4 mei
En de vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering dengenen, die het ontkomen zullen in Israël.
Jesaja 4:2
Onder de „vrucht der aarde” kunnen wij verstaan die heerlijke en heilige vrucht, die groeit op de Spruite; en zij schijnt de „vrucht der aarde” genoemd te worden omdat zij op aarde gezien werd toen de Heere op aarde was. Zo worden hier bedoeld niet slechts de woorden, werken en daden, al de gelijkenissen, leerstellingen, bevelen en beloften, door de mond van de Zoon van God voortgebracht in de dagen Zijns vleses, maar ook al de weldaden en zegeningen, die in de weg der vrijkoping uit Zijn gezegende Persoon ontsproten, zo te zeggen als heilige vruchten uit Hem als de Spruite uitwiesen. Als daar zijn: Zijn verzoenend bloed, Zijn heerlijke rechtvaardigheid, Zijn stervende liefde, Zijn opstanding en hemelvaart en Zijn macht tot volkomen redding van al degenen, die door Hem tot God gaan. Dit alles kan beschouwd worden als de vrucht der aarde, omdat het door Hem gewrocht is op de aarde in de dagen Zijns vleses, toen Zijn gezegende voeten deze aarde bewandelden.
Deze vrucht is voortreffelijk voor diegenen, die het ontkomen zullen in Israël. Er wordt een Goddelijke voortreffelijkheid in waargenomen. Daarom is er geen feil of fout in. Zij is voortreffelijk in al haar delen, volmaakt in de hoogste graad, en daarom wordt ze zo voortreffelijk beschouwd, daar zij is tot heerlijkheid van God en zo gepast voor elk gebrek en het leed van degenen, die overgebleven zijn in Sion en overgelaten zijn in Jeruzalem.
En ook tot „versiering”. In Zijn lijden, bloedstorting, gehoorzaamheid, heilig leven en verzoenende dood is een alles overtreffende sierlijkheid, omdat in dit alles een Goddelijke glans en heerlijkheid doorstraalt. Het is hetzelfde woord dat vertaald is als „schoonheid” of „heerlijkheid”, zoals wij dit vinden in Exodus 28:2 ten opzichte van de heilige klederen van Aaron, door Mozes gemaakt; de klederen waarmee hij gekleed was in de dienst des Heeren, als hij in het heilige zou ingaan. Zo bedient nu onze grote Hogepriester, binnen het voorhangsel, Zijn ambten in heiligheid en schoonheid van Zijn verheerlijkte mensheid.
En wanneer dit door het geloof gezien en verstaan wordt, dan zingt de kerk: „Ik heb grote lust in Zijn schaduw en zit eronder; en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.” „Groot is Zijn eer door Uw heil; majesteit en heerlijkheid hebt Gij Hem toegevoegd.”
Aan de lezer…
Arme ziel, voelt u zich als één van die weinigen „die het ontkomen zullen”, een overblijfsel, arm en klein, met veel gebrek en leed? Juist voor zulken is de vrucht der aarde bestemd. Alles wat de Zoon van God op deze aarde gewrocht heeft, toen Zijn gezegende voeten haar bewandelden, Zijn verzoenend bloed, Zijn heerlijke rechtvaardigheid, Zijn stervende liefde, is voortreffelijk en zonder feil, en zo gepast voor elk gebrek van de ellendigen in Sion.
U behoeft geen eigen sieraad mee te brengen om Hem te naderen. Zoals Aäron gekleed werd in heilige klederen tot heerlijkheid en sierlijkheid, zo bedient nu de grote Hogepriester binnen het voorhangsel Zijn ambt in heiligheid. Zijn schoonheid is de versiering van Zijn volk. Moge het geloof u dit doen zien, zodat u met de kerk mag zingen: „Ik heb grote lust in Zijn schaduw en zit eronder; en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En de vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering dengenen, die het ontkomen zullen in Israël.
Jesaja 4:2
Onder de „vrucht der aarde” kunnen we die heerlijke en heilige vrucht verstaan die aan de Spruite groeit. Zij wordt blijkbaar de „vrucht der aarde” genoemd omdat zij op aarde gezien werd toen de Heere op aarde was. Hier worden dus niet alleen de woorden, werken en daden bedoeld, alle gelijkenissen, leerstellingen, geboden en beloften die de Zoon van God in de dagen van Zijn vlees met Zijn mond voortbracht. Ook alle weldaden en zegeningen zijn bedoeld die in de weg van de verlossing uit Zijn gezegende Persoon voortkwamen en als het ware als heilige vruchten uit Hem als de Spruite opgroeiden. Daartoe behoren Zijn verzoenend bloed, Zijn heerlijke rechtvaardigheid, Zijn stervende liefde, Zijn opstanding en hemelvaart, en Zijn macht om volkomen zalig te maken allen die door Hem tot God gaan. Dit alles kan beschouwd worden als de vrucht der aarde, omdat Hij het op aarde gewrocht heeft in de dagen van Zijn vlees, toen Zijn gezegende voeten over deze aarde gingen.
Deze vrucht is voortreffelijk voor hen die het ontkomen zullen in Israël. Men ziet er een Goddelijke voortreffelijkheid in. Daarom is er geen feil of fout in. Zij is voortreffelijk in al haar delen en volmaakt in de hoogste graad. Daarom wordt zij zo voortreffelijk geacht, omdat zij Gods heerlijkheid dient en zo goed past bij elk gebrek en elk leed van hen die overgebleven zijn in Sion en overgelaten zijn in Jeruzalem.
En zij is ook tot „versiering”. In Zijn lijden, Zijn bloedstorting, Zijn gehoorzaamheid, Zijn heilig leven en Zijn verzoenende dood ligt een alles overtreffende sierlijkheid, omdat in dit alles een Goddelijke glans en heerlijkheid doorstraalt. Het is hetzelfde woord dat vertaald is met „schoonheid” of „heerlijkheid”, zoals we dat vinden in Exodus 28:2 bij de heilige klederen van Aäron, die Mozes liet maken: de klederen waarmee hij gekleed was in de dienst van de Heere, wanneer hij het heilige binnenging. Zo bedient nu onze grote Hogepriester binnen het voorhangsel Zijn ambten in de heiligheid en schoonheid van Zijn verheerlijkte mensheid.
En wanneer dit door het geloof gezien en verstaan wordt, dan zingt de kerk: „Ik heb grote lust in Zijn schaduw en zit eronder; en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.” „Groot is Zijn eer door Uw heil; majesteit en heerlijkheid hebt Gij Hem toegevoegd.”
Aan de lezer…
Arme ziel, voelt u zich als één van die weinigen „die het ontkomen zullen”, een overblijfsel, arm en klein, met veel gebrek en leed? Juist voor zulke mensen is de vrucht der aarde bestemd. Alles wat de Zoon van God op deze aarde gewrocht heeft, toen Zijn gezegende voeten erover gingen, Zijn verzoenend bloed, Zijn heerlijke rechtvaardigheid, Zijn stervende liefde, is voortreffelijk en zonder feil. Het past zo goed bij elk gebrek van de ellendigen in Sion.
U hoeft geen eigen sieraad mee te brengen om tot Hem te naderen. Zoals Aäron gekleed werd in heilige klederen tot heerlijkheid en sierlijkheid, zo bedient nu de grote Hogepriester binnen het voorhangsel Zijn ambt in heiligheid. Zijn schoonheid is de versiering van Zijn volk. Moge het geloof u dit laten zien, zodat u met de kerk mag zingen: „Ik heb grote lust in Zijn schaduw en zit eronder; en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And the fruit of the earth shall be excellent and comely for them that are escaped of Israel.
Isaiah 4:2
By “the fruit of the earth” we may understand that gracious and holy fruit which grew upon the Branch—and it seems to be called “the fruit of the earth,” because it appeared on earth when our Lord was there. Thus not only all His words, works, and ways, all the parables, doctrines, precepts, and promises uttered by the mouth of the Son of God in the days of His flesh, but all the benefits and blessings that spring in the way of redemption out of His complex Person, and grow as it were a holy fruit out of Him as the Branch, such as His atoning blood, His glorious righteousness, His dying love, His resurrection and ascension, and His power to save to the uttermost all that come unto God by Him, may all be considered as “the fruit of the earth,” because wrought by Him in and upon the earth, and done in the days of His flesh when His gracious feet were upon this earthly ball.
This fruit is “excellent” to the escaped of Israel. There is seen in it to be a divine excellency. Therefore, there is not a shadow of a fault to be found with it. It is perfect in all its parts; complete to the very center, and therefore seen to be excellent, as so glorifying to God, and so adapted to every need and woe of those that are left in Zion and remain in Jerusalem.
And “lovely” too. In His sufferings, in His blood shedding, obedience, holy life and expiatory death, there is a surpassing loveliness, because in them shine forth a divine glory and a heavenly beauty. It is indeed the same word as is translated “beauty” in the holy garments made for Aaron by Moses (Exod. 28:2), and clothed in which he ministered before the Lord when he went into the holy place. So our great High Priest now ministers within the veil in the holiness and beauty of His glorified humanity; and as this is seen and apprehended by faith, the Church sings, “I sat under His shadow with great delight, and His fruit was sweet to my taste.” “His glory is great in your salvation—honor and majesty have you laid upon Him.”
To the reader…
Poor soul, do you feel like one of those few “that are escaped,” a remnant, poor and small, full of need and sorrow? It is for just such people that the fruit of the earth is meant. All that the Son of God wrought on this earth when His blessed feet walked upon it, His atoning blood, His glorious righteousness, His dying love, is excellent and without flaw. It is so well suited to every need of the afflicted in Zion.
You need not bring any adornment of your own in order to draw near to Him. As Aaron was clothed in holy garments for glory and for beauty, so the great High Priest now ministers within the veil in holiness. His beauty is the adorning of His people. May faith let you see this, so that you may sing with the Church: “I sat down under His shadow with great delight, and His fruit was sweet to my taste.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y el fruto de la tierra para grandeza y honra, a los librados de Israel.
Isaías 4:2
Por “el fruto de la tierra” podemos entender ese fruto lleno de gracia y santo que creció en el Renuevo; y parece llamarse “el fruto de la tierra” porque apareció en la tierra cuando nuestro Señor estaba aquí. Así, no solo todas Sus palabras, obras y caminos, todas las parábolas, doctrinas, preceptos y promesas pronunciados por la boca del Hijo de Dios en los días de Su carne, sino también todos los beneficios y bendiciones que brotan por vía de redención de Su Persona compleja, y crecen, por así decirlo, como fruto santo de Él como el Renuevo —tales como Su sangre expiatoria, Su gloriosa justicia, Su amor hasta la muerte, Su resurrección y ascensión, y Su poder para salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios—, pueden considerarse “el fruto de la tierra”, porque fueron obrados por Él en la tierra y sobre ella, y hechos en los días de Su carne, cuando Sus pies llenos de gracia pisaban este globo terrenal.
Este fruto es “grandeza” para los librados de Israel. Se ve en él una excelencia divina. Por tanto, no hay en él ni sombra de falta que pueda hallarse. Es perfecto en todas sus partes, completo hasta el centro mismo, y por eso se ve que es excelente, porque glorifica tanto a Dios y se adapta tan bien a toda necesidad y aflicción de los que quedan en Sion y permanecen en Jerusalén.
Y también “honra”, es decir, hermosura. En Sus sufrimientos, en el derramamiento de Su sangre, en Su obediencia, Su vida santa y Su muerte expiatoria, hay una hermosura que todo lo supera, porque en ellos resplandecen una gloria divina y una hermosura celestial. Es, en efecto, la misma palabra que se traduce “hermosura” en las vestiduras santas hechas por Moisés para Aarón (Éxodo 28:2), vestido con las cuales ministraba delante del Señor cuando entraba en el lugar santo. Así nuestro gran Sumo Sacerdote ministra ahora dentro del velo en la santidad y hermosura de Su humanidad glorificada; y cuando esto es visto y aprehendido por la fe, la Iglesia canta: “Bajo la sombra del deseado me senté, y su fruto fue dulce en mi paladar.” “Grande es su gloria en tu salud: honra y majestad has puesto sobre él.”
Al lector…
Pobre alma, ¿se siente usted como uno de esos pocos “librados”, un remanente pobre y pequeño, lleno de necesidad y de tristeza? Precisamente para tales personas está destinado el fruto de la tierra. Todo lo que el Hijo de Dios obró en esta tierra cuando Sus benditos pies la pisaban —Su sangre expiatoria, Su gloriosa justicia, Su amor hasta la muerte— es excelente y sin defecto. Se adapta tan bien a toda necesidad de los afligidos en Sion.
No necesita usted traer adorno propio alguno para acercarse a Él. Así como Aarón fue vestido con vestiduras santas para honra y hermosura, así el gran Sumo Sacerdote ministra ahora en santidad dentro del velo. Su hermosura es el adorno de Su pueblo. Que la fe le permita ver esto, para que pueda cantar con la Iglesia: “Bajo la sombra del deseado me senté, y su fruto fue dulce en mi paladar.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl