3 januari
Versterkende de zielen der discipelen en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
Handelingen 14:22
Het woord „versterken” duidt aan dat de zielen van Christus’ discipelen versterking nodig hadden. Indien er geen verzoekingen waren om te verleiden, geen diepgrievende smarten, geen pijnlijke verdrukkingen om hen te benauwen, of, aan de andere kant, zo er niet was een gevoelige zwakheid der ziel, geen bezwijking des harten, geen moedeloosheid des geestes, geen verzwakking van geloof en hoop, geen twijfel of vrees in het gemoed, hoe zouden de zielen der discipelen dan versterking kunnen behoeven? De zielen van Gods kinderen zijn niet gemaakt van gietijzer, waartegen pijl en boog niets vermogen en geen spoor achterlaten. De harten van des Heeren volk zijn in zekere mate gelijk aan het hart van Christus. En hoe was Zijn hart? „Mijn hart”, zegt Hij, „is als was; het is gesmolten in het midden Mijns ingewands.”
Alzo hebben de kinderen des Heeren, door genade daartoe geformeerd, een verbroken hart en een verslagen geest, en laten zij dikwijls de moed zakken. Dikwijls worden zij geschud, dikwijls terneergeworpen door de vele beproevingen die zij hebben te doorworstelen. Om deze reden is het dat zij versterking, ondersteuning en bevestiging behoeven, en dat de Heere Zelf met Zijn eeuwige armen hen ondersteunt, hen aan Zijn boezem drukt en Zijn sterkte in hun zwakheid volbrengt. En is dit niet de Evangelieweg? Kan ik door menselijke inspanning mijn ziel tot zekere hoogte opheffen? Als het mij te moede wordt, ben ik dan, gelijk wel gebeurt, als een patiënt die onder het scherpe mes van de chirurg zijn zenuwen beheersen kan, om de operatie meer onverschrokken te ondergaan? Dit zou enkel natuur zijn, vlees en rede, maar geen genade.
De Heere eist dit niet van Zijn volk. Hij handelde zo ook niet met Zijn geliefde apostel, die daarvan spreekt in 2 Korinthe 12. Wat sprak de Heere, onder beproeving en verzoeking, in zijn hart, opdat hij het op Sions muren tot de kerk van de levende God zou uitroepen? „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Derhalve voegt hij erbij: „Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.”
Maar het is zeer smartelijk voor des Heeren volk geen kracht te ontwaren wanneer zij die het meest behoeven, geen geloof wanneer zij dat het meest van node hebben, geen hulp wanneer die het meest vereist wordt. Dit te moeten doormaken, beroert velen van de levende kerk en brengt hen in verwarring. Doch wanneer het de Heere behaagt in een verborgen weg Zijn kracht mede te delen en te volbrengen in zwakheid, wanneer Hij met hen handelt als met de helden van oude tijden, die „uit zwakheid krachten hebben gekregen”, dan kunnen zij voor hun zwakheid de Heere danken en, gelijk Paulus, roemen in hun zwakheden, opdat de kracht van Christus in hen wone.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u moedeloos bent, geschud en terneergeworpen door de vele beproevingen die u moet doorworstelen. Denk dan niet dat dit u buiten het volk des Heeren plaatst. Hun zielen zijn niet van gietijzer; hun hart is in zekere mate gelijk aan het hart van Christus, Die zei: „Mijn hart is als was.” Juist daarom spreekt de Schrift van het versterken van de zielen der discipelen, want wie geen zwakheid kent, behoeft ook geen versterking.
De Heere vraagt niet dat u zich met eigen inspanning opheft en uw zenuwen beheerst. Hij Zelf ondersteunt de Zijnen met Zijn eeuwige armen en drukt hen aan Zijn boezem. „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Ontwaart u die kracht nu nog niet, wacht dan op Hem. Hij kan u in een verborgen weg uit zwakheid krachten geven, en dan zult u Hem nog danken voor uw zwakheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Versterkende de zielen der discipelen en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
Handelingen 14:22
Het woord „versterken” laat zien dat de zielen van Christus’ discipelen versterking nodig hadden. Als er geen verzoekingen waren om te verleiden, geen diepgaande smarten, geen pijnlijke verdrukkingen om hen te benauwen, of, aan de andere kant, als er geen voelbare zwakheid van de ziel was, geen bezwijken van het hart, geen moedeloosheid van de geest, geen verzwakking van geloof en hoop, geen twijfel of vrees in het gemoed, hoe zouden de zielen van de discipelen dan versterking nodig kunnen hebben? De zielen van Gods kinderen zijn niet gemaakt van gietijzer, waartegen pijl en boog niets vermogen en geen spoor achterlaten. De harten van het volk van de Heere lijken in zekere mate op het hart van Christus. En hoe was Zijn hart? „Mijn hart”, zegt Hij, „is als was; het is gesmolten in het midden Mijns ingewands.”
Zo hebben de kinderen van de Heere, door genade daartoe gevormd, een verbroken hart en een verslagen geest, en laten zij vaak de moed zakken. Vaak worden zij geschud, vaak terneergeworpen door de vele beproevingen waar zij doorheen moeten worstelen. Daarom hebben zij versterking, ondersteuning en bevestiging nodig, en daarom ondersteunt de Heere Zelf hen met Zijn eeuwige armen, drukt Hij hen aan Zijn boezem en volbrengt Hij Zijn kracht in hun zwakheid. En is dit niet de weg van het Evangelie? Kan ik door menselijke inspanning mijn ziel tot een zekere hoogte opheffen? Ben ik, als het mij zwaar te moede wordt, zoals wel gebeurt, als een patiënt die onder het scherpe mes van de chirurg zijn zenuwen kan beheersen, om de operatie onverschrokkener te ondergaan? Dat zou alleen natuur zijn, vlees en verstand, maar geen genade.
De Heere eist dit niet van Zijn volk. Zo ging Hij ook niet om met Zijn geliefde apostel, die daarover spreekt in 2 Korinthe 12. Wat sprak de Heere, onder beproeving en verzoeking, in zijn hart, zodat hij het op Sions muren tot de kerk van de levende God zou uitroepen? „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Daarom voegt hij eraan toe: „Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.”
Maar het is heel smartelijk voor het volk van de Heere om geen kracht te bespeuren wanneer zij die het meest nodig hebben, geen geloof wanneer zij dat het hardst nodig hebben, geen hulp wanneer die het meest vereist is. Dit te moeten doormaken, verontrust velen van de levende kerk en brengt hen in verwarring. Maar wanneer het de Heere behaagt om langs een verborgen weg Zijn kracht mee te delen en in zwakheid te volbrengen, wanneer Hij met hen handelt als met de helden van oude tijden, die „uit zwakheid krachten hebben gekregen”, dan kunnen zij de Heere voor hun zwakheid danken. Dan kunnen zij, zoals Paulus, roemen in hun zwakheden, zodat de kracht van Christus in hen woont.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u moedeloos bent, geschud en terneergeworpen door de vele beproevingen waar u doorheen moet worstelen. Denk dan niet dat dit u buiten het volk van de Heere plaatst. Hun zielen zijn niet van gietijzer; hun hart lijkt in zekere mate op het hart van Christus, Die zei: „Mijn hart is als was.” Juist daarom spreekt de Schrift over het versterken van de zielen van de discipelen, want wie geen zwakheid kent, heeft ook geen versterking nodig.
De Heere vraagt niet van u dat u zich met eigen inspanning opheft en uw zenuwen beheerst. Hij Zelf ondersteunt de Zijnen met Zijn eeuwige armen en drukt hen aan Zijn boezem. „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Merkt u die kracht nu nog niet, wacht dan op Hem. Hij kan u langs een verborgen weg uit zwakheid krachten geven, en dan zult u Hem zelfs danken voor uw zwakheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Confirming the souls of the disciples, and exhorting them to continue in the faith, and that we must through much tribulation enter into the kingdom of God.
Acts 14:22
The very word “confirm” implies that the souls of Christ’s disciples need strengthening. If there were no temptations to try, no sharp sorrows to grieve, no painful afflictions to distress them; or if, on the other hand, there were no sensible weakness of soul, no sinking of heart, no despondency of spirit, no giving way of faith and hope, no doubt or fear in the mind, how could the souls of the disciples be strengthened? The souls of God’s people are not made of cast iron, against which arrow after arrow may be discharged and leave no dent, make no impression. The hearts of the Lord’s people are in a measure conformed to the heart of Christ. And what was His heart? “My heart,” He says, “is like wax; it is melted in the midst of My affections.”
And thus the Lord’s people, who carry in their bosom broken hearts and contrite spirits, made so by grace, are often sinking, often shaken, often cast down through the many trials they have to encounter. It is for this reason that they need confirming, supporting, strengthening, and that the Lord Himself would lay His everlasting arms underneath them, lift them into His bosom, and make His strength perfect in their weakness.
And is not this the gospel way? Can I, by dint of creature exertion, brace up my soul to a certain pitch? If trouble comes, am I like a patient sometimes under the keen knife of the surgeon to brace up my nerves to bear the operation more unflinchingly? This is nature, flesh, reason; not grace. The Lord does not require this of His people. He dealt not so with His beloved Apostle, according to the account which he gives in 2 Corinthians 12.
What did the Lord speak into his heart, under trial and temptation, that he might proclaim it upon Zion’s walls to the Church of the living God, “My grace is sufficient for you; for My strength is made perfect in weakness.” Therefore, he adds, “Most gladly therefore will I rather glory in my infirmities, that the power of Christ may rest upon me.” But it is very painful to the Lord’s people to find no strength when they need it most, no faith when they have the greatest need of it, no help when most required. To pass through this experience baffles and disconcerts many of the living family; but when the Lord is pleased in a mysterious way to communicate His own strength, and to make it perfect in weakness; when He deals with them, as with the worthies of old, who “out of weakness were made strong,” they can then bless the Lord for their very weakness, and, like Paul, glory in their infirmities, because the power of Christ rests upon them.
To the reader…
It may be that you are downcast, shaken and cast down by the many trials you have to struggle through. Do not think, then, that this places you outside the Lord’s people. Their souls are not made of cast iron; their hearts are in a measure like the heart of Christ, Who said, “My heart is like wax.” It is for this very reason that Scripture speaks of confirming the souls of the disciples, for whoever knows no weakness needs no strengthening either.
The Lord does not ask you to lift yourself up by your own exertion and to steel your nerves. He Himself upholds His own with His everlasting arms and draws them to His bosom. “My grace is sufficient for thee: for My strength is made perfect in weakness.” If you do not yet feel that strength, then wait for Him. He can, in a hidden way, make you strong out of weakness, and then you will even thank Him for your weakness.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Confirmando los ánimos de los discípulos, exhortándoles a que permaneciesen en la fe, y que es menester que por muchas tribulaciones entremos en el reino de Dios.
Hechos 14:22
La misma palabra “confirmar” implica que las almas de los discípulos de Cristo necesitan ser fortalecidas. Si no hubiera tentaciones que los probaran, ni penas agudas que los entristecieran, ni aflicciones dolorosas que los angustiaran; o si, por otro lado, no hubiera debilidad sensible del alma, ni desfallecimiento del corazón, ni abatimiento del espíritu, ni flaqueza de la fe y la esperanza, ni duda o temor en la mente, ¿cómo podrían ser fortalecidas las almas de los discípulos? Las almas del pueblo de Dios no están hechas de hierro fundido, contra el cual se puede disparar flecha tras flecha sin dejar abolladura ni hacer impresión alguna. Los corazones del pueblo del Señor son en cierta medida conformados al corazón de Cristo. ¿Y cómo era Su corazón? “Mi corazón”, dice Él, “fue como cera, desliéndose en medio de Mis entrañas.”
Y así el pueblo del Señor, que lleva en su seno corazones quebrantados y espíritus contritos, hechos así por la gracia, muchas veces se hunde, muchas veces es sacudido, muchas veces es abatido por las muchas pruebas que tiene que afrontar. Por esta razón necesita ser confirmado, sostenido, fortalecido, y necesita que el Señor mismo ponga debajo de él Sus brazos eternos, lo levante a Su seno y perfeccione Su potencia en su flaqueza.
¿Y no es este el camino del evangelio? ¿Puedo yo, a fuerza de esfuerzo humano, templar mi alma hasta cierto punto? Si viene la angustia, ¿soy como un paciente que a veces, bajo el bisturí afilado del cirujano, tensa sus nervios para soportar la operación con más entereza? Esto es naturaleza, carne, razón; no gracia. El Señor no exige esto de Su pueblo. No obró así con Su amado apóstol, según el relato que este da en 2 Corintios 12.
¿Qué habló el Señor a su corazón, en medio de la prueba y la tentación, para que él lo proclamara sobre los muros de Sion a la iglesia del Dios vivo? “Bástate Mi gracia; porque Mi potencia en la flaqueza se perfecciona.” Por tanto, añade él: “De buena gana me gloriaré más bien en mis flaquezas, porque habite en mí la potencia de Cristo.” Pero es muy doloroso para el pueblo del Señor no hallar fuerza cuando más la necesita, no tener fe cuando más falta le hace, no hallar ayuda cuando más se requiere. Pasar por esta experiencia desconcierta y confunde a muchos de la familia viviente; pero cuando al Señor le place comunicar de manera misteriosa Su propia fuerza y perfeccionarla en la flaqueza; cuando obra con ellos como con los dignos de antaño, que “sacaron fuerzas de flaqueza”, entonces pueden bendecir al Señor por su misma flaqueza y, como Pablo, gloriarse en sus flaquezas, porque la potencia de Cristo reposa sobre ellos.
Al lector…
Puede ser que usted esté desanimado, sacudido y abatido por las muchas pruebas por las que tiene que pasar. No piense entonces que esto le deja fuera del pueblo del Señor. Sus almas no están hechas de hierro fundido; sus corazones son en cierta medida como el corazón de Cristo, Quien dijo: “Mi corazón fue como cera.” Precisamente por esto habla la Escritura de confirmar los ánimos de los discípulos, porque quien no conoce la debilidad tampoco necesita ser fortalecido.
El Señor no le pide que se levante por su propio esfuerzo ni que endurezca sus nervios. Él mismo sostiene a los Suyos con Sus brazos eternos y los atrae a Su seno. “Bástate Mi gracia; porque Mi potencia en la flaqueza se perfecciona.” Si todavía no siente esa fuerza, espérele. Él puede, de manera escondida, hacerle sacar fuerzas de flaqueza, y entonces usted le dará gracias incluso por su debilidad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl