28 augustus
En versterke u in allen goeden woorde en werke.
2 Thessalonicenzen 2:17
Het levende huisgezin Gods moet versterkt worden in de Waarheid, zodat ze niet altijd zijn als „kinderen, die door allerlei wind van lering worden heen en weder bewogen”. Het is niet genoeg voor een gebouw opgetrokken te zijn; het moet versterkt en gestut zijn. Eerst dan kan men weten of het staande zal blijven. Het bangste ogenblik voor de bouwer is te zien hoe het zich zetten zal; hoe de muren het dak zullen dragen, en of elk deel vast en goed zal staan, zonder uit te buiken of te verschuiven. Wanneer de stut die het midden van een pas gebouwde boog draagt, is weggenomen, hoe nauwlettend ziet de bouwmeester dan niet toe of hij zich goed houdt en hoeveel hij zakt, zo hij al zakt! Zo ook in de genade. Het is niet genoeg een belijdenis af te leggen.
Menig gebouw, menige boog blijft goed staan zolang de steigers blijven opgericht. Zo schijnen velen in de eerste dagen standvastig te blijven, wanneer zij door hun ijver en ernst gesteund of door bijstand van anderen gesterkt worden. Maar hoe zal de ziel standvastig blijven als alle hulp is weggenomen? Zal zij in het geloof versterkt worden, of in dwaling of enig groot kwaad vervallen en, evenals een slecht gebouwde boog, instorten wanneer het steunpunt is weggenomen? Hoe gedurig zien wij hen die vast in de Waarheid schenen, nu gretig een dodelijke dwaling indrinken die hun onder de bekommering van een aannemelijke nieuwigheid aan de lippen wordt gebracht, en anderen weder in een openbare zonde vervallen of door misleiding verstrikt worden!
O, mocht de Heere u en mij en allen in Zijn heerlijke Waarheid versterken; ons, die begeren Zijn Naam standvastig en oprecht te vrezen, opdat wij nooit het kwaad en de dwaling ten prooi worden, maar door Hemzelf versterkt worden! Mocht het werk aan onze harten van het begin tot het einde een waarachtig werk van God zijn; een gebouw dat Hij Zelf heeft opgetrokken en versterkt, opdat het vast moge staan te midden van de stormen des tijds en blijvende tot in alle eeuwigheid!
Mijn ziel kleeft U standvastig aan,
Gij ondersteunt mijn zwakke schreden.
Uw rechterhand, vol mogendheden,
doet mij getroost en veilig gaan.
Maar dezen, die mijn ziel begeren,
opdat ik tot verwoesting raak’,
staan bloot voor Uw geduchte wraak:
zij zullen haast ten afgrond keren.
Psalm 63:5
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u in de eerste dagen vaststond, gedragen door ijver, door de warmte van anderen en door een frisse belijdenis. En merkt u nu, nu die steigers één voor één worden weggenomen, hoe wankel u in uzelf bent? Schrik daar niet te zeer van. Het is juist de tijd waarin blijkt of het gebouw door de Heere Zelf is opgetrokken, of alleen door mensenhanden.
U ziet hoe anderen die vast schenen, door elke wind van lering worden meegevoerd of in zonde vallen. Laat dat u niet hoogmoedig maken, maar tot gebed drijven: „Heere, versterk mij in Uw Waarheid; laat mij niet door eigen kracht staan, maar door U.” Wat Hij Zelf gebouwd heeft, zal staan te midden van de stormen des tijds. Kleef Hem aan, en Zijn rechterhand zal uw zwakke schreden ondersteunen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En versterke u in allen goeden woorde en werke.
2 Thessalonicenzen 2:17
Het levende huisgezin van God moet versterkt worden in de Waarheid, zodat zij niet altijd zijn als „kinderen, die door allerlei wind van lering worden heen en weder bewogen”. Het is voor een gebouw niet genoeg dat het opgetrokken is; het moet versterkt en gestut worden. Pas dan kunnen wij weten of het zal blijven staan. Het spannendste ogenblik voor de bouwer is wanneer hij ziet hoe het gebouw zich zet: hoe de muren het dak zullen dragen, en of elk deel vast en goed blijft staan, zonder uit te buiken of te verschuiven. Wanneer de stut die het midden van een pas gebouwde boog draagt, is weggenomen, hoe nauwlettend kijkt de bouwmeester dan of de boog het houdt, en hoeveel hij zakt, als hij al zakt! Zo is het ook in de genade. Het is niet genoeg een belijdenis af te leggen.
Menig gebouw, menige boog blijft goed staan zolang de steigers er nog staan. Zo lijken velen in de eerste tijd standvastig te blijven, wanneer zij gedragen worden door hun ijver en ernst of gesterkt worden door de hulp van anderen. Maar hoe zal de ziel standvastig blijven wanneer alle hulp is weggenomen? Zal zij in het geloof versterkt worden, of zal zij in dwaling of in een groot kwaad vervallen en, net als een slecht gebouwde boog, instorten wanneer de steun is weggenomen? Hoe vaak zien wij dat mensen die vast in de Waarheid leken te staan, nu gretig een dodelijke dwaling indrinken die hun onder de dekmantel van een aantrekkelijke nieuwigheid aan de lippen wordt gebracht, en dat anderen weer in een openbare zonde vallen of door misleiding verstrikt raken!
O, mocht de Heere u en mij en allen die begeren Zijn Naam standvastig en oprecht te vrezen, in Zijn heerlijke Waarheid versterken, zodat wij nooit ten prooi vallen aan het kwaad en de dwaling, maar door Hem Zelf versterkt worden! Mocht het werk aan ons hart van het begin tot het einde een waarachtig werk van God zijn: een gebouw dat Hij Zelf heeft opgetrokken en versterkt, zodat het vast mag staan te midden van de stormen van de tijd en mag blijven tot in alle eeuwigheid!
Mijn ziel kleeft U standvastig aan,
Gij ondersteunt mijn zwakke schreden.
Uw rechterhand, vol mogendheden,
doet mij getroost en veilig gaan.
Maar dezen, die mijn ziel begeren,
opdat ik tot verwoesting raak’,
staan bloot voor Uw geduchte wraak:
zij zullen haast ten afgrond keren.
Psalm 63:5
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u in de eerste tijd vaststond, gedragen door ijver, door de warmte van anderen en door een frisse belijdenis. En merkt u nu, nu die steigers één voor één worden weggenomen, hoe wankel u in uzelf bent? Schrik daar niet te veel van. Het is juist de tijd waarin blijkt of het gebouw door de Heere Zelf is opgetrokken, of alleen door mensenhanden.
U ziet hoe anderen die vast leken te staan, door elke wind van lering worden meegevoerd of in zonde vallen. Laat dat u niet hoogmoedig maken, maar tot gebed drijven: „Heere, versterk mij in Uw Waarheid; laat mij niet door eigen kracht staan, maar door U.” Wat Hij Zelf gebouwd heeft, zal staan te midden van de stormen van de tijd. Kleef Hem aan, en Zijn rechterhand zal uw zwakke schreden ondersteunen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And stablish you in every good word and work.
2 Thessalonians 2:17
The living family of God need to be established in the truth, so as not ever to be “children tossed to and fro with every wind of doctrine.” It is not sufficient for a building to be raised—it must be established before we can know whether it will stand. The most anxious moment of the builder is to see how it will settle; how the walls will bear the roof, and every part stand firm and good without bulging or slipping. When the scaffolding is taken away from a newly-built arch, how the architect looks to see whether it will settle well and the extent of the drop, if there be any.
So in grace. It is not merely making a profession that will serve. Many a building stands well as long as the scaffolding remains; many an arch looks firm while the scaffolding supports it. So many seem to stand well in early days, when upheld by zeal and earnestness, or strengthened by the support of others. But how will the soul stand when helps are removed? Will it be established in the faith, or fall into some error or some gross evil, and thus, like an arch badly built, drop into ruin when the scaffolding is taken away?
How we continually see those who once seemed firm in the truth now greedily drinking down some deadly error presented to their lips under the charm of a plausible novelty; and others fall headlong into some open sin, or get entangled in some delusion. O that the Lord would establish you, me, and all who desire to fear His name firmly and deeply in His precious truth, that we may never fall a prey to evil or error, but may have a religion of His own maintaining; that the work upon our heart may be the genuine work of God first and last; a building of His own raising and His own establishing, that it may stand firm amid the storms of time, and endure for all eternity!
To the reader…
It may be that in the early days you stood firm, carried along by zeal, by the warmth of others and by a fresh profession. And do you now notice, as those scaffolds are taken away one by one, how unsteady you are in yourself? Do not be too alarmed at that. It is precisely the time when it becomes clear whether the building was raised by the Lord Himself, or only by human hands.
You see how others who seemed to stand firm are carried away by every wind of doctrine or fall into sin. Do not let that make you proud, but drive you to prayer: “Lord, establish me in Thy Truth; let me not stand by my own strength, but by Thee.” What He Himself has built will stand amid the storms of time. Cleave to Him, and His right hand will uphold your feeble steps.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y os confirme en toda buena palabra y obra.
2 Tesalonicenses 2:17
La familia viva de Dios necesita ser afirmada en la verdad, para no ser jamás “niños fluctuantes, y llevados por doquiera de todo viento de doctrina.” No basta con levantar un edificio; tiene que asentarse antes de que podamos saber si se mantendrá en pie. El momento de mayor inquietud para el constructor es ver cómo se asentará; cómo los muros soportarán el tejado, y si cada parte se mantendrá firme y buena sin abombarse ni deslizarse. Cuando se retira el andamiaje de un arco recién construido, ¡cómo mira el arquitecto para ver si se asentará bien, y cuánto cede, si es que cede algo!
Así es en la gracia. No basta meramente con hacer una profesión. Más de un edificio se mantiene bien mientras sigue el andamiaje; más de un arco parece firme mientras el andamiaje lo sostiene. Así, muchos parecen mantenerse bien en los primeros días, cuando los sostiene el celo y el fervor, o los fortalece el apoyo de otros. Pero ¿cómo se mantendrá el alma cuando se le quiten las ayudas? ¿Será afirmada en la fe, o caerá en algún error o en algún mal grosero, y así, como un arco mal construido, se vendrá abajo en ruinas cuando se retire el andamiaje?
¡Cuán continuamente vemos a quienes una vez parecían firmes en la verdad beber ahora ávidamente algún error mortal que se les presenta a los labios bajo el encanto de una novedad plausible; y a otros caer de cabeza en algún pecado manifiesto, o enredarse en algún engaño! ¡Oh, que el Señor nos afirme a usted, a mí y a todos los que desean temer Su nombre, firme y profundamente en Su preciosa verdad, para que nunca caigamos presa del mal ni del error, sino que tengamos una religión que Él mismo sostenga; que la obra en nuestro corazón sea la genuina obra de Dios del principio al fin; un edificio que Él mismo haya levantado y Él mismo haya afirmado, para que se mantenga firme en medio de las tormentas del tiempo y perdure por toda la eternidad!
Al lector…
Puede que en los primeros días usted se mantuviera firme, llevado por el celo, por el calor de otros y por una profesión reciente. ¿Y nota ahora, a medida que esos andamios se retiran uno por uno, cuán inestable es en sí mismo? No se alarme demasiado por ello. Es precisamente el tiempo en que se hace evidente si el edificio fue levantado por el Señor mismo o solo por manos humanas.
Ve cómo otros que parecían estar firmes son llevados por todo viento de doctrina o caen en pecado. No deje que eso le enorgullezca, sino que le impulse a la oración: “Señor, afírmame en Tu Verdad; no me dejes estar en pie por mi propia fuerza, sino por Ti.” Lo que Él mismo ha edificado permanecerá en medio de las tormentas del tiempo. Adhiérase a Él, y Su diestra sostendrá sus débiles pasos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl