28 mei
Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.
Efeze 5:27
Noch anderen, noch ook wij zien wat de kerk eenmaal zijn zal en wat zij ooit was in het oog van Jezus. Hij kon door alle omstandigheden van de tijd heenzien, door alle zonden en smarten van dit tussenliggend tijdperk, en Zijn oog vestigen op de dag Zijner bruiloft, de dag wanneer Hij voor de ogen aller engelen in het hof des hemels, in het Koninkrijk van eeuwige heerlijkheid, Zichzelf zal voorstellen een verheerlijkte gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks. O, wat een dag zal dit zijn, wanneer de Zoon van God in het openbaar Zijn ondertrouwde bruid zal huwen, wanneer er in de hemel zal gehoord worden „als een stem van vele wateren en als de stem van sterke donderslagen, zeggende: Halleluja! want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst! Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen en Zijn vrouw heeft haarzelf bereid” (Openb. 19:7).
Hoe gereinigd, hoe geheiligd, gewassen en gekleed moet de kerk te dien dage wel zijn, als de ogen der Alwetendheid, die de minste afwijking van de oneindige zuiverheid gadeslaan, in haar noch vlek noch rimpel kunnen bespeuren, zodat God Zelf in de fonkelende vlam Zijner heerlijkheid van de kerk mag zeggen: Ik heb haar bespied met een alwetend oog; Ik heb gelet op elk lid van het verborgen lichaam van Mijn beminde Zoon; Ik heb ieder van hen onderzocht met de ogen Mijner Godheid; maar er is geen vlek of rimpel in één van hen; zij allen zijn volmaakt in Hem en aangenaam in de Geliefde.
Maar, kunt gij vragen, en dit is een vraag die gij wel consciëntieus overwegen moogt: Hoe zal ik het weten, dat ik op die dag zonder vlek of rimpel staan zal? Om deze vraag te beantwoorden, vraag ik: Wat kent gij van de reinigende, heiligende invloeden der wederbarende genade; dat het Woord der waarheid vat kreeg op uw consciëntie en met kracht in uw hart kwam? Wat kent gij van de toepassing van Christus’ bloed en van de liefde Gods, in uw hart uitgestort door de Heilige Geest? Is dit een levensvraag die gij doet, en kunt gij hetgeen wij voorgesteld hebben niet vasthouden, gij zult, vóór gij van dit lage toneel zult worden afgeroepen, gezegend worden met een levend geloof in de Zoon van God, en met de toepassing van Zijn liefde en bloed op uw consciëntie. En wanneer uw tijd zal ten einde zijn, zult gij in een heerlijke eeuwigheid ingaan, waar gij zult verlost zijn van al uw drukkende zonden en smarten, vrezen en benauwdheden, èn gij zult op die grote dag onder de verheerlijkte kerk worden voorgesteld, die noch vlek, noch rimpel of iets dergelijks meer hebben zal.
Doch indien gij leeft en sterft zonder enig aandeel in deze hemelse zegeningen, zou ik dan wel getrouw mijn ambt uitvoeren, indien ik zeide dat het u wel gaan zal? Zou het goed zijn, als ik u predikte dat gij op uw doodbed slechts om een leraar te zenden hebt om aan uw bedzijde voor u te bidden en u het sacrament te geven en enige troostelijke woorden tot u te spreken? Zou uw ziel daarbij welvaren? Zou ik getrouw in mijn bediening zijn, wanneer ik u bemoedigde met een leugen als deze, een leugen waardoor voortdurend duizenden misleid worden? Ik durf dat niet te doen. Ja, ik zou mijn stem verheffen en luide uitroepen: Er is geen zaligheid in het verleden, in het heden en in het toekomende, dan die voortkomt uit het dierbare bloed van het Lam, en die bevindelijk wordt bekendgemaakt aan het hart door de bediening van de Heilige Geest.
Aan de lezer…
Misschien ziet u, als u in uw eigen hart kijkt, niets dan vlekken en rimpels, en vraagt u met beven: hoe zal ik ooit op die grote dag zonder vlek staan? Het is een vraag die u wel consciëntieus mag overwegen, en ik ontloop haar niet. Ik wil u geen valse troost geven op een sterfbed, geen leugen waardoor duizenden misleid worden. Er is geen zaligheid dan die voortkomt uit het dierbare bloed van het Lam.
Maar hoor ook wat hij zegt tegen wie deze vraag als een levensvraag kent: zulk een zal gezegend worden met een levend geloof in de Zoon van God. Christus heeft door alle zonden en smarten heen gezien naar de dag Zijner bruiloft. Wat u in uzelf niet ziet, ziet Hij in de Zijnen: volmaakt in Hem en aangenaam in de Geliefde. Blijf dan zoeken naar de toepassing van Zijn liefde en bloed. Hij zal Zijn bruid Zichzelf heerlijk voorstellen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.
Efeze 5:27
Noch anderen, noch wijzelf zien wat de kerk eenmaal zal zijn en wat zij altijd was in de ogen van Jezus. Hij kon door alle omstandigheden van de tijd heen zien, door alle zonden en smarten van deze tussenliggende periode, en Zijn oog richten op de dag van Zijn bruiloft. Dat is de dag waarop Hij voor de ogen van alle engelen, in het hof van de hemel, in het Koninkrijk van eeuwige heerlijkheid, Zichzelf een verheerlijkte gemeente zal voorstellen, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks. O, wat een dag zal dat zijn, wanneer de Zoon van God in het openbaar Zijn ondertrouwde bruid zal huwen, wanneer in de hemel gehoord zal worden „als een stem van vele wateren en als de stem van sterke donderslagen, zeggende: Halleluja! want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst! Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen en Zijn vrouw heeft haarzelf bereid” (Openb. 19:7).
Hoe gereinigd, hoe geheiligd, gewassen en gekleed moet de kerk op die dag wel zijn, wanneer de ogen van de Alwetendheid, die de geringste afwijking van de oneindige zuiverheid opmerken, in haar noch vlek noch rimpel kunnen ontdekken! Dan mag God Zelf in de fonkelende vlam van Zijn heerlijkheid van de kerk zeggen: Ik heb haar nagespeurd met een alwetend oog; Ik heb gelet op elk lid van het verborgen lichaam van Mijn geliefde Zoon; Ik heb ieder van hen onderzocht met de ogen van Mijn Godheid; maar er is geen vlek of rimpel in één van hen; zij zijn allen volmaakt in Hem en aangenaam in de Geliefde.
Maar u kunt vragen, en dat is een vraag die u wel nauwgezet mag overwegen: Hoe zal ik weten dat ik op die dag zonder vlek of rimpel zal staan? Om deze vraag te beantwoorden, vraag ik: Wat kent u van de reinigende, heiligende invloeden van de wederbarende genade, waardoor het Woord van de waarheid vat kreeg op uw geweten en met kracht in uw hart kwam? Wat kent u van de toepassing van Christus’ bloed en van de liefde van God, in uw hart uitgestort door de Heilige Geest? Is dit voor u een levensvraag, en kunt u wat wij voorgesteld hebben niet vasthouden, dan zult u, voordat u van dit lage toneel wordt weggeroepen, gezegend worden met een levend geloof in de Zoon van God en met de toepassing van Zijn liefde en bloed op uw geweten. En wanneer uw tijd ten einde is, zult u een heerlijke eeuwigheid binnengaan, waar u verlost zult zijn van al uw drukkende zonden en smarten, vrezen en benauwdheden. Dan zult u op die grote dag voorgesteld worden onder de verheerlijkte kerk, die noch vlek, noch rimpel of iets dergelijks meer zal hebben.
Maar als u leeft en sterft zonder enig deel aan deze hemelse zegeningen, zou ik mijn ambt dan wel getrouw uitoefenen als ik zei dat het u goed zal gaan? Zou het goed zijn als ik u preekte dat u op uw sterfbed alleen maar een predikant hoeft te laten halen om aan uw bed voor u te bidden, u het sacrament te geven en enkele troostende woorden tot u te spreken? Zou uw ziel daarbij wel varen? Zou ik getrouw zijn in mijn bediening als ik u bemoedigde met zo’n leugen, een leugen waardoor voortdurend duizenden misleid worden? Dat durf ik niet te doen. Ja, ik zou mijn stem verheffen en luid uitroepen: Er is geen zaligheid, in het verleden, in het heden of in de toekomst, dan die voortkomt uit het dierbare bloed van het Lam, en die bevindelijk aan het hart bekendgemaakt wordt door de bediening van de Heilige Geest.
Aan de lezer…
Misschien ziet u, als u in uw eigen hart kijkt, niets dan vlekken en rimpels, en vraagt u met beven: hoe zal ik ooit op die grote dag zonder vlek staan? Het is een vraag die u wel nauwgezet mag overwegen, en ik ontloop haar niet. Ik wil u geen valse troost geven op een sterfbed, geen leugen waardoor duizenden misleid worden. Er is geen zaligheid dan die voortkomt uit het dierbare bloed van het Lam.
Maar hoor ook wat er gezegd wordt tegen wie deze vraag als een levensvraag kent: zo iemand zal gezegend worden met een levend geloof in de Zoon van God. Christus heeft door alle zonden en smarten heen gezien naar de dag van Zijn bruiloft. Wat u in uzelf niet ziet, ziet Hij in de Zijnen: volmaakt in Hem en aangenaam in de Geliefde. Blijf dan zoeken naar de toepassing van Zijn liefde en bloed. Hij zal Zijn bruid Zichzelf heerlijk voorstellen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That He might present it to Himself a glorious church, not having spot, or wrinkle, or any such thing; but that it should be holy and without blemish.
Ephesians 5:27
We do not now see what the Church one day will be, and what she ever was in the eyes of Jesus. He could look through all this time-state, through all the sins and sorrows of this intermediate period, and fix His eye upon the bridal day, the day when before assembled angels, in the courts of heaven, in the realms of eternal bliss, He should present her to Himself a glorious Church, not having spot or wrinkle or any such thing, but holy, and without blemish.
O what a day will that be, when the Son of God shall openly wed His espoused bride; when there shall be heard in heaven, “as the voice of many waters, and as the voice of mighty thunderings, saying, Alleluia—for the Lord God omnipotent reigns! Let us be glad and rejoice, and give honor to Him—for the marriage of the Lamb has come, and His wife has made herself ready” (Rev. 19:7).
How cleansed, how sanctified, how washed, how clothed must the Church be in that day when the very eyes of omniscience, which can read the slightest departure, even a wrinkle, from infinite purity, will find in her neither spot nor blemish, so that God Himself in all the blaze of His holiness may say of the Church, “I have viewed her with an omniscient eye; I have looked at every member of the mystical body of My dear Son; I have examined each with all the eyes of Godhead; but there is no spot, there is no wrinkle, no blemish in any one of them; all are complete in Him; all stand accepted in the Beloved.”
But you may ask, and this is an inquiry well worth pressing upon your conscience, “How am I to know that I shall stand at that day without spot or wrinkle?” To answer that inquiry, what do you know, I ask, of the cleansing, sanctifying influences of regenerating grace, of the word of truth laying hold of your conscience, of the word of power coming into your heart, of the blood of Christ being applied, and the love of God shed abroad in your heart by the Holy Spirit? If not now, yet before you are called away from these lower scenes, you are blessed with a living faith in the Son of God, with the application of His love and blood to your conscience, when time ends with you, it will open to you a glorious eternity, and forever delivered from all your present sins and sorrows, fears and anxieties, you will be presented at the great day among that glorious Church, which has neither spot nor wrinkle nor any such thing.
But if you live and die without any saving interest in these heavenly blessings, would I be faithful to my commission and to my conscience, if I were to say it will be all well with you?—that you have only on your deathbed to send for a minister to pray by your bedside, give you the sacrament, and speak a few comfortable words, and it will be all right with your soul? Would I be faithful to my commission to encourage such a delusion as this, a delusion by which thousands are continually deceived? I dare not do it. Yes, I would lift up my voice and cry aloud, “There is no salvation past, present, or future, but what flows through the precious blood of the Lamb, and is made experimentally known to the soul by the power of the Holy Spirit.”
To the reader…
Perhaps, when you look into your own heart, you see nothing but spots and wrinkles, and you ask with trembling: how shall I ever stand without spot on that great day? It is a question you may well weigh carefully, and I do not evade it. I will not give you false comfort on a deathbed, no lie by which thousands are deceived. There is no salvation but what flows from the precious blood of the Lamb.
But hear also what is said to the one who knows this question as a matter of life and death: such a one will be blessed with a living faith in the Son of God. Christ looked through all the sins and sorrows to the day of His wedding. What you do not see in yourself, He sees in His own: complete in Him and accepted in the Beloved. Keep seeking, then, the application of His love and blood. He will present His bride to Himself in glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para presentársela gloriosa para Sí, una iglesia que no tuviese mancha ni arruga, ni cosa semejante; sino que fuese santa y sin mancha.
Efesios 5:27
No vemos ahora lo que la Iglesia será un día, ni lo que siempre fue a los ojos de Jesús. Él podía mirar a través de todo este estado temporal, a través de todos los pecados y tristezas de este período intermedio, y fijar Su mirada en el día de las bodas, el día en que, delante de los ángeles reunidos, en los atrios del cielo, en las regiones de la dicha eterna, Se la presentaría a Sí mismo como una Iglesia gloriosa, que no tuviese mancha ni arruga ni cosa semejante, sino santa y sin mancha.
¡Oh, qué día será aquel, cuando el Hijo de Dios se case públicamente con Su esposa desposada; cuando se oiga en el cielo “como la voz de muchas aguas, y como la voz de grandes truenos, que decía: Aleluya: porque reinó el Señor nuestro Dios Todopoderoso. Gocémonos y alegrémonos y démosle gloria; porque son venidas las bodas del Cordero, y Su esposa se ha aparejado” (Apocalipsis 19:7)!
¡Cuán limpia, cuán santificada, cuán lavada, cuán vestida ha de estar la Iglesia en aquel día, cuando los mismos ojos de la omnisciencia, que pueden leer el más leve apartamiento, aun una arruga, de la pureza infinita, no hallen en ella ni mancha ni defecto; de modo que Dios mismo, en todo el resplandor de Su santidad, pueda decir de la Iglesia: “La he mirado con ojo omnisciente; he mirado a cada miembro del cuerpo místico de Mi amado Hijo; he examinado a cada uno con todos los ojos de la Divinidad; pero no hay mancha, no hay arruga, no hay defecto en ninguno de ellos; todos están completos en Él; todos son aceptos en el Amado”!
Pero quizá pregunte usted, y es una pregunta que bien vale la pena aplicar con insistencia a su conciencia: “¿Cómo he de saber que estaré en aquel día sin mancha ni arruga?” Para responder a esa pregunta, le pregunto: ¿qué sabe usted de las influencias limpiadoras y santificadoras de la gracia regeneradora, de la palabra de verdad que se apodera de su conciencia, de la palabra de poder que entra en su corazón, de la sangre de Cristo aplicada y del amor de Dios derramado en su corazón por el Espíritu Santo? Si, aunque no sea ahora, antes de ser llamado de estos escenarios de aquí abajo, es usted bendecido con una fe viva en el Hijo de Dios, con la aplicación de Su amor y Su sangre a su conciencia, cuando el tiempo termine para usted se le abrirá una eternidad gloriosa, y, librado para siempre de todos sus pecados y tristezas, temores e inquietudes presentes, será presentado en el gran día entre aquella Iglesia gloriosa que no tiene mancha ni arruga ni cosa semejante.
Pero si usted vive y muere sin ninguna parte salvadora en estas bendiciones celestiales, ¿sería yo fiel a mi comisión y a mi conciencia si le dijera que todo le irá bien? ¿Que no tiene más que mandar llamar en su lecho de muerte a un ministro para que ore junto a su cama, le dé el sacramento y le diga unas cuantas palabras consoladoras, y todo irá bien con su alma? ¿Sería yo fiel a mi comisión si alentara un engaño como este, un engaño por el que miles son continuamente engañados? No me atrevo a hacerlo. Sí, alzaría mi voz y clamaría en alta voz: “No hay salvación, ni pasada, ni presente, ni futura, sino la que fluye por la preciosa sangre del Cordero y es dada a conocer experimentalmente al alma por el poder del Espíritu Santo.”
Al lector…
Quizá, cuando mira en su propio corazón, no ve más que manchas y arrugas, y pregunta temblando: ¿cómo podré estar jamás sin mancha en aquel gran día? Es una pregunta que bien puede sopesar con cuidado, y no la eludo. No le daré un falso consuelo en un lecho de muerte, ninguna mentira con la que miles son engañados. No hay salvación sino la que fluye de la preciosa sangre del Cordero.
Pero oiga también lo que se dice a quien conoce esta pregunta como cuestión de vida o muerte: tal persona será bendecida con una fe viva en el Hijo de Dios. Cristo miró a través de todos los pecados y tristezas hasta el día de Sus bodas. Lo que usted no ve en sí mismo, Él lo ve en los Suyos: completos en Él y aceptos en el Amado. Siga, pues, buscando la aplicación de Su amor y de Su sangre. Él Se presentará a Sí mismo a Su esposa en gloria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl