27 april
Opdat het recht der wet vervuld zoude worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Romeinen 8:4
Iemand kan zijn „in het vlees”, zoals wij allen zijn, en toch niet „er naar wandelen”. Er naar wandelen bevat een zich ten voorbeeld stellen der zonde en er naar wandelen. Maar de een kan door de ander meegesleept worden, zoals wij soms een kind onwillig door zijn moeder zien medeslepen, omdat het niet gaarne met haar gaat. Het kind gaat zijn moeder niet achterna, of hand aan hand met haar, noch naast haar; maar het is tegen zijn wil genoodzaakt een weg te gaan, die het haat, bijvoorbeeld naar de school, wanneer het liever had willen spelen.
In deze zin is het dikwijls met het kind der genade: het wordt dikwijls met het vlees medegetrokken; het volgt niet vrijwillig; het zondigt niet naar eigen wil, maar is door de macht des vleses verstrikt, medegevoerd in strijd met zijn beste wensen, en somtijds, in weerwil van zijn ernstige roepen, zijn tranen, zijn kermen en verlangen. Hij volgt niet zoals een toerist in de Alpen een gids door de sneeuw volgt, zijn voet vastberaden en in elke voetstap zettende, die het vlees voor hem gebaand heeft. De heilige Gods, ofschoon in het vlees, wandelt niet naar het vlees; want zo wandelende zou hij de wet der liefde niet kunnen vervullen en de rechtvaardigmaking der wet kan in hem niet vervuld worden.
Maar zo hij, door genade daartoe bekwaamd, van tijd tot tijd de Geest achternagaat, want als de Geest geleidt volgt hij; als de Geest aanspoort, gehoorzaamt hij, en als de Geest werkt, volbrengt hij. Wanneer de Geest Jezus openbaart, bemint hij Hem vurig met een rein hart; wanneer de Geest een belofte toepast, gelooft hij ze, en wanneer Hij de waarheid Gods aan zijn ziel bekend maakt, is zij hem tot voedsel en verheuging.
Eenmaal sprak God tot mij een woord,
tot twee maal toe heb ik ’t gehoord,
dat ’s Heeren zijn de sterkt’ en krachten!
Ook is bij U de goedheid, Heer;
dies heeft van U elk sterv’ling weer
vergelding naar zijn werk te wachten.
Ps. 62:8
Aan de lezer…
Het kan gebeuren dat u wordt meegesleept, tegen uw beste wensen in, als een kind dat onwillig aan de hand wordt meegetrokken. U roept, u weent, en toch voelt u de macht van het vlees en struikelt u weer. Dan kan de vraag u benauwen of u wel een kind der genade bent. Hoor dan het onderscheid dat hier wordt gemaakt: in het vlees zijn is iets anders dan naar het vlees wandelen.
Wie vrijwillig in de voetstappen van de zonde treedt, wandelt ernaar; maar wie erom zucht en erover klaagt, doet het niet met zijn hart. Dat is geen vrijbrief om te zondigen, maar een troost voor de bestreden ziel. Let dan op de Geest. Volg Hem wanneer Hij leidt, gehoorzaam wanneer Hij aanspoort, en geloof de belofte wanneer Hij die toepast. En wanneer Hij Jezus aan u openbaart, bemin Hem dan met heel uw hart; daar wordt de wet der liefde vervuld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat het recht der wet vervuld zoude worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Romeinen 8:4
Iemand kan „in het vlees” zijn, zoals wij allen zijn, en er toch niet „naar wandelen”. Ernaar wandelen houdt in dat men de zonde tot voorbeeld neemt en haar volgt. Maar de een kan door de ander meegesleept worden, zoals wij soms een kind onwillig door zijn moeder zien meeslepen, omdat het niet graag met haar meegaat. Het kind loopt zijn moeder niet achterna, niet hand in hand met haar en ook niet naast haar. Het is tegen zijn wil gedwongen een weg te gaan die het haat, bijvoorbeeld naar school, terwijl het liever had willen spelen.
Zo is het vaak met het kind van de genade: het wordt vaak door het vlees meegetrokken. Het volgt niet vrijwillig en het zondigt niet uit eigen wil, maar het is verstrikt door de macht van het vlees en wordt meegevoerd tegen zijn beste wensen in, soms ondanks zijn ernstig roepen, zijn tranen, zijn kermen en verlangen. Hij volgt niet zoals een toerist in de Alpen een gids door de sneeuw volgt, die vastberaden zijn voet zet in elke voetstap die het vlees voor hem gebaand heeft. De heilige van God wandelt, hoewel hij in het vlees is, niet naar het vlees. Want als hij zo wandelde, zou hij de wet van de liefde niet kunnen vervullen, en kan het recht van de wet in hem niet vervuld worden.
Maar hij gaat, door genade daartoe bekwaam gemaakt, van tijd tot tijd de Geest achterna: wanneer de Geest leidt, volgt hij; wanneer de Geest aanspoort, gehoorzaamt hij; en wanneer de Geest werkt, volbrengt hij. Wanneer de Geest Jezus openbaart, heeft hij Hem vurig lief met een rein hart. Wanneer de Geest een belofte toepast, gelooft hij die. En wanneer Hij de waarheid van God aan zijn ziel bekendmaakt, is die hem tot voedsel en vreugde.
Eenmaal sprak God tot mij een woord,
tot twee maal toe heb ik ’t gehoord,
dat ’s Heeren zijn de sterkt’ en krachten!
Ook is bij U de goedheid, Heer;
dies heeft van U elk sterv’ling weer
vergelding naar zijn werk te wachten.
Ps. 62:8
Aan de lezer…
Het kan gebeuren dat u wordt meegesleept, tegen uw beste wensen in, als een kind dat onwillig aan de hand wordt meegetrokken. U roept, u huilt, en toch voelt u de macht van het vlees en struikelt u opnieuw. Dan kan de vraag u benauwen of u wel een kind van de genade bent. Luister dan naar het onderscheid dat hier gemaakt wordt: in het vlees zijn is iets anders dan naar het vlees wandelen.
Wie vrijwillig in de voetstappen van de zonde treedt, wandelt ernaar; maar wie erom zucht en erover klaagt, doet het niet met zijn hart. Dat is geen vrijbrief om te zondigen, maar een troost voor de bestreden ziel. Let dan op de Geest. Volg Hem wanneer Hij leidt, gehoorzaam wanneer Hij aanspoort, en geloof de belofte wanneer Hij die toepast. En wanneer Hij Jezus aan u openbaart, heb Hem dan lief met heel uw hart; daar wordt de wet van de liefde vervuld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That the righteousness of the law might be fulfilled in us, who walk not after the flesh, but after the Spirit.
Romans 8:4
A person may be “in the flesh,” as indeed we all are, and yet not “walk after it.” To walk after it implies, a setting it up as a pattern, and walking in accordance with it. But a person may be dragged after another, as we see sometimes a child is dragged unwillingly along by its mother, who does not willingly walk with her. The child is not walking after its mother, nor hand in hand with her, nor side by side; but is compelled against its will to go a road which it hates, as to go to school when it gladly would go to play.
So in a sense it often is with the child of grace; he is often dragged on by the flesh. He does not go after it willingly; he does not sin wilfully, but is entangled by the strength of the flesh, dragged on contrary to his best wishes, and sometimes in spite of his earnest cries, tears, groans, and desires. He does not walk after it as in Alpine countries tourists walk through the snow after a guide, setting his feet deliberately in every step which the flesh has made before him.
The saint of God, therefore, though he is in the flesh, does not walk after the flesh; for if he so walked he could not fulfill the law of love, and therefore the righteousness of the law could not be fulfilled in him. But, as enabled by grace, he does from time to time walk after the Spirit, for as the Spirit leads, he follows; as the Spirit prompts, he obeys; and as the Spirit works, he performs. When the Spirit reveals Jesus, he loves Him with a pure heart fervently; when the Spirit applies a promise, he believes it; and when He makes known the truth of God to his soul, he feeds upon and delights in it.
To the reader…
It can happen that you are dragged along, against your best wishes, like a child pulled unwillingly by the hand. You cry, you weep, and yet you feel the power of the flesh and stumble again. Then the question may distress you whether you are a child of grace at all. Then listen to the distinction made here: to be in the flesh is something different from walking after the flesh.
Whoever willingly treads in the footsteps of sin walks after it; but whoever sighs over it and laments it does not do it with his heart. That is no licence to sin, but a comfort for the embattled soul. So pay heed to the Spirit. Follow Him when He leads, obey when He prompts, and believe the promise when He applies it. And when He reveals Jesus to you, love Him with all your heart; there the law of love is fulfilled.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para que la justicia de la ley fuese cumplida en nosotros, que no andamos conforme a la carne, mas conforme al Espíritu.
Romanos 8:4
Una persona puede estar “en la carne”, como en verdad lo estamos todos, y sin embargo no “andar conforme a ella”. Andar conforme a ella implica ponerla como modelo y andar de acuerdo con ella. Pero una persona puede ser arrastrada tras otra, como vemos a veces que un niño es arrastrado contra su voluntad por su madre, con la cual no anda de buena gana. El niño no anda tras su madre, ni de la mano con ella, ni a su lado; sino que es obligado contra su voluntad a ir por un camino que aborrece, como ir a la escuela cuando con gusto iría a jugar.
Así, en cierto sentido, sucede a menudo con el hijo de la gracia; a menudo es arrastrado por la carne. No va tras ella de buena gana; no peca voluntariamente, sino que es enredado por la fuerza de la carne, arrastrado en contra de sus mejores deseos, y a veces a pesar de sus fervientes clamores, lágrimas, gemidos y deseos. No anda tras ella como en los países alpinos los viajeros andan por la nieve tras un guía, poniendo deliberadamente el pie en cada pisada que la carne ha hecho delante de él.
El santo de Dios, por tanto, aunque está en la carne, no anda conforme a la carne; porque si así anduviera, no podría cumplir la ley del amor, y por tanto la justicia de la ley no podría cumplirse en él. Pero, capacitado por la gracia, de tiempo en tiempo anda conforme al Espíritu; porque como el Espíritu guía, él sigue; como el Espíritu mueve, él obedece; y como el Espíritu obra, él ejecuta. Cuando el Espíritu revela a Jesús, le ama entrañablemente de corazón puro; cuando el Espíritu aplica una promesa, la cree; y cuando le da a conocer a su alma la verdad de Dios, se alimenta de ella y se deleita en ella.
Al lector…
Puede suceder que usted sea arrastrado, contra sus mejores deseos, como un niño tirado de la mano contra su voluntad. Clama, llora, y sin embargo siente el poder de la carne y tropieza otra vez. Entonces puede angustiarle la pregunta de si es usted en absoluto un hijo de la gracia. Escuche entonces la distinción que aquí se hace: estar en la carne es algo distinto de andar conforme a la carne.
Quien pisa de buena gana en las huellas del pecado anda conforme a él; pero quien suspira por ello y lo lamenta no lo hace con su corazón. Eso no es licencia para pecar, sino un consuelo para el alma en lucha. Preste, pues, atención al Espíritu. Sígale cuando Él guía, obedezca cuando Él mueve, y crea la promesa cuando Él la aplica. Y cuando le revele a Jesús, ámele con todo su corazón; allí se cumple la ley del amor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl