28 april
Mijn ziel kleeft U achteraan.
Psalm 63:9
De Heere gedoogt niet (wij willen met eerbied spreken), de Heere gedoogt niet, dat Hij achterhaald worde. Hoe meer de ziel Hem volgt, des te meer schijnt Hij Zich terug te trekken en spoort haar dus aan tot ernstiger vervolging. Hij wil aan het einde achterhaald worden; het is Zijn eigen gezegend werk in het geweten, om een ernstig begeren en verlangen naar Hem op te wekken, en daartoe geeft Hij kracht aan de ziel en maakt Hij de voeten gelijk die ener hinde, om de jacht met spoed voort te zetten. Maar om het vurig verlangen te meer te prikkelen, om het toenemend vuur nog meer kracht te geven, wil de Heere niet toelaten achterhaald te worden dan na een langdurige en ijverige vervolging.
Dit wordt in het Hooglied van Salomo schoon voorgesteld. Wij vinden daar de Heere komende tot Zijn bruid; maar zij wil niet opendoen tot „Hij Zijn hand door de opening der deur steekt”. Zij wilde niet opstaan bij Zijn eerste geklop, en daarom is Hij verplicht haar hart aan te raken. Maar „toen zij haar Liefste opende, was Hij heengegaan”, en nauwelijks is Hij heengegaan, of zij volgt Hem, maar kan Hem niet vinden; Hij verbergt Zich voor haar oog, laat haar om de wallen der stad gaan, en eindelijk haalt zij Hem in en vindt Hem, Die haar ziel liefheeft. Dit geeft te verstaan, hoe de Heere zachtkens de verlangende ziel achter Zich aantrekt.
Zo wij onmiddellijk het doel van ons streven konden bereiken, zouden wij niet half zoveel genieten. Zo wij met een enkele wens de Heere in onze ziel konden brengen, dan zou het slechts de wens van de luiaard zijn, die begeert en niet heeft. Maar zo de Heere slechts kan verkregen worden door een vurig najagen, dan is elke kracht der ziel bezig om te streven naar Zijn kennelijke tegenwoordigheid; en dit was de ervaring van de Psalmist, toen hij uitriep: „Mijn ziel kleeft U achteraan.”
Keer eind’lijk, Heer, toch weder!
Mijn ziel buigt zich terneder.
Ach, red haar van ’t verderf!
Ps. 6:4
Aan de lezer…
Misschien zoekt u de Heere, lezer, en schijnt Hij Zich steeds verder terug te trekken. U hebt geroepen en Hij kwam niet; u meende Hem te vinden en Hij was heengegaan. Wat is dat moeilijk voor een verlangend hart. Toch is dit geen teken dat Hij u afwijst. Het is juist Zijn eigen werk dat dit verlangen in u opwekt, en Hij trekt u zachtkens achter Zich aan.
De bruid in het Hooglied ging om de wallen der stad en vond Hem eindelijk, Die haar ziel liefheeft. Zo houdt de Heere Zich soms verborgen, niet om u te ontmoedigen, maar om het vuur sterker te doen branden. Wat met één luie wens verkregen werd, zou weinig gewaardeerd worden. Geef het zoeken dan niet op. Kleef Hem achteraan, ook al zijn uw voeten moe; Hij geeft kracht om voort te gaan, en Hij wil aan het einde gevonden worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Mijn ziel kleeft U achteraan.
Psalm 63:9
De Heere laat niet toe (wij willen met eerbied spreken), de Heere laat niet toe dat Hij ingehaald wordt. Hoe meer de ziel Hem volgt, hoe meer Hij Zich lijkt terug te trekken, en zo spoort Hij haar aan Hem nog ernstiger na te jagen. Hij wil aan het einde ingehaald worden. Het is Zijn eigen gezegend werk in het geweten om een ernstig begeren en verlangen naar Hem op te wekken, en daarvoor geeft Hij kracht aan de ziel en maakt Hij haar voeten als die van een hinde, om de jacht met spoed voort te zetten. Maar om het vurig verlangen des te meer te prikkelen en het toenemende vuur nog meer kracht te geven, laat de Heere Zich pas inhalen na een langdurig en ijverig najagen.
Dit wordt in het Hooglied van Salomo prachtig voorgesteld. Daar zien wij de Heere tot Zijn bruid komen, maar zij wil niet opendoen totdat „Hij Zijn hand door de opening der deur steekt”. Zij wilde bij Zijn eerste kloppen niet opstaan, en daarom moet Hij haar hart aanraken. Maar „toen zij haar Liefste opende, was Hij heengegaan”. Nauwelijks is Hij heengegaan, of zij volgt Hem, maar zij kan Hem niet vinden. Hij verbergt Zich voor haar oog en laat haar rondom de wallen van de stad gaan, en eindelijk haalt zij Hem in en vindt zij Hem Die haar ziel liefheeft. Dit laat zien hoe de Heere de verlangende ziel zacht achter Zich aan trekt.
Als wij het doel van ons streven onmiddellijk konden bereiken, zouden wij er niet half zoveel van genieten. Als wij met één enkele wens de Heere in onze ziel konden brengen, dan zou het niet meer zijn dan de wens van de luiaard, die begeert en niet heeft. Maar als de Heere alleen verkregen kan worden door Hem vurig na te jagen, dan is elke kracht van de ziel bezig om te streven naar Zijn merkbare tegenwoordigheid. Dat was de ervaring van de psalmist toen hij uitriep: „Mijn ziel kleeft U achteraan.”
Keer eind’lijk, Heer, toch weder!
Mijn ziel buigt zich terneder.
Ach, red haar van ’t verderf!
Ps. 6:4
Aan de lezer…
Misschien zoekt u de Heere, lezer, en lijkt Hij Zich steeds verder terug te trekken. U hebt geroepen en Hij kwam niet; u meende Hem te vinden en Hij was heengegaan. Wat is dat moeilijk voor een verlangend hart. Toch is dit geen teken dat Hij u afwijst. Het is juist Zijn eigen werk dat dit verlangen in u opwekt, en Hij trekt u zacht achter Zich aan.
De bruid in het Hooglied ging rondom de wallen van de stad en vond eindelijk Hem Die haar ziel liefheeft. Zo houdt de Heere Zich soms verborgen, niet om u te ontmoedigen, maar om het vuur sterker te laten branden. Wat met één luie wens verkregen werd, zou weinig gewaardeerd worden. Geef het zoeken dan niet op. Kleef Hem achteraan, ook al zijn uw voeten moe; Hij geeft kracht om verder te gaan, en Hij wil aan het einde gevonden worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
My soul followeth hard after Thee.
Psalm 63:8
The Lord (we speak with reverence) does not allow Himself at first to be overtaken. The more the soul follows after Him, the more He seems to withdraw Himself, and thus He draws it more earnestly on the pursuit. He means to be overtaken in the end—it is His own blessed work in the conscience to kindle earnest desires and longings after Himself; and therefore He puts strength into the soul, and “makes the feet like hinds’ feet” to run and continue the chase. But in order to whet the ardent desire, to kindle to greater intensity the rising eagerness, the Lord will not allow Himself to be overtaken until after a long and arduous pursuit.
This is sweetly set forth in the Song of Solomon, 5:2-8. We find there the Lord coming to His bride; but she is unwilling to open to Him until “He puts His hand in by the hole of the door.” She would not rise at His first knocking, and therefore He is obliged to touch her heart. But “when she opened to her Beloved, He was gone;” and no sooner does He withdraw Himself, than she pursues after Him; but she cannot find Him; He hides Himself from her view, draws her round and round the walls of the city, until at length she overtakes, and finds Him whom her soul loves. This sweetly sets forth how the Lord draws on the longing soul after Himself.
Could we immediately obtain the object of our pursuit, we would not half so much enjoy it when attained. Could we with ‘a wish’ bring the Lord down into the soul, it would be but the lazy wish of the sluggard, who “desires, and has not.” But when the Lord can only be obtained by an arduous pursuit, every faculty of the soul is engaged in panting after His manifested presence; and this was the experience of the Psalmist, when he cried, “My soul follows hard after you.”
To the reader…
Perhaps you are seeking the Lord, dear reader, and He seems to withdraw Himself further and further. You have called and He did not come; you thought you had found Him and He had gone. How hard that is for a longing heart. Yet this is no sign that He is rejecting you. It is His very own work that awakens this longing in you, and He gently draws you after Himself.
The bride in the Song of Solomon went round the walls of the city and at last found Him Whom her soul loveth. In the same way the Lord sometimes keeps Himself hidden, not to discourage you, but to make the fire burn more strongly. What was gained by one lazy wish would be little valued. So do not give up seeking. Follow hard after Him, even if your feet are weary; He gives strength to go on, and He means to be found in the end.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Está mi alma apegada a Ti.
Salmo 63:8
El Señor (lo decimos con reverencia) no se deja alcanzar al principio. Cuanto más le sigue el alma, más parece Él retirarse, y así la atrae con más fervor a la búsqueda. Él se propone ser alcanzado al final; es Su propia obra bendita en la conciencia encender deseos y anhelos fervientes por Él; y por eso pone fuerza en el alma, y “hace sus pies como de ciervas” para correr y continuar la persecución. Pero a fin de avivar el deseo ardiente, de encender con mayor intensidad el anhelo creciente, el Señor no se deja alcanzar sino después de una búsqueda larga y ardua.
Esto se presenta dulcemente en el Cantar de los Cantares, 5:2-8. Hallamos allí al Señor que viene a Su esposa; pero ella no está dispuesta a abrirle hasta que “Él mete Su mano por el agujero de la puerta”. No quiso levantarse a Su primer llamado, y por eso Él se ve obligado a tocar su corazón. Pero “abrió ella a su Amado; mas su Amado se había ido”; y tan pronto como Él se retira, ella sale en Su busca; pero no puede hallarle; Él se esconde de su vista, la lleva vuelta tras vuelta alrededor de los muros de la ciudad, hasta que por fin ella le alcanza y halla al que ama su alma. Esto muestra dulcemente cómo el Señor atrae tras Sí al alma anhelante.
Si pudiéramos obtener de inmediato el objeto de nuestra búsqueda, no lo gozaríamos ni la mitad una vez alcanzado. Si pudiéramos con ‘un deseo’ hacer descender al Señor al alma, no sería sino el deseo perezoso del perezoso, que “desea, y nada alcanza”. Pero cuando al Señor solo se le puede obtener mediante una búsqueda ardua, toda facultad del alma se ocupa en anhelar Su presencia manifestada; y esta fue la experiencia del salmista cuando clamó: “Está mi alma apegada a Ti”.
Al lector…
Quizá usted busca al Señor, querido lector, y Él parece retirarse cada vez más lejos. Ha llamado y Él no vino; pensó que le había hallado y se había ido. Cuán duro es eso para un corazón anhelante. Sin embargo, no es señal de que Él le rechace. Es Su propia obra la que despierta en usted este anhelo, y Él le atrae suavemente tras Sí.
La esposa del Cantar de los Cantares recorrió los muros de la ciudad y al fin halló al que amaba su alma. Del mismo modo el Señor a veces se mantiene escondido, no para desanimarle, sino para hacer arder el fuego con más fuerza. Lo que se ganara con un perezoso deseo se estimaría poco. No deje, pues, de buscar. Vaya en pos de Él con ahínco, aunque sus pies estén cansados; Él da fuerzas para seguir, y se propone ser hallado al final.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl