Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

4 oktober

In heiligmaking des Geestes

Vandaag

3 min. lezen

Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van de Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid.
2 Thessalonicensen 2:13

Ik wil met u spreken over „de heiligmaking des Geestes”. Let om te beginnen op de opvallende kracht van het woordje „in”: het is „in heiligmaking des Geestes” (2 Thess. 2:13). Alle uitverkorenen van God moeten de heiligmaking daarom helemaal doorgaan. Het is een pad dat zij niet alleen moeten inslaan, maar waar zij doorheen moeten. Zoals er geen verlossing van de vloek van de wet kan zijn dan door het bloed en de gehoorzaamheid van de Zoon van God, zo kan er ook geen verlossing zijn van de innerlijke onheiligheid en de overheersende kracht van de zonde dan in de heiligmaking des Geestes.

De Bruid moet niet alleen in het bloed van Christus gewassen en met de gerechtigheid van Christus versierd worden, zodat zij haar hoofd kan opheffen zonder zonde of schaamte in de tegenwoordigheid van de Heere. Zij moet ook deel hebben aan die „heiligmaking zonder welke niemand de Heere zal zien” (Hebr. 12:14). Christus’ gerechtigheid is haar bruidskleed, en terwijl zij daarmee bekleed is, zegt Hij tegen haar: „Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u” (Hoogl. 4:7). Dit is haar recht en haar zekerheid op de hemelse zaligheid. Maar zij heeft ook innerlijke geschiktheid nodig, want zij moet zowel een hart hebben als een kleed dragen dat een koningin waardig is.

Die twee worden prachtig samengebracht in de woorden van de psalmist: „Des Konings Dochter is geheel verheerlijkt inwendig; haar kleding is van gouden borduursel.” Ze is „geheel verheerlijkt inwendig”, en „haar kleding is van gouden borduursel”. De Geest kleedt haar uitwendig wanneer Hij het bruidskleed brengt en het haar aantrekt. Dezelfde Geest geeft haar tegelijk inwendige heerlijkheid wanneer Hij haar heiligt door Zijn bijzondere genade.

Dus Christus „hield niet alleen van de Kerk en gaf Zichzelf ervoor”, maar Hij „heiligt haar, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord, opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen” (Ef. 5:26): heerlijk van buiten en heerlijk van binnen, „die geen vlek of rimpel heeft” of iets wat haar uiterlijke schoonheid bezoedelt, om zo ook „heilig en onberispelijk” te zijn, zodat haar inwendige heerlijkheid niet wordt aangetast.

Lezen: 2 Thessalonicensen 2

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat u terugschrikt voor het woord heiligmaking, omdat u in uzelf zoveel onheiligheid en zo’n kracht van de zonde vindt. Bedenk dan dat het „in heiligmaking des Geestes” is: het is een pad waar Gods uitverkorenen doorheen moeten, maar het is het werk van de Geest en niet van uw eigen kracht. Zoals er geen verlossing van de vloek is dan door het bloed van de Zoon van God, zo is er geen verlossing van de macht van de zonde dan door die Geest.

Ziet u op uw armoede, zie dan ook op Hem Die Zijn Bruid kleedt. Christus’ gerechtigheid is haar bruidskleed, waarin Hij zegt: „Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin.” En dezelfde Geest Die haar uitwendig kleedt, maakt haar ook inwendig heerlijk door Zijn bijzondere genade. Wat Hij in u begonnen heeft, zal Hij heerlijk voorstellen, zonder vlek of rimpel. Vertrouw uw heiliging dan aan Hem toe.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl