2 oktober
Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis Gods en van Jezus Christus, onze Heere.
2 Petrus 1:2
Indien wij Jezus voor onszelf niet kennen door enige geestelijke ontdekking van Zijn Persoon en werk, wat getuigenis hebben wij dan van of deel in Zijn genade? Omdat er geen genade is dan die door Hem vloeit; want genade en waarheid zijn door Jezus Christus geworden. Dit is het waarnaar wij altijd moeten staan. Onze dagelijkse begeerte en ons gebed moet zijn om geestelijke ontdekkingen van Christus, om Hem te aanschouwen met een oog des geloofs; om in te gaan in Zijn heerlijke Persoon en volbracht werk, om Zijn tegenwoordigheid te genieten, Zijn liefde te proeven en Hem te kennen en de kracht Zijner opstanding. Dit was het waarnaar Paulus zo ernstig uitzag (Filipp. 3:10); en om de uitnemendheid van deze kennis wilde hij liever alles verliezen en schade en drek achten, opdat hij Christus gewinnen mocht.
Hem te kennen als onze Borg en Drager van de zonde, onze Advocaat en Tussentreder, onze Vriend, Man en Broeder; te kennen ons aandeel in Hem, onze vereniging met Hem, onze plaats in Zijn hart, onze naam op Zijn borst, ons gedenkteken in de palmen Zijner handen; wat kan de zaligheid van zulk een kennis als deze overtreffen? Door deze geestelijke, bevindelijke kennis van Hem vloeit de genade. Gelijk een waterleiding, die vanuit een rivier haar bevochtigende stroom in een dorre weide doet afvloeien, zo opent de kennis van Christus een kanaal waardoor de genade, die in Hem is, afvloeit in de onvruchtbare, dorre ziel. Dus gelijk wij door genade alleen Hem kennen kunnen, zo doet elke mededeling van genade Hem niet alleen beter kennen, maar zij vloeit in door dezelfde kennis.
De genade, die door deze kennis inkomt, brengt met zich ook „vrede”. Want Hij is onze Vrede. Hij heeft de middelmuur des afscheidsels gebroken en de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, zelfs de wet der geboden, in inzettingen bestaande, opdat Hij die twee in Zichzelf tot een nieuwe mens zou scheppen, vrede makende. Hij kwam derhalve, van vrede sprekende tot degenen die veraf en die nabij waren. Zijn bloed spreekt van vrede tot een schuldige consciëntie; Zijn stem spreekt van stilte tot de winden en golven die het geslingerde hart beroeren.
Zijn laatste legaat was: „Vrede laat Ik u; Mijn vrede geef Ik u.” Zijn stervensbelofte was: „In Mij zult gij vrede hebben.” En als de Vorst des vredes aan de rechterhand Gods is Hij in staat ons te vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloof, want Zijn Koninkrijk is rechtvaardigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest. En zo worden door de kennis van Hem als onze Heere genade en vrede beide vermenigvuldigd.
Aan de lezer…
Wat een troost is dit woord, als u uw ziel soms voelt als een dorre, onvruchtbare weide, waar niets wil groeien! Dan hebt u niet in de eerste plaats meer van uzelf nodig, maar meer kennis van Christus. Er is geen genade dan die door Hem vloeit. Zoals een waterleiding de stroom uit de rivier naar het droge land voert, zo opent elke geestelijke ontdekking van Zijn Persoon en werk een kanaal, waardoor Zijn genade afvloeit in een dorre ziel.
Laat dit dan uw dagelijkse begeerte en uw gebed zijn: Hem te kennen als Borg, als Advocaat, als Vriend en Broeder, en uw naam te weten op Zijn borst en in de palmen Zijner handen. Met die kennis komt ook vrede. Zijn bloed spreekt vrede tot een schuldige consciëntie, en Zijn stem kan de winden en golven van uw geslingerde hart doen zwijgen. Hij heeft gezegd: „Mijn vrede geef Ik u.” Zoek die vrede nergens anders dan bij Hem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis Gods en van Jezus Christus, onze Heere.
2 Petrus 1:2
Als wij Jezus niet voor onszelf kennen door een geestelijke ontdekking van Zijn Persoon en werk, welk getuigenis hebben wij dan dat wij deel hebben aan Zijn genade? Er is immers geen genade dan die door Hem vloeit, want genade en waarheid zijn door Jezus Christus geworden. Daarnaar moeten wij altijd staan. Onze dagelijkse begeerte en ons gebed moet zijn om geestelijke ontdekkingen van Christus: om Hem te aanschouwen met het oog van het geloof, om in te gaan in Zijn heerlijke Persoon en volbracht werk, om Zijn tegenwoordigheid te genieten, Zijn liefde te proeven en Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding. Daarnaar zag Paulus zo ernstig uit (Filipp. 3:10). Om de uitnemendheid van deze kennis wilde hij liever alles verliezen en het schade en drek achten, opdat hij Christus gewinnen mocht.
Hem te kennen als onze Borg en Drager van de zonde, onze Advocaat en Tussentreder, onze Vriend, Man en Broeder; ons aandeel in Hem te kennen, onze vereniging met Hem, onze plaats in Zijn hart, onze naam op Zijn borst, ons gedenkteken in de palmen van Zijn handen: wat kan de zaligheid van zo’n kennis overtreffen? Door deze geestelijke, bevindelijke kennis van Hem vloeit de genade. Zoals een waterleiding de bevochtigende stroom vanuit een rivier naar een dorre weide laat afvloeien, zo opent de kennis van Christus een kanaal waardoor de genade die in Hem is, afvloeit in de onvruchtbare, dorre ziel. Zoals wij Hem dus alleen door genade kunnen kennen, zo doet elke mededeling van genade ons Hem niet alleen beter kennen, maar vloeit zij ook binnen door diezelfde kennis.
De genade die door deze kennis binnenkomt, brengt ook „vrede” met zich mee. Want Hij is onze Vrede. Hij heeft de middelmuur des afscheidsels gebroken en de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, zelfs de wet der geboden, in inzettingen bestaande, opdat Hij die twee in Zichzelf tot een nieuwe mens zou scheppen, vrede makende. Daarom kwam Hij en sprak van vrede tot hen die ver weg en die dichtbij waren. Zijn bloed spreekt van vrede tot een schuldig geweten; Zijn stem spreekt van stilte tot de winden en golven die het geslingerde hart beroeren.
Zijn laatste erfenis was: „Vrede laat Ik u; Mijn vrede geef Ik u.” Zijn belofte bij Zijn sterven was: „In Mij zult gij vrede hebben.” En als de Vorst van de vrede aan de rechterhand van God is Hij in staat ons te vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, want Zijn Koninkrijk is rechtvaardigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest. Zo worden door de kennis van Hem als onze Heere zowel genade als vrede vermenigvuldigd.
Aan de lezer…
Wat een troost is dit woord, als u uw ziel soms voelt als een dorre, onvruchtbare weide waar niets wil groeien! Dan hebt u niet in de eerste plaats meer van uzelf nodig, maar meer kennis van Christus. Er is geen genade dan die door Hem vloeit. Zoals een waterleiding de stroom uit de rivier naar het droge land voert, zo opent elke geestelijke ontdekking van Zijn Persoon en werk een kanaal waardoor Zijn genade afvloeit in een dorre ziel.
Laat dit dan uw dagelijkse begeerte en uw gebed zijn: Hem te kennen als Borg, als Advocaat, als Vriend en Broeder, en te weten dat uw naam op Zijn borst staat en in de palmen van Zijn handen. Met die kennis komt ook vrede. Zijn bloed spreekt vrede tot een schuldig geweten, en Zijn stem kan de winden en golven van uw geslingerde hart tot zwijgen brengen. Hij heeft gezegd: „Mijn vrede geef Ik u.” Zoek die vrede nergens anders dan bij Hem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Grace and peace be multiplied unto you through the knowledge of God, and of Jesus our Lord.
2 Peter 1:2
If we do not know Jesus for ourselves, by some spiritual discovery of His Person and work, what testimony have we of a saving interest in His grace? Because, there is no grace except that which flows through Him, for “grace and truth came by Jesus Christ.” This is what we should ever labor after.
Our daily, hourly desire and prayer should be, to have spiritual discoveries of Christ; to see Him by the eye of faith; to enter into His glorious Person and finished work; to realize His presence, taste His love, and know Him and the power of His resurrection. This is what Paul so earnestly labored after (Phil. 3:10); and for the excellency of this knowledge he suffered the loss of all things, and counted them but dung that he might win Christ. To know Him as our Surety and Sin-bearer, our Advocate and Intercessor, our Friend, Husband, and Brother; to know our saving interest in Him, and our union with Him; our place in His heart, our name on His breast, our memorial on the palms of His hands—what can surpass the blessedness of such a knowledge as this?
Through this spiritual, experimental knowledge of Him, grace flows. As a watercourse opening upon a river brings down its irrigating stream into the parched meadow, so a knowledge of Christ opens up a channel through which the grace that is in Him flows into the barren, parched soul. Thus, as through grace alone we know Him, so every fresh communication of grace not only makes Him better known, but flows in through that very knowledge.
The grace that comes through this knowledge of Him brings also peace; for He is “our peace.” He has “broken down the middle wall of partition, having abolished in His flesh the enmity, even the law of commandments contained in ordinances; for to make in Himself of two, one new man, so making peace.” He, therefore, came and preached peace “to those who were afar off and to those who were near.”
His blood speaks peace to a guilty conscience; His voice says peace to the winds and waves of the surging heart; His last legacy was, “Peace I leave with you, My peace I give unto you;” His dying promise was, “In Me you shall have peace;” and, as the Prince of peace at God’s right hand, He is able to fill us with “all joy and peace in believing,” for His kingdom is “righteousness, and peace, and joy in the Holy Spirit.” And thus, through a knowledge of Him as our Lord, “grace and peace” are both “multiplied.”
To the reader…
What a comfort this word is, when you sometimes feel your soul to be a dry, barren meadow where nothing will grow! Then what you need first of all is not more of yourself, but more knowledge of Christ. There is no grace except that which flows through Him. As a watercourse brings the stream from the river to the dry land, so every spiritual discovery of His Person and work opens a channel through which His grace flows down into a parched soul.
Let this, then, be your daily desire and prayer: to know Him as Surety, as Advocate, as Friend and Brother, and to know that your name is on His breast and on the palms of His hands. With that knowledge comes peace as well. His blood speaks peace to a guilty conscience, and His voice can still the winds and waves of your troubled heart. He has said, “My peace I give unto you.” Seek that peace nowhere else but in Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Gracia y paz os sea multiplicada en el conocimiento de Dios, y de nuestro Señor Jesús.
2 Pedro 1:2
Si no conocemos a Jesús por nosotros mismos, mediante algún descubrimiento espiritual de Su Persona y obra, ¿qué testimonio tenemos de una parte salvadora en Su gracia? Porque no hay gracia alguna sino la que fluye por medio de Él, pues “la gracia y la verdad por Jesucristo fue hecha.” Esto es lo que siempre deberíamos procurar con empeño.
Nuestro deseo y oración de cada día y de cada hora debería ser tener descubrimientos espirituales de Cristo; verle con el ojo de la fe; entrar en Su gloriosa Persona y Su obra consumada; darnos cuenta de Su presencia, gustar Su amor, y conocerle a Él y la virtud de Su resurrección. Esto es lo que Pablo procuraba con tanto fervor (Fil. 3:10); y por la excelencia de este conocimiento lo perdió todo, y lo tuvo por estiércol para ganar a Cristo. Conocerle como nuestro Fiador y el que llevó nuestro pecado, nuestro Abogado e Intercesor, nuestro Amigo, Esposo y Hermano; conocer nuestra parte salvadora en Él y nuestra unión con Él; nuestro lugar en Su corazón, nuestro nombre sobre Su pecho, nuestro memorial en las palmas de Sus manos: ¿qué puede superar la bienaventuranza de un conocimiento como este?
Por medio de este conocimiento espiritual y experimental de Él fluye la gracia. Así como un cauce que se abre hacia un río trae su corriente de riego al prado reseco, así el conocimiento de Cristo abre un canal por el cual la gracia que hay en Él fluye al alma estéril y sedienta. De este modo, así como solo por la gracia le conocemos, cada nueva comunicación de gracia no solo le da a conocer mejor, sino que fluye precisamente a través de ese mismo conocimiento.
La gracia que viene por este conocimiento de Él trae también paz; porque Él es “nuestra paz.” Él ha derribado “la pared intermedia de separación; dirimiendo en Su carne las enemistades, la ley de los mandamientos en orden a ritos, para edificar en Sí mismo los dos en un nuevo hombre, haciendo la paz.” Por eso vino y anunció la paz “a vosotros que estabais lejos, y a los que estaban cerca.”
Su sangre habla paz a una conciencia culpable; Su voz dice paz a los vientos y las olas del corazón agitado; Su último legado fue: “La paz os dejo, Mi paz os doy”; Su promesa al morir fue: “para que en Mí tengáis paz”; y, como el Príncipe de paz a la diestra de Dios, Él puede llenarnos “de todo gozo y paz creyendo,” porque Su reino es “justicia y paz y gozo por el Espíritu Santo.” Y así, mediante el conocimiento de Él como nuestro Señor, la “gracia y paz” son ambas “multiplicadas.”
Al lector…
¡Qué consuelo es esta palabra cuando a veces siente su alma como un prado seco y estéril donde nada quiere crecer! Lo que entonces necesita ante todo no es más de usted mismo, sino más conocimiento de Cristo. No hay gracia alguna sino la que fluye por medio de Él. Así como un cauce lleva la corriente del río a la tierra seca, así cada descubrimiento espiritual de Su Persona y obra abre un canal por el cual Su gracia desciende a un alma sedienta.
Sea, pues, este su deseo y su oración de cada día: conocerle como Fiador, como Abogado, como Amigo y Hermano, y saber que su nombre está sobre Su pecho y en las palmas de Sus manos. Con ese conocimiento viene también la paz. Su sangre habla paz a una conciencia culpable, y Su voz puede calmar los vientos y las olas de su corazón turbado. Él ha dicho: “Mi paz os doy.” No busque esa paz en ningún otro lugar sino en Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl