21 mei
Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout.
1 Petrus 2:24
Wij vragen somwijlen aan de Heere om een verbroken hart, een verslagen geest, een tedere consciëntie, een nederige geest; maar het is alleen een geloofsgezicht op hetgeen de vriendelijke Verlosser heeft moeten doorstaan aan het kruis, toen Hij onze zonden met hun ganse gewicht en de toorn Gods daarover heeft gedragen, dat in waarheid een hard en stenen hart verbreken kan. Geen gezicht, behalve dit, kan ons zo’n bevatting geven van de hatelijkheid van de zonde. Maar het geloofsoog, hierop starende, druipt weg van Goddelijke smart en de zondaar snikt van waarachtig berouw, en betuigt met de diepste en nederigste belijdenissen voor God wat een vreselijk zondaar en lage afkerige hij geweest is voor de ogen van Zijn oneindige heiligheid, majesteit en vlekkeloosheid. Ach, welke hoop is er voor onze schuldige zielen, welke toevlucht of verberging vanwege de rechtvaardige toorn Gods, welke bedekking tegen de vloek van een vurige wet, dan alleen in het kruis van Jezus?
O, welk een gezicht van Hem, geopenbaard voor de ogen van ons verlicht verstand, dragende onze zonden in Zijn lichaam op het hout! O, door het oog des geloofs te beschouwen al deze vreselijke zonden, die ons zo veel inwendige smart en moeite hebben veroorzaakt; al deze vreselijke afkerigheden en treurige afwijkingen, waarop wij niet dan met schaamte en smart kunnen terugzien. O, te zien alles wat wij hebben gezegd, gedacht en gedaan en waartegen de consciëntie getuigt, en al die ontelbare boosheden, waarbij wij nooit hebben stilgestaan en die de consciëntie vergeten had. O, al deze gruwelen door het oog des geloofs van ons schuldig hoofd te zien weggenomen en gelegd op het hoofd van het Lam Gods! Waar, o waar zouden wij hulp hebben kunnen krijgen uit een andere bron of door een andere weg? Er is elders geen hulp.
Waar kunt gij de verzoening vinden, verzegeld in uw gemoed, vergeving, geopenbaard in uw ziel, of enige verwachting van de hemel te gewinnen en de hel te ontkomen, dan alleen in het kruis? En wat anders kan u troosten dan enig getuigenis in uw eigen boezem te hebben van uw aandeel in dit dierbaar bloed en die gerechtigheid, en de kennis voor uzelf dat de dierbare Verlosser uw zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout?
Ik weet waarlijk zeer wel dat het een bijzonder geloof vereist, een geloof als een gift en opwekking van God, om dit te geloven; dat het een bijzondere openbaring vereist van de zaligheid door het bloed van het Lam aan de ziel, en een gezegende mededeling van de kracht van de gekruiste Christus aan het hart. Maar ik geloof – ik spreek slechts naar de innerlijke overtuiging van elk hart dat door de vinger Gods is aangeraakt – ik geloof dat, tenzij dit in enige mate wordt beoefend, er geen ware verlichting, geen ware vrede met God, geen sterk, blijvend fundament kan zijn, waarop wij ons kunnen gronden voor de eeuwigheid. Niets dan dit is sterk genoeg om de vrees des doods weg te nemen en de poorten des hemels te openen.
Aan de lezer…
Bidt u soms om een verbroken hart, lieve lezer, en blijft het toch zo hard en koud? Wij kunnen ons hart niet zelf breken, hoe wij ook proberen. Er is maar één gezicht dat een stenen hart kan doen smelten: het geloofsgezicht op de vriendelijke Verlosser, Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout. Daar leert de ziel wat de zonde is, en daar vloeien de tranen van waarachtig berouw.
Denk eens aan al die zonden waarop u met schaamte terugziet, en aan al die ontelbare boosheden die u zelf vergeten bent. Wat zou het zijn ze van uw schuldig hoofd te zien weggenomen en gelegd op het hoofd van het Lam Gods! Elders is er geen hulp, geen bedekking tegen de vloek van een vurige wet. Vraag dan de Heere om dat geloof, dat Zijn eigen gave is, opdat u persoonlijk mag weten: Hij droeg ook mijn zonden. Niets anders is sterk genoeg om de vrees des doods weg te nemen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout.
1 Petrus 2:24
We vragen de Heere soms om een verbroken hart, een verslagen geest, een teder geweten, een nederige geest. Maar alleen een geloofsgezicht op wat de vriendelijke Verlosser aan het kruis heeft moeten doorstaan, toen Hij onze zonden met hun hele gewicht en de toorn van God daarover gedragen heeft, kan werkelijk een hard en stenen hart breken. Geen enkel ander gezicht kan ons zo’n besef geven van de afschuwelijkheid van de zonde. Maar het oog van het geloof dat hierop gericht is, smelt weg van Goddelijke smart. De zondaar snikt van waarachtig berouw en betuigt met de diepste en nederigste belijdenissen voor God wat een vreselijke zondaar en lage afvallige hij geweest is voor de ogen van Zijn oneindige heiligheid, majesteit en vlekkeloosheid. Ach, welke hoop is er voor onze schuldige zielen, welke toevlucht of schuilplaats voor de rechtvaardige toorn van God, welke bedekking tegen de vloek van een vurige wet, dan alleen in het kruis van Jezus?
O, wat een gezicht is het, wanneer Hij voor de ogen van ons verlicht verstand geopenbaard wordt als Hij Die onze zonden in Zijn lichaam op het hout droeg! O, met het oog van het geloof al die vreselijke zonden te zien die ons zoveel inwendige smart en moeite hebben bezorgd; al die vreselijke afkeringen en treurige afwijkingen waarop we alleen met schaamte en smart kunnen terugzien. O, alles te zien wat we gezegd, gedacht en gedaan hebben en waartegen het geweten getuigt, en al die ontelbare boosheden waarbij we nooit hebben stilgestaan en die het geweten vergeten was. O, al deze gruwelen met het oog van het geloof van ons schuldig hoofd weggenomen te zien en gelegd op het hoofd van het Lam van God! Waar, o waar zouden we hulp hebben kunnen krijgen uit een andere bron of langs een andere weg? Er is elders geen hulp.
Waar kunt u de verzoening vinden, verzegeld in uw gemoed, vergeving, geopenbaard in uw ziel, of enige verwachting de hemel te verkrijgen en aan de hel te ontkomen, dan alleen in het kruis? En wat anders kan u troosten dan in uw eigen binnenste enig getuigenis te hebben van uw deel aan dit dierbare bloed en die gerechtigheid, en voor uzelf te weten dat de dierbare Verlosser uw zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout?
Ik weet werkelijk heel goed dat er een bijzonder geloof nodig is om dit te geloven, een geloof dat een gave en een werking van God is. Er is een bijzondere openbaring van de zaligheid door het bloed van het Lam aan de ziel voor nodig, en een gezegende mededeling van de kracht van de gekruisigde Christus aan het hart. Maar ik geloof (ik spreek alleen naar de innerlijke overtuiging van elk hart dat door de vinger van God is aangeraakt), ik geloof dat, tenzij dit in enige mate beoefend wordt, er geen ware verlichting, geen ware vrede met God, geen sterk en blijvend fundament kan zijn waarop we ons voor de eeuwigheid kunnen gronden. Niets dan dit is sterk genoeg om de vrees voor de dood weg te nemen en de poorten van de hemel te openen.
Aan de lezer…
Bidt u soms om een verbroken hart, en blijft het toch zo hard en koud? We kunnen ons hart niet zelf breken, hoe we het ook proberen. Er is maar één gezicht dat een stenen hart kan doen smelten: het geloofsgezicht op de vriendelijke Verlosser, Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout. Daar leert de ziel wat de zonde is, en daar vloeien de tranen van waarachtig berouw.
Denk eens aan al die zonden waarop u met schaamte terugziet, en aan al die ontelbare boosheden die u zelf vergeten bent. Wat zou het zijn ze van uw schuldig hoofd weggenomen te zien en gelegd op het hoofd van het Lam van God! Elders is er geen hulp, geen bedekking tegen de vloek van een vurige wet. Vraag de Heere dan om dat geloof, dat Zijn eigen gave is, zodat u persoonlijk mag weten: Hij droeg ook mijn zonden. Niets anders is sterk genoeg om de vrees voor de dood weg te nemen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who His own self bare our sins in His own body on the tree.
1 Peter 2:24
We beg of the Lord, sometimes, to give us a broken heart, a contrite spirit, a tender conscience, and a humble mind. But it is only a view by faith of what the gracious Redeemer endured upon the cross, when He bore our sins in His own body with all their weight and pressure, and with all the anger of God due to them, that can really melt a hard, and break a stony heart. No sight, short of this, can make sin felt to be hateful; bring tears of godly sorrow out of the eyes, sobs of true repentance out of the breast, and the deepest, humblest confessions before God what dreadful sinners and base backsliders we have been before the eyes of His infinite Purity, Majesty, and Holiness.
Oh, what hope is there for our guilty souls; what refuge from the wrath of God so justly our due; what shelter from the curse of a fiery law, except it be in the cross of Jesus? O for a view of Him revealed to the eyes of our enlightened understanding, as bearing our sins in His own body on the tree! O to see by the eye of faith, all those dreadful sins which have caused us so much inward grief and trouble, all those fearful backslidings and sad entanglements on which we can but reflect with shame and grief; O to see all we have said and thought and done, which conscience testifies against, and all those innumerable evils that we have never seen or conscience has forgotten; to view them by the eye of faith taken off our guilty head and put upon the head of the Lord the Lamb.
Where, oh, where, can we get relief from any other source or by any other way? There is no relief anywhere else! Where can you find pardon sealed upon your breast, forgiveness manifested to your soul, or any expectation of winning heaven and escaping hell, except in the cross, and some testimony in your own bosom of your saving interest in that precious blood and righteousness, and the knowledge for yourself that the dear Redeemer bore your sins in His body on the tree? I know, indeed, full well, that it requires special faith, a faith of God’s own giving and raising up to believe this, an especial manifestation of salvation by the blood of the Lamb to the soul; a blessed bringing in of the power of Christ crucified to the heart.
But I believe I do but speak the inmost conviction of every heart touched by the finger of God when I say, that until this is in some measure done, there is no solid relief; no true peace with God; no firm, abiding foundation on which we can stand, as if for eternity; nothing strong enough to banish the fear of death and open the gates of heaven.
To the reader…
Do you sometimes pray for a broken heart, and yet it stays so hard and cold? We cannot break our own heart, however hard we try. There is only one sight that can melt a heart of stone: the view by faith of the gracious Redeemer, Who His own self bare our sins in His own body on the tree. There the soul learns what sin is, and there the tears of true repentance flow.
Think of all those sins you look back on with shame, and of all those countless evils you yourself have forgotten. What would it be to see them taken off your guilty head and laid upon the head of the Lamb of God! There is no help elsewhere, no shelter from the curse of a fiery law. Ask the Lord, then, for that faith, which is His own gift, so that you may know personally: He bore my sins as well. Nothing else is strong enough to take away the fear of death.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El cual mismo llevó nuestros pecados en Su cuerpo sobre el madero.
1 Pedro 2:24
A veces pedimos al Señor que nos dé un corazón quebrantado, un espíritu contrito, una conciencia tierna y un ánimo humilde. Pero solo una visión por fe de lo que el Redentor lleno de gracia soportó en la cruz, cuando llevó nuestros pecados en Su cuerpo con todo su peso y presión, y con toda la ira de Dios que les correspondía, puede realmente derretir un corazón duro y quebrantar un corazón de piedra. Ninguna vista que no sea esta puede hacer que el pecado se sienta aborrecible; sacar de los ojos lágrimas de tristeza según Dios, del pecho sollozos de verdadero arrepentimiento, y las confesiones más profundas y humildes delante de Dios de cuán terribles pecadores y viles rebeldes hemos sido ante los ojos de Su infinita Pureza, Majestad y Santidad.
¡Oh, qué esperanza hay para nuestras almas culpables; qué refugio de la ira de Dios que tan justamente merecemos; qué abrigo de la maldición de una ley de fuego, sino en la cruz de Jesús? ¡Oh, tener una visión de Él revelada a los ojos de nuestro entendimiento iluminado, llevando nuestros pecados en Su cuerpo sobre el madero! ¡Oh, ver con el ojo de la fe todos esos terribles pecados que nos han causado tanto dolor y angustia interior, todas esas espantosas rebeliones y tristes enredos en los que no podemos pensar sino con vergüenza y dolor; oh, ver todo lo que hemos dicho, pensado y hecho, contra lo cual testifica la conciencia, y todos esos innumerables males que nunca hemos visto o que la conciencia ha olvidado; contemplarlos con el ojo de la fe quitados de nuestra cabeza culpable y puestos sobre la cabeza del Señor, el Cordero!
¿Dónde, oh, dónde podemos hallar alivio de alguna otra fuente o por algún otro camino? ¡No hay alivio en ninguna otra parte! ¿Dónde puede usted hallar el perdón sellado en su pecho, la remisión manifestada a su alma, o alguna esperanza de alcanzar el cielo y escapar del infierno, sino en la cruz, y en algún testimonio en su propio pecho de su parte salvadora en esa preciosa sangre y justicia, y en saber por sí mismo que el amado Redentor llevó sus pecados en Su cuerpo sobre el madero? Sé muy bien, ciertamente, que para creer esto se requiere una fe especial, una fe dada y suscitada por Dios mismo, una manifestación especial de la salvación por la sangre del Cordero al alma; una bendita introducción del poder de Cristo crucificado en el corazón.
Pero creo que no hago más que expresar la convicción más íntima de todo corazón tocado por el dedo de Dios cuando digo que, hasta que esto se haga en alguna medida, no hay alivio sólido; no hay verdadera paz con Dios; no hay fundamento firme y permanente sobre el cual podamos estar como para la eternidad; nada lo bastante fuerte para desterrar el temor de la muerte y abrir las puertas del cielo.
Al lector…
¿Ora usted a veces por un corazón quebrantado, y sin embargo sigue tan duro y frío? No podemos quebrantar nuestro propio corazón, por mucho que lo intentemos. Solo hay una vista que puede derretir un corazón de piedra: la visión por fe del Redentor lleno de gracia, el cual mismo llevó nuestros pecados en Su cuerpo sobre el madero. Allí aprende el alma lo que es el pecado, y allí corren las lágrimas del verdadero arrepentimiento.
Piense en todos esos pecados que recuerda con vergüenza, y en todos esos innumerables males que usted mismo ha olvidado. ¡Qué sería verlos quitados de su cabeza culpable y puestos sobre la cabeza del Cordero de Dios! No hay ayuda en otra parte, ni abrigo de la maldición de una ley de fuego. Pida, pues, al Señor esa fe, que es don Suyo, para que pueda saber personalmente: Él llevó también mis pecados. Ninguna otra cosa es lo bastante fuerte para quitar el temor de la muerte.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl