28 december
Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.
Filippenzen 1:29
Nadat de Heere, door Zijn arbeid aan het geweten, ons geroepen heeft tot berouw en belijdenis van zonde, zowel als tot geloof in Jezus; nadat Hij ons geroepen heeft tot droefheid naar God; geroepen om volgens de voorschriften van het Evangelie te leven, en te wandelen naar de voorschriften Zijner gemeente; dan roept Hij ons om voor en met Hem te lijden. Maar wij kunnen „naar de wil van God niet lijden”, dat is, in de zin van en om het Evangelie, vóórdat de Heere ons enigszins in staat stelt om op Hem te zien. Dezelfde Geest, Die de gelovige roept om een pad van lijden te bewandelen, versterkt hem en stelt hem ertoe in staat. Om waarlijk te lijden, moeten wij wandelen in de voetstappen van de grote Hoofdman onzer behoudenis, Die, „ofschoon een Zoon, toch gehoorzaamheid leerde door hetgeen Hij leed”.
De Vader spaarde in deze zin Zijn eniggeboren Zoon niet, maar bracht Hem op het pad des lijdens. Zo dan de Heere des huizes wandelen moest in dit donkere en sombere lijdenspad, kunnen Zijn discipelen dit dan ontgaan? Zo de Hoofdman onzer zaligheid „een Man van smarten was en verzocht in krankheid”, moeten dan Zijn gemene krijgslieden, die in de gelederen van het geestelijke leger staan, niet met hetzelfde lijden worden gedoopt, en naar hun mate uit de kelk drinken, welke Hij tot de bodem toe ledigde? Zo wordt elk kind van God vroeger of later geroepen om „met Christus te lijden”, en hij die niet met Christus lijdt, zal ook niet met Hem heersen (2 Tim. 2:12).
Maar de Heere, Die ziet wat wij zijn, zowel als wat wij behoeven, deelt aan elk lijden uit naar zijn toestand en zijn behoeften. En hoezeer dat lijden ook moge verschillen, allen moeten door het vuur; want de Heere brengt „het derde deel door het vuur”. Allen moeten wandelen in de voetstappen van een Zichzelf verloochenende en gekruiste Jezus; allen moeten pijnlijk ondervinden wat het zegt onder de roede te zijn, en die kastijdingen van God ondervinden waardoor het blijken zal dat zij zonen en geen bastaarden zijn.
O Heer, Gij zijt weldadig,
straf mij niet ongenadig
in uwe toornegloed.
Ps. 6:1
Aan de lezer…
Hoe goed is het te bedenken Wie u voorging, wanneer u gemeend hebt dat de weg naar de hemel effen en zonnig zou zijn, en nu schrikt van het vuur waar u doorheen moet! De Vader spaarde Zijn eniggeboren Zoon niet; de Hoofdman onzer zaligheid was een Man van smarten en leerde gehoorzaamheid door hetgeen Hij leed. Zou de discipel dan een andere weg gaan dan zijn Meester?
Maar weet ook dit: het is u uit genade gegeven, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. De roede is geen teken van verwerping, maar een bewijs dat u een zoon en geen bastaard bent. En de Heere, Die ziet wat u bent en wat u behoeft, meet uw lijden af naar uw toestand. Dezelfde Geest Die u op dit pad roept, versterkt u ook om het te bewandelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.
Filippenzen 1:29
Eerst heeft de Heere ons door Zijn werk in het geweten geroepen tot berouw en belijdenis van zonde, en ook tot geloof in Jezus. Hij heeft ons geroepen tot droefheid naar God, geroepen om volgens de voorschriften van het Evangelie te leven en te wandelen naar de voorschriften van Zijn gemeente. Daarna roept Hij ons om voor en met Hem te lijden. Maar wij kunnen „naar de wil van God niet lijden”, dat wil zeggen: in de zin van en omwille van het Evangelie, voordat de Heere ons enigszins in staat stelt om op Hem te zien. Dezelfde Geest Die de gelovige roept om een pad van lijden te gaan, versterkt hem en maakt hem daartoe in staat. Om waarlijk te lijden, moeten wij wandelen in de voetstappen van de grote Hoofdman van onze behoudenis, Die, „ofschoon een Zoon, toch gehoorzaamheid leerde door hetgeen Hij leed”.
In deze zin spaarde de Vader Zijn eniggeboren Zoon niet, maar bracht Hem op het pad van het lijden. Als dan de Heere van het huis dit donkere en sombere lijdenspad moest gaan, kunnen Zijn discipelen het dan ontlopen? Als de Hoofdman van onze zaligheid „een Man van smarten was en verzocht in krankheid”, moeten Zijn gewone soldaten, die in de gelederen van het geestelijke leger staan, dan niet met hetzelfde lijden gedoopt worden, en naar hun mate drinken uit de beker die Hij tot de bodem toe leegdronk? Zo wordt elk kind van God vroeg of laat geroepen om „met Christus te lijden”, en wie niet met Christus lijdt, zal ook niet met Hem heersen (2 Tim. 2:12).
Maar de Heere, Die ziet wat wij zijn en ook wat wij nodig hebben, deelt aan ieder lijden uit naar zijn toestand en zijn behoeften. En hoe verschillend dat lijden ook mag zijn, allen moeten door het vuur, want de Heere brengt „het derde deel door het vuur”. Allen moeten wandelen in de voetstappen van een Jezus Die Zichzelf verloochende en gekruisigd werd. Allen moeten pijnlijk ervaren wat het is om onder de roede te zijn, en die kastijdingen van God ondergaan waardoor zal blijken dat zij zonen zijn en geen bastaarden.
O Heer, Gij zijt weldadig,
straf mij niet ongenadig
in uwe toornegloed.
Ps. 6:1
Aan de lezer…
Hoe goed is het te bedenken Wie u voorging, wanneer u gedacht hebt dat de weg naar de hemel effen en zonnig zou zijn, en nu schrikt van het vuur waar u doorheen moet! De Vader spaarde Zijn eniggeboren Zoon niet; de Hoofdman van onze zaligheid was een Man van smarten en leerde gehoorzaamheid door wat Hij leed. Zou de discipel dan een andere weg gaan dan zijn Meester?
Maar weet ook dit: het is u uit genade gegeven, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. De roede is geen teken van verwerping, maar een bewijs dat u een zoon bent en geen bastaard. En de Heere, Die ziet wat u bent en wat u nodig hebt, meet uw lijden af naar uw toestand. Dezelfde Geest Die u op dit pad roept, versterkt u ook om het te gaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For unto you it is given in the behalf of Christ, not only to believe on Him, but also to suffer for His sake.
Philippians 1:29
After the Lord, by His special work on the conscience, has called us to repentance and confession of sin, as well as to faith in Jesus; after He has called us to godly sorrow; to live according to the precepts of the gospel; and to walk in the ordinances of His Church; He then calls us to suffer for and with Christ. But we cannot “suffer according to the will of God,” that is, in a gospel sense and from gospel motives, until the Lord enables us in some measure to look to Him. The same Spirit, Who calls the believer to walk in a path of suffering, strengthens and enables him to do so.
To suffer aright, we must walk in the steps of the great Captain of our salvation, Who “though a Son, yet learned obedience by the things which He suffered.” The Father in this sense spared not His only-begotten Son, but led Him into the path of tribulation. If the Lord of the house, then, had to travel in this dark and gloomy path of suffering, can His disciples escape? If the Captain of our salvation was “a man of sorrows and acquainted with grief,” must not the common soldiers, who occupy the ranks of the spiritual army, be baptized into the same sufferings, and taste in their measure of that cup which He drank to the very dregs?
Thus, every child of God is called, sooner or later, to “suffer with Christ;” and he that suffers not with Christ, will not reign with Him (2 Timothy 2:12). But the Lord, Who sees what we are, as well as what we need, apportions out suffering to our several states and necessities. And however the suffering may differ, all have to pass through the furnace; for the Lord brings “the third part through the fire.” All have to walk in the footsteps of a self-denying and crucified Jesus; all have painfully to feel what it is to be at times under the rod, and experience those chastisements of God, whereby they are proved to be sons, and not bastards.
To the reader…
How good it is to remember Who went before you, when you thought that the way to heaven would be smooth and sunny, and now you shrink from the fire you must pass through! The Father spared not His only-begotten Son; the Captain of our salvation was a Man of sorrows and learned obedience by the things which He suffered. Should the disciple then go another way than his Master?
But know this too: it is given to you of grace, not only to believe on Him, but also to suffer for His sake. The rod is not a sign of rejection, but a proof that you are a son and not a bastard. And the Lord, Who sees what you are and what you need, measures out your suffering according to your state. The same Spirit Who calls you to this path also strengthens you to walk in it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque a vosotros es concedido por Cristo, no solo que creáis en Él, sino también que padezcáis por Él.
Filipenses 1:29
Después que el Señor, por Su obra especial en la conciencia, nos ha llamado al arrepentimiento y a la confesión del pecado, así como a la fe en Jesús; después que nos ha llamado a la tristeza piadosa, a vivir conforme a los preceptos del evangelio y a andar en las ordenanzas de Su Iglesia, nos llama entonces a padecer por Cristo y con Cristo. Pero no podemos padecer “según la voluntad de Dios”, es decir, en un sentido evangélico y por motivos evangélicos, hasta que el Señor nos capacite en alguna medida para mirar a Él. El mismo Espíritu que llama al creyente a andar por una senda de padecimiento le fortalece y le capacita para hacerlo.
Para padecer debidamente, hemos de andar en las pisadas del gran Capitán de nuestra salvación, que “aunque era Hijo, por lo que padeció aprendió la obediencia”. En este sentido el Padre no perdonó a Su Hijo unigénito, sino que Le condujo por la senda de la tribulación. Si el Señor de la casa, pues, tuvo que recorrer esta senda oscura y sombría del padecimiento, ¿pueden escapar Sus discípulos? Si el Capitán de nuestra salvación fue “varón de dolores, experimentado en quebranto”, ¿no han de ser los soldados rasos, que ocupan las filas del ejército espiritual, bautizados en los mismos padecimientos, y gustar en su medida de esa copa que Él bebió hasta las heces?
Así, todo hijo de Dios es llamado, tarde o temprano, a “padecer con Cristo”; y el que no padece con Cristo no reinará con Él (2 Timoteo 2:12). Pero el Señor, que ve lo que somos así como lo que necesitamos, reparte el padecimiento según nuestros diversos estados y necesidades. Y por mucho que difiera el padecimiento, todos han de pasar por el horno; porque el Señor mete “en el fuego la tercera parte”. Todos han de andar en las pisadas de un Jesús que se negó a Sí mismo y fue crucificado; todos han de sentir dolorosamente lo que es estar a veces bajo la vara, y experimentar esos castigos de Dios por los cuales se demuestra que son hijos, y no bastardos.
Al lector…
¡Qué bueno es recordar Quién fue delante de usted, cuando pensaba que el camino al cielo sería llano y soleado, y ahora retrocede ante el fuego por el que tiene que pasar! El Padre no perdonó a Su Hijo unigénito; el Capitán de nuestra salvación fue Varón de dolores y por lo que padeció aprendió la obediencia. ¿Habría de ir el discípulo por otro camino que su Maestro?
Pero sepa también esto: le es concedido por gracia, no solo creer en Él, sino también padecer por Él. La vara no es señal de rechazo, sino prueba de que usted es hijo y no bastardo. Y el Señor, que ve lo que usted es y lo que necesita, le mide el padecimiento según su estado. El mismo Espíritu que le llama a esta senda le fortalece también para andar en ella.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl