Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

5 december

Vandaag

3 min. lezen

Want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij; en Hij geselt een iegelijke zoon, die Hij aanneemt.
Hebreeën 12:6

Zegt Jakobus niet: „Zalig is de man, die de verzoeking verdraagt”? En ook: „Acht het voor grote vreugde wanneer gij in velerlei verzoekingen valt”? Waarom? Is er dan blijdschap in de verzoekingen, en genoegen in smart? Nee, helemaal niet. Maar in de verlossing van de Heere, in de kracht van God om de ziel eruit te helpen, daarin is blijdschap. Daarom moeten wij over een donker pad gaan, wil het licht kostbaar zijn voor onze ogen. Wij moeten wegen van beproeving leren kennen, willen wij de aangenaamheid van de beloften, met kracht toegepast, werkelijk kunnen smaken; wij moeten verzoekingen doorstaan om de zoetheid van de verlossing te kunnen genieten.

En wees ervan verzekerd dat dit de weg is waarin God met Zijn volk handelt. Is uw geweten eerlijk gemaakt? Spreekt die vermaner in uw binnenste de waarheid? Vertel mij eens wat hij zegt. Zegt hij niet: „Weinig beproevingen, weinig vertroostingen; weinig smarten, weinig genietingen; weinig moeilijkheden, weinig bewijzen van God; weinig kwellingen, weinig ontdekkingen van de liefde en het bloed”?

Zegt de apostel niet: „Want gelijk het lijden van Christus overvloedig is in ons, alzo is ook door Christus onze vertroosting overvloedig” (2 Corinthe 1:5)? En zegt hij niet: „En onze hoop van u is vast, als die weten, dat gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden, gij ook alzo gemeenschap hebt aan de vertroosting”? En zegt hij ons niet zorgvuldig te letten op wat de Heere tot Zijn volk spreekt, namelijk dat het tot het deel van een kind behoort kastijdingen te moeten ondergaan? Hij zegt: „Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, en bezwijk niet als gij van Hem bestraft wordt; want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijk zoon, die Hij aanneemt. Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; want wat zoon is er, die de vader niet kastijdt? Maar indien gij zonder kastijding zijt — o ernstig woord, en hoe toepasselijk op duizenden! — welke allen deelachtig zijn geworden, dan zijt gij bastaarden en niet zonen.”

Aan de lezer…

Hier wordt gesproken tot u die over een donker pad gaat en zich afvraagt waarom de Heere u zo kastijdt. Er is geen blijdschap in de smart zelf, en dat hoeft u ook niet te veinzen. Maar laat uw geweten eens eerlijk spreken: waren uw vertroostingen niet het zoetst juist na de zwaarste beproeving, en leerde u de liefde en het bloed niet het best kennen in de nood?

Zo handelt God met Zijn volk. De kastijding is geen teken dat Hij u verworpen heeft, maar het deel van een kind. „Die de Heere liefheeft, kastijdt Hij.” Acht Zijn kastijding dan niet klein, en bezwijk niet als u door Hem bestraft wordt. Hij gedraagt Zich tegenover u als een Vader. En wacht op Zijn verlossing, want daarin ligt de blijdschap; zoals het lijden overvloedig is, zo zal door Christus ook uw vertroosting overvloedig zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl