26 april
Dewijl wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook.
2 Corinthe 4:13
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen geloof en de geest des geloofs. De geest des geloofs is het geloof in oefening. Het geloof gelijkt soms op een dag, als er geen wind waait. Het is zo stil, dat er nauwelijks een zuchtje is om een blad te doen bewegen. Maar enige tijd daarna komt er een aardig koeltje en blaast over de aarde.
Zo ook is het met het geloof en de geest des geloofs. Het geloof niet in oefening, is gelijk aan de stilte van een zomerdag, er beweegt of roert zich niets; het geloof in oefening is ook als die zomerdag, doch een flinke windkoelte doet zich tastbaar gevoelen. Indien God mij het geloof geschonken heeft, dan kan ik dit nooit uit mijn boezem verliezen. Eens een gelovige, blijft altijd een gelovige; want zo ik kon ophouden een gelovige te zijn, dan moest ik ook ophouden een kind van God te zijn; ik zou de zaligheid uit mijn hart verliezen, want ik ben door genade verlost en dat door het geloof.
En toch kunnen er tijden en stonden zijn, dat ik niet veel van de geest des geloofs heb. Het geloof moge al zeer traag zijn, ik wil niet zeggen, dat het stilstaat, want dit zou bijna willen zeggen, dat het dood is; maar ik wil zeggen, dat het kalm, bedaard, rustig is, net als een vogel, die de kop onder de vleugels steekt. Maar op een gegeven ogenblik komt er een opleving, een beweging, een heilzaam blazen van de Geest: „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai Mijn hof”, Hooglied 4:16. „Gij Geest, kom aan van de vier winden en blaas”, Ezech. 37:9. Deze hemelse adem des Heiligen Geestes werkt op het geloof, doet het ontwaken, doet het herleven en wekt het op tot een levendige werkzaamheid.
Zo verkrijgt het geloof de geest des geloofs en handelt het geestelijk en krachtig naar de mate, die God verleent. Johannes was in de geest op de dag des Heeren, Openb. 1:10. Hij was niet altijd in de geest door een levendige oefening, ofschoon hij nooit de Geest miste. Zo is het geloof, om zo te spreken, somtijds in de geest, en dan zijn de ogen open, gelijk de ogen van Johannes, om geestelijk te zien wat hij zichtbaar zag, namelijk de Persoon van Christus, en te horen inwendig wat hij uitwendig hoorde, namelijk de woorden van Christus.
Aan de lezer…
Is het stil in uw ziel, lezer, zo stil dat er nauwelijks een zuchtje is om een blad te bewegen? Lijkt uw geloof op een vogel die de kop onder de vleugels steekt, en vreest u daarom dat het er misschien nooit geweest is? Bedenk dan dat er onderscheid is tussen het geloof en de geest des geloofs. Wie eens het geloof ontvangen heeft, verliest het niet, ook al is het voor een tijd kalm en traag.
Maar berust niet in die stilte. Bid om het heilzaam blazen van de Geest, zoals de bruid riep: „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai Mijn hof.” Op een gegeven ogenblik komt die hemelse adem, en dan ontwaakt het geloof, herleeft het en gaan de ogen open om de Persoon van Christus te zien en Zijn woorden inwendig te horen. En wie zo gelooft, kan niet zwijgen, maar zegt: „Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dewijl wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook.
2 Corinthe 4:13
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen het geloof en de geest des geloofs. De geest des geloofs is het geloof in oefening. Het geloof lijkt soms op een dag waarop er geen wind waait. Het is zo stil dat er nauwelijks een zuchtje is om een blad te laten bewegen. Maar een tijdje later steekt er een aangenaam briesje op dat over de aarde waait.
Zo is het ook met het geloof en de geest des geloofs. Het geloof dat niet in oefening is, lijkt op de stilte van een zomerdag: er beweegt of roert zich niets. Het geloof in oefening is ook als die zomerdag, maar dan is er een flinke koele wind die zich voelbaar maakt. Als God mij het geloof geschonken heeft, kan ik het nooit uit mijn hart verliezen. Eens een gelovige, altijd een gelovige. Want als ik zou kunnen ophouden een gelovige te zijn, dan zou ik ook moeten ophouden een kind van God te zijn; ik zou de zaligheid uit mijn hart verliezen, want ik ben door genade verlost, en dat door het geloof.
En toch kunnen er tijden en momenten zijn waarin ik niet veel van de geest des geloofs heb. Het geloof kan heel traag zijn. Ik wil niet zeggen dat het stilstaat, want dat zou bijna betekenen dat het dood is. Maar ik bedoel dat het kalm, bedaard en rustig is, net als een vogel die zijn kop onder zijn vleugels steekt. Maar op een gegeven ogenblik komt er een opleving, een beweging, een heilzaam blazen van de Geest: „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai Mijn hof”, Hooglied 4:16. „Gij Geest, kom aan van de vier winden en blaas”, Ezech. 37:9. Deze hemelse adem van de Heilige Geest werkt op het geloof, doet het ontwaken en herleven, en wekt het op tot een levendige werkzaamheid.
Zo krijgt het geloof de geest des geloofs en handelt het geestelijk en krachtig, naar de mate die God geeft. Johannes was in de geest op de dag des Heeren, Openb. 1:10. Hij was niet altijd in de geest door een levendige oefening, hoewel hij de Geest nooit miste. Zo is het geloof als het ware soms in de geest. Dan zijn de ogen open, zoals de ogen van Johannes, om geestelijk te zien wat hij met zijn ogen zag, namelijk de Persoon van Christus, en om innerlijk te horen wat hij uiterlijk hoorde, namelijk de woorden van Christus.
Aan de lezer…
Is het stil in uw ziel, zo stil dat er nauwelijks een zuchtje is om een blad te bewegen? Lijkt uw geloof op een vogel die zijn kop onder zijn vleugels steekt, en vreest u daarom dat het er misschien nooit geweest is? Bedenk dan dat er onderscheid is tussen het geloof en de geest des geloofs. Wie eens het geloof ontvangen heeft, verliest het niet, ook al is het een tijd kalm en traag.
Maar berust niet in die stilte. Bid om het heilzame blazen van de Geest, zoals de bruid riep: „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai Mijn hof.” Op een gegeven ogenblik komt die hemelse adem, en dan ontwaakt het geloof, herleeft het, en gaan de ogen open om de Persoon van Christus te zien en Zijn woorden innerlijk te horen. En wie zo gelooft, kan niet zwijgen, maar zegt: „Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“We having the same spirit of faith, according as it is written, I believed, and therefore have I spoken; we also believe, and therefore speak.”
2 Corinthians 4:13
There is a distinction to be made between faith and the spirit of faith. The spirit of faith is faith in exercise. Faith sometimes is like a day in which there is no wind blowing. It is so calm, that there scarcely appears to be any air stirring to move a leaf. But after a time a gentle breeze comes and blows over the earth. Thus it is with faith and the spirit of faith. Faith in repose is like the calm air of a summer’s day, when there is nothing moving or stirring; faith acting, faith in exercise, is like the same air in the gentle breeze which makes itself sensibly felt.
If God has given me faith, that faith is never lost out of my breast. If once a believer, I always am a believer; for if I could cease to believe, I would cease to be a child of God; I should lose salvation out of my heart, for I am saved by grace through faith. And yet there may be many times and seasons when I may not have much of the spirit of faith. Faith may be very inactive, I will not say stagnant, for that would almost imply death, but still, quiet, calm, sleeping like a bird with its head under its wing.
But in due time there is a stirring, a movement, a gracious blowing of the Spirit—“Awake, O north wind; and come, thou south; blow upon my garden” (Song Sol. 4:16). “Come from the four winds, O breath” (Ezek. 37:9). This heavenly breath of the Holy Spirit acts upon faith, awakens it, revives and reanimates it, and draws it forth into lively operation. It thus becomes a spirit of faith, acting spiritually and energetically according to its measure.
John was “in the Spirit on the Lord’s day” (Rev. 1:10). He was not always in the Spirit by lively action, though he was never out of the Spirit by His extinction. So faith is sometimes, so to speak, in the Spirit; and then its eyes are open, like the eyes of John, to see spiritually what he saw visibly, the Person of Christ, and its ear open to hear inwardly what he heard outwardly, the words of Christ.
To the reader…
Is it still in your soul, so still that there is hardly a breath to stir a leaf? Does your faith seem like a bird with its head tucked under its wing, and do you fear for that reason that it may never have been there at all? Remember, then, that there is a difference between faith and the spirit of faith. Whoever has once received faith does not lose it, even if for a time it is calm and sluggish.
But do not settle down in that stillness. Pray for the gracious blowing of the Spirit, as the bride cried, “Awake, O north wind; and come, thou south; blow upon my garden.” In due time that heavenly breath comes, and then faith awakens, revives, and the eyes are opened to see the Person of Christ and to hear His words inwardly. And whoever believes like this cannot keep silent, but says, “I believed, and therefore have I spoken.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero teniendo el mismo espíritu de fe, conforme a lo que está escrito: Creí, por lo cual también hablé: nosotros también creemos, por lo cual también hablamos.
2 Corintios 4:13
Hay que hacer una distinción entre la fe y el espíritu de fe. El espíritu de fe es la fe en ejercicio. La fe a veces es como un día en que no sopla el viento. Está tan en calma que apenas parece haber aire que se mueva para agitar una hoja. Pero al cabo de un tiempo viene una suave brisa y sopla sobre la tierra. Así sucede con la fe y el espíritu de fe. La fe en reposo es como el aire en calma de un día de verano, cuando nada se mueve ni se agita; la fe que actúa, la fe en ejercicio, es como ese mismo aire en la suave brisa que se deja sentir sensiblemente.
Si Dios me ha dado fe, esa fe nunca se pierde de mi pecho. Si una vez soy creyente, siempre soy creyente; porque si pudiera dejar de creer, dejaría de ser hijo de Dios; perdería la salvación de mi corazón, porque soy salvo por gracia por medio de la fe. Y, sin embargo, puede haber muchos tiempos y temporadas en que no tenga mucho del espíritu de fe. La fe puede estar muy inactiva —no diré estancada, porque eso casi implicaría muerte—, pero quieta, tranquila, en calma, dormida como un pájaro con la cabeza bajo el ala.
Pero a su debido tiempo hay un despertar, un movimiento, un soplo misericordioso del Espíritu: “Levántate, Aquilón, y ven, Austro: sopla mi huerto” (Cantares 4:16). “Espíritu, ven de los cuatro vientos” (Ezequiel 37:9). Este aliento celestial del Espíritu Santo actúa sobre la fe, la despierta, la reaviva y la reanima, y la saca a una operación viva. Así se convierte en un espíritu de fe, que actúa espiritual y enérgicamente según su medida.
Juan estaba “en el Espíritu en el día del Señor” (Apocalipsis 1:10). No estaba siempre en el Espíritu por una acción viva, aunque nunca estaba fuera del Espíritu por la extinción de Él. Así la fe está a veces, por así decirlo, en el Espíritu; y entonces sus ojos están abiertos, como los ojos de Juan, para ver espiritualmente lo que él vio visiblemente, la Persona de Cristo, y su oído abierto para oír interiormente lo que él oyó exteriormente, las palabras de Cristo.
Al lector…
¿Está quieta su alma, tan quieta que apenas hay un soplo que agite una hoja? ¿Le parece su fe un pájaro con la cabeza escondida bajo el ala, y teme por ello que quizá nunca haya estado allí? Recuerde entonces que hay una diferencia entre la fe y el espíritu de fe. Quien ha recibido una vez la fe no la pierde, aunque por un tiempo esté en calma y adormecida.
Pero no se acomode en esa quietud. Ore por el soplo misericordioso del Espíritu, como clamaba la esposa: “Levántate, Aquilón, y ven, Austro: sopla mi huerto.” A su debido tiempo viene ese aliento celestial, y entonces la fe despierta, se reaviva, y los ojos se abren para ver la Persona de Cristo y oír interiormente Sus palabras. Y quien cree así no puede callar, sino que dice: “Creí, por lo cual también hablé.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl