23 november
Welzalig is de man, o Heere! die Gij tuchtigt; en die Gij leert uit Uw wet.
Psalm 94:12
Wij kunnen uit de woorden hier voor ons opmaken dat de Heere het leren van kastijden laat voorafgaan. Is hierin niet iets opmerkelijks? Waarom zou de kastijding de onderwijzing voorafgaan? Om deze reden: wij hebben geen oren om te horen, tenzij wij gekastijd worden. Zo was het met de verloren zoon. Vóórdat hij door de kastijding van de honger tot inkeer gebracht was, dacht hij niet aan het huis zijns vaders; hij durfde niet terugkeren, maar een grote hongersnood dreef hem naar huis.
Zo is het met Gods kinderen; zolang hun wordt toegelaten in hun eigen wegen te wandelen, denken zij er niet aan terug te keren. Maar laat de roede komen; laat hen door geselslagen naar huis gedreven worden, dan hebben zij oren om te horen, terwijl God hen leert wat nuttig is, hen onderwijst door Zijn gezegende Geest, en tot hun hart die lessen spreekt die tot hun eeuwig geluk dienen.
„En die Gij leert uit Uw wet.” „De Wet” heeft in de Schrift een zeer ruime betekenis; in de grondtaal betekent het onderwijzing. Het woord is Thora, hetwelk „lering” of „aanwijzing” betekent. Zo is het woord „Wet” niet bepaald tot de wet van Mozes, die onder donder en bliksem op de berg Sinaï gegeven werd, maar het omvat ook het Evangelie van de Heere Jezus Christus: „de volmaakte wet, die der vrijheid is”; „de wet des Geestes des levens, die in Christus Jezus is”; die wet welke in het hart des Verlossers was, toen Hij zeide: „Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God”; ja, „Uw wet is in het midden van mijn ingewand”.
Als nu de Heere Zijn kinderen leert „uit de Wet”, leert Hij hun „uit” het Evangelie; en naar mijn gemoed ligt er iets zeer liefelijks en betekenisvols in de woorden „uit de Wet”. Het schijnt te betekenen dat de Wet een schatkamer is van toorn, maar dat het Evangelie een schatkamer is van barmhartigheid. En daar zij die het meest van de Wet kennen, alleen geleerd hebben „uit de Wet”, en niet de gehele Wet, slechts enige ware droppels, als het ware, uit de onuitputtelijke toorn Gods, zo ook kan uit de hemelse schatkamer van het Evangelie, „de volmaaktste Wet der vrijheid”, in dit leven slechts een weinig gekend worden van barmhartigheid en genade.
Zoals Christus tot Zijn discipelen zeide, toen Hij hun de Geest beloofde: „Hij zal van het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Hij kan niet „alles” nemen en het hun tonen, want niemand zou onder dat gezicht kunnen leven. De Geest neemt daarom van de dingen van Christus, en toont hier een weinig en daar een weinig; een weinig gelukzaligheid hier en een weinig gelukzaligheid daar; een passende belofte, een genadige getuigenis, een troostrijke tekst, een bemoedigend woord, een blik op het zoenbloed, een glimlach van Zijn gelaat, een zien van Zijn Persoon, een ontdekking van Zijn gerechtigheid, of een staal van Zijn liefde. Dat is het nemen van de dingen van Christus en ze geven aan de ziel. En zo leert de Heere de man die Hij onder handen neemt „uit” het Evangelie, door Christus bevindelijk bekend te maken en Zijn stervende liefde te openbaren. En zo onderwijst Hij aan elk en allen „uit Zijn Wet”, zowel uit de Wet van Sinaï als uit de Wet van Zion.
Ps. 94:6
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie de roede op dit ogenblik draagt. Voelt u de geselslagen en begrijpt u niet waarom de Heere zo met u handelt? Zie dan op de verloren zoon: zolang hij zijn eigen weg kon gaan, dacht hij niet aan het huis zijns vaders. Pas de honger dreef hem naar huis. Zo is het ook met Gods kinderen; wij hebben geen oren om te horen, tenzij wij gekastijd worden.
Welzalig dan de man die Hij tuchtigt, want op de tuchtiging volgt het onderwijs. De Geest neemt van de dingen van Christus en geeft ze aan de ziel: hier een troostrijke tekst, daar een blik op het zoenbloed, soms een glimlach van Zijn gelaat. Het is maar een weinig, want niemand zou het al kunnen dragen; maar het is genoeg om de ziel naar huis te trekken. Wordt u gekastijd, bid dan dat Hij u erdoor leren wil uit Zijn wet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Welzalig is de man, o Heere! die Gij tuchtigt; en die Gij leert uit Uw wet.
Psalm 94:12
Wij kunnen uit de woorden die hier voor ons liggen opmaken dat de Heere het kastijden laat voorafgaan aan het leren. Is daar niet iets opmerkelijks in? Waarom zou de kastijding aan het onderwijs voorafgaan? Om deze reden: wij hebben geen oren om te horen, tenzij wij gekastijd worden. Zo was het met de verloren zoon. Voordat hij door de kastijding van de honger tot inkeer gebracht was, dacht hij niet aan het huis van zijn vader; hij durfde niet terug te keren, maar een grote hongersnood dreef hem naar huis.
Zo is het met Gods kinderen: zolang hun wordt toegestaan hun eigen wegen te gaan, denken zij er niet aan terug te keren. Maar laat de roede komen; laat hen door geselslagen naar huis gedreven worden, dan hebben zij oren om te horen, terwijl God hen leert wat nuttig is, hen onderwijst door Zijn gezegende Geest en tot hun hart de lessen spreekt die tot hun eeuwig geluk dienen.
„En die Gij leert uit Uw wet.” Het woord „wet” heeft in de Schrift een heel ruime betekenis; in de grondtaal betekent het onderricht. Het woord is Thora, dat „lering” of „aanwijzing” betekent. Het woord „Wet” is dus niet beperkt tot de wet van Mozes, die onder donder en bliksem op de berg Sinaï gegeven werd, maar omvat ook het Evangelie van de Heere Jezus Christus: „de volmaakte wet, die der vrijheid is”; „de wet des Geestes des levens, die in Christus Jezus is”; de wet die in het hart van de Verlosser was toen Hij zei: „Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God”; ja, „Uw wet is in het midden van mijn ingewand”.
Wanneer de Heere Zijn kinderen nu leert „uit de Wet”, leert Hij hun „uit” het Evangelie. Naar mijn gevoel ligt er iets heel lieflijks en betekenisvols in de woorden „uit de Wet”. Het lijkt te betekenen dat de Wet een schatkamer van toorn is, maar het Evangelie een schatkamer van barmhartigheid. Zij die het meest van de Wet kennen, hebben alleen geleerd „uit de Wet”, en niet de hele Wet; slechts enkele ware druppels als het ware uit de onuitputtelijke toorn van God. Zo kan ook uit de hemelse schatkamer van het Evangelie, „de volmaaktste Wet der vrijheid”, in dit leven maar weinig van barmhartigheid en genade gekend worden.
Zo zei Christus tot Zijn discipelen, toen Hij hun de Geest beloofde: „Hij zal van het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Hij kan niet „alles” nemen en het hun laten zien, want niemand zou onder dat gezicht in leven kunnen blijven. Daarom neemt de Geest van de dingen van Christus, en laat hier een weinig en daar een weinig zien: een weinig gelukzaligheid hier en een weinig gelukzaligheid daar; een passende belofte, een genadig getuigenis, een troostrijke tekst, een bemoedigend woord, een blik op het zoenbloed, een glimlach van Zijn gelaat, een zien van Zijn Persoon, een ontdekking van Zijn gerechtigheid, of een bewijs van Zijn liefde. Dat is het nemen van de dingen van Christus en ze geven aan de ziel. Zo onderwijst de Heere de mens die Hij onder handen neemt „uit” het Evangelie: Hij maakt Christus bevindelijk aan hem bekend en openbaart hem Zijn stervende liefde. En zo onderwijst Hij ieder van hen „uit Zijn Wet”, zowel uit de Wet van Sinaï als uit de Wet van Sion.
Ps. 94:6
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie op dit ogenblik de roede draagt. Voelt u de geselslagen en begrijpt u niet waarom de Heere zo met u handelt? Kijk dan naar de verloren zoon: zolang hij zijn eigen weg kon gaan, dacht hij niet aan het huis van zijn vader. Pas de honger dreef hem naar huis. Zo is het ook met Gods kinderen; wij hebben geen oren om te horen, tenzij wij gekastijd worden.
Welzalig dan de man die Hij tuchtigt, want op de tuchtiging volgt het onderwijs. De Geest neemt van de dingen van Christus en geeft ze aan de ziel: hier een troostrijke tekst, daar een blik op het zoenbloed, soms een glimlach van Zijn gelaat. Het is maar een weinig, want niemand zou het allemaal kunnen dragen; maar het is genoeg om de ziel naar huis te trekken. Wordt u gekastijd, bid dan dat Hij u daardoor wil leren uit Zijn wet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Blessed is the man whom Thou chastenest, O Lord, and teachest him out of Thy law.
Psalm 94:12
We may observe in the words before us, that the Lord puts chastening before teaching. Is there not something remarkable in this? Why should chastening precede teaching? For this reason. We have no ear to hear except so far as we are chastened. It was so with the prodigal. Until he was brought to his right mind by strokes of hunger, he did not think of his father’s house; he had no heart to return; but a mighty famine sent him home. So it is with God’s children; as long as they are allowed to wander in their backslidings, they have no heart to return. But let the rod come; let them be driven home by stripes; then they have an ear to listen, while God teaches them to profit, instructs them by His blessed Spirit, and speaks into their heart those lessons which are for their eternal good.
“And teach him out of Your law.” “The law” in the Scriptures has a very wide signification; it means, in the original, instruction. The word is Torah, which signifies “teaching,” or “direction.” Thus the word “law” is not confined to the law of Moses given in thunder and lightning upon Mount Sinai; but it includes also the gospel of the Lord Jesus Christ—“the perfect law of liberty;” “the law of the spirit of life in Christ Jesus;” that law which was in the heart of the Redeemer, when He said, “I come to do Your will, O God; yes, Your law is within my heart.”
Now, as the Lord teaches His children “out of the law,” strictly so called, so He teaches them “out of the gospel”; and to my mind, there is something exceedingly sweet and expressive in the words “out of the law.” It seems to convey, not only that the law is a treasure-house of wrath, but that the gospel also is a treasure-house of mercy. And as those who know most of the law are only taught “out of the law,” and not the whole of the law, only a few drops, as it were, out of the inexhaustible wrath of God; so out of the heavenly treasure-house of the gospel, “the perfect law of liberty,” it is but a little of grace and mercy that in this life can be known.
As Christ said to His disciples in promising the Spirit—“He shall take of mine, and shall show it unto you.” He cannot take “all,” and show it unto them; for none could live under the sight. The Spirit, therefore, takes of the things of Christ, and shows here a little, and there a little; some little blessedness here, and some little blessedness there; a suitable promise, a gracious testimony, a comforting text, an encouraging word, a sight of atoning blood, a smile of His countenance, a view of His Person, a discovery of His righteousness, or a glimpse of His love.
This is taking of the things of Christ, and revealing them to the soul. And thus, the man whom the Lord takes in hand, He teaches “out of” the gospel by making Christ experimentally known, and revealing His dying love. And thus He teaches each and all “out of His law”—both the law from Sinai, and the law from Zion.
To the reader…
Here is a word for you if you are bearing the rod at this moment. Do you feel the stripes and do you not understand why the Lord deals with you in this way? Then look at the prodigal son: as long as he could go his own way, he did not think of his father’s house. Only hunger drove him home. So it is with God’s children too; we have no ear to hear unless we are chastened.
Blessed, then, is the man whom He chastens, for teaching follows the chastening. The Spirit takes of the things of Christ and shows them to the soul: here a comforting text, there a sight of atoning blood, sometimes a smile of His countenance. It is only a little, for no one could bear it all; but it is enough to draw the soul home. If you are being chastened, pray that He will teach you through it out of His law.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Bienaventurado el hombre a quien Tú, JAH, castigares, y de Tu ley lo instruyeres.
Salmo 94:12
Podemos observar en las palabras que tenemos delante que el Señor pone el castigo antes de la enseñanza. ¿No hay algo notable en esto? ¿Por qué ha de preceder el castigo a la enseñanza? Por esta razón: no tenemos oído para oír sino en la medida en que somos castigados. Así sucedió con el hijo pródigo. Hasta que fue traído a su sano juicio por los golpes del hambre, no pensó en la casa de su padre; no tenía corazón para volver; pero una gran hambre lo envió a casa. Así sucede con los hijos de Dios; mientras se les permite andar errantes en sus rebeliones, no tienen corazón para volver. Pero que venga la vara; que sean llevados a casa a azotes; entonces tienen oído para escuchar, mientras Dios les enseña provechosamente, los instruye por Su bendito Espíritu y habla a su corazón aquellas lecciones que son para su bien eterno.
“Y de Tu ley lo instruyeres.” “La ley” en las Escrituras tiene un significado muy amplio; significa, en el original, instrucción. La palabra es Torá, que significa “enseñanza” o “dirección”. Así, la palabra “ley” no se limita a la ley de Moisés dada entre truenos y relámpagos sobre el monte Sinaí; sino que incluye también el evangelio del Señor Jesucristo: “la perfecta ley, que es la de la libertad”; “la ley del Espíritu de vida en Cristo Jesús”; aquella ley que estaba en el corazón del Redentor cuando dijo: “Heme aquí para que haga, oh Dios, Tu voluntad; y Tu ley está en medio de mis entrañas”.
Ahora bien, así como el Señor enseña a Sus hijos “de la ley” propiamente dicha, así también les enseña “del evangelio”; y a mi parecer hay algo sumamente dulce y expresivo en las palabras “de la ley”. Parecen dar a entender no solo que la ley es un tesoro de ira, sino que el evangelio es también un tesoro de misericordia. Y así como aun los que más saben de la ley solo son enseñados “de la ley”, y no toda la ley, solo unas pocas gotas, por así decirlo, de la ira inagotable de Dios; así también, del tesoro celestial del evangelio, “la perfecta ley, que es la de la libertad”, no es sino un poco de gracia y misericordia lo que puede conocerse en esta vida.
Como dijo Cristo a Sus discípulos al prometer el Espíritu: “Tomará de lo Mío, y os lo hará saber.” No puede tomar “todo” y mostrárselo; porque nadie podría vivir ante tal visión. El Espíritu, pues, toma de las cosas de Cristo, y muestra aquí un poco y allí un poco; alguna pequeña bienaventuranza aquí y alguna pequeña bienaventuranza allí; una promesa adecuada, un testimonio lleno de gracia, un texto consolador, una palabra alentadora, una visión de la sangre expiatoria, una sonrisa de Su rostro, una vista de Su Persona, un descubrimiento de Su justicia o un destello de Su amor.
Esto es tomar de las cosas de Cristo y revelarlas al alma. Y así, al hombre a quien el Señor toma en Sus manos, Él le enseña “del” evangelio haciendo conocer a Cristo por experiencia y revelando Su amor que muere. Y así enseña a todos y a cada uno “de Su ley”: tanto la ley del Sinaí como la ley de Sion.
Al lector…
Aquí hay una palabra para usted si en este momento lleva la vara. ¿Siente los azotes y no entiende por qué el Señor le trata de esta manera? Mire entonces al hijo pródigo: mientras pudo seguir su propio camino, no pensó en la casa de su padre. Solo el hambre lo llevó a casa. Así sucede también con los hijos de Dios; no tenemos oído para oír a menos que seamos castigados.
Bienaventurado, pues, el hombre a quien Él castiga, porque a la corrección le sigue la enseñanza. El Espíritu toma de las cosas de Cristo y las muestra al alma: aquí un texto consolador, allí una visión de la sangre expiatoria, a veces una sonrisa de Su rostro. Es solo un poco, porque nadie podría soportarlo todo; pero basta para atraer el alma a casa. Si usted está siendo castigado, ore para que Él le instruya por medio de ello de Su ley.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl