Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

3 min. lezen

Zo wandelt in vreze de tijd uwer inwoning.
1 Petrus 1:17

Ons leven hier op aarde is maar een damp. Wij zijn slechts pelgrims en vreemdelingen op deze aarde, bijwoners zonder vaste woonplaats, die door de wereld trekken als door een plaats die niet ons thuis en onze rustplaats is. Daarom vermaant de apostel ons om de tijd van onze aardse reis, of die nu lang of kort is, door te brengen onder de invloed en in de beoefening van de vreze Gods. Wij zijn omringd door vijanden die het als het ware allemaal op ons leven gemunt hebben. Daarom worden wij vermaand om met de grootste behoedzaamheid verder te gaan. Wij weten immers hoe snel wij kunnen uitglijden en vallen, en zo ons eigen geweten kwetsen, onze vrienden verdriet doen, onze vijanden verheugen en over onszelf een wolk van duisternis brengen die lang over onze ziel kan blijven hangen.

Ons leven hier beneden is geen leven van gemak en rust, maar een zwerftocht, een strijd, een wedloop, een worsteling, niet alleen met vlees en bloed, maar met overheden en machten en geestelijke boosheden in de lucht. Wij moeten onszelf meer vrezen dan wat of wie ook, en ons vlees als onze grootste vijand beschouwen. Die vrees is geen slaafse vrees, geen vrees voor de wet, zoals die waarover Johannes spreekt en waarvan hij zegt dat „zij pijn heeft”. Het is die heilige en kinderlijke vreze Gods die de eerste vrucht en het kenmerk is van de bondgenoten, en „een fontein des levens, om aan de strikken des doods te ontwijken.” Hoe noodzakelijk is het dan om de tijd van onze inwoning hier door te brengen in de beoefening van deze eerbiedige vreze Gods! En laat niemand denken dat deze kinderlijke vrees niet samengaat met het geloof in zijn hoogste kracht, of met de liefde in haar zoetste genieten!

Al zie ik zelfs een leger mij omringen,
nog vrees ik niet, ’k verlaat mij op de Heer.
Al wil men mij ook door een oorlog dwingen,
’k leg mij gerust hierop vertrouwend neer.
Deez’ ene zaak heb ik begeerd van God,
daar zoek ik naar, dit zij mijn zalig lot:
dat ik, zolang mij ’t levenslicht bescheen,
in ’s Heeren huis mocht wonen hier beneên.

Ps. 27:2

Aan de lezer…

Vandaag wordt u eraan herinnerd dat u hier maar een vreemdeling bent, en dat uw leven is als een damp. Weet u dat, en leeft u er ook naar? Het pad is smal en de vijanden zijn talrijk, maar de grootste vijand draagt u in uw eigen hart. Hoe snel kan een voet uitglijden, en hoe lang kan daarna een wolk van duisternis over de ziel blijven hangen.

Daarom wordt u geen slaafse angst aangeprezen, maar die heilige en kinderlijke vreze Gods, die een fontein des levens is om de strikken des doods te ontwijken. Zij staat het geloof niet in de weg en zij maakt de liefde niet koud; zij is juist het kenmerk van wie de Heere toebehoren. Vraag dan of Hij die vreze dag aan dag in u levend houdt, zodat u behoedzaam gaat, uw geweten niet kwetst en uw vrienden geen verdriet doet. Wandel zo de tijd van uw inwoning, totdat u thuis bent.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl