23 april
Zo wandelt in vreze de tijd uwer inwoning.
1 Petrus 1:17
Ons leven hier op aarde is slechts een damp. Wij zijn slechts pelgrims en vreemdelingen op deze aardbol, bijwoners zonder vaste woonstede, en de wereld doortrekkende als niet ons tehuis en rustplaats. Daarom vermaant de apostel ons de tijd onzer aardse reis, hetzij lang of kort, onder de invloed en in de beoefening van de vreze Gods door te brengen. Wij zijn omringd van vijanden die als het ware allen naar ons leven staan; daarom worden we vermaand met de grootste behoedzaamheid voort te gaan, wetende hoe spoedig wij kunnen uitglijden en vallen, en zo ons eigen geweten kwetsen, onze vrienden smarten, onze vijanden verheugen en over onszelf een wolk van donkerheid brengen, die lang over onze zielen kan zweven.
Ons leven hier beneden is geen leven van gemak en rust, maar een zwerftocht, een strijd, een wedloop, een worstelen, niet met vlees en bloed alleen, maar met overheden en machten en geestelijke boosheden in de lucht. Wij hebben onszelf meer te vrezen dan iets of iemand anders, en ons vlees als onze grootste vijand te beschouwen. Die vrees is geen slaafse vrees, geen vrees voor de wet, zoals die waarvan Johannes spreekt en waarvan hij zegt dat „zij pijn heeft”, maar die heilige en kinderlijke vreze Gods, welke de eerste vrucht en het merkteken is van bondgenoten, en „een fontein des levens, om aan de strikken des doods te ontwijken.” Hoe noodzakelijk is het dan de tijd onzer inwoning hier door te brengen in de beoefening dezer eerbiedige vreze Gods! En dat niemand denke dat deze kinderlijke vrees onbestaanbaar is met het geloof in zijn hoogste kracht, of met de liefde in haar zoetste genot!
Al zie ik zelfs een leger mij omringen,
nog vrees ik niet, ’k verlaat mij op de Heer.
Al wil men mij ook door een oorlog dwingen,
’k leg mij gerust hierop vertrouwend neer.
Deez’ ene zaak heb ik begeerd van God,
daar zoek ik naar, dit zij mijn zalig lot:
dat ik, zolang mij ’t levenslicht bescheen,
in ’s Heeren huis mocht wonen hier beneên.
Ps. 27:2
Aan de lezer…
Vandaag wordt u eraan herinnerd dat u hier maar een vreemdeling bent, en dat uw leven is als een damp. Weet u dat, en leeft u er ook naar? Het pad is smal en de vijanden zijn vele, maar de grootste vijand draagt u in uw eigen boezem. Hoe snel kan een voet uitglijden, en hoe lang kan daarna een wolk van donkerheid over de ziel blijven hangen.
Daarom wordt u niet een slaafse angst aangeprezen, maar die heilige en kinderlijke vreze Gods, die een fontein des levens is om de strikken des doods te ontwijken. Zij staat het geloof niet in de weg en zij maakt de liefde niet koud; zij is juist het merkteken van wie de Heere toebehoren. Vraag dan dat Hij die vreze in u levend houdt, dag aan dag, opdat u behoedzaam gaat, uw geweten niet kwetst en uw vrienden geen smart aandoet. Wandel zo de tijd uwer inwoning, totdat u thuis bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo wandelt in vreze de tijd uwer inwoning.
1 Petrus 1:17
Ons leven hier op aarde is maar een damp. Wij zijn slechts pelgrims en vreemdelingen op deze aarde, bijwoners zonder vaste woonplaats, die door de wereld trekken als door een plaats die niet ons thuis en onze rustplaats is. Daarom vermaant de apostel ons om de tijd van onze aardse reis, of die nu lang of kort is, door te brengen onder de invloed en in de beoefening van de vreze Gods. Wij zijn omringd door vijanden die het als het ware allemaal op ons leven gemunt hebben. Daarom worden wij vermaand om met de grootste behoedzaamheid verder te gaan. Wij weten immers hoe snel wij kunnen uitglijden en vallen, en zo ons eigen geweten kwetsen, onze vrienden verdriet doen, onze vijanden verheugen en over onszelf een wolk van duisternis brengen die lang over onze ziel kan blijven hangen.
Ons leven hier beneden is geen leven van gemak en rust, maar een zwerftocht, een strijd, een wedloop, een worsteling, niet alleen met vlees en bloed, maar met overheden en machten en geestelijke boosheden in de lucht. Wij moeten onszelf meer vrezen dan wat of wie ook, en ons vlees als onze grootste vijand beschouwen. Die vrees is geen slaafse vrees, geen vrees voor de wet, zoals die waarover Johannes spreekt en waarvan hij zegt dat „zij pijn heeft”. Het is die heilige en kinderlijke vreze Gods die de eerste vrucht en het kenmerk is van de bondgenoten, en „een fontein des levens, om aan de strikken des doods te ontwijken.” Hoe noodzakelijk is het dan om de tijd van onze inwoning hier door te brengen in de beoefening van deze eerbiedige vreze Gods! En laat niemand denken dat deze kinderlijke vrees niet samengaat met het geloof in zijn hoogste kracht, of met de liefde in haar zoetste genieten!
Al zie ik zelfs een leger mij omringen,
nog vrees ik niet, ’k verlaat mij op de Heer.
Al wil men mij ook door een oorlog dwingen,
’k leg mij gerust hierop vertrouwend neer.
Deez’ ene zaak heb ik begeerd van God,
daar zoek ik naar, dit zij mijn zalig lot:
dat ik, zolang mij ’t levenslicht bescheen,
in ’s Heeren huis mocht wonen hier beneên.
Ps. 27:2
Aan de lezer…
Vandaag wordt u eraan herinnerd dat u hier maar een vreemdeling bent, en dat uw leven is als een damp. Weet u dat, en leeft u er ook naar? Het pad is smal en de vijanden zijn talrijk, maar de grootste vijand draagt u in uw eigen hart. Hoe snel kan een voet uitglijden, en hoe lang kan daarna een wolk van duisternis over de ziel blijven hangen.
Daarom wordt u geen slaafse angst aangeprezen, maar die heilige en kinderlijke vreze Gods, die een fontein des levens is om de strikken des doods te ontwijken. Zij staat het geloof niet in de weg en zij maakt de liefde niet koud; zij is juist het kenmerk van wie de Heere toebehoren. Vraag dan of Hij die vreze dag aan dag in u levend houdt, zodat u behoedzaam gaat, uw geweten niet kwetst en uw vrienden geen verdriet doet. Wandel zo de tijd van uw inwoning, totdat u thuis bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Pass the time of your sojourning here in fear.
1 Peter 1:17
Our life here is but a vapor. We are but pilgrims and strangers on this earthly ball, mere sojourners, without fixed or settled habitation, and passing through this world as not our home or resting-place. The Apostle, therefore, bids us pass this time, whether long or short, of our earthly sojourn, under the influence and in the exercise of godly fear. We are surrounded with enemies, all seeking, as it were, our life, and therefore we are called upon to move with great caution, knowing how soon we may slip and fall, and thus wound our own consciences, grieve our friends, gratify our enemies, and bring upon ourselves a cloud of darkness which may long hover over our souls.
Our life here below is not one of ease and quiet, but a warfare, a conflict, a race, a wrestling not with flesh and blood alone, but with principalities and powers and spiritual wickedness in high places. We have to dread OURSELVES more than anything or anybody else, and to view our flesh as our greatest enemy. This fear is not a slavish, legal fear, such as that which John speaks of, and of which he says that “it has torment,” but that holy, godly, and filial fear which is the first fruit and mark of covenant grace, and is “a fountain of life, to depart from the snares of death.” How needful, then, is it to pass the time of our sojourning here in the exercise of this godly, reverential fear! And let no one think that this filial fear is inconsistent with faith even in its highest risings, or with love in its sweetest enjoyments.
To the reader…
Today you are reminded that you are only a stranger here, and that your life is as a vapour. Do you know that, and do you also live by it? The path is narrow and the enemies are many, but the greatest enemy you carry in your own heart. How quickly a foot can slip, and how long a cloud of darkness can then hang over the soul.
That is why it is not a slavish fear that is commended to you, but that holy and childlike fear of God which is a fountain of life, to depart from the snares of death. It does not stand in the way of faith and it does not make love cold; it is in fact the mark of those who belong to the Lord. So ask Him to keep that fear alive in you day by day, so that you walk carefully, do not wound your conscience and do not grieve your friends. Pass the time of your sojourning in this way, until you are home.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Conversad en temor todo el tiempo de vuestra peregrinación.
1 Pedro 1:17
Nuestra vida aquí no es más que un vapor. No somos sino peregrinos y extranjeros sobre este globo terrenal, meros transeúntes, sin morada fija ni establecida, y pasamos por este mundo como por algo que no es nuestro hogar ni nuestro lugar de reposo. Por eso el apóstol nos manda pasar este tiempo, sea largo o corto, de nuestra peregrinación terrenal bajo la influencia y en el ejercicio del temor piadoso. Estamos rodeados de enemigos que, por así decirlo, buscan todos nuestra vida, y por eso estamos llamados a andar con gran cautela, sabiendo cuán pronto podemos resbalar y caer, y así herir nuestra propia conciencia, entristecer a nuestros amigos, complacer a nuestros enemigos y traer sobre nosotros una nube de tinieblas que puede cernirse largo tiempo sobre nuestras almas.
Nuestra vida aquí abajo no es de comodidad y quietud, sino una milicia, un conflicto, una carrera, una lucha no solo contra sangre y carne, sino contra principados y potestades y malicias espirituales en los aires. Tenemos que temer a NOSOTROS MISMOS más que a cualquier cosa o persona, y considerar nuestra carne como nuestro mayor enemigo. Este temor no es un temor servil y legal, como aquel del que habla Juan y del cual dice que “tiene pena”, sino aquel temor santo, piadoso y filial que es el primer fruto y la señal de la gracia del pacto, y es “manantial de vida, para apartarse de los lazos de la muerte”. ¡Cuán necesario es, pues, pasar el tiempo de nuestra peregrinación aquí en el ejercicio de este temor piadoso y reverente! Y nadie piense que este temor filial es incompatible con la fe aun en sus más altos vuelos, o con el amor en sus más dulces goces.
Al lector…
Hoy se le recuerda que aquí usted no es más que un extranjero, y que su vida es como un vapor. ¿Lo sabe, y vive también de acuerdo con ello? El camino es estrecho y los enemigos son muchos, pero el mayor enemigo lo lleva en su propio corazón. Cuán pronto puede resbalar un pie, y cuánto tiempo puede luego cernirse una nube de tinieblas sobre el alma.
Por eso no se le recomienda un temor servil, sino aquel temor de Dios santo y filial que es manantial de vida, para apartarse de los lazos de la muerte. No estorba a la fe ni enfría el amor; es más bien la señal de los que pertenecen al Señor. Pídale, pues, que mantenga vivo ese temor en usted día tras día, para que ande con cuidado, no hiera su conciencia y no entristezca a sus amigos. Pase así el tiempo de su peregrinación, hasta que esté en casa.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl