Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

5 juni

Vandaag

3 min. lezen

Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus.
Hebreeën 10:19

Niets anders kan een levende ziel tevredenstellen dan in te gaan in het heiligdom. Hij heeft behoefte aan gemeenschap met God, de heilige, heilige, heilige Heere der legerscharen. Hij heeft niet te maken met een God Die ver weg is, een afgod, een god in wie hij niet gelooft en op wie hij geen enkele hoop heeft, die hij niet liefheeft; een die niet zien, niet horen en niet verlossen kan; een god van zijn eigen verwarde begrip. Zijn hart is gericht op een heilige en geheiligde gemeenschap met de God van hemel en aarde, de God Die Zich in zekere mate aan zijn ziel geopenbaard heeft als de God en Vader van de Heere Jezus Christus. Met Hem heeft hij te doen, tot Hem moet hij komen, met Hem moet hij een heilige gemeenschap onderhouden.

Hij voelt dat hij staat voor de ogen van een hartdoorzoekend God, voor Wiens altijd geopende oren hij zijn gebeden uitstort. Hij ziet op naar Zijn barmhartigheid en genade; hij smeekt om Zijn medelijden. Hij verlangt naar Zijn zaligheid, hij zoekt Zijn liefde en hij stelt Zijn tegenwoordigheid boven alles op prijs. Zo moet hij binnengaan in het heilige der heiligen, want daar woont God, en tot God naderen is binnengaan in het heilige der heiligen. Wie zo voelt en handelt, is een ware Israëliet, in wie geen bedrog is. Hij is iemand van de rechte besnijdenis, die God in de Geest dient, zich in Christus Jezus verheugt en geen vertrouwen stelt in het vlees.

Anderen zijn tevreden met de voorhoven van het huis, met de uitwendige bouw ervan, met de beschilderde ramen, met de gebeeldhouwde kerkbanken, met de lange zijbeuken van de kerk, met lippenwerk om God te eren. Maar de levendgemaakte ziel gaat boven dit alles uit, naar het binnenste heiligdom. De hogepriester bleef op de grote Verzoendag niet bij het volk in de voorhoven, en ook niet bij de priesters in het heilige, maar hij ging verder en begaf zich achter het voorhangsel in het heilige der heiligen. Zo doet ook het kind van God. Hij blijft niet staan in het buitenste voorhof bij de goddelozen, en ook niet in het heilige bij de belijders, om daar tevreden te zijn terwijl er nog een voorhangsel is tussen de Heere en zijn ziel.

Maar hij probeert te komen tot de onmiddellijke tegenwoordigheid van God, waar hij iets mag ervaren van Zijn genade, iets mag zien van Zijn heerlijkheid, iets mag ontmoeten van Zijn barmhartigheid en iets mag smaken van Zijn kracht. En dat doet hem voortgaan in het allerheiligste.

Aan de lezer…

Bent u tevreden met de voorhoven? Met het uitwendige van de godsdienst, met een gewoonte, met lippenwerk? Of is er in uw hart iets dat daarmee niet tevreden kan zijn: een verlangen naar God Zelf, naar Zijn tegenwoordigheid, Zijn barmhartigheid en Zijn liefde? Dan kent u wat ik bedoel. Een levende ziel kan niet rusten zolang er nog een voorhangsel is tussen de Heere en haar.

Maar hoe zou zo’n arm, zondig mens ooit het heilige der heiligen durven binnengaan, voor de ogen van een hartdoorzoekend God? Niet door eigen waardigheid, maar „door het bloed van Jezus”. Daar ligt alle vrijmoedigheid. U mag komen zoals u bent, want het bloed spreekt voor u. Ga dan voorwaarts, met uw gebeden en uw nood. Iets van Zijn genade te ervaren en iets van Zijn heerlijkheid te zien is meer waard dan alle voorhoven van de wereld.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl