genadig smachten, elk opzien naar en vastklemmen aan de Heere van het leven zijn onderpanden van de erfenis daarboven. Is uw hart naar Hem uitgegaan en hebt u Hem gezocht als de geheel Beminnelijke, dan is dat geen werk van het vlees geweest. Het is de Geest van de belofte, Die u verzegelt tot de verkregen verlossing, tot prijs van Zijn heerlijkheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In Whom also after that ye believed, ye were sealed with that Holy Spirit of promise, which is the earnest of our inheritance until the redemption of the purchased possession, unto the praise of His glory.
Ephesians 1:13-14
Heaven is a prepared place for a prepared people. Holy are its inhabitants, holy its employments, holy its enjoyments. Therefore unless we know something of the teaching, the work, and witness of the Holy Spirit here on earth, and are made partakers of a new, holy, spiritual, and heavenly nature; we have no pledge of our interest in the inheritance of the saints in bliss. A carnal, unsanctified, unholy, unrenewed heart is utterly incapable of understanding, entering into, longing after, and loving an inheritance incorruptible, undefiled, and that fadeth not away.
But every holy desire, heavenly affection, gracious longing, spiritual enjoyment, and believing, hoping, loving, looking unto and cleaving to the Lord of life and glory by the power of the Holy Spirit, are all so many pledges of a saving interest in the glorious inheritance of the saints in light.
The love, the joy, the peace, the calm tranquillity, and holy acquiescence in the will of God; the ravishing views of the glory of Christ which change the soul into the same image, from glory to glory; the delight felt in Him, and the whole surrender of the heart and affections to the blessed Lord as the chief among ten thousand and the altogether lovely, are all so many pledges of the inheritance above, as being heaven begun below.
To the reader…
Do you know anything of the work and witness of the Holy Spirit in your heart, reader? It is a solemn matter, for heaven is a prepared place for a prepared people. An unrenewed heart cannot understand that holy inheritance, cannot desire it and cannot love it. Whoever remains indifferent to this has every reason to examine himself and to pray the Lord for a new heart.
But perhaps you say: I have so little, I dare not speak of an earnest. Then take note: not only the great raptures, but every holy desire, every gracious longing, every looking unto and cleaving to the Lord of life are pledges of the inheritance above. If your heart has gone out to Him and you have sought Him as the altogether lovely One, that was no work of the flesh. It is the Spirit of promise, Who seals you unto the redemption of the purchased possession, unto the praise of His glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En el cual también desde que creísteis, fuisteis sellados con el Espíritu Santo de la promesa, el cual es las arras de nuestra herencia, para la redención de la posesión adquirida para alabanza de Su gloria.
Efesios 1:13-14
El cielo es un lugar preparado para un pueblo preparado. Santos son sus habitantes, santas sus ocupaciones, santos sus goces. Por tanto, a menos que conozcamos algo de la enseñanza, la obra y el testimonio del Espíritu Santo aquí en la tierra, y seamos hechos partícipes de una naturaleza nueva, santa, espiritual y celestial, no tenemos prenda alguna de nuestra parte en la herencia de los santos en la gloria. Un corazón carnal, no santificado, impío y no renovado es completamente incapaz de entender, de entrar en, de anhelar y de amar una herencia incorruptible, y que no puede contaminarse, ni marchitarse.
Pero todo deseo santo, todo afecto celestial, todo anhelo de gracia, todo goce espiritual, y todo creer, esperar, amar, mirar y allegarse al Señor de la vida y de la gloria por el poder del Espíritu Santo, son otras tantas prendas de una parte salvadora en la gloriosa herencia de los santos en luz.
El amor, el gozo, la paz, la serena tranquilidad y la santa conformidad con la voluntad de Dios; las arrebatadoras visiones de la gloria de Cristo que transforman el alma en la misma semejanza, de gloria en gloria; el deleite sentido en Él, y la entrega completa del corazón y de los afectos al bendito Señor como señalado entre diez mil y todo Él codiciable, son otras tantas prendas de la herencia de arriba, por ser el cielo comenzado aquí abajo.
Al lector…
¿Conoce usted algo de la obra y del testimonio del Espíritu Santo en su corazón, lector? Es un asunto solemne, porque el cielo es un lugar preparado para un pueblo preparado. Un corazón no renovado no puede entender esa santa herencia, no puede desearla y no puede amarla. Quien permanece indiferente ante esto tiene toda razón para examinarse a sí mismo y pedir al Señor un corazón nuevo.
Pero quizá diga usted: tengo tan poco, no me atrevo a hablar de unas arras. Fíjese entonces: no solo los grandes arrebatos, sino todo deseo santo, todo anhelo de gracia, todo mirar y allegarse al Señor de la vida son prendas de la herencia de arriba. Si su corazón ha salido hacia Él y le ha buscado como Aquel que es todo codiciable, eso no fue obra de la carne. Es el Espíritu de la promesa, Quien le sella para la redención de la posesión adquirida, para alabanza de Su gloria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl