Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

22 november

Die Koning verhore ons

Vandaag

3 min. lezen

O Heere! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10

Hoort Jezus ons niet altijd? Luistert Hij niet altijd naar het roepen van Zijn kinderen? Dat doet Hij, maar vaak hebben we het gevoel dat Hij onze verzoeken niet meteen beantwoordt, dat Hij ons niet hoort. „Hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet, hoe lang roep ik geweld, tot U, en Gij verlost niet!” (Hab. 1:2). Op dat moment was de profeet in een duistere gemoedstoestand en kon hij niet geloven dat de Heere zijn gebed hoorde. Zo klaagt ook de Kerk in de Klaagliederen: „Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam” (Kl. 3:44). De wolk was zo dicht en donker dat haar gebed er niet doorheen kwam.

Soms ontstaat er dus angst doordat het antwoord op de smeekbede uitblijft. Die is aan de voeten, voor het aangezicht van de Koning neergelegd, maar het duurt lang voordat het antwoord komt. Wat worden veel van Gods kinderen op dit punt beproefd! Zij hebben jarenlang gebeden dat Christus aan hun ziel geopenbaard zou worden, dat hun zonden vergeven zouden worden en Zijn liefde uitgestort, maar die is nog niet neergedaald met de heerlijke kracht die zij willen ervaren. Daardoor worden zij bang dat het nooit zal komen.

Een schuldgevoel doet ons vrezen dat we zo erg tegen de Heere hebben gezondigd dat Hij ons niet wil horen. De Heere zegt: „Uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden” (Jes. 59:2). Soms gaan zulke gevoelens door ons heen: „Ik ben zo’n zondaar, zo’n verachtelijke stakker; ik ben in alles wat ik zeg, denk en doe zo anders dan wat een christen zou moeten zijn, dat de Heere me niet zal horen.” Soms, als de ontrouw sterk de overhand heeft, denken we dat er geen God is Die ons kan horen.

Soms is het ongeloof zo sterk in ons dat we het gevoel hebben dat het geen zin heeft nog langer te bidden: „Ik heb zo lang gebeden, en de Heere slaat er geen acht op; waarom zou ik Hem ermee vermoeien?” Soms zijn we bang dat onze gebeden Hem tegenstaan, dat we zijn als zij die „zwijnenvlees eten, en er is sap van gruwelijke dingen in hun vaten” (Jes. 65:4). Vanuit zulke gevoelens zegt de Kerk dan: „Die Koning verhore ons!”

Lezen: Job 7

Aan de lezer…

Hebt u ook jarenlang gebeden en is het antwoord nog niet gekomen? U hebt gevraagd of Christus aan uw ziel geopenbaard mocht worden, of uw zonden vergeven mochten worden en Zijn liefde in uw hart uitgestort, en het is alsof de Heere Zich met een wolk heeft bedekt. Dan komt de vrees: ik ben te zondig, Hij zal mij niet horen; waarom zou ik Hem nog langer vermoeien?

Weet dan dat u niet de eerste bent die zo klaagt. De profeet riep: „Hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet?” en de Kerk klaagde over een wolk waar geen gebed doorheen kwam. Toch luistert Jezus altijd naar het roepen van Zijn kinderen, ook als het antwoord lang uitblijft. Uw smeekbede ligt aan Zijn voeten, voor het aangezicht van de Koning. Houd dan niet op, maar zeg met de Kerk, juist vanuit al die vrees en dat ongeloof: „Die Koning verhore ons!”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl