Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

28 juni

Door Christus tot God gaan

Vandaag

3 min. lezen

Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25

Wanneer de levende ziel met pas geopende ogen om zich heen kijkt, ziet zij dat de wereld vol zonde en smart is. Zij ziet dat Gods oorspronkelijke vloek over de aarde elk aards goed heeft verbitterd en de naaste en dierbaarste betrekkingen tussen mensen heeft bedorven. Zij ziet dat beproeving en bezoeking, verliezen, kruisen, sterfgevallen, ergernissen en teleurstellingen elk huis binnendringen, en vooral daar waar God gevreesd wordt; dat te midden van deze tonelen van smart en verwarring alle menselijke hulp en hoop vergeefs is; dat zij een stervende is in een stervende wereld en spoedig moet heengaan uit de tijd, waar alles schaduw is, naar de eeuwigheid, waar alles werkelijkheid is. Wanneer het de Heere behaagt haar iets van Zichzelf te openbaren, iets van Zijn goedheid en barmhartigheid, Zijn verzoenend bloed en stervende liefde in haar uit te storten, gaat zij steeds meer verlangen naar de ontdekking van die zegeningen die alleen in Hem te vinden zijn. Want Zijn zegeningen zijn niet zoals de tijdelijke weldaden die we van Hem ontvangen, die allemaal vergaan door het gebruik, maar ze zijn voor eeuwig en altijd, en als ze eenmaal gegeven zijn, worden ze nooit meer teruggenomen.

Zo worden ze een voorsmaak van eeuwige vreugden, want ze zijn volstrekt onherroepelijk. Toen Izak eenmaal Jakob in Gods Naam had gezegend, kon die zegen, hoewel hij door bedrog verkregen was, niet meer worden herroepen, omdat hij eenmaal gegeven was. Daarom zei hij tegen Ezau: „Ik heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen” (Gen. 27:33). Zo is het ook wanneer de Heere Zijn kinderen gezegend heeft met een geestelijke zegen die in Zijn onuitputtelijke volheid ligt opgeslagen: deze zegeningen zijn als Hijzelf, onveranderlijk en onveranderbaar. Want „is Hij tegen iemand, wie zal dan Hem afkeren” (Job 23:13); Hij „is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid” (Hebr. 13:8). Wie Hij liefheeft, heeft Hij lief tot het einde; „want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk” (Rom. 11:29). Hij heeft er nooit berouw over dat Hij ze gegeven heeft, omdat eeuwige liefde hun onveranderlijke, nooit opdrogende bron is.

Lezen: Romeinen 11:22-36

Aan de lezer…

Ervaart u hoe kruisen, verliezen en teleurstellingen ook uw huis binnendringen, en hoe alle menselijke hulp te midden daarvan vergeefs blijkt? Het is een stervende wereld, en wij zijn er stervenden in. Al wat de Heere ons hier aan tijdelijke weldaden geeft, vergaat door het gebruik. Dat is een bittere les, maar zij drijft de ziel uit naar betere zegeningen.

Want wat de Heere met Zijn geestelijke zegen geeft, neemt Hij nooit meer terug. Zoals Izak zei: „Ik heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen”, zo blijft ook Zijn zegen staan, want Hij is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. Hebt u ooit iets van Zijn verzoenend bloed en stervende liefde geproefd? Hij heeft er nooit berouw over dat Hij het gaf. Ga dan door Christus tot God om meer, want de bron is eeuwige liefde, en die raakt nooit uitgeput.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl