Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

3 maart

Vandaag

3 min. lezen

Want wij, die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus’ wil; opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden.
2 Korinthe 4:11

Wat wordt er bedoeld met de uitdrukking „ons sterfelijk vlees”? Het betekent niet ons vleselijk gemoed, maar onze aardse tabernakel. De uitdrukking lijkt op een andere in dit hoofdstuk: „Wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij Godes en niet uit ons.” Het is dus in dit zwakke lichaam, vol zwakheden, dat het leven van Jezus geopenbaard wordt. Dit goddelijke leven zal zich vaak bewegen in levendige uitgangen naar God, in dierbare geloofsoefeningen, in zoete gesprekken met het volk van God onderling, in het lezen van Gods Woord, in de toepassing van dierbare beloften en onder het gepredikte Woord.

Van tijd tot tijd borrelt het op als een fontein uit haar bron. Soms loopt het leven ondergronds, als het ware begraven onder de last van „ons sterfelijk vlees”. Maar telkens opnieuw verschijnt het weer, omhooggetrokken door de Zon der gerechtigheid. „Spring op, o put.” Maar het opwellen houdt gelijke tred met het wegzinken. Naarmate wij aan het eind van ons natuurlijk bidden komen, gaan wij geestelijk bidden; wanneer wij onze vleselijke hoop verliezen, hopen wij op de Heere; wanneer wij ophouden alleen met ons verstand te geloven, dan geloven wij met het hart; wanneer wij een tekort zien in al onze eigen volmaaktheden, dan beginnen wij een volmaaktheid te zien in Christus; en wanneer wij in ons hart niets zien dan zonde, ellende en ongerechtigheid, dan beginnen wij geestelijke vertroosting te smaken. Naar de mate dus waarin onze natuur zinkt, rijst het leven van Jezus op en wordt het in ons sterfelijk vlees geopenbaard.

Verlangt de ziel dan naar zoete openbaringen van het leven van Jezus? Waar moet zij zich dan heen wenden? Wat zegt het Woord van God daarover? „Die wijsheid, vanwaar komt zij en waar is de plaats des verstands? Want zij is verholen voor de ogen aller levenden, en voor het gevogelte des hemels is zij verborgen. Het verderf en de dood zeggen: Haar gerucht hebben wij met onze oren gehoord” (Job 28:20-22). Zolang wij niet tot het „verderf en de dood” gaan — het verderf van onze vleselijke hoop en de dood van de natuurlijke godsdienst — horen wij nooit het gerucht van de ware wijsheid met onze oren.

Wanneer wij dus in duisternis verkeren, verschijnt het licht; wanneer wij moedeloos neerzitten, dan ontspringt de hoop; wanneer wij verzocht worden tot ongeloof en wantrouwen, dan ontwaakt het geloof. Zo zijn zij het wijst bij wie de vleselijke wijsheid ten onder is gegaan, en zijn zij het sterkst die door bevinding hun eigen zwakheden hebben leren kennen. Zij zijn het heiligst die het meest hun eigen onreinheid beseffen; zij zijn in de ware zin het meest godsdienstig die hun eigen godsdienst het minst achten. Juist naar de mate dus waarin wij aan de dood worden overgegeven en het vonnis geveld wordt over wat het schepsel liefheeft, begint de liefde van Jezus te gloren en zich dierbaar te openbaren.

Aan de lezer…

Gaat u, lezer, door een tijd waarin alles in u lijkt te sterven? Uw eigen kracht, uw vleselijke hoop, uw wijsheid en zelfs uw godsdienst lijken onder u weg te zinken, en u ziet in uw hart niets dan zonde en ellende. Wanhoop daar niet over. Het leven van Jezus wordt juist geopenbaard in dit zwakke, sterfelijke vlees, in aarden vaten, zodat de kracht van God is en niet uit ons.

Het goddelijke leven loopt soms ondergronds, maar het borrelt weer op als een fontein. Naarmate uw natuur zinkt, rijst het leven van Jezus op. Wanneer u in duisternis zit, verschijnt het licht; wanneer u moedeloos neerzit, ontspringt de hoop. Laat dan het vonnis gaan over wat het schepsel liefheeft, en zie uit naar Hem. Zijn liefde zal gaan gloren en zich dierbaar aan u openbaren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl