Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

4 mei

Vandaag

3 min. lezen

En de vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering dengenen, die het ontkomen zullen in Israël.
Jesaja 4:2

Onder de „vrucht der aarde” kunnen we die heerlijke en heilige vrucht verstaan die aan de Spruite groeit. Zij wordt blijkbaar de „vrucht der aarde” genoemd omdat zij op aarde gezien werd toen de Heere op aarde was. Hier worden dus niet alleen de woorden, werken en daden bedoeld, alle gelijkenissen, leerstellingen, geboden en beloften die de Zoon van God in de dagen van Zijn vlees met Zijn mond voortbracht. Ook alle weldaden en zegeningen zijn bedoeld die in de weg van de verlossing uit Zijn gezegende Persoon voortkwamen en als het ware als heilige vruchten uit Hem als de Spruite opgroeiden. Daartoe behoren Zijn verzoenend bloed, Zijn heerlijke rechtvaardigheid, Zijn stervende liefde, Zijn opstanding en hemelvaart, en Zijn macht om volkomen zalig te maken allen die door Hem tot God gaan. Dit alles kan beschouwd worden als de vrucht der aarde, omdat Hij het op aarde gewrocht heeft in de dagen van Zijn vlees, toen Zijn gezegende voeten over deze aarde gingen.

Deze vrucht is voortreffelijk voor hen die het ontkomen zullen in Israël. Men ziet er een Goddelijke voortreffelijkheid in. Daarom is er geen feil of fout in. Zij is voortreffelijk in al haar delen en volmaakt in de hoogste graad. Daarom wordt zij zo voortreffelijk geacht, omdat zij Gods heerlijkheid dient en zo goed past bij elk gebrek en elk leed van hen die overgebleven zijn in Sion en overgelaten zijn in Jeruzalem.

En zij is ook tot „versiering”. In Zijn lijden, Zijn bloedstorting, Zijn gehoorzaamheid, Zijn heilig leven en Zijn verzoenende dood ligt een alles overtreffende sierlijkheid, omdat in dit alles een Goddelijke glans en heerlijkheid doorstraalt. Het is hetzelfde woord dat vertaald is met „schoonheid” of „heerlijkheid”, zoals we dat vinden in Exodus 28:2 bij de heilige klederen van Aäron, die Mozes liet maken: de klederen waarmee hij gekleed was in de dienst van de Heere, wanneer hij het heilige binnenging. Zo bedient nu onze grote Hogepriester binnen het voorhangsel Zijn ambten in de heiligheid en schoonheid van Zijn verheerlijkte mensheid.

En wanneer dit door het geloof gezien en verstaan wordt, dan zingt de kerk: „Ik heb grote lust in Zijn schaduw en zit eronder; en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.” „Groot is Zijn eer door Uw heil; majesteit en heerlijkheid hebt Gij Hem toegevoegd.”

Aan de lezer…

Arme ziel, voelt u zich als één van die weinigen „die het ontkomen zullen”, een overblijfsel, arm en klein, met veel gebrek en leed? Juist voor zulke mensen is de vrucht der aarde bestemd. Alles wat de Zoon van God op deze aarde gewrocht heeft, toen Zijn gezegende voeten erover gingen, Zijn verzoenend bloed, Zijn heerlijke rechtvaardigheid, Zijn stervende liefde, is voortreffelijk en zonder feil. Het past zo goed bij elk gebrek van de ellendigen in Sion.

U hoeft geen eigen sieraad mee te brengen om tot Hem te naderen. Zoals Aäron gekleed werd in heilige klederen tot heerlijkheid en sierlijkheid, zo bedient nu de grote Hogepriester binnen het voorhangsel Zijn ambt in heiligheid. Zijn schoonheid is de versiering van Zijn volk. Moge het geloof u dit laten zien, zodat u met de kerk mag zingen: „Ik heb grote lust in Zijn schaduw en zit eronder; en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl